kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

auteursfilm

Auteursfilm

Speelfilm, waarvan de regisseur tekst en scenario zelf geschreven heeft, of anderszins zijn persoonlijke stempel op de film heeft gedrukt.

Eind jaren vijftig vormde een groep jonge cineasten, die voor een deel geschoold waren in de filmkritiek, samen de beweging van de nouvelle vague. Deze beweging verzette zich fel tegen de verstarde vorm, inhoud en mentaliteit van de cinéma de papa. Jean-Luc Godard was de meest productieve cineast van deze nieuwe golf en ook de ideologische leider. François Truffaut, Claude Chabrol, Eric Rohmer en Jacques Rivette sloten zich bij de nouvelle vague aan met vormvernieuwende films.

In 1954 bedacht de Franse filmjournalist en regisseur François Truffaut de auteurs-theorie. Onder invloed van de Franse filmcritici die in de jaren vijftig in Les cahiers du Cinéma publiceerden en later de harde kern van de nouvelle vague zouden vormen, werd de door Truffaut geformuleerde ‘politique des auteurs’ bepalend voor het denken over de artistieke kwaliteit van een film.

Werd tot in de jaren veertig nog de scriptschrijver als ‘auteur’ van een film gezien; in de jaren vijftig ontstond het idee dat de regisseur, en niet de scenarioschrijver, verantwoordelijk is voor de vorm, stijl en betekenis van zijn film en daarmee de enige echte filmauteur is. Tot die tijd keken mensen helemaal niet zo goed naar wie een film geregisseerd had. Wie er in mee speelde of welke studio de film gemaakt had vond men veel belangrijker.

Die visie hoor je nog wel eens terug, als mensen het bijvoorbeeld over ‘de Hollywoodfabriek’ hebben. In die opvatting verschillen films niet zo gek veel van auto's. Ze komen allebei tot stand via een industrieel proces, waaraan honderden verschillende mensen allemaal een kleine bijdrage leveren. Dan kun je het eindresultaat toch niet aan maar één persoon toeschrijven? Welles, vonden de Franse theoretici. Zij herkenden in sommige Hollywoodfilms de verborgen ‘handtekening’ van de regisseur. Hij is dus de echte maker, oftewel de auteur, zeiden Truffaut en zijn filmvrienden. “Er bestaan geen goede en slechte films”, zei Truffaut, “er bestaan alleen maar goede en slechte regisseurs.” Deze nieuwe manier van denken en naar films kijken betekende waardering voor regisseurs als Alfred Hitchcock, die als auteur ‘ontdekt’ werd. Maar niet iedereen stond te juichen om dat Franse gefilosofeer. Omdat de regisseur ongeveer een goddelijke status kreeg, vonden producenten, scenarioschrijvers en cameramannen dat hun bijdrage ten onrechte werd genegeerd. ( avant-garde: la camera-stylo” in Revue du cinemá, een filmtijdschrift waarin veel Amerikaanse regisseurs geprezen werden en filmkritieken te lezen waren. Hierin stelde hij, dat het medium nieuwe kunstenaars zou aantrekken, die film als kunstvorm zouden beschouwen: “After having been succesfully a fairground attraction, an amusement analogous to boulevard theatre, or the means of preserving the images of an era, it is gradually becoming a language.” Met deze ‘taal’ bedoelde Astruc een nieuwe manier om gedachten en obsessies uit te drukken op eenzelfde manier als een schrijver zich uitdrukt op papier. Hij vergeleek de filmmaker dan ook met een schrijver: “The filmmaker-author writes with his camera as a writer writes with his pen”. Door deze nieuwe benadering zou de regisseur niet langer als werknemer, maar als creatief individu gezien worden.

Cahiers du Cinéma
Het artikel werkte inspirerend: door de behoefte auteurschap te bespreken richtte schrijver en regisseur Jacques Doniol-Valcroze in 1951 een vergelijkbaar filmtijdschrift op met de naam Cahiers du Cinéma. Net als in Revue du Cinéma werd er ook in dit tijdschrift aandacht besteed aan filmkritieken. Deze werden aanvankelijk vooral verzorgd door filmcriticus André Bazin, maar al gauw volgden jonge critici als François Truffaut, Jean-Luc Godard en Eric Rohmer. In navolging van Astrucs vernieuwende artikel over auteurscinema schreef Truffaut in 1954 “Une certaine tendance du cinéma Français“ in Cahiers. Hierin beaamde de criticus het door Astruc gemaakte onderscheid tussen ‘confectionneurs’ en ‘echte auteurs’. De eerste groep bestond volgens hem uit filmmakers die voornamelijk vanuit een reeds bestaande tekst werken, zoals klassieke literaire boeken, met een onoriginele film tot gevolg. Deze manier van filmmaken beschouwde Truffaut als gestandaardiseerd: “(…) the screenwriter hands in the script, and the director simply adds the performers and pictures, thereby becoming only a metteur en scène”. Hier tegenover stonden echte auteurs; filmmakers die zelf het verhaal en het scenario bedenken. Voorbeelden van echte auteurs zoals door Truffaut omschreven zijn Jean Renoir, Robert Bresson, Jean Cocteau en Jacques Tati.

Het betrekken van de unieke persoonlijkheid van de regisseur in de betekenisgeving aan films was een nieuwe manier van filmonderzoek, maar Truffaut wilde met de auteurpolitiek geen bijdrage leveren aan een wetenschappelijke benadering van film. Het wilde slechts het idee van een kunstkritiek introduceren in de wereld van film. Deze visie werd al gauw bekend als de ‘politique des auteurs’: het idee dat alleen regisseurs met een zich voortdurend ontwikkelende persoonlijke stijl of kijk op de wereld gezien kunnen worden als ‘auteur’ en dat film een kunst is die gelijk staat aan dans, theater en literatuur. Bazin verwoordde de exacte betekenis van de term in Cahiers met zijn artikel “La politique des auteurs” als volgt: “The politique des auteurs consists, in short, of choosing the personal factor in artistic creation as a standard of reference, and then of assuming that it continues and even progresses from one film to the next”. De naam ‘auteurpolitiek’ is afgeleid uit dit artikel. Bazin beschouwde de auteurpolitiek niet als vaststaande wetenschap, maar enkel als een manier om films objectief te evalueren met aandacht voor de filmmaker, maar zonder ideologische kritiek. (bron: igitur-archive.library.uu.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 281.