kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

film

Een film of rolprent is een verhaal dat wordt uitgebeeld in een serie snel opeenvolgende stilstaande beelden. De snelheid waarmee de beelden worden geprojecteerd is zodanig dat deze beelden een vloeiende en continue beweging lijken te vormen.

cinematografie is de filmkunst.
In de cinematografie gaat het over vastgelegde bewegende beelden, vervaardigd door de inwerking van licht op een lichtgevoelige laag op een lange filmstrook, die door de filmcamera rolt tijdens het opnemen. In deze laatste betekenis zijn ook het geluidsspoor en eventuele andere sporen inbegrepen.
De filmindustrie begon met films zonder geluid, ook wel de stomme film genoemd. Later kwam de geluidsfilm, gevolgd door de kleurenfilm. De meeste films worden in een bioscoop vertoond met behulp van een filmprojector (alhoewel digitale projectie steeds vaker voorkomt, maar er worden ook veel televisiefilms gemaakt.
Een film wordt geregisseerd door een filmregisseur en geproduceerd door een filmproducent.

Geschiedenis
Als men redeneert volgens deze definitie kan men eigenlijk stellen dat Eadweard Muybridge aan de grondslag lag van de filmkunst. Toen hij in 1877 met meerdere in een rij opgestelde fotocamera’s de bewegingen van een paard registreerde, was de fundatie van de cinematografie gelegd.

Met behulp van de in 1889 uitgekomen transparante negatieffilmband vonden Thomas Edison en William Dickson een nieuw toestel uit. Hun uitvinding, de kinetoscoop, ook wel kijkkast, bevat een ononderbroken filmstrook met afzonderlijke beelden. Als deze beelden kort belicht werden, kreeg de toeschouwer de indruk dat hij bewegende beelden zag.

Toch zijn het de Gebroeders Lumière (Louis en Auguste) die de filmkunst aan het grote publiek voorstelden. Antoine Lumière - hun vader – zag op een demonstratie van de kinetoscoop in Parijs meteen het nut ervan in. Louis en Auguste merkten op dat er toch nog twee grote belemmering aan de kinetoscoop waren: er kon maximum maar één persoon gebruik van maken, en het toestel was veel te groot en zwaar om veel mee uit te halen.

Begin februari 1895 hadden de broers al hun eigen versie van de kinetoscoop klaar, namelijk de cinematograaf. De verschillen lagen hem erin dat de cinematograaf de twee grote minpunten van de kinetoscoop wegwerkte. Het toestel woog slechts vijf kilogram en kon ook gemakkelijk met de hand bediend worden. Ook konden er nu groepen mensen kijken. Doordat de cinematograaf bestond uit een projector, kon alles worden afgebeeld op een muur.

In die tijd was het ook de gewoonte om aan iedere nieuwe uitvinding een originele naam te geven. Daarom circuleerden er wat kleine – en vaak onbelangrijke – toestellen die weinig invloed uitgeoefend hebben op het verloop van de cinematografie. Voorbeelden hiervan zijn de theatrofoon, phenakistiscoop, zoötroop, praxinoscoop, fototachygraaf, vitascoop, biograaf en de mutoscoop.

« Le cinéma est une invention sans avenir » (Ned: De cinema is een uitvinding zonder toekomst)

Niemand had wellicht kunnen voorspellen dat Louis Lumière met deze uitspraak zó de bal zou misslaan. Nadat de ontwikkeling van de cinematograaf voltooid was, concentreerden ze zich op de meer commercieel georiënteerde ontwikkelingen van de filmkunst. In de eerste maanden van 1896 werden er in Londen, Brussel en New York theaters geopend met als uitsluitende functie het draaien van films.

Oorspronkelijk was er vooral belangstelling voor de film vanuit Franse hoek, wat niet verwonderlijk was. Frankrijk was immers de bakermat van de film. Maar het duurde niet lang voordat de Verenigde Staten – meer bepaald Hollywood – de leidinggevende functie overnam. Veel heeft Hollywood te danken aan regisseur D.W. Griffith, die vanaf 1908 talloze films begon te produceren. Laten we niet vergeten dat er van klank toen nog geen sprake was en ook het gebruik van kleur was een zeldzaamheid.

Na de opkomst van de slapstick, de intrede van de gesynchroniseerde – wat betekent dat beeld en klank gelijk lopen – geluidsfilm en het gebruik van de kleurenfilm kwam de cinematografie in een onafgebroken stroomversnelling. Nadat ook acteurs als Orson Welles en Marilyn Monroe hun opwachting op het doek maakten was de interesse van het gewone volk voor de cinematografie een onmiskenbaar feit geworden.

Vroege films
De eerste op celluloid gemaakte film was waarschijnlijk 'Roundhay Garden Scene' van Louis Aimé Augustin Le Prince in 1888. Andere vroege films zijn 'Strongman Sandow' van Thomas Edison (1890) en 'La Sortie des Usines Lumière' van de Gebroeders Lumière uit 1895. Tot dan toe waren films niet meer dan de registraties van gebeurtenissen. Rond 1900 werden er ook films gemaakt die een verhaal vertelden volgens een vooraf bedacht scenario. Het Australische 'Soldiers of the Cross' uit 1900 wordt beschouwd als de eerste niet documentaire film.

In diezelfde tijd vond de Franse Georges Méliès per ongeluk de Stop-motion techniek uit, waarmee hij vanaf 1896 filmpjes met special effects kon maken. Hij gebruikte ook als één van de eerste filmers dubbele belichting, timelapse- en overvloeitechnieken.

Al de hiervoor beschreven films hadden maar een korte speelduur van hooguit enkele minuten. De eerste lange film was de Australische film The Story of the Kelly Gang uit 1906. Helaas zijn van de ongeveer 70 minuten film slechts 9 minuten bewaard gebleven. In 1927 kwam de eerste film met geluid uit: dit was The Jazz Singer. Al rond de eeuwwisseling werden films ingekleurd, zoals bijvoorbeeld gebeurde bij 'Ali Baba et les quarante voleurs' uit 1902, maar de eerste echte kleurenfilm was Walt Disney's korte tekenfilm 'Flowers and Trees' uit 1932. Dit was tevens de eerste tekenfilm die een Oscar won. De eerste live action film in kleur was de korte film 'The Cat and the Fiddle' (1934) en de eerste lange speelfilm in kleur was 'Becky Sharp' uit 1935.

Het maken van een film

Preproductie
. Eerst wordt bepaald wat voor soort film men wil maken, meestal heeft men er al ideeën over.
Deze ideeën worden uitgewerkt en er wordt een synopsis geschreven. Een synopsis is een samenvatting van de loop van het verhaal.
. Daarna wordt dit uitgewerkt in een uitgebreidere samenvatting. Deze uitgebreidere samenvatting wordt de (step)outline genoemd. Hierin wordt iedere scène kort beschreven, zodat men een beeld kan krijgen voor de hele film. Deze (step)outline is vooral voor de makers zelf en wordt zelden door buitenstaanders gelezen.
. Na de voltooiing van de (step)outline komt het treatment. In het treatment beschrijf men, wat er letterlijk in beeld te zien krijgt. Alle scènes worden uitgewerkt, maar er zijn nog geen dialogen te lezen.
. Naast het treatment zijn voor het filmscenario ook de volgende zaken van belang:
. . de karakterdossiers van de spelers in de film. Hier worden de achtergronden beschreven van de diverse personages in de film.
. . de uitgeschreven dialogen dan wel monologen
. Al deze facetten samen vormen een filmscenario. Een scenario is een uitgebreide variant van het treatment, dit keer met alle dialogen erbij. Het scenario (ofwel filmscript) wordt steeds verder uitgewerkt en herschreven totdat men de definitieve versie bereikt, wat men veelal het shooting script noemt. Hierin staat tot in het kleinste detail beschreven wat er moet gebeuren en bijvoorbeeld ook welke geluiden te horen zijn, of welke sfeer de scène moet opwekken. Iedere scène heeft een nummer. (Scène 1, Scène 2, ...)
. De volgende stap is het maken van een draaiboek en soms een storyboard. Een storyboard is een verzameling schetsen en foto's. De afbeeldingen krijgen ook een nummer. Afbeelding 4.3 is de derde afbeelding in de vierde scène. Iedere afbeelding representeert één shot.

Productie
. Vanaf nu wordt per shot gewerkt. Men neemt kleine stukjes film op. Vaak neemt men gelijktijdig het geluid op. Als alle shots gefilmd zijn, kan men beginnen met de montage.

Postproductie
. In de montage worden de filmbeelden achter elkaar geplakt. Dit is een langdurige procedure, waarbij men van alles uitprobeert met het geschoten materiaal en na vele versies komt tot wat men picture lock noemt.
. Dan volgt de geluidsnabewerking, het maken van de filmmuziek en de uiteindelijke mixage. Alle oude en (bij de nabewerking gemaakte) nieuwe geluiden worden samen met de muziek gemixed in de eindmix.
. Tot slot zijn er nog een aantal technische handelingen, zoals het kleurcorrigeren en het maken van de prints voordat de film de bioscoop in kan.

Men hoeft zich niet strikt aan dit lijstje te houden. Sommige filmmakers werken liever anders en weer anderen hebben niet het budget om te werk te gaan zoals hier wordt omschreven.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Film_(cinematografie)
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 96.

Tweets by kunstbus