kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Halas and Batchelor

Halas & Batchelor Cartoon Films, een animatie studio die in 1940 opgericht werd door John Halas en Joy Batchelor en de volgende 50 jaar films produceerde. Het was s'lands grootste en meest invloedrijke producent van animatiefilms van de vroege jaren veertig tot midden jaren zeventig.

geschiedenis
Gedurende zijn geschiedenis streefde de studio er altijd naar om nieuwe stijlen en technieken aan te pakken, van uit papier geknipte figuren tot computer animatie. De studio was ook beroemd om het ontdekken en koesteren van nieuw talent. Hoewel Animal Farm de beroemdste film van Halas & Batchelor is, produceerden ze meer dan 2000 andere, van amusementsfilms tot documentaires en TV series tot experimentele kunstfilms.

John Halas en Joy Batchelor ontmoetten elkaar tussen 1936 en 1938 terwijl zij aan de productie van Music Man werkten voor British Animated Films. Zij begonnen hun samenwerking in grafisch ontwerp in de vooroorlogse periode en trouwden in 1940.

Tegelijk met de oorlog kwam de behoefte aan informatie en propagandafilms. John en Joy zagen in dat animatie op dit gebied een grote rol kon gaan spelen en aangemoedigd door John Grierson, de oprichter van de documentaire filmbeweging, stichtten ze Halas and Batchelor Cartoon Films. Op 18 mei 1940 huurden ze een kleine kamer in Bush House, Aldwych, het hoofdkantoor van het J. Walter Thompson reclame bureau.
Tijdens de periode in Bush House bleven ze een sub-afdeling van het reclamebureau. Formele erkenning van hun creatieve produktie onder de studio naam werd bereikt in 1940, met de productie van Train Trouble voor Kellogg's Cornflakes en een bioscoop reclamefilmpje voor Unilever's Lux soap flakes. De films waren beiden 5 minuten lang, geschreven door door Alexander McKendrick en volledig geanimeerd door John Halas en Joy Batchelor met de assistentie van Vera Linnecar, Katherine Houston, Harold Mack en Wall Crook.

Hun werk was direct te definiëren door zijn combinatie van Disney achtige karakters en een Oost-Europese ethetiek (grotendeels een produkt van Halas' opleiding onder voormalige Bauhaus leraren, Alexander Bortnyik en Laszlo Moholy-Nagy). Het ministerie van Informatie nodigde het paar uit om korte openbare propaganda- en informatiefilms te maken over de oorlog, zich realiserend dat animatiefilms zowel de capaciteit tot amuseren als tot educatie bezitten.
Dustbin Parade (1941), over re-cycling materialen voor munitie, en Filling the Gap (1941), over de effectieve ontwikkeling van tuinruimte om groenten en andere voedingsmiddelen te laten groeien, zijn twee voorbeelden van de zeventig kunstige, maar zeer sympathieke tekenfilms gemaakt door de studio zich richtend op huishoudelijke-, regerings- en militaire behoeften

De door de studio gemaakte promotiefilms en instructiefilms waaronder, de door de admiraliteit gesponsorde Handling Ships (1944-45) en Water for Fire Fighting (1948), een 3D model animatie gemaakt om brandweermannen te recruteren, leidden tot de acceptatie van animatie als een manier van expressie om volwassen onderwerpen en serieuze thema's te verbeelden.

De studio kreeg de opdracht van 'Chancellor of the Exchequer' (de Britse kabinet minister, die verantwoordelijk is voor alle economische en financiële zaken), Sir Stafford Cripps om een serie tekenfilms te maken met zuurpruim 'Charley' in de hoofdrol, een luidruchtige tegenstander van de voorgestelde hervormingen van de verzorgingsstaat, die vanzelfsprekend ongelijk had. Op gelijke wijze waren he Shoemaker and the Hatter (1949) en Think for the Future (1949) een opdracht van de regering van de V.S. om de Marshall Hulp te promoten en naoorlogse Europese coöperatie.

Van 1940 tot de late jaren 1950 werd de studio vast geassocieerd met de productie van propaganda en publieke informatie films. De meeste waren korte films en representeerden een volwassenheid in esthetische stijl en een fantasierijke visualisatie. Music Man (1938), Carnival in the Clothes Cupboard (1940), Dustbin Parade (1941) en Health in Jungle Warfare (1943). Deze films vertonen een sterke verhaalstructuur en karakters.

Halas and Batchelor gebruikten animatie ook in dienst van de kunst, daarbij de serie Poet and Painter makend voor het Festival of Britain in 1951 en experimenten als The Owl and the Pussycat (1952), een stereoscopische (3D) korte film gebaseerd op Edward Lear's nonsense gedicht; The Figurehead (1953), een poppen animatie met progressieve partituur van Matyas Seiber, een student van Kodaly; en Ruddigore (1964), een tekenfilm adaptatie van de Gilbert and Sullivan opera.

Tegen 1950 had de studio meer dan 100 films gemaakt, waarvan twee avondvullende. Hun unieke vermogen om langere werken te maken, voor een volwassen publiek, betekende niet alleen het ontstaan van een nieuw genre animatie, maar bood hen de nodige ervaring om Animal Farm te maken, hun bekendste werk.

De bewerking van George Orwell's klassieker Animal Farm werd uitgebracht in 1954, en kreeg wereldwijd juichende kritieken. Er zijn aanhoudensde geruchten dat de film werd gefinancierd door een geheime CIA operatie, maar Halas hield vol dat het eerder humanistisch en anti-totalitair was dan anti-communistisch. De film is een enorme prestatie, een avondvullend werk van scherpheid en aandoening, dat onze verwachtingen van dierenkarakters herziet tot komische en sentimentele figuren.
De sombere satire van Orwell's roman is verstomd door een controversieel upbeat einde, waarin de dieren nogmaals mobiliseren in verzet tegen autoritair leiderschap, maar de films' uitgesproken politieke standpunt lijkt nog steeds stoutmoedig en ongewoon, vooral in de context van de Britse filmindustrie in de jaren '50.

Halas and Batchelor groeide uit tot een van de grootste animatie studio's in Europa, die allerlei soorten animatiefilms produceerden, van reclamefilmpjes en tv-series tot kunstfilms en experimentele films. Gedurende de jaren dat John en Joy samenwerkten schreef Joy letterlijk honderden scripts. Haar avondvullende film Ruddigore, gemaakt in 1964, was de eerste animatie-operette die perfect de ironische kwaliteit van zijn makers Gilbert and Sullivan ving.

Verdere innovatie ontstond in Cinerama Holiday, ontworpen voor een 'half-cylinder' projectie op drie schermen; hun Foo Foo cartoons (1960) voor ABC-TV; en de gedeeltelijk door de BBC-gefinancierde Tales of Hoffnung serie (1964), waarbij er een animatie gemaakt werd van de karikaturen van Gerard Hoffnung.
In de late jaren '60 verkochten Halas en Batchelor enkele aandelen in de studio aan Tyne Tees Television. In 1970 hadden ze de hele studio verkocht wat resulteerde in het maken van populaire zaterdagochtend cartoons zoals The Jackson Five (1972) en The Osmonds (1973). Midden jaren '70 kochten ze de studio weer terug van Tyne Tees Television en ze gingen verder met het maken van experimentele films op het gebied van computer animatie en internationale co-produkties. Op het gebied van computer animatieproduceerde Halas: Autobahn (1979) en Dilemma (1981). Hij paste ook computer animatie toe in zijn Great Masters series (1985) over de levens en het werk van grote kunstenaars als Da Vinci, Botticelli en Toulouse Lautrec.

Halas bracht Masters of Animation in 1987 uit was President of the International Animated Film Association (ASIFA). Joy Batchelor werkte meer op de achtergrond maar zij ongetwijfeld een briljant en invloedrijk ontwerper en animator. Zij stierf in 1991, vier jaar later gevolgd door haar man. Zij hebben een erfenis nagelaten aan hun dochter Vivien en het bijzondere archief van werk dat een definitie is van enkele van de grootste prestaties in Britse animatie.

John Halas, geboren 16 april 1912, gestorven 20 januari 1995 en Joy Batchelor, geboren 12 mei 1914, gestorven 16 mei 1991.

John Halas (János Halász) werd geboren in Boedapest, Hongarije als de zevende zoon van een Joodse moeder en een katholieke vader. Hij studeerde schilderen aan de academie. In 1932 begon John Halas zijn eigen filmstudio met Gyula Macskássy in Boedapest. Zijn betrokkenheid bij animatie vloeide voort uit zijn werk met George Pal (György Pál Marczincsak) een animator (poppenfilmmaker) die later Hollywood producer zou worden.

Terwijl hij werkte en studeerde in Boedapest ontmoette hij László Moholy-Nagy. Deze ontmoeting ontwikkelde zich toen zij later allebei in Londen werkten. Omdat de studio te weinig werk had verliet Halas Hongarije voor een baan in Parijs, waar hij zijn in Boedapest begonnen studies voortzette.

In deze periode was Joy Batchelor, geboren in Watford Engeland een gevestigd illustratrice die werk maakte voor modetijdschriften en kranten in Londen.
Na in Parijs gewoond te hebben verhuisde John Halas in 1936 naar Londen om de productie Music Man (1938) te voltooien. In deze periode ontmoette hij Joy Batchelor, die ook aan de film werkte.

websites:
. www.halasandbatchelor.co.uk
. www.screenonline.org.uk
. www.mellart.com
. www.ucreative.ac.uk


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 405.