kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Luis Bunuel

Luis Bunuel (1900-1983)

Un chien andalou
Als het aan Luis Buñuel gelegen had, zou hij het negatief van Un chien andalou, zijn samen met Salvador Dalí gemaakte debuutfilm uit 1929, wel hebben willen verbranden, midden op de Place du Tertre. Buñuel deed zijn surrealistische vrienden dat aanbod, toen ze jaloers waren op het succes van de film. Maar Breton, Eluard en de anderen vonden het offer niet nodig. Zo bleef het allergruwelijkste filmbeeld van deze eeuw, erger dan welke geweldsvideo ook, bewaard en dus collectief herinnerd.

Un chien andalou is geen verbeelding van de dromen van Dali en Buñuel, ingebed in een of ander verhaal; het zijn de dromen zelf. Ze hadden er een aantal verzameld en elke droom verworpen die ontvankelijk was voor een of andere duiding, psychologisch, politiek, symbolisch of wat dan ook. Dat maakt Dalí's visioen van een hand vol mieren en dat van Buñuel over een scheermes dat een oog klieft, rijmend op het beeld van een dunne wolk die de maan doorsnijdt, zo sterk en verontrustend.

De vingers die het oog van het meisje (Simone Mareuil) opensperren en het scheermes vasthouden zijn van Buñuel zelf. Het zou banaal zijn te denken dat hij ons straft voor ons voyeurisme. Het enige dat Buñuel eventueel wil is juist ons in zijn nachtmerrie te laten delen. De wellust druipt van het mes en de censuur, die niet ingreep, verloor op dat moment het recht ooit nog een filmbeeld te verbieden. Kijk, doe je ogen open, er is niets dat je niet zou mogen zien, als je wilt en durft. Maar je vergeet het nooit meer.

Sinds Buñuel debuteerde met Un Chien Andalou, een film in samenwerking met salvador dali, is het surrealisme een rol blijven spelen in zijn 50 jaar omspannende oeuvre. Hij is gefascineerd door de beperkingen die maatschappij, kerk en moraal aan ons opleggen, en hoe die klakkeloos worden aanvaard.

Luis Bunuel was waarschijnlijk de bekendste anarchistische, atheistische, surrealistische filmmaker ter wereld. Alhoewel Spaanse cinema jaren lang met deze naam verbonden lag leefde hij het grootste gedeelte van zijn carriere in ballingschap buiten Spanje. Zijn vroege documentaire Las Hurdes (1932) werd gecensureerd door de Spaanse Republikeinse regering, maar later tijdens de burgeroorlog door het Popular Front weer vrijgegeven.

In 1938 vluchtte Bunuel naar Amerika vanwege het opkomende Fascisme in Spanje en West Europa. Hier werkte hij aan oorlogs-documentaires, vertaalde hij films en regisseerde twee Mexicaanse comedies. Door dit commerciele succes was hij in 1950 in staat Los olvidados te maken, een neorealistisch portret over destructief gedrag van de mensheid, met Mexico City en haar jeugd als setting. Verschrikkelijke beelden van mishandeling en het unieke camerawerk van Bunuels vaste cameraman Gabriel Figueroa geven de film een hallucinatorische kwaliteit. De grote schuldige achter deze wereld is het Bourgeois kapitalisme. De film won de director award in Cannes en bracht Bunuel weer internationale bekendheid.

Daarop volgende films waren melodramatische sexuele films enerzijds (The Brute 1952) en comedies (La ilusion viaja tranvia 1954) anderzijds. Ook maakte hij absurde spaanse verfilmingen van Wuthering Heights en Robinson Crusoe. De film El (1952), over een rijke landheer die waanzinnig jaloers wordt op zijn vrouw en haar sexueel bedreigd, waarna deze wegrent en meneer volslagen doorslaat, is waarschijnlijk zijn meest karakteristieke en persoonlijke film uit deze tijd. Ensayo de un crimen (1955), een zwarte komedie over een jonge sadistische moordenaar, zou ook zo gezien kunnen worden.

Nadat hij in Parijs drie anti-fascistische films maakte keerde hij terug naar Mexico om in 1958 Nazarin op te nemen. Het gaat hier om het ironische portret van een jong Christen, die gedesilussioneerd raakt in zijn geloof en in de gevangenis beland. Nog ironischer is de acceptatie van katholieke filmcritici van deze parodie. Een grotere atheist dan Bunuel was namelijk moeilijk in te denken. In Viridiana (1961) komt dit ook duidelijk naar voren. Een zeer mooi en gelovige jongedame, die op het punt staat in het klooster te gaan, wordt door een oversexte rijke oom lastiggevallen. De oom pleegt zelfmoord, maar Viridiana blijft daar met Jorge, zijn bastaard zoon. Een bedelaars feest in het huis van de oom loopt uit de hand, en de gelovige dame wordt hierbij bijna verkracht. Uiteindelijk breekt haar geloof. De film werd ironischerwijs in fascistisch (Franco) Spanje opgenomen. Ondanks pogingen van de Spaanse autoriteiten de film te vernietigen bereikte hij Cannes en won de gouden palm.

In El angel exterminador (1962) krijgt de bourgois moraal de hardste klap. Een groep rijken kunnen na een etentje hun drawing room niet uit, en niemand kan er in. Al snel zijn hun levensomstandigheden erbermelijk. Als ze er ten slotte door de orginele situatie te hercreeren weten te ontsnappen, komen ze alsnog vast te zitten in een kerk waar ze god bedanken. Tenslotte word het gezelschap belaagd door woeste schapen, en anarchitisch geweld. De Bourgeois ethos schept de omstandigheden van een concentratiekamp, en men kan alleen hier uit breken door het begin te hercreeeren.

Le Journal d'une femme de chambre (1964) is zijn meest politieke film, waarin het decadente oversexedte upperclass Frankrijk de historische voorwaarden voor de Nazi bezetting creeert.

In Simon del desierto (1965), een korte film, wordt st. Simon, een heilige die op een 18 meter hoge zuil in de woestijn woont in de 5de eeuw na Chr. uiteindelijk door de duivel verleid en naar New York vervoerd waar hij cola in overvolle discotheken drinkt. De film won de jury prijs van venetie.

In 1967 maakte hij Belle de jour. Deze klassieker, wederom over erotische obsessie won de gouden leeuw in Venetie.

La Voie lactee (de melkweg), 1969, neemt weer de hak met het Christendom. Zwervers reizen naar het heiligdom van James (apostel) in Compostela. OP reis komen ze de meest absurde, afzichtelijke, maar vaak ook vreemd grappige zaken tegen. Critici vonden de film te arcanisch.

Tristana (1970) werd goed ontvangen en behandelt weer de Spaanse problematiek in een familiedrama.

Le Charme discret de la bourgeoisie (1973) gaat wederom over een etentje van rijken dat maar niet op gang komt en in verschillende loshangende verhalen verteld wordt. De film is zeer verwarrend en grappig, en het uitblijven van muziek draagt bij aan Bunuels altijd aanwezige surrealistische sfeer.

In Le Fantome de la liberte experimenteert hij nog verder door geen terugkerend motief te hanteren (zoals de dinner party in Le Charme), maar wel zoveel mogelijk manieren van vertelling te gebruiken. Een zeer surrealistisch werk vol kritiek op de bourgeoisie ontstaat hierdoor terwijl kijkers door het uitblijven van een narratief op het verkeerde been gezet worden.

Zijn laatste film, Cet obscur objet du desir (1977) is een bewerking op een eerder verfilmd boek (La Femme et le Pantin, 1896) waarbij twee actrices het object van verlangen spelen.

In zijn complete oeuvre heeft Bunuel inderdaad bewezen de meest anarchistische filmmaker aller tijden te zijn. Satire en sex, necrofilie, sadomasochisme, fetishisme, kannibalisme en beestachtigheid waren zijn elementen waarmee hij kritiek op de realiteit leverde. Zijn visuele middelen zijn beperkt en simpel, maar hij was dan ook echt onafhankelijk. Daardoor kon hij zich veel middelen in zijn films niet veroorloven, waaronder kleur tot aan 52 en widescreen tot aan 64, maar dat neemt niets weg van de briljante ideeen die er in zitten en de toch zeer treffende beelden die er te zien zijn. Zijn gebrek aan stijl is een stijl op zich. Wat we zien is wat we van hem krijgen, maar juist daarin beduvelt hij ons voor onze eigen bestwil, omdat kijkers zien wat ze zijn in plaats van wat ze willen zijn. Zijn statement 'I have always been an atheist, thanks God.' zegt genoeg.

zie bron:
European Renaissance: West


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1199.