kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Robert Altman

Amerikaanse regisseur,

Altman maakte westerns (Buffalo Bill and The Indians, McCabe and Mrs. Miller), thrillers (The Long Goodbye), psychologische drama’s (Images) en zwarte komedies (A Wedding). In al deze films bewees hij zich als meester van de zogenaamde mozaïekfilm of ensemblefilm, waarin hij meerdere verhaallijnen en tientallen personages vakkundig met elkaar combineerde. De risico’s die hij nam door acteurs veel vrijheid te geven op de set, waren de reden van zijn mislukkingen en van zijn grootste successen.

Altman scoorde maar één commerciële bioscoophit: de antioorlogsfilm M*A*S*H (1970). Op basis van die film is later een succesvolle televisieserie gemaakt. Zijn overige films, waaronder meesterwerken als 'Gosford Park', Nashville (1975), The Player (1992) en Short Cuts (1993), kregen vooral waardering van recensenten, maar bereikten zelden een groot publiek.

Robert Altman stond bekend als een eigengereid man die weinig concessies wenste te doen aan de commercie. Door zijn onconventionele aanpak lag Altman voortdurend overhoop met Hollywood. Ooit zei hij: ,,Hollywood heeft mij niet nodig en het omgekeerde is ook waar.’’. Bij zijn collega’ stond de regisseur hoog in aanzien. Oliver Stone zei ooit dat Altman zijn visie op de wereld heeft beïnvloed.

Altman werd in 1925 geboren in Kansas City, Missouri. Zijn vader verdiende zijn geld als gokker en verzekeringsagent.

Hij begon zijn carrière, na in de oorlog als luchtmachtpiloot te hebben gediend, als bijrolacteur en scenarist, om vervolgens in New York een leven als schrijver te beginnen. In 1950 was Altman weer terug in zijn geboortestad, waar hij korte bedrijfsfilms regisseerde.

Met het succes van zijn eerste lowbudget film 'The Delinquents' (1957), welke hij zelf produceerde, trok hij de aandacht van niemand minder dan grootmeester Alfred Hitchcock, die hem inhuurde om afleveringen van de tv-serie 'Alfred Hitchcock Presents' te regisseren.

Zijn tweede film was de documentaire The James Dean Story. Routine in het vak deed hij op door het regisseren van losse afleveringen van tv-series als Bonanza.

Altman bewees zich als bekwaam tv-regisseur, maar snakte naar het succes op het witte doek. Dat succes kwam er, met de verfilming van het satirische oorlogsboek 'M*A*S*H' (1960). De film won de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes en een Oscar voor Beste Scenario.

Altman greep wel elke gelegenheid aan om te melden dat niet hij maar zijn zoon Mike daar (als 14-jarige) miljonair van was geworden, want die schreef voor de gelegenheid het liedje Suicide Is Painless.

Nadat Robert Altman met M.A.S.H. voor maatschappij 21th Century Fox 37 miljoen dollar winst had gemaakt, leek zijn kostje gekocht. Maar in plaats van een gerieflijke plaats binnen het studiosysteem koos Altman voor een weg in onafhankelijkheid. Dat leverde in de jaren zeventig een reeks briljante films op (Images in 1972, Nashville in 1975, The Wedding in 1977) en wat minder briljante (zoals 3 Women in 1977 en Quintet in 1979) met in alle gevallen een hoog gehalte aan originaliteit.

Met 'Nashville' (1975) werd Altman definitief het lievelingetje van de internationale filmpers.

Altman maakte het liefst ensemblefilms, waarin meerdere verhaallijnen door elkaar liepen en een grote groep acteurs als een familie samenspeelde. M.A.S.H., de komedie over de Korea-oorlog die bedoeld was als commentaar op de Vietnam-oorlog, was daar het eerste voorbeeld van. De countryfilm Nashville uit 1975 vervolmaakte de methode: drama, muziek en politiek werden in het mozaïek op fraaie wijze gecombineerd. Zowel voor M.A.S.H. als voor Nashville kreeg hij Oscarnominaties.

Altman bleef tot aan het einde van zijn leven opmerkelijke films maken, al waren niet al zijn projecten even geslaagd. De blockbuster 'Popeye' (1980) en latere projecten als 'Prêt-à-Porter' (1994) en 'Dr. T and the Women' (2000) werden door de filmpers ronduit slecht onthaald.

Zijn voortdurende gevecht met Hollywoods gevestigde orde leek hem in de jaren tachtig ten gronde te richten. De regisseur kreeg geen grote producties meer van de grond. Hij raakte aan de drank, kreeg problemen met zijn hart en zocht zijn heil uiteindelijk in Europa. Vaak maakte Altman ruzie met zijn producenten, onder wie de Nederlander Ludi Boeken, met wie hij de productie Vincent en Theo (1990) maakte over Vincent van Gogh. In een interview met het AD betichtte hij Boeken van oplichting, hetgeen bijna resulteerde in een proces wegens smaad.

DAn kwam toch nog zijn meest succesvolle periode in de jaren negentig, toen hij kort op elkaar The Player (1992) en Short Cuts (1993) maakte. The Player was een satanische satire die Altmans relatie met Hollywood samenvatte. Op het festival van 1992 won hij er de regieprijs mee, terwijl zijn hoofdrolspeler Tim Robbins de acteursprijs in de wacht sleepte. „In The Player heb ik het cynisme van Hollywood willen verbeelden“, „Maar juist het soort mensen dat je dacht voor gek te hebben gezet, komt je dan uitbundig feliciteren. Het zijn boekhouders. Het maakt hen niet uit of ze investeren in films of hoelahoep-hoepels, zo lang ze maar winst maken.“

Short Cuts was gebaseerd op korte verhalen en gedichten van Raymond Carver. Op het Festival van Venetië in 1993 kreeg hij er de Gouden Leeuw voor, benevens de acteerprijs voor de complete cast van zijn film.

Met Kansas City uit 1996 keerde hij terug naar de stad in een film die, zoals hij zelf zei, gestructureerd was als de jazzmuziek die hij er in zijn jeugd hoorde. Het zwakke misdaadverhaal dat het basismotief van de film vormde, was slechts een aanleiding voor een losse sfeertekening en veelal geïmproviseerde scènes.

Short Cuts, een bewerking van meerdere korte verhalen van auteur Raymond Carver bracht opnieuw een groot ensemble op de been, net als de flop die direct daarop volgde, het portret van de modewereld Prêt-à-porter.

Op het einde van zijn carrière draaide Altman nog een van zijn meest geprezen films: 'Gosford Park' (2001), die hem een Oscarnominatie voor Beste Regisseur opleverde.

In totaal werd Altman vijf keer genomineerd voor een Oscar, maar won nooit. Wel kreeg hij in 2006 nog een ere-Oscar voor zijn hele oeuvre. ‘Deze onderscheiding zou wel eens te vroeg kunnen komen.’, zei de Amerikaanse regisseur Robert Altman bij die gelegenheid. Hij onthulde dat hij elf jaar eerder een transplantatiehart had gekregen, afkomstig van een vrouw van in de dertig. Het hart kon dus nog zeker veertig jaar mee, en Altman ging die tijd volop benutten.

Robert Altman overleed 21 november 2006 op 81-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles aan de gevolgen van kanker.

Zijn laatste film, A Prairie Home Companion met Meryl Streep in de hoofdrol, wordt in februari in Nederland uitgebracht.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 425.