kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Swinging-London

In 1966 won Blow-up van Michelangelo Antonioni de Gouden Palm in Cannes. 'London' had in deze film een hoofdrol en gaf zijn naam mee aan een filmgenre: de Swinging London-film.

Blow-up is dé film uit dit genre die in ieders geheugen gegrift staat. Tussen 1964 en 1970 werden echter ook veel films gemaakt die inmiddels behoren tot de canon van filmklassiekers, maar sinds hun première niet meer vertoond zijn met befaamde titels als A Hard Day’s Night (Richard Lester, 1964) en minder bekende films als Catch Us If You Can (John Boorman, 1965).

In de jaren zestig was Londen de stad waar het allemaal gebeurde. Jongeren trokken van de buitenwijken naar de binnenstad om het saaie en burgerlijke bestaan van hun ouders te ontvluchten. Voor het eerst had de jeugd de middelen om zich
af te zetten tegen de muffige belevingswereld van hun ouders en zich over te geven aan alles wat de consumptiemaatschappij hun te bieden had. De films in het Swinging London-programma schetsen een beeld van de jongerencultuur in de jaren zestig: een tijd van vrije seks, Mods en Rockers, psychedelische popmuziek, groovy taalgebruik en nieuwe mode.

Kitchensink
Eind jaren vijftig ontstond de Britse New Cinema, een sociaal-realistische filmstroming die haar thema’s en technieken overnam van het Italiaanse neorealisme en de Franse nouvelle vague. Omdat de films van de New Cinema-beweging het dagelijks leven van de working class lieten zien - in somber zwart-wit - werden ze ook wel kitchensinkdrama’s genoemd. Veelal gesitueerd in de industriële Midlands, handelen deze films over de rebellerende jeugd uit de arbeidersklasse die zich verzet tegen de geestelijke dufheid van hun ouders en vrienden.

De Swinging London-films waren een reactie op het kitchensinkdrama. Regisseur Richard Lester zette de toon met de eerste Beatles-films A Hard Day’s Night (over een dag uit het leven van de Fab Four), Help! en The Knack ... and How to Get It (beide uit 1965), waarmee de regisseur een Gouden Palm won. In The Knack ... and How to Get It steekt hij de draak met de puriteinse moraal uit de kitchensinkdrama’s en brengt hij met een knipoog een hommage aan de jeugdcultuur. Lester gebruikte filmtechnieken van de New Cinema-beweging - hij filmde met een handheld camera - en combineerde deze met nieuwe ‘filmische trucjes’: stilstaande en versnelde beelden, reclameteksten en het hergebruik van oude films en archiefmateriaal. Hiermee creëerde Lester een nieuw soort komedie: onconventioneel, ongedwongen, muzikaal en vrolijk. En altijd met de stad Londen als decor, het speelterrein van de seksuele revolutie.

In tegenstelling tot de Swinging London-komedies, die de vrolijke kanten van de seksuele revolutie laten zien, benadrukken films als Darling (John Schlesinger, 1965), Alfie en Georgy Girl de schaduwzijden van het tijdperk. Zo kampt de egocentrische titelheld in Alfie, een onverbeterlijke rokkenjager (Michael Caine), met de zinloosheid van zijn bestaan (‘What’s it all about?’). Zijn dagen zijn gevuld met oppervlakkige seksuele escapades waarvoor hij geen verantwoordelijkheid wil dragen.

Psychedelisch
Midden jaren zestig had het gebruik van LSD en andere hallucinerende middelen zijn weerslag op de kunstwereld. Niet alleen acteurs, popartiesten en beeldend kunstenaars, maar ook filmmakers stortten zich op het geestverruimende experiment. In Wonderwall (Joe Massot, 1969) ontdekt een verstrooide professor door een gat in de muur dat het leven van zijn buren een stuk kleurrijker is dan het zijne. De professor raakt geobsedeerd door de onbekende wereld aan de andere kant van de muur en komt terecht in een psychedelisch sprookje.

Het Swinging London genre bevat ook experimentele films. Zo zijn er popfilms van Peter Whitehead, de regisseur die de toon zette voor de kunstzinnige, experimentele en gedurfde videoclip. Daarnaast geeft de underground documentaire Tonight Let’s All Make Love in London (1968) van Peter Whitehead een flitsend beeld van Londen op het hoogtepunt van de jaren zestig, gezien door de ogen van enkele hoofdrolspelers uit die periode. Onder meer Michael Caine, Julie Christie, David Hockney, Mick Jagger en Vanessa Redgrave komen aan het woord. Ook Allen Ginsberg en Lee Marvin maken hun opwachting. De soundtrack is van Pink Floyd, The Animals en The Rolling Stones


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 692.