kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Bernard F. Eilers

Volledige Bron, 2466 afbeeldingen en Relevante verwijzingen: fotograaf Bernard F. Eilers (1878-1951) heeft zich op vele terreinen van de fotografie gemanifesteerd. Hij beoefende niet alleen de traditionele genres als het stadsgezicht, het portret en stilleven, maar ook de architectuurfotografie, kunstreproductie en reclamefotografie, landschapsfotografie en de industriële reportage. Lange tijd was Eilers de vertolker van de fantastische architectuur van de Amsterdamse School. Eilers muntte ook uit in de tot dan toe nauwelijks toegepaste kleurenfotografie. Hij was in staat om er clichés van te maken die de Lumières versteld deden staan.

Eilers had als kunstfotograaf in zijn tijd een grote naam in binnen- en buitenland. Hij liet zich inspireren door de schilders van het Hollandse licht, de zeventiende-eeuwse meesters evengoed als de Amsterdamse impressionisten Breitner en Witsen.

Ontwikkeling
Bernard Eilers werd op 24 april 1878 geboren in een eenvoudig milieu van winkelbediendes en naaisters. Zijn vader stierf toen Bernard vijf jaar oud was en liet zijn vrouw met vier kinderen in behoeftige omstandigheden achter.

Eilers wilde altijd al kunstenaar worden. Maar er was niet genoeg geld om naar de kunstacademie te gaan. Hij werd schildersleerling en als dertienjarig jongetje kreeg hij een baantje als leerling-lithograaf bij de firma L. van Leer & Co. Daar leerde hij de fijne kneepjes van het drukkersvak. 's Avonds ging hij naar de Teekenschool voor Kunstambachten om toch verder te komen.

In 1907 richtte hij zijn eigen Fotochemiegrafische Inrichting Eilers & Wolf op.
In de tussenliggende jaren had Eilers zich intensief met fotografie beziggehouden. In zijn werk als lithograaf nam de autotypie-fotografie een belangrijke plaats in. De werking van de camera was hem vertrouwd en ook het mengen van baden voor het gieten van de natte platen, het gebruik van kleurfilters, retouche en het experimenteren met kleurbaden behoorden tot zijn dagelijks werk.

Voor zijn opdrachtgevers maakte Eilers niet alleen de clichés, maar steeds meer ook de fotografische opnamen. Zo was hij in 1908 al geen onbekende meer in het Rijksmuseum, waar hij opnamen maakte van schilderijen. Twee jaar later fotografeerde hij voor de firma Liberty (Metz & Co) slaap- en woonkamerinterieurs voor een geïllustreerde brochure. Van zijn clichémakerij in de Beursstraat naar zijn Inrichting voor Artistieke Lichtbeeldkunst aan de Amstelveenseweg 83 was zo een minder grote stap dan het op het eerste gezicht lijkt. Dit wordt nog eens onderstreept in de tekst van de reclamefolder voor zijn nieuwe fotografische atelier. Eilers presenteerde zich hierin niet alleen als portret-, reproductie- en architectuurfotograaf, maar hij bood zijn klanten ook ‘procédés voor de cliché-techniek' en ‘foto-teekening combinaties voor de grafische industrie'.

Hij was lid van de Amateur-Fotografen Vereeniging en de Nederlandsche Club voor Fotokunst en de Nederlandsche Fotografen Kunstkring. Hij werd medewerker van De Camera. Modern fotografisch tijdschrift. In februari 1908 trad hij voor het eerst met eigen werk naar buiten. In gebouw Concordia aan de Nieuwezijds Voorburgwal hingen die maand meer dan 50 foto's, die de kunstcritici lovende bewoordingen ontlokten over de wijze waarop Eilers met zijn foto's atmosfeer en ‘geziene en gevoelde stemmingen' als bij Willem Witsen.

In Het Stedelijk Museum toonde Eilers ongebruikelijk werk: heiers en grondwerkers in de immense bouwput aan de westzijde van het Centraalstation en mestkruiers en schuitenjagers langs de vaarten aan de westkant van de stad.

Om zijn brood te verdienen gaf Eilers ook les op de Grafische School (nu heet die school Grafisch Lyceum Amsterdam). Samen met anderen heeft hij daar afdeling fotografie opgezet. Maar het liefst ging hij, als hij tijd over had, met zijn camera de straat op om Amsterdamse straten en mensen te fotograferen.

Amsterdam
Amsterdam was voor Eilers ‘de stad der steden', zijn grote liefde, zoals hij zelf zei, en ‘de spiegel van zijn ziel'. Anders dan bij een fotograaf als Jacob Olie ging het hem niet om het stadsgezicht als zodanig, maar om ‘wat er achter zit, zoo ongeveer als bij een schilderij'. Zijn innige verbondenheid met de stad, haar zeventiende-eeuwse grachten evengoed als het drukke handelscentrum rond Dam en Damrak, zijn visie op het karakter en de historische ontwikkeling van Amsterdam, zijn beeldende talenten en zijn grote bewondering voor schilders als Jacob Maris, George Breitner en Willem Witsen vormen samen de ingrediënten voor het kunstenaarschap waarmee Eilers ‘het wezen' van Amsterdam vertolkte. Het wezen dat zich volgens hem vooral openbaarde op winterochtenden, wanneer de nevel nog niet is opgetrokken en alles omweeft met een witzilverig licht dat de huizendetails verdoezelt. Dat waren zijn geliefde ‘zeurige dagen', waarop de geest van ‘meester Witsen' rondwaarde. Zo schiep Eilers zijn eigen Amsterdam, talloze malen opnieuw.

Internationaal
Eilers heeft er veel aan gedaan zijn foto's ook buiten de internationale kring van kunstfotografen en critici onder de aandacht te brengen. In 1910 en 1912 bracht hij in eigen beheer kunstkalenders met zijn foto's uit en in de jaren twintig verschenen er onder de titel ‘Stemmingsbeelden' vier series prentbriefkaarten, in fotogravure op kunstdrukpapier. Aan het eind van de jaren dertig greep Eilers weer naar een ander middel om zijn beelden en ideeën uit te dragen voor een groot publiek: lezingen met lantaarnplaatjes. Hij stelde er drie samen, waarvan de beeldencyclus '40 jaar Amsterdam, de ziel der stad' een doorslaand succes werd.
Na de bevrijding heeft de voorzitter van den Bond van Nederlandse Amateur-Fotografen Verenigingen nog gepoogd het stadsbestuur over te halen de collectie voor de stad te verwerven, zodat ze ‘niet voorbestemd hoefde te zijn om te vergrijzen in het Gemeentearchief'. Daar zijn ze vele jaren later na een omzwerving toch terechtgekomen. Inmiddels schoongemaakt en gedigitaliseerd, zullen ze op de tentoonstelling weer geprojecteerd worden en een nieuwe generatie in de ban brengen van Eilers' Amsterdam.

Portretfotografie
Wie zich door Eilers in zijn atelier aan de Amstelveenseweg 83 wilde laten portretteren, kon verzekerd zijn van ‘persoonlijke bewerking'. Zijn klanten op woonden op loopafstand, in de nieuwe buurten van Amsterdam-Zuid en –West. Bewoners van de binnenstad gingen vooral naar Jacob Merkelbach zijn luxe atelier op de bovenste etage van het modepaleis van Hirsch & Co aan het Leidseplein.
Toch kwamen in Eilers' bescheiden ambiance niet alleen buurtbewoners. Aan zijn contacten in de wereld van kunsten en wetenschappen danken we een aantal fraaie ‘studies' van uiteenlopende figuren als de architecten Michel de Klerk en H.P. Berlage, de beeldhouwers Hildo Krop en John Rädecker, de schrijvers Israël Querido en Jef Last, de acteurs en Frank Luns, de fotografen Henri Berssenbrugge en Adriaan Boer en vele anderen. Eilers hanteerde voor zijn portretten een sobere, heldere stijl, waarvoor critici in zijn tijd veel waardering hadden.
In zijn folder afficheerde hij zich als fotograaf van ‘architectonische opnamen, in- en exterieurs, in correcte perspectivische- en kleurverhoudingen'. Op de vroegste opnamen vinden we de bouw van de tramremise aan de Havenstraat en van de plantenboterfabriek aan de Distelweg, beide in opdracht van de Algemeene Beton Maatschappij NV. Voor de Spoorwegen reisde hij in 1912 het hele land door om stationsgebouwen, spoorlijnen, viaducten, werkplaatsen en seinwachterhuisjes vast te leggen.
Zijn foto's geven een intrigerend kijkje in werkplaatsen en fabriekshallen, winkels en kapperszaken van het vooroorlogse Nederland; van het met de hand vullen van potjes zalf bij Boldoot tot de gestandaardiseerde productie van Gazellefietsen, van lampen en radio's bij Philips en de koekjes van Verkade.

Architectuurfotografie
Zijn bloeiperiode wat de architectuurfotografie betreft viel samen met de Amsterdamse School. Het eerste ontwerp in deze richting was het Scheepvaarthuis van J.M. van der Mey.
Kramer en De Klerk ontwierpen ook meubels en salons voor de firma 't Woonhuys, die door Eilers werden gefotografeerd. Beroemde projecten van de Amsterdamse School-architecten zijn onder andere de woningblokken in de Spaarndammerbuurt van De Klerk, de villa's in Park Meerwijk in het Noord-Hollandse dorp Bergen, waaraan een hele groep architecten heeft meegewerkt, en de woningbouw in Plan-Zuid van De Klerk en Kramer. In 1918 verscheen het eerste nummer van Wendingen. Tijdschrift voor bouwen en sieren, een uitgave van Architectura et Amicitia. Dit tijdschrift werd voor Eilers het mooiste podium dat hij zich kon wensen voor zijn architectuurfoto's. In de jaren dat Wijdeveld hoofdredacteur was (1918-1925) verschenen Eilers' foto's vaak paginagroot, sierlijk omlijst door Wijdevelds typografie. Anders dan in die dagen gebruikelijk was, vermeldde de titelpagina de naam van de fotograaf, zodat dankzij de internationale verspreiding van het blad Eilers' naam ook over de grenzen bekend werd. Eilers maakte niet alleen architectuuropnamen voor het blad, maar verzorgde ook de fotografie voor beroemd geworden themanummers over schelpen, kristallen en het moderne theater.

Reproductie
Naast de portretfotografie en ‘Industrie, Bouw, Werk' was er nog een derde belangrijke pijler waarop Eilers' fotografische onderneming rustte: de kunstreproductie. Onder zijn klanten telde Eilers naast kunstenaars als Jan Toorop en r,N Roland Holst ook grote musea als het Rijksmuseum en het Frans Halsmuseum, kunsthandelaren als de firma's Douwes en Goudstikker en verzamelaars als Frits Lugt. In 1916 kreeg Eilers de eervolle opdracht de Nachtwacht van Rembrandt na een opknapbeurt te fotograferen

Kleurenfotografie
Eilers muntte ook uit in de tot dan toe nauwelijks toegepaste kleurenfotografie die alleen nog maar het best bekeken kon worden door middel van projectie. Eilers was in staat om er clichés van de maken die de Lumières versteld deden staan.
Van Eilers' hand zijn ruim dertig autochromes bewaard: stillevens, portretten, bloemen en planten, een enkel landschap en stadsgezicht, schilderijreproducties en reclameontwerpen. Voor deze gelegenheid zijn ze schoongemaakt en waar nodig van een nieuw dekglas voorzien. Met behulp van hedendaagse technieken zal een keuze daaruit op de tentoonstelling te zien zijn.
Ook paste hij de techniek van meerkleurendruk toe die hij ook had geleerd als clichémaker (meerkleurendruk). Omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van drie platen was deze techniek ongeschikt voor het fotograferen van portretten en landschappen. Even heeft hij de weg bewandeld van broomoliedrukken die de meest fantastische kleuren opleverde. Begin jaren dertig ontwikkelde hij een geheel eigen kleurenprocédé: foto chroma eilers.
Alle bewondering, lovende recensies en erelidmaatschappen ten spijt was het niet Eilers' vinding die voor een doorbraak van de kleurenfotografie zorgde. Die kwam uit een heel andere hoek: de moderne kleurenfilms van Agfa en Kodak. Eilers heeft zich nog korte tijd met deze diafilms vermaakt. In het eerste oorlogsjaar fotografeerde hij met een stereocamera rondom zijn huis en in de stad. Het is wonderlijk om te zien hoe zijn beeldtaal in al die decennia, ondanks alle technische vooruitgang, onveranderd is. Het zijn nog steeds dezelfde motieven die hem verleiden tot het nemen van een foto: besneeuwde dekschuiten, oude huizen die zich in het water spiegelen en herfststemming in het Vondelpark. Voor de fotografen van zijn tijd hadden deze beelden geen betekenis meer, maar wij laten ons er graag door betoveren.

Met behulp van digitale technieken zijn Eilers' kleurscheidingsopnamen gereconstrueerd, zodat een selectie eruit op de tentoonstelling te zien zal zijn. Dankzij een ruimhartige subsidie van het Geheugen van Nederland zal binnenkort de hele collectie kleuropnamen van Eilers op Internet bekeken kunnen worden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1268.