kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

camera obscura

Camera Obscura

De Camera Obscura, voorloper van de fotocamera, is een lichtdichte doos met aan de voorkant een klein gaatje, later ook wel een lens. Richt je het gaatje van de camera obscura naar een verlicht voorwerp dan verschijnt een omgekeerd (en verkleind) beeld van dit voorwerp precies tegenover dat gaatje op de achterwand. Is deze wand van matglas dan kun je op de achterkant van dit glas de afbeelding zien. Het beeld dat op het matglas ontstaat, kun je overgetrekken en verder uitwerken of bestuderen. Het beeld ontstaat door de rechtlijnige voortplanting van het licht. Van elk lichtgevend punt van het voorwerp gaan stralen uit. De stralen die door het gaatje gaan, tekenen elk een lichtpunt op de wand. Het geheel van al die lichtpunten vormt het beeld van het voorwerp. Dit beeld is omgekeerd en kleiner dan het voorwerp zelf. Omdat het beeld gevormd wordt door stralen die rechtstreeks van het verlicht voorwerp komen, spreken we van een reëel beeld.

Als we de wand tegenover het gaatje vervangen door een gevoelige fotografische plaat of film, dan vormt zich hierop een negatief beeld, dat te voorschijn komt wanneer we de plaat of film ontwikkelen. Het beeld wordt negatief genoemd omdat de lichte delen van het voorwerp er zich donker op aftekenen, en de donkere delen licht. Met lichtgevoelig papier kunnen we dan zoveel positieve beelden maken als we willen. De kartonnen doos speelt zo de rol van fototoestel zonder objectief.

camera obscura een manshoge donkere kamer met aan één kant een klein gat waardoor binnenin, op de tegenovergelegen wand, een projectie verscheen, die gespiegeld was en op z'n kop. In de vijfde eeuw voor Christus wordt in Chinese geschriften al melding gemaakt van dit fenomeen.

Wanneer Aristoteles in de 4de eeuw voor Christus de zonne-eclips observeerde had hij al kennis van de beeldvorming op een wand in een donkere kamer door een gaatje.

In de tiende eeuw na Christus deden Arabische wetenschappers de ontdekking dat de scherpte van het beeld veranderde door het vergroten en verkleinen van de opening, een primitieve vorm van scherpstellen, een vondst die op termijn zou leiden tot het gebruik van lenzen.

centraal perspectief
In Europa, in de Renaissance, werd de camera obscura als technisch hulpmiddel door kunstschilders gebruikt, wat mede leidde tot de ontdekking van het centraal perspectief (een perspectief dat vanuit één, individueel standpunt wordt waargenomen, een voor die tijd vers en bijna pervers opwindend standpunt).

Leonardo da Vinci was de eerste die een uitvoerige beschrijving van de Camera Obscura gaf. In 1519 beschrijft Leonardo da Vinci hoe een camera obscura kan gebruikt worden voor het waarnemen van zonsverduisteringen. Door gebruik te maken van de camera obscure kijkt men niet direct naar de zon, maar naar een projectie.

In het boek van Gemma Frisius "Ratio astronomico et geometrico liber", uitgegeven door Plantijn te Antwerpen in 1545, vindt men een uitvoerige beschrijving van een camera obscura die gebruikt werd voor de waarneming van de zonsverduistering op 24 januari 1544 te Leuven.

Gerolano Cardano, een Italiaanse wiskundige (1501-1576), bracht in zijn camera obscura een convex geslepen lens aan in plaats van het klein gaatje, zodat hij een veel helderder beeld bekwam.

Verdere beschrijvigen van zowel vaste als verplaatsbare donkere kamers zijn van de hand van Giovanni Battista della Porta (1558), Anastasius Kircher (1646), Johannes Sturm (1676) en Johannes Zahn (1685). In deze periode wordt het gebruik van de camera obscura als hulpmiddel bij het tekenen (perspectief) ook algemeen toegepast.

Daniël Barbaro uit Venetië schreef: " Sluit alle deuren en vensters tot alle licht buitengesloten is, behalve het licht door de lens. Houd hiertegenover een blad papier en beweeg dit naar voor en naar achter tot het beeld zo scherp mogelijk is. Op het papier zie je het ganse uitzicht zoals het werkelijk is, met de afstanden, de kleuren en de schaduwen en bewegingen, de wolken, de schittering van het water, de vlucht van de vogels. Door het papier stil te houden kan je het ganse perspectief met een pen natekenen en de schaduwen en kleuren zo natuurlijk mogelijk inkleuren."

Die eerste camera's hadden soms enorme afmetingen. Van Giovanni Battista della Porta wordt verteld dat hij een camera maakte met zitplaatsen voor zijn gasten. Buiten speelde een groep akteurs en de bezoekers konden de beelden van het spektakel op de wand van de camera bewonderen. Maar bij het zien van de akteurs, omgekeerd bewegend op de camerawand, raakten de bezoekers in paniek en vluchtten weg en della Porte werd voor de rechtbank gesleept en beticht van hekserij.

1806 Camera Lucida
Camera Lucida (van het Latijn: heldere kamer). Met dit eind 1806 door de Engelse natuurkundige William Wollaston uitgevonden instrument (feitelijk niets meer dan een prisma en twee lenzen op een standaard) kan iemand een voorstelling projecteren op een vlak stuk papier, wat het overtekenen ervan aanmerkelijk vereenvoudigt.

Nog tot in de negentiende eeuw werden voortdurend pogingen gedaan om de camera obscura te verbeteren; bijvoorbeeld door betere lenzen te gebruiken en spiegels toe te voegen die de hinderlijke omkering van het beeld corrigeerden. Het was de Franse uitvinder Joseph Niépce die in 1826 als eerste het met een camera obscura opgeroepen beeld, een opname uit het raam van zijn studeerkamer, op foto wist vast te leggen. Hij noemde het resultaat een 'heliografie', naar het Griekse woord voor 'zon'.

Titel: Geheime kennis: de herontdekking van de verloren gegane technieken van de oude meesters
Auteur: Hockney, David

ISBN: 9055444189, Uitgever: Ludion, cop. 2002,
David Hockney deed iets uitzonderlijks; hij legde zijn penselen neer en stopte met schilderen. Hij raakte gegrepen door de wens om na te gaan hoe kunstenaars in het verleden erin geslaagd waren om hun omgeving zo nauwkeurig en intens af te beelden. Als schilder werd hijzelf steeds met soortgelijke technische problemen geconfronteerd en hij vroeg zich af: 'Hoe deden ze dat?' In de volgende twee jaar offerde hij zijn tijd helemaal op om het geheimzinnige spoor te volgen, gedreven op zoek naar de verborgen geheimen van de Oude Meesters. Toen het nieuws van zijn onderzoek zich verspreidde, werden zijn sensationele ontdekkingen het onderwerp van krantenkoppen, media-aandacht en discussie onder belangrijke wetenschappers, kunsthistorici en museum-directeuren over de hele wereld.
Tijdens zijn zoektocht ontdekte hij dat, vermoedelijk al sinds 1430, gebruik werd gemaakt van optische technieken om zodoende het tekenen te vergemakkelijken. Hockney heeft dezelfde technieken uitvoerig uitgeprobeerd en er honderden portretten mee gemaakt. Daarnaast heeft hij uitvoerig gecorrespondeerd met wetenschappers en kunsthistorici over dit onderwerp. Naast het visuele gedeelte komt het schriftelijk bewijsmateriaal aan bod. Naast een verzameling van citaten en illustraties, gekozen uit vele documenten die zijn stelling onderbouwen, worden de camera obscura en de camera lucida uitvoerig behandeld, met een aantal teksten over de geheimhouding van de toepassing in het verleden. David Hockney biedt met dit prachtig geïllustreerde boek (kleur, zwart-wit) een geheel nieuw inzicht in de schilderkunst van het Westen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 47.