kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Eugène Atget

Franse fotograaf, geboren 1856 Libourne, Bordeaux - overleden 1927 Parijs.

Eugene Atget was dertig jaar lang actief als fotograaf in Parijs en liet na zijn dood een immens fotoarchief achter. Zijn werk ontstond vanuit een enorme bezetenheid. Hij wilde een volledige documentatie van het oude Parijs en de landgoederen van het Ancien Regime. Meer dan tienduizend 8 x 10 inch glasnegatieven bevatte zijn archief. Alleen al in de periode tussen 1898 en 1902 maakte hij zo'n veertienhonderd opnamen.

In zijn benadering en in zijn encyclopedische opzet bleef Atget trouw aan 19de eeuwse documentaire conventies. De eenvoud en helderheid van zijn fotografische methode zijn zo tijdloos dat zijn werk nog steeds fascineert. Tegelijkertijd was deze bijzondere man - die voor hij zich tot de fotografie wendde gevaren had en toneelspeler was geweest - een hartstochtelijk Dreyfusard en links georienteerde burger. In enkele series over de moderne stad die hij voor de Bibliotheque Nationale maakte, fotografeerde hij op dezelfde raadselachtig droge wijze een morsige frietkraam, winkels met tweedehands kleding, oud roest, wachtende hoeren en nooit de trotse verworvenheden van het eigentijdse leven zoals nieuwe gebouwen, warenhuizen of modern transport.

Biografie
1875-77 Matroos.

1879-81 Eugene Atget studeert aan het Conservatoire d'art Dramatique in Parijs, maar verliet de school zonder examen te doen.
1881-1896 Reist met een theatercompagnie door Frankrijk. Hij nam rollen aan bij theaters in verschillende Parijse voorsteden, waar hij kennis maakte met de actrice Valentine Delafosse, die zijn levensgezellin zou worden. In die jaren begon hij ook al te fotograferen met een zelfgekochte camera.

In 1896 begint Atget te tekenen, schilderen en fotograferen.

Toen hij in 1898 merkte dat er een grote vraag was naar foto's van het oude Parijs, besloot Atget beroepsfotograaf te worden. Hij bedacht een werksysteem en bouwde een vaste klantenkring op. Aanvankelijk concentreerde hij zich op Parijs en fotografeerde hij onder andere straatverkopers en architectonische details, maar vooral gebouwen die met de sloop bedreigd werden. Later maakte hij ook foto's van de voorsteden. Zodra hij vond dat hij bepaalde onderwerpen voldoende behandeld had, richtte hij zich op nieuwe.

In het begin verkocht Atget zijn documenten aan schilders, onder wie Braque en Utrillo, en aan illustratoren, historici en bibliotheken. Zijn onderwerpen liepen uiteen van deurknoppen tot tuinsculpturen en van gevels van historische gebouwen tot etalages van kleine middenstanders. Al zijn foto's, afgedrukt in nauwe samenwerking met zijn levensgezellin, werden zorguldig gecatalogiseerd om ieder type klant van het door hem benodigde beeld te kunnen voorzien.

In de jaren 1898-1914 fotografeert hij in de wijk Saint-Séverin van Parijs.

In 1898 begon hij aan zijn levenswerk, het zo volledig mogelijk documenteren van het oude Parijs en van de landgoederen van het 'ancien regime'. Atget fotografeerde vanuit een enorme bezetenheid: van de ca 10.000 glasplaten die nu tot zijn werk gerekend worden, maakte hij er 1400 in de periode 1898 - 1902.

1899 Eugene Atget opent zijn eigen fotostudio in Parijs en begint aan een lange serie foto's van winkeliers, winkeletalages en straten.

Enkele thema's waarmee hij zich in de periode 1910-1912 bezig hield waren Parijse huizen, Paardenkoetsen in Parijs en Vestingwerken.

Omdat hij wilde dat zijn collectie goed bewaard zou worden, verkocht Atget zijn 2621 platen in 1920 aan de Ecole des Beaux Arts. Na de verkoop van 2600 glasnegatieven aan Les Monuments Historiques in 1920 viel de belangstelling voor zijn werk vrijwel stil: voor nostalgie was in de periode na de eerste wereldoorlog geen plaats meer.

Hij begon foto's voor schilders te maken die zij als hulpmiddel bij het schilderen gebruikten, wat hem naar de meest afgelegen buitenwijken van Parijs bracht. In 1921 vervaardigde hij voor de schilder en illustrator André Dignimont (1891 – 1965) een aantal portretten van prostituees in de Rue Asselin.

1924 Zet zijn Parijse fotoreeksen voort.

Gyula Halász, die in 1932 het pseudoniem Brassaï aannam (afgeleid van 'de Brassó', zijn geboorteplaats), was een autodidact op het gebied van de fotografie. Hij studeerde aanvankelijk aan de kunstacademies van Boedapest en Berlijn. In 1924 vertrok hij als journalist naar Parijs. Hier maakte hij in 1925 kennis met de fotograaf Eugène Atget, wiens werk later een grote inspiratiebron voor hem zou zijn.

1926 Atget ontmoet Berenice Abbott die jarenlang assistent en leerling was geweest van Man Ray.

Atget weigerde foto's te maken met iets anders dan zijn oude houten 18 X 24 cm camera. Hij vond dat de Rolleiflex die Man Ray hem gegeven had sneller werkte dan hij kon denken. Het gevolg was dat hij altijd veel bagage bij zich had.

Atget overleed op 4 augustus 1927, kort nadat hij Berenice Abbott in haar studio geportretteerd had. Berenice Abbott, die in 1928 het grootste deel van zijn nalatenschap verwierf, begon zijn werk te inventariseren en zorgde ervoor dat het in tentoonstellingen opgenomen werd. In 1930 was ze samen met de galeriehouder Julien Levy verantwoordelijk voor de eerste publicatie van Atgets foto's, wat tot internationale erkenning van zijn werk leidde.

'Zet mijn naam er niet bij. Ik maak slechts documenten', zei Atget tegen Man Ray die in 1926 een viertal van zijn foto's wilde publiceren in het juninummer van La Revolution Surrealiste. Voor surrealisten zoals Man Ray en Andre Breton pasten Atgets foto's door hun raadselachtige alledaagsheid op een volstrekt natuurlijke manier in hun programma. Sinds die publicatie en vooral na zijn dood raakte het werk van Atget bekend in avant-garde kringen en gold hij wegens zijn onopgesmukte wijze van fotograferen als voorloper van het modernisme in de fotografie. In feite was Atget een documentair fotograaf die werkte in de 19de eeuwse Franse traditie van historiserende overzichten van landschappen en monumenten. Zijn mentaliteit was verwant aan die van de leden van Vieux Paris, een vereniging die zich in het door Hausmann gemoderniseerde Parijs inzette voor het behoud en de documentatie van de oude stad.

Een jaar na zijn dood verwierven de Amerikaanse fotografe Berenice Abbot, assistente van Man Ray en bewonderaarster van Atget, en galeriehouder Julien Levy, een groot deel van zijn nalatenschap via Atgets vriend, de toneelspeler Andre Calmettes. In 1968 verkochten zij deze collectie aan het Museum of Modern Art in New York dat in de jaren tachtig in vier tentoonstellingen met bijbehorende catalogi zijn werk uitputtend in kaart heeft gebracht.

Zie Avro Close Up voor een documentaire over Atget en Abbott: http://player.omroep.nl/?aflID=8708673&rid=1


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1293.