|
HOMEPAGE KUNSTBUS HOMEPAGE MUZIEKBUS Verkopen op Kunstbus? Begin je eigen winkel in kunst, literatuur, muziek en/of antiek & design Online in vijf minuten! Laatste kunst & cultuurnieuws kunstagenda, redactioneel, recensies www.kunstbus.nl |
Index lexicon: A B C D E F G H I
J K L M N O P Q R
S T U V W X Y Z 0-9
19201915 1916 1917 1918 1919 1920 1921 1922 1923 1924 192519201915 1916 1917 1918 1919 1920 1921 1922 1923 1924 1925Francis Picabia Na een verblijf in Zwitserland in 1918 werd Picabia de gangmaker van de Parijse Dada-beweging, die in 1920 rond de schrijver André Breton ontstaan was. Later organiseerde hij Dada-manifestaties waaraan ook Marcel Duchamp meedeed. Het is in deze periode dat Duchamp zijn Mona Lisa met snor op de salon presenteerde; Picabia's speelgoedaapje voorzien van het Bijschrift 'Portret van Cézanne' was een zo mogelijk nog meliger commentaar op gevestigde reputaties en hun snobbistische navolgers (de kubisten). Kinetische-Kunst De Kinetische kunst begon bij de Amerikaan Alexander Calder, zo rond 1920. Calder maakte paletvormige schijven, een combinatie van staaldraad en aluminiumplaatjes, die hij schilderde in rood, wit en zwart. Door deze vormen vervolgens goed uitgebalanceerd op te hangen (bijvoorbeeld aan een plafond) veroorzaakte het geringste zuchtje wind beweging, waardoor ze om elkaar heen wentelden of elkaar even aanraakten. En dat was waar het bij de kinetische kunst om draaide; beweging. Marnix Gijsen Marnix Gijsen begon zijn letterkundige carrière als dichter bij de expressionistische groep rond het literair tijdschrift Ruimte. Zijn belangrijkste gedicht is "Loflitanie van de H. Franciscus van Assisië" (1920). In die periode had hij o.m. contacten met Paul van Ostaijen. Czeslaw Marek In januari 1915 reisde Marek naar Zwitserland en vestigde zich in Zürich, waar hij bevriend raakte met Busoni en trouwde met de violiste Claire Hofer. Hij was verbonden aan het conservatorium als leraar. Tot 1924 probeerde hij een carrière als pianist op te bouwen en maakte hij vele concertreizen. Marek bleef les geven en had vele beroemde pianoleerlingen en zijn composities behoorden tot de meest succesvolle, wat betreft Europese uitvoeringen van een Poolse componist in de twintiger en dertiger jaren. Edgar Varese Hij schreef een revolutionair nieuw werk: Amériques (1920). Zelf verklaarde Varèse dat de titel duidelijk dubbel moest worden geïnterpreteerd: behalve zijn nieuwe woonplaats stond Amerika vooral voor een nieuwe wereld. Het stuk heeft een flinke houtblazers-sectie en een bezetting voor 21 percussie-instrumenten, waaronder sirenes, zwepen en leeuwenbrul. Zijn muziek was vanaf nu atonaal en zeer intuïtief. Ferruccio Busoni Vanaf 1920 had Ferruccio Busoni in Berlijn een meesterklas voor compositie aan de Akademie der Künste, waar zijn belangrijkste leerling Weill was en waar Arnold Schönberg hem na zijn dood opvolgde. Matthijs Vermeulen De 2de symfonie (Prélude à la nouvelle journée, 1919–1920) van Vermeulen is dan in haar overrompelende radicaliteit slechts vergelijkbaar met Sacre du printemps van Strawinsky, zij het dat ze niet zoals dit werk de kans kreeg een schandaal te ontketenen. Door de orkestratie, die eerder op contrastering dan vermenging van timbres is gericht, het niet-idiomatische gebruik van de afzonderlijke instrumenten, de afwijkende samenstelling en ligging van de accoorden, alsmede de stugge ritmiek doet deze symfonie de herinnering aan een traditioneel symfonieorkest – waar ze, met de nodige uitbreidingen, toch voor geschreven is – vervagen. Nikolai Mjaskovski In 1920 werd Mjaskovski leraar compositie aan het conservatorium van Moskou. Hij was een van de belangrijkste pedagogen van Rusland en leidde tal van jonge componisten op, waaronder Khatsjatoerian en Kabalevski. Verzorgd door www.kunstbus.nl en www.muziekbus.nl |