kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Aad de Haas

Nederlands beeldhouwer, graficus, muurschilder, schilder van figuurvoorstellingen, erotiek, portretten, religie, stadsgezichten, zelfportretten,

Geboren Rotterdam 30-12-1920, gestorven 21-3-1972,

Adrianus Johannes (Aad) de Haas wordt op 30 december 1920 in Rotterdam geboren als zoon van Johannes Adrianus de Haas en Antonia Hendrika Kleisterlee. Aad is de oudste van vijf kinderen. De ouders van Aad gaven hun kinderen een streng katholieke opvoeding. In Rotterdam bezoekt Aad de lagere school en aansluitend de mulo. Al vroeg geeft hij blijk van tekentalent en het is zijn ideaal om naar de kunstacademie te gaan. Zijn vader, die vroeger eveneens artistieke aspiraties had, maar voor een zeker bestaan koos, vindt ook voor zijn oudste zoon een toekomst als kunstenaar te riskant. Van Aad wordt verwacht dat hij na het mulo-examen bij de gemeente Rotterdam gaat werken.

Aad werkt korte tijd bij het R.K. Bevolkingsregister en volgt in de avonduren teken- en schilderlessen. Al snel krijgt hij, letterlijk, slaande ruzie met zijn baas en wordt op staande voet ontslagen. Nu is de weg vrij voor de academie; De Haas krijgt in 1938 toestemming van zijn ouders om de dagopleiding te gaan volgen.

Opgroeiend in een streng katholiek milieu blijkt al tijdens zijn opleiding aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten dat hij sterk geïnspireerd wordt door verhalen uit de bijbel. Aad de Haas wordt toegelaten tot de Rotterdamse Academie voor beeldende kunsten op basis van een twee jaar eerder gemaakt stripverhaal: De geschiedenis van een mannetje dat gewoon, zoals iedereen, leefde en doodging.

1939 - 1942 De opleiding is over het algemeen behoudend en gericht op een traditionele, naturalistische stijl. Over de academie zal De Haas later zeggen: [...] de academie? Oh, dat is goed geweest omdat ik er mijn vrouw heb leren kennen, verder heb ik er niet veel geleerd, ...oh ja, ik heb er wèl veel geleerd van Derkzen, maar dat is dan ook het enige! Antoon Derkzen vormt een uitzondering op de ‘uniforme stijl' van de academie. Naast het overbrengen van een gedegen vakkennis (in dit geval grafiektechnieken), besteedt hij ook veel aandacht aan een persoonlijke benadering van zijn leerlingen, zodat de eigen individuele stijl kan worden ontwikkeld. Tijdens de Academietijd maakt Aad de Haas werk dat duidelijk refereert aan de oorlogssituatie.

1942 - Einddiploma van de Academie. De Haas betrekt een atelier op zolder in het huis van zijn ouders. Via een academiegenoot, Charles Kemper, komt hij in contact met de Rotterdamse kunsthandelaar Leen van Zanten, die enkele werken van hem koopt.

1943 - In mei de debuuttentoonstelling van schilderijen bij Kunsthandel Van Zanten te Rotterdam. De Haas is geen lid van de Kultuurkamer en mag dus eigenlijk niet exposeren. De kritieken spreken van een verrassend en veelbelovend debuut.

De oorlogservaringen hebben een ingrijpende invloed op zijn leven en werk. Hij maakt het bombardement op Rotterdam mee en zijn werk wordt op 25 September door de Sicherheitsdienst in beslag genomen na een verkooppresentatie van tekeningen en grafiek bij Van Zanten samen met de in het atelier aanwezige schilderijen. De Haas moet zich melden bij het Rotterdamse politiebureau en na een twee weken lang verhoor, gevangen gezet. Zijn werk wordt als entartete kunst wordt bestempeld. Welke normen hiervoor zijn gehanteerd is nooit duidelijk geworden. Behalve de eventuele politieke strekking van de prenten, zal het ingetogen en breekbare mensbeeld dat De Haas schilderde niet in goede aarde zijn gevallen bij de Sicherheidsdienst. Vanwege dit werk komt hij in de gevangenis terecht.

Met behulp van de Nederlandse bewakers kan vriendin Nel Koekman tekenmateriaal en klei de cel binnen smokkelen. Dit resulteert in ca 900 tekeningen en een aantal kleine beeldjes, in vijf maanden tijd.

In maart 1944 volgt om onduidelijke redenen de vrijlating van De Haas. Wel wordt hij verplicht zich om te scholen; dit betekent tewerkstelling in de vliegtuigbouwschool in Rotterdam.

Op 2 augustus trouwt De Haas met Nel Koekman. De volgende dag vluchten zij naar Zuid-Limburg; naar Ingber, een gehucht bij Gulpen. Daar koopt De Haas een klein, 17de eeuws huisje; het is een uiterst primitieve éénkamerwoning, zonder stromend water en zonder inpandig toilet.

September: bevrijding van Zuid-Limburg door de Amerikanen.

Van Zanten heropent zijn in augustus teruggekregen kunsthandel. Gedurende twee weken in september toont hij veel van het in 1943 in beslag genomen werk van De Haas, aangevuld met een keuze uit de gevangenistekeningen. Uit de brieven die De Haas schrijft blijkt, dat hij vaak vervuld is van heimwee naar Rotterdam, of in ieder geval naar ‘Holland'.

Vanaf zijn 24ste tot aan zijn overlijden zal Aad de Haas in Zuid-Limburg blijven wonen en werken. Hij vindt er zijn weg, ook al maakt hij nimmer deel uit van een artistieke groepering of stroming.

In de jaren veertig en vijftig werkten kunstenaars in Zuid-Limburg vooral in opdracht van kerk en overheid en dat stond de ontplooiing van hun individuele expressie natuurlijk in de weg. Aad de Haas bevrijdde zich als één van de eerste, grote kunstenaars van die kluisters. Zijn kunstenaarschap komt tot ontwikkeling in afzondering, maar tegelijkertijd wordt zijn werk ongewild onderwerp van openbare discussies, in het bijzonder naar aanleiding van zijn schilderingen in de St. Cunibertuskerk te Wahlwiller (1946-1949), en opnieuw halverwege de jaren vijftig wanneer hij zijn nieuwste schilderijen presenteert in het Bonnefantenmuseum te Maastricht.

In mei krijgt De Haas van pastoor Mullenders de opdracht de St. Cunibertuskerk te Wahlwil-ler te beschilderen. Dit is een prachtige kans voor een jonge, nog onbekende schilder, die bovendien op het gebied van de monumentale kunst geen enkele ervaring heeft. In Limburg zijn het op dat moment schilders als Henri Jonas, Joep Nicolas en vooral Charles Eyck die op dit gebied de toon zetten. In de zomer vangt hij aan met de muurschilderingen, later gevolgd door de 16 kruis-wegstaties. Al snel wordt duidelijk dat De Haas' stijl, met verstilde en sobere figuren in tere tinten, sterk afwijkt van de in de Limburgse kerken gevestigde naturalistische neo-barok. De meningen zijn verdeeld en in de pers brandt aan het eind van het jaar, wanneer De Haas de wand achter het altaar en de triomfboog heeft beschilderd, een felle polemiek los. Met name de journalist Albert Kuyle speelt een grote rol in de negatieve beoordeling van de schilderingen.

1947 - In februari voltooit De Haas de kruiswegstaties in Wahlwiller. De Bisschoppelijke Bouwcommissie aanvaardt, na een periode van besluiteloosheid en wisselende inzichten, de muurschilderingen op voorwaarde dat De Haas een andere kruisweg schildert. Wanneer dit precies moet gebeuren is niet duidelijk en voorlopig kan de kruisweg blijven hangen. De kerk van Wahlwiller is inmiddels, door het grote aantal krantenartikelen in regio-nale en landelijke pers, een soort toeristische attractie geworden. Vechtend tegen de steeds sterker wordende weerstand van kerkelijke zijde en met een aantal onderbrekingen, zal De Haas tot april 1949 aan de kerk blijven doorschilderen.

1948 - In juni verhuizing naar kasteel Neubourg bij Gulpen, eigendom van graaf Rudy De Marchant et d'Ansembourg. In de bijgebouwen bewonen Aad en Nel twee zolder-vertrekken, het vroegere azijnfabriekje van het kasteel.

De eerste museale tentoonstelling in het Museum voor Religieuze Kunst in Utrecht, samen met de schilder/glazenier Abram Stokhof de Jong. De dichter Jan Engelman was vol lof: Aad de Haas is min of meer een opzienbarend ‘geval' in de jongste beeldende kunst. Hij bewandelt dan ook gansch andere wegen dan de Limburgsche kunstenaars Jonas, Nicolas, Eijck, Schoonbrood, Levigne, Bellefroid, en hoe zij verder heeten mogen, plachten te gaan... Men moet hem trachten te verstaan in zijn eigen beeldende taal. Schichtig en kinder-lijk, met droom en schrik bezwaard, maken zich de gestalten van De Haas vaag en schuchter los uit een achtergrond van paars, blauw of geel. Maar opnieuw is het de journalist Kuyle, nu in het Bisschoppelijk weekblad Omhoog, die beweert dat de kerk dit soort kunst eigenlijk hoort te verbieden.

1949 - In februari verschijnt het boekje In Jezus' Lijden van pater Mathot met illustraties van De Haas. Op 16 maart beveelt de Congregatie van het Heilig Officie te Rome dat, op grond van de linosneden, het boek onmiddellijk moet worden teruggenomen uit de handel. De tekeningen zijn werkelijk monsterachtige larven, die aan het licht brengen, hoe ook in Nederland, met betrekking tot de religieuze kunst, tendentie's opkomen die beledigend zijn voor de waardigheid van religieuze onderwerpen. Alle onverkochte exemplaren worden vernietigd.

Deze officiële afkeuring van Rome over De Haas' kunst leidt ertoe dat Bisschop Lemmens van Roermond de verwijdering van de kruisweg uit de kerk van Wahlwiller eist. Hiermee wordt de kunst van De Haas voor een tweede keer veroordeeld, na de Duitse bezettingsmacht, volgt nu Rome. Een hard gelag voor de zo nauw bij zijn kunst betrokken, diepgelovige Aad de Haas. Op Goede Vrijdag, 15 april, draagt hij eigenhandig de staties de kerk uit. De staties worden opgeborgen en later wil De Haas de panelen, vanwege geldgebrek, hergebruiken voor nieuwe schilderijen. Zijn vrouw weet dit te verhinderen en in 1951 wordt de kruisweg aangekocht door de Stichting Limburgs Kunstbezit.

Juni tentoonstelling bij kunsthandel Dejong-Bergers te Maastricht. De opening wordt door Anton van Duinkerken benut om een uitgebreide steunbetuiging aan De Haas en zijn werk te verwoorden

Op 30 september wordt de eerste zoon van Aad en Nel de Haas geboren; De Haas maakt van kistplankjes een wieg. Er zullen in de loop der tijd nog 6 kinderen volgen.

December: het komt tot een breuk tussen De Haas en zijn kunsthandelaar vanwege De Haas' onvrede met Van Zantens alleenrecht op verkoop van zijn werk. Het aanbod om te exposeren in Utrecht en Maastricht, de belangstelling van de pers en kopers en de aanhoudende financiële zorgen, overtuigen hem ervan dat hij zich onafhankelijker moet opstellen.

1950 - 14 Januari: Aad de Haas ontvangt in het Stedelijk Museum te Amsterdam de eerste Gerrit van der Veen-prijs (beeldende kunst) van de Stichting Kunstenaarsverzet 1940-1945. De toekenning betekent voor De Haas erkenning voor zowel zijn werk, als zijn houding. Inmiddels is De Haas bezig een nieuwe, expressionistische wijze van schilderen te ontwikkelen. Zijn stijl is wisselend; het is een periode van experi-menteren. Wahlwiller heeft zowel in formeel, als emotioneel opzicht zijn sporen nagelaten. Het werk wordt groter van formaat, de toets grover, de kleuren intensie-ver. De thematiek spitst zich toe op angst, verraad, verleiding en in sommige geval-len is duidelijk sprake van verwerking van zijn persoonlijke conflictsituatie.

1952 - Door bemiddeling van de schrijver Bertus Aafjes en Van Duinkerken kan De Haas op kasteel Strijthagen te Schaesberg gaan wonen.

1955 - Aan het eind van het jaar opent een tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum te Maastricht met 86 werken uit 1954 en 1955. De schilderijen veroorzaken veel opschudding en opnieuw - na Wahlwiller - een golf van publiciteit. Over het algemeen wordt De Haas' schilderwijze gezien als een radicale breuk met het werk uit zijn voorgaande periode.

1956 - Eerste muurschildering in de hal van het St. Bernardinuscollege te Heerlen: De Spijbelaar.

1958 - Na het overwinnen van de nodige moeilijkheden met het Bisdom Roermond, schil-dert De Haas in mei en juni opnieuw een kruisweg, ditmaal in de kapel van het St. Jozefziekenhuis te Heerlen. De muurschilderingen zijn met olieverf direct op de muur geschilderd. In heldere kleuren, met korte, snelle streken, en in een tekenachtige stijl wordt het lijdensverhaal van Christus geactualiseerd weergegeven door de aanwezigheid van Duitse soldaten.

1961 - Opnieuw krijgt De Haas een opdracht voor twee muurschilderingen in het St. Bernar-dinuscollege. Ditmaal schildert hij Orfeus en Euridice en De Val van Icarus.

1963 - Simon van Adelberg maakt in opdracht van de KRO een film over Aad de Haas, die wordt uitgezonden op 29 juli 1965. De Haas schildert zijn laatste twee muurschilderingen voor het St. Bernardinus-college: Postiljon d'amour en Spreekwoorden.

1966 - In de zomer vindt een grote tentoonstelling plaats in Kasteel Hoensbroek. Zowel de pers als het publiek zijn enthousiast. De 65 nieuwe schilderijen die De Haas toont worden vrijwel allemaal verkocht. De kritieken signaleren opnieuw een stilistische wending; het werk wordt voor het eerst op voornamelijk artistieke kwaliteiten beoordeeld en beschreven. Het formaat van de schilderijen wordt weer kleiner en een ingetogen verfbehandeling gaat hand in hand met een licht en kleurrijk palet. Kenmerkend is ook een veelvuldig gebruik van wit en sterke contourlijnen. Het menselijk tekortschieten in de harde, vaak meedogenloze maatschappij blijft centraal staan en de erotiek gaat daarbij een steeds grotere rol spelen.

1968 - Mgr. Moors, de bisschop van Roermond, heeft geen bezwaar meer tegen terugplaat-sing van de kruisweg in de kerk van Wahlwiller. De eigenaar van de kruiswegstaties, de Stichting Limburgs Kunstbezit, eist echter eerst een uitgebreide restauratie van het sterk vervallen kerkje.

1969 - Oprichting van het maandblad Krities Krijt, samen met o.a. Nic Tummers en Cor Ber-trand. Het blad vormt een platform voor hun meningen over allerlei mogelijke aangelegenheden en onrechtvaardigheden, zoals de sluiting van de mijnen, milieuver-vuiling of de Limburgse clerus. Naast teksten, draagt De Haas ook zorg voor de illustraties.

1971 - Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van De Haas wordt een grote retrospectieve tentoonstelling in het Cultureel Centrum te Venlo georganiseerd; meer dan 100 schilderijen (uit verschillende perioden) en een ruime keuze uit zijn grafische oeuvre.

Opnieuw heeft het werk van De Haas een ontwikkeling ondergaan. Nog steeds speelt de erotiek een hoofdrol, maar nu op een meer introverte, soms poëtische wijze. De stijl heeft zich aangepast, de verf is in korte, droge streekjes aangebracht en er lijkt als het ware een ‘waas'over het werk te liggen die herinneringen oproept aan zijn vroegere ‘doezelende' stijl.

In het najaar vangt De Haas aan met wandschilderingen in de kapel van het Psycho-medisch Streekcentrum Vijverdal te Maastricht. Achter het altaar schildert hij twee van de vier engelen die de profeet Ezechiël in een visioen zag en beschreven heeft als ‘een-en-al-oog'. Ook maakt hij ontwerpen voor altaar en tabernakel.

1972 - Begin februari ontvangt De Haas de orde ‘Hoesprelaat van de Puime', uit handen van de Wijlrese carnavalsvereniging de Puime. Een onderscheiding die is ingesteld voor personen met grote artistieke en kerkelijke verdienste

Op 18 maart vindt een interview plaats met cineast Ben Verbong (de film wordt op 26 maart 1973 door de KRO uitgezonden). Twee dagen later, ‘s avonds: De Haas wordt getroffen door een hersenbloeding en overlijdt de volgende ochtend. De Haas wordt begraven op het kerkhof van de parochie ‘t Eiske te Schaesberg; zijn vrouw maakt een grafsteen van kleurig mozaïek, waarop twee grote parkieten zijn afge-beeld. In het atelier van De Haas worden meer dan vijftig, niet eerder getoonde schilderijen aangetroffen. Het overgrote deel heeft zeer vrijmoedige, erotische taferelen als onderwerp. Het kleurgebruik in deze kleine, fantasievolle paneeltjes is steeds rijker geworden en ook de verfhuid heeft vernieuwde aandacht gekregen.

1976 - Oprichting Stichting en Documentatiecentrum Aad de Haas te Schaesberg. Permanente expositie van zijn werk uit het bezit van de erven De Haas. In 1981 wordt het centrum opgeheven en wordt de collectie in bruikleen gegeven aan de Gemeente Heerlen.

1980 - De restauratie van de St. Cunibertuskerk van Wahlwiller is voltooid. Na een afwezigheid van 31 jaar worden in december de kruiswegstaties teruggeplaatst. De officiële heropening van het kerkje vindt plaats op 29 maart 1981.

1994/1995 - Aankoop door de Stadsgalerij Heerlen van een deel van de artistieke nalatenschap van De Haas uit de collectie van de erven De Haas.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4600.

Tweets by kunstbus