kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Abraham van Beyeren

Abraham van Beyeren (-1690)

Nederlands stillevenschilder, geboren ca. 1620/21 Den Haag - overleden maart 1690 Rotterdam

Abraham Hendriksz van Beijeren werd in zijn eigen tijd matig erkend maar wordt nu beschouwd als één van de grootste stillevenschilders. Hij legde zich in tegenstelling tot vele anderen niet op één enkel genre vast. Zijn wat betreft de stofuitdrukking briljante, slechts zelden gesigneerde werk omvat naast vis-, feestmaal-, fruit­en bloemenschilderijen ook marines.

Biografie
braham Hendricksz. van Beyeren, ook gespeld als Beyeren of Bergaren heeft in verschillende Hollandse steden gewoond. Hij is geboren in Den Haag en woonde verder in Delft (1657), Amsterdam (1674), Alkmaar (1674) en Gouda. In 1678 vestigde hij zich in Overschie Rotterdam, waar hij overleed in 1690. Van Beijeren was lid van het Sint-Lucasgilde. In 1647 hertrouwde hij met Anna van den Queborn.

Van Beyeren signeerde zijn doeken met het monogram AVB; het aanbrengen van een datum liet hij echter vrijwel altijd achterwege. Daardoor is het moeilijk een chronologie aan te brengen in zijn oeuvre.

In 1639 woonde hij in Leiden. Een jaar later werd hij echter lid van het St. Lucasgilde in Den Haag. Abraham van Beyeren was één van de oprichters van de kunstvereniging "Confreria Pictura".

In de jaren 1640 schilderde hij vooral marinestukken. Daarnaast ontwikkelde Van Beyeren zich tot een bekwaam schilder van stillevens met zeedieren. In de jaren 1650 en 1660 legde hij zich vooral toe op stillevens met fraai zilverwerk, Chinees porselein, glaswerk en een keur aan vruchten. Ook schilderde hij enkele bloemstillevens.

Van Beijeren schilderde ook het vissersbord in 1649 in opdracht van Maassluise stuurlieden. Het bord is nu eigendom van de Groote of Nieuwe kerk in Maassluis.

Stilleven, ca. 1663-69, Olieverf op doek, 57 x 52,5 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Een roemer, een drinkglas met een bolle kelk en een brede, holle stam met noppen, een typisch 17de-eeuws glas, staat op een zilveren schotel. Een ander glas en een tros druiven bevinden zich in de schaduwen erachter. Verder zijn, in heldere kleuren, een sinaasappel, een broodje en een paar oesters afgebeeld. Dit bescheiden stilleven staat op een tafel met een donkerrode fluwelen doek erover.
De voorwerpen glanzen in het donker. De reflecties op het handvat en de kelk van het glas, maar ook die op de schaal, zijn gemaakt met witte hoogsels.
Het geheel is geschilderd in een losse stijl, kenmerkend voor de kunstenaar, Abraham van Beyeren. Dezelfde schildertrant is te herkennen op een groter doek in het Rijksmuseum, tevens van zijn hand. De kleuren van dat stilleven zijn slechter bewaard gebleven, zoals blijkt uit een vergelijking van de twee tafelkleden. - (Stilleven, ca. 1665, Olieverf op doek, 126 x 106 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Op een tafel liggen allerlei kostbaarheden en etenswaren uitgestald. De Haagse kunstenaar Van Beyeren heeft de verschillende materialen vlot weergegeven: fluwelig fruit, glanzende stof en schitterend vaatwerk. Het atelier weerspiegelt in het goud en zilver. De voorwerpen liggen hoog opgetast in een verticaal vlak.
Een dergelijke opeenhoping van dode dingen wordt een 'pronkstilleven' genoemd. Pronkstillevens raakten ná 1640 in de mode. Het gaat niet alleen om rijkdom en schoonheid op dit schilderij. Dat is af te lezen aan de verwelkende rozen en het horloge vóór op de tafel. Zij wijzen op de vergankelijkheid van aardse genoegens, want: overdaad schaadt.

Met den veelzijdigen stillevenschilder Abraham van Beyeren, den zwager van den vischschilder Pieter de Putter, komen wij op zuiver Hollandsch terrein. Deze geniale kunstenaar, die een ongestadig leven leidde en, nu eens arm, dan weer in goeden doen, van plaats tot plaats trok en ten slotte in armoede is gestorven, vormt met Willem Kalf en Jan Davidsz. de Heem de onovertroffen trits onzer grootste stillevenschilders uit den bloeitijd. Blijkens den eenvoudigen bouw en toon van een reeks zijner keukenstukken en visch-stillevens wortelen zijn composities in de Heda-Pieter Claesz.-groep. Eerst later is hij, zeer bewust, van koers veranderd. Zijn werk verraadt een onstuimigen, hartstochtelijken geest. Hij zoekt een tonige doch frissche kleur en is aanvankelijk forsch en impressionistisch in zijn techniek. Hierin week hij aanstonds van zijn kornuiten af. Duidelijkheid was voor hem niet zoozeer het hoofddoel als wel schilderachtigheid. Zoowel in dit opzicht als in zijn techniek valt hij met zijn vriend Van Goyen te vergelijken, met wiens werk zijn zeestukken verwantschap vertoonen. Prachtig zijn de stillevens, bloemstukken, keuken- en vischstillevens, door hem op deze wijze geschilderd. Men kan ze hier te lande vooral in het Mauritshuis en het Rijksmuseum goed leeren kennen. Zij zijn los gebouwd, vlug en luchtig geschilderd in soms sterke kleur tegen bruinen toon en maken in hun sappige verven, o.a. een verrukkelijk rood, den indruk als waren ze gisteren ontstaan.
Op den duur is Van Beyeren niet aan den invloed van De Heem ontkomen en heeft ook hij rijke, zwierig opgestapelde stillevens geschilderd, waarin hij o.m. uitmunt in het uitbeelden van ham, kreeft, kostelijk zilver en vruchten. In de beste daarvan behield hij veel van het losse van vroeger, zoodat hij er meer dan eens den preciezen De Heem overtreft. Hetgeen het Van Beyeren bovendien menigmaal van De Heem doet winnen, is dat zijn werk nooit bont is maar steeds gebonden door een beschaafden toon en een zacht licht dat soms bijkans teer is. Doordien hij steeds een schilder van valeurs is gebleven, zijn zelfs zijn rijkste stillevens nooit pronkerig geworden, in tegenstelling tot die van De Heem. Ook is hij in dit opzicht soms eenvoudiger dan Kalf, die zich zoo van harte kon verheugen in de kostbaarheid en zeldzaamheid van hetgeen hij afbeeldde, terwijl Van Beyeren steeds het schilderachtige van zijn gegeven koesterde. - (Schilders van stillevens, bloemen, vruchten, insecten, dood en levend pluimvee en diergaarden. - (W. Martin, De Hollandsche schilderkunst in de zeventiende eeuw: Rembrandt en zijn tijd. Onze 17e eeuwsche schilderkunst in haren bloeitijd en nabloei. J.M. Meulenhoff, Amsterdam 1936 (derde druk) www.dbnl.org)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 515.