kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Adolf Wölfli

Geboren Bowil, Emmental, 29 februari 1864, gestorven Waldau 6 november 1930
Zwitsers kunstenaar, die wordt gezien als een van de belangrijkste kunstenaars in de tradities van Art Brut of outsider art.

Adolf Wölfli werd geboren in 1864 als de jongste van zeven kinderen van de steenhouwer Jakob Wölfli en zijn vrouw Anna Wölfli-Feuz. In datzelfde jaar verhuisde de familie naar Bern. De vader is een alcolholist. Wölfli groeit op in verschrikkelijke armoede.

Rond 1870 verlaat de vader de familie. Zijn moeder verdient geld als wasvrouw.

Samen met zijn ziekelijke moeder wordt Wölfli in 1872 door de autoriteiten teruggeplaatst in zijn thuisgemeente Schangnau in Emmental. De gemeente neemt de financiële steun over. Moeder en zoon worden uitelkaar gehaald en naar verschillende boeren gestuurd om te werken voor kost en inwoning.

tekening met muziek

In 1873 streft zijn moeder. Van 1873 tot 1879 leeft Wölfli als huurling bij verscheidene boeren in Schangnau onder zeer zware werk omstandigheden en sociale vernedering.

In de periode 1880 tot 1889 werkt hij als boerenknecht op verschillende locaties in Emmental. Een romance tussen hem en een meisje wordt verbroken en verboden door de ouders van het meisje. Wölfli verhuist naar Bern en werkt daar op het platteland van de kantons van Bern en Neuchâtel als klusjesman en hooisnijder. In 1883-84 krijgt hij infanterie training in Luzern.

In 1890 wordt Adolf Wölfli gearresteerd voor poging tot aanranding van twee jonge meisjes (van 14 en 5 jaar) en wordt veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf. Hij zit van 1890-92 in de St. Johannsen gevangenis in het kanton Bern.

Van 1892-95 werkt Wölfli als arbeider in Bern en omgeving. Hij raakt in steeds verder sociaal isolement en ontbering.

In 1895 wordt Wölfli weer gearresteerd voor poging tot molestatie van 3 1/2 jaar oud meisje. Om zijn toerekeningsvatbaarheid te onderzoeken, wordt hij toegewezen aan de Psychiatrische Kliniek Waldau, vlakbij Bern, voor evaluatie. Daar wordt hij gediagnosticeerd als schizofreen en blijft daar patient tot aan zijn dood in 1930.

In 1899 begint Wölfli te tekenen. In de periode 1904-06, zijn eerste bewaarde tekeningen, die één groep vormden en gekenmerkt werden door een grote tekenvaardigheid en artistieke visie (potlood, vijftig van waarschijnlijk zo'n twee- tot driehonderd tekeningen). Wölfli ondertekent met "Adolf Wölfli, Componist". In 1907, zijn eerste bewaarde kleurtekeningen. Walter Morgenthaler arriveert als jonge resident psychitater in Waldau, waar hij met onderbrekingen in verschillende hoedanigheden tot 1919 werkt.

In 1908 begint Wölfli aan zijn verhalende oeuvre te werken, dat eindigt met zijn dood in 1930 na 25.000 pagina's.

Omdat hij aan beangstigende hallicunaties lijdt, wordt Wölfli in de eerste tien jaar van zijn opname vaak in isolatie geplaatst. Vanaf 1910, wanneer hij systematisch aan zijn schrijven en tekenen werkt, heeft Wolfli de verlangde eenzaamheid en bescherming van een privé-cel, die hij decoreerde met zijn eigen werken.

Von der Wiege bis zum Graab
In de periode 1908-12 schrijft Wölfli een serie van 9 boeken als coherent geheel getiteld: Von der Wiege bis zum Graab. Oder, Durch arbeiten und schwitzen, leiden und Drangsal, bettend zum Fluch. Manigfalltige Reisen, Abenteuer, Un=glücks=Fälle, Jagten, und sonstige Erlebnisse eines verirrten, auf dem gantzen Erdball herum. Oder, Ein Diener Gotes, ohne Kopf, ist ärmer als der ärmste Tropf
From the Cradle to the Grave; Or; Through Work and Sweat, Suffering and Ordeals, Even through Prayer into Damnation. Manifold Travels, Adventures, Accidental Calamities, Hunting and Other Experiences of a Lost Soul Erring about the Globe; or, A Servant of God without a Head Is More Miserable Than the Most Miserable of Wretches. Wölfli zet zijn dramatische en miserabele kindertijd om in een schitterend reisverslag geïllustreerd met uiteenlopende kleurtekeningen.
De tekst loopt zonder onderbreking van boek tot boek. From the Cradle to the Grave, bevat meer dan 2.970 pagina's en 752 illustraties in potlood en kleurpotlood. Aan het einde van het geeft Wölfli instructies aan de drukker, K.J. Wyss in Bern, in verband met de titel, uitvoering, prijs en didtributie van het boek.

Niederschrift der Geographischen und allgebräischen Hefte
In 1912-1916 schrijft Wölfli Niederschrift der Geographischen und allgebräischen Hefte (Geographic and Algebraic Books, 7 boeken). In een serie testamenten aan zijn echte neef Rudolf Wölfli beschrijft hij hoe de toekomst gebouwd moet worden de Skt. Adolf-Riesen-Schöpfung: een enorm "kapitaal fortuin" zal Rudolf de gelegenheid bieden om de planeet en uiteindelijk de gehele kosmos, te kopen, te hernoemen, te verstedelijken en eigen te maken. De teksten, meer dan 3.000 pagina's zijn geïllustreerd met nummer- en muziekplaatjes.
Beslissend in het boek is de transformatie van Adolf Wölfli tot Skt. Adolf, die vanaf dat moment een auteur en een held wordt.

Sinds 1916 tekent Wölfli zijn werken met "Skt. Adolf II". Hij begint met de systematische produktie van zijn zogenoemde Bread-Art (Brood-Kunst), éénbladige tekeningen gemaakt voor de verkoop, die hij tot aan zijn dood blijft maken.

Niederschrift der Hefte mit Liedern und Tänzen
Van 1917-22 schrijft Wölfli Niederschrift der Hefte mit Liedern und Tänzen (Books with Songs and Dances, 6 boeken): Hierin viert hij zijn Skt. Adolf-Riesen-Schöpfung met duizenden additionele pagina's, in klank, poëzie, toonladders (do, re, mi, fa...) en collages.

In 1919 verlaat Walter Morgenthaler Waldau aan het eind van het jaar. Dr. Marie von Ries wordt Wölfli´s nieuwe psychiater.

Wolfli's Campbell Soup Can, 1929

In 1921 publiceert Walter Morgenthaler zijn monografie over Wölfli's leven en werk Ein Geisteskranker als Künstler (Madness and Art. The Life and Works of Adolf Wölfli).

In 1922 voltooit Adolf Wölfli zijn beroemdste werk Der Große Wandschirm (Groot Scherm).

In de periode 1924-28 schrijft hij 8 boeken, waaronder vier Niederschrift der Allbumm-Hefte mit Tänzen und Märschen (rond 5000 bladzijden), met muzikale composities geschreven in solfège en geïllustreerd met tekeningen en collages.

Van 1928-30 schrijft Wölfli de Trauer-Marsches, zijn requiem, dat bestaat uit 16 boeken met 8.404 pagina's (onvoltooid). Wölfli vat de centrale motieven van zijn wereld systeem samen in de ingekrompen vorm van steekwoorden en collages, die hij weeft door een oneindig tapijt van klanken, ritmes en afbeeldingen. Op 6 november 1930 sterft Adolf Wölfli aan maagkanker.

Na zijn dood wordt het stil rondom zijn werk. In 1945 ontdekt Jean Dubuffet, de Franse kunstenaar en oprichter van Art Brut, tijdens een reis door Zwitserland, het werk van Adolf Wölfli en noemt hem "le grand Wölfli". Later zal het één van de hoofdpijlers van zijn idee over een Art zijn en als deel van de verzameling van de "Compagnie de l'Art Brut" in Parijs op verschillende plaatsen getoond worden. Andere leden van de "Compagnie de l'Art Brut" waren onder meer, André Breton, Jean Paulhan en Henri-Pierre Roché.

De surrealist André Breton beschouwde Wölfli's oeuvre als: "Een van de drie van de vier belangrijkste werken van de 20ste eeuw".

In 1950 worden tekeningen van Wölfli getoond op de 'Exposition internationale d'art psychopathologique' in Parijs, die 2000 werken uit 45 verzamelingen verenigd en door 10.000 mensen wordt bezocht.

In 1963 toont Harald Szeemann Wölfli's werken in het kader van de 'Ausstellung Bildnerei der Geisteskranken' in de Kunsthalle Bern.

In 1967 is er een grote tentoonstelling van de verzameling van Dubuffet onder de titel 'Art Brut im Musée des Arts Décoratifs' in Parijs.

Inner World Music

De Zwitserse curator Harald Szeemann toonde een aantal van Wölfli's werken in 1972 op de Documenta 5 in Kassel en sindsdien is zijn werk door heel Europa en de Verenigde Staten geëxposeerd. In Londen verschijnt Roger Cardinals boek Outsider Art en introduceert hiermee het thema bij het Engelse publiek.

In 1975 werd de Adolf Wölfli Stiftung opgericht in Bern en sindsdien is zijn collectie ondergebracht in het Kunstmuseum Bern. Het omvat de gehele nalatenschap van Wölfli evenals privé giften: 44 volumes van zijn geschriften, 6 notitieblokken en 250 éénpagina tekeningen. Het doel van de Adolf Wölfli Stichting is behoud, een inventarisatie van zijn werken, zowel als zijn oeuvre te presenteren aan het publiek door exposities en publicaties. In datzelfde jaar de opening van de Collection de l'Art Brut in Lausanne (Jean Dubuffets Verzameling).

In 1979 werd de Deense componist Nørgård geconfronteerd met de werken van Adolf Wölfli op een tentoonstelling getiteld 'Outsiders' in de Louisiana Kunstgalerie.
Hierdoor werd Nørgård geïnspireerd om spontaner en minder systematisch te componeren. De inspiratie van Wölfli leidde tot een groot aantal composities, waarvan sommige de populairste die hij ooit schreef: het koorwerk, Wie ein Kind (Als een kind), uit 1980; het percussiewerk, I Ching, uit 1982; en de Wölfli opera, Det guddommelige Tivoli (Het Goddelijke Circus) uit 1982, dat verschillende fasen uit Wölfli's leven uitbeeldde in de vorm van een soort revue.

websites: www.adolfwoelfli.ch, www.phylliskindgallery.com, www.kunstaspekte.de


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 562.