kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Albert Cuyp

Aelbert Cuyp (1620-1691)

Aelbert Cuyp is een van Nederlands bekendste landschapsschilders uit de Gouden Eeuw.

Schilderen was Aelbert Cuyp met de paplepel ingegoten. Zijn grootvader Gerrit maakte gebrandschilderd glas, zijn vader Jacob was een veelgevraagde portrettist in Dordrecht, die bovendien een hele generatie kunstenaars uit zijn stad lesgaf. Leerling Aelbert daarentegen specialiseerde zich in het atelier van zijn vader algauw in landschappen. Albert groeide op in het atelier van zijn vader en ze hebben elkaars werk beïnvloed. Beiden leefden tot hun dood in Dordrecht en zijn daar ook begraven.

Waarschijnlijk is Albert Cuyp ook voor enige tijd in de leer geweest bij een meester in Utrecht, de stad waar in de jaren dertig van de gouden eeuw toen enkele kunstenaars werkten die inspiratie hadden opgedaan in Italië. Cuyp moet gecharmeerd zijn geweest van het Italiaanse licht dat schilders als Jan Both naar Utrecht hadden geïmporteerd. Cuyp zou zich toeleggen op oerHollandse motieven met een exotisch tintje. Nederlandse landschappen en riviergezichten, meestal in de buurt van Dordrecht, die hij met schijnbaar gemak liet versmelten met arcadische heuvels die baden in het zuidelijke licht.

Cuyp had een buitengewoon talent om atmosferische elementen vast te leggen, van een gouden avondgloed tot storm en onweer. De tekeningen van Aelbert Cuyp vallen op omdat ze zo ongelooflijk nauwkeurig getekend zijn en door zijn liefde voor de natuur.

Cuyp bracht verder zijn hele leven door in Dordrecht. Die stad had alles: de Grote Kerk, het water met de zeilschepen en houtvlotten. Toen hij jong was tekende en schilderde hij dat heel vaak. Fraaie schetsen van het Hollandse land: verwaaide bomen, panorama's van Dordt, de bedrijvigheid van de mensen op en rond de rivier. Zorgvuldig en natuurgetrouw deed hij dat. En met oog voor detail - ieder blad van de eikenboom is met precisie afgebeeld. Het weer vergat hij ook niet. Op een van zijn riviergezichten dondert en bliksemt het wat af.

Daarna komen zijn zonovergoten landschappen met hoge heuvels en wazige verten. Op ieder schilderij heeft Holland de uitstraling van een vreedzaam Arcadië, steeds badend in warm ochtend- of avondlicht. Vol ruïnes, zachte briesjes en volumineuze wolkenpartijen. Herders hoeden hun tevreden grazende schapen, reizigers te paard genieten van het uitzicht. Kortom, na de Tachtigjarige Oorlog is het goed toeven in de welvarende Republiek der Nederlanden.

Hoewel het schilderen van menselijke figuren niet Cuyps beste kwaliteit was, vonden zijn portretten gretig aftrek onder de hogere middenklasse in Dordrecht. Cuyp schilderde zijn stadgenoten in fantasiekostuums, als jagers te paard in een zonovergoten landschap, hét statussymbool voor de nouveaux riches. De portretten maken vaak een geforceerde indruk, alsof je naar een geschilderd bord kijkt waar de geportretteerden hun hoofd doorheen steken.

De koeien van Cuyp zijn beter geslaagd. Rond 1650 schilderde hij een reeks panelen met een groepje koeien die op een kluitje bij elkaar staan. De bedaarde herkauwers zijn vanaf een laag standpunt weergegeven, waardoor hun ruggen als een glooiend heuvellandschap boven de heldere horizon uitsteken.

Vooral de voorstellingen met vier, vijf herkauwende koeien op een kluitje zijn prachtig. Een en al kracht en gezondheid. Die beesten - gevlekte blaarkoppen in zwart, roodbruin en wit - staan tot hun enkels in de rivier. Loom kijkend of klaar om te drinken. Alle ruggen op dezelfde hoogte, parallel aan de horzion. Dat zorgt voor een rustige, evenwichtige compositie. Uren kun je naar die dieren blijven staren. Zo'n bedaarde rust kom je niet vaak tegen. Wereldberoemd werd hij met deze werken. De beesten waren de pronkstukken van de nieuwe elite in Dordrecht, dé opdrachtgevers van Cuyp.

Buiten Dordrecht had Cuyp weinig invloed, maar in Dordrecht zelf waren er imitators. Dit gaf problemen omdat Cuyp zijn werk niet dateerde. Eerder aan hem toegeschreven werken bleken later van Abraham Calraet (1642-1722) te zijn, die zijn werken signeerde met dezelfde initialen als Aelbert, namelijk met AC.

Na zijn huwelijk met de welgestelde Cornelia Boschman in 1658 bekleedde hij diverse religieuze en sociale functies in Dordrecht. Zijn schildersloopbaan kwam al snel op de tweede plaats. Toen hij in 1691 overleed, had hij al jaren niet meer geschilderd en stierf hij als een van de rijkste burgers van Dordrecht.

Maar eind achttiende eeuw herontdekken Engelse verzamelaars zijn verdienstelijk werk en kochten het op. Rond 1800 was er in Nederland bijna geen Cuyp meer te bekennen. Het is een pijnlijk verlies van een stuk Nederlands erfgoed. Daardoor is hij tot vandaag veel beter in Engelse en Amerikaanse collecties (publiek en private) vertegenwoordigd dan in Nederlandse musea.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1285.