kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Albert Oehlen

Duits kunstschilder, 1954 Krefeld – 04.02.2007. Woont en werkt in Düsseldorf.

Oehlen studeerde bij Sigmar Polke aan de kunstacademie van Hamburg tot 1981, in de tijd van het neo-expressionisme. Hij werd gerekend tot de Neue Wilden. Oehlen werkte o.a. samen met Werner Büttner en Martin Kippenberger, ook muzikaal en in anarchistische, soms agressieve performances.
Hij maakte in zijn Neue Wilden-periode vooral indruk door zijn virtuositeit, "door zijn nonchalant-snelle en talentvolle schilderwijze."
In de daarop volgende jaren naar 1995 toe is zijn werk steeds abstracter geworden. Rond 1995[1]bestaat een doek uit verschillende (schilderkunstige) elementen die samen zijn gebracht op het canvas, zoals energieke verfstreken, computertekens, gebogen en beweeglijke lijnen, bedrukte stof, ruimtewerkende kleurvelden. Deze elementen bestaan naast elkaar. Ze vormen samen een complex beeld, zonder dat er sprake is van een harmonisch of gestructureerd geheel.
- (een van de interessantste schilders van het Duitse kunstenaarsgilde. Anders dan de schilders uit Berlijn heeft hij zich niet in de meeslepende ‘schilderstroom’ gestort die zo plotseling uitbrak. Veeleer onderwerpt hij zijn artistieke werk, vaak samen met Büttner, aan voortdurende reflectie. Oehlen begon relatief laat te schilderen. De impuls daartoe kwam van zijn broer Markus. Als kunstenaars kwamen Oehlen en Büttner alleen overeen in hun ironische overdrijving. Een tijdlang zagen ze zichzelf als gedragsonderzoekers die in plaats van statistieken beelden gebruikten. Oehlen heeft weliswaar bij Polke gestudeerd, maar Beuys heeft op zijn werk een sterke invloed uitgeoefend.

Behalve naar de schilderkunst ging zijn belangstelling uit naar de filosofie: Oehlen heeft zich intensief met Nietzsche beziggehouden. Een van zijn belangwekkendste schilderijen heet De schijn van de schijn (1983). Oehlens artistieke programma omvat frappante en verwarrende ruimte-, spiegel- en mannequinafbeeldingen. De schijn van de schijn, de versterking van de schijn, die bij ironische verdubbeling juist een verzwakking is, maakt het mogelijk de schijn van de esthetische vervanging, waar kunst ook voor staat, te vernietigen. Wat verbergt de schijn? Het vuil van het leven. Wordt de schijn tot schijn gereduceerd, dan komt men bij het laatste wat waargenomen kan worden, vanwaaruit er geen weg terug is. Concreter: men komt bij het onvoorstelbare, het gruwelijke, het vuil. Niemand praat erover; men heeft het verdrongen.

Oehlen en Büttner zijn zich in deze periode zeer bewust van de mogelijkheden of beter de onmogelijkheden van de schilderkunst. Hun schilderijen maken de radeloosheid tot thema. (hed kun 128-129)

Werken:
. Zonder titel, 1982, olieverf en lak op linnen, 250x200

. Niet vrij maar geil, 1983, olieverf en lak op linnen, 160x190 en 160x83, Keulen, privé-bezit OEHLEN
Spaarzaam aangebrachte kleurlijnen suggereren ruimte en heffen die tegelijk op. Het schilderij verraadt allesbehalve zelfingenomen exhibitionisme, oogstrelend voor het geëerde publiek, maar het provoceert omdat het de relatie tussen toeschouwer en kunstenaar tot het niveau van een peepshow omlaaghaalt, de vuile voorstelling waarna de genadeloze tentoonstelling van het artistieke ego meer zou weten te bereiken dan een zelfbevredigingsprikkel bij de toeschouwer. (hed kun 129)

. In de boom, 1984, olieverf op linnen, 190x160, Keulen, privé-bezit

. Landschap, 1987, olieverf op linnen, 200x150, Keulen, Galerie Max Hetzler

. Zonder titel, 1988, olieverf op doek, 187x137, Duitsland, privé-verzameling


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 41.