kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Alexander Archipenko

Russische-Oekraïens beeldhouwer, lithograaf en aquarellist, geboren 30 mei 1887 Kiew Oekraïne- overleden 25 februari 1964 in New york.

Met zijn werk als kunstenaar, docent over de definitie van beeldhouwkunst en als auteur van kunsttheoretische verhandelingen oefende hij een grote invloed uit op de ontwikkeling van de moderne abstracte sculptuur in Amerika en Europa.
Hij was grondlegger en voornaamste verspreider van kubistische beeldhouwwerken en experimenteerde met sculpturen waarin ‘negatieve vorm ’ (gaten, leegten en ruimten) net zo belangrijk was als vaste vorm. Hij maakte ook veelkleurige reliëfs, en experimenteerde later met doorzichtige kunststof en verlichte sculpturen. Door zijn experimenten met nieuw materiaal en ruimte, en zijn nadruk op licht en kleur had Archipenko grote invloed op de ontwikkeling van de beeldhouwkunst in de twintigste eeuw.

Biografie
Alexander Porfiriewitsch Archipenko, (Alexander ook gespeld als Olexandr, Oleksandr en Aleksandr, en Alexandre (Porfir'evich) Artsjipenko en Arkhipenko) werd geboren als zoon van ingenieur/uitvinder Porfiry Antonowitsch Archipenko en Poroskowia Wassiliewna Machowa Archipenko en kleinzoon van een iconenschilder. Hij was de jongere broer van Eugene Archipenko. Zijn vader was ingenieur en professor aan de Universiteit van Kiev.

Na eerst thuis onderwezen te zijn ging Archipenko op negenjarige leeftijd naar het gymnasium in Kiev. In 1900 moest hij lange tijd door een scheenbeenkwetsuur te bed blijven. Als tijdverdrijf bestudeerde hij Michelangelo en kopieerde hij tekeningen van hem uit een boek dat zijn opa, die ikonen schilderde, had gegegeven.

Van 1902 tot 1905 studeert Alexander Archipenko schilder- en beeldhouwkunst aan de Kunstschool van Kiew tot hem wordt gevraagd de academie te verlaten omdat Archipenko het niet eens was met de verouderde academische opvattingen van de school. Hij zet zijn studie voort als student van S. Svyatoslavsky (eveneens in Kiev) in 1906. In dat zelfde jaar 1906 werd zijn werk, samen met dat van Alexander Bogomazov (1880-1930) tentoongesteld.

Als negentienjarige gaat hij in 1906 naar Moskou om zich verder te bekwamen in schilder- en beeldhouwkunst. Hier nam hij deel aan enkele groepstentoonstellingen.

In 1908 verlaat hij Rusland voorgoed en vestigde hij zich in Parijs waar hij Léger, Apollinaire en de kubisten zou leren kennen. Zijn werk kenmerkt zich door een sterk realisme, totdat hij nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden en vormen ontdekte in een archaïserend stileren van de vormen.

Hij studeerde korte tijd samen met o.a. Modigliani aan l'Ecole des Beaux-Arts. Archipenko gaat de kunstwerken in de musea zelf bestuderen, en hij noemt het Louvre zelfs 'zijn echte leerschool'.

Hij sluit zich aan bij een groep kunstenaars die hun intrek hebben genomen in La Ruche, vlak bij de slachthuizen van Vaurigard. Hier vormen ze, vrij van alle materiële beslommeringen, hun eigen wereldje. Hier woonden ook de Russische emigranten Vladimir Baranoff-Rossine, Sonia Delaunay-Terk en Nathan Altman, alsmede Modigliani, Gaudier-Brzeska, Marc Chagall, Jacques Lipchitz en Ossip Zadkine. hier woonde ook Fernand Léger met zijn Russische vrouw.

In de periode van 1910-1919 exposeerde Archipenko regelmatig in de Salon des Indépendants en de Salon d'Automne, samen met o.a. Aleksandra Ekster, Kazimir Malevich, Vadym Meller, Sonia Delaunay-Terk, naast werken van Pablo Picasso, Georges Braque en Andre Derain. Op de Salon des Indépendants van 1910 hing één tekening en stonden vijf sculpturen van Archipenko.

Gedrapeerde vrouw, 1911, brons, hoogte 54
Archipenko bestudeert in Parijs zowel de primitieve als de antieke sculptuur in het Louvre. Het gesloten en massieve silhouet van zijn Gedrapeerde vrouw verwijst naar archetypische vruchtbaarheidsbeelden die hem bij zijn studie hebben getroffen. De naar boven uitgerokken lijnvoering en de geschematiseerde volumes en hun dynamische rangschikking illustreren zijn belangstelling voor het kubisme en het futurisme.
Het beeld is opgedeeld in duidelijk afgebakende vlakken. Archipenko brengt ze samen in een esthetische relatie die een sterke spanning inhoudt, enerzijds veroorzaakt door een opwaartse dynamiek en een asymmetrisch evenwicht, anderzijds door de afwisseling van volumes en de lege ruimte ertussen. Ook het contrast tussen de zachte, ronde lichaamsvormen en de harde hoekige plooien van de drapering veroorzaakt een dynamisch evenwicht. Het gladde oppervlak van de lichaamsdelen geeft het beeld een sensuele gevoeligheid. Deze wordt nog versterkt door een lijnvoering die aan Modigliani doet denken.

In 1911 verhuisde Archipenko naar de Rue des Artistes 36 te Parijs. Hier opende hij zijn eigen kunstschool en ontmoette hij in 1912 de Italiaan Boccioni. In datzelfde jaar was hij ook medeoprichter van de Section d'Or en vindt samen met Henri le Fauconnier zijn eerste tentoonstelling plaats in het Folkwang-Museum in Hagen.

Zijn eerste tentoonstelling in kunstgalerij 'Der Sturm' in Berlijn vindt plaats in 1913 en nam in hetzelfde jaar ook deel aan de Armory Show te New york.

In 1914 nam hij deel aan de futuristische tentoonstelling in Galerie Sprovieri te Rome.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in Nice. Omstreeks 1918 zou hij een relatie gehad hebben met de Belgische schilderes Marthe Donas. In november 1919 bezocht Katherine Dreier in gezelschap van Marcel Duchamp Archipenko's atelier in verband met de Société Anonyme.

Archipenko paste als eerste de kubistische schilderstijl op de beeldhouwkunst toe en creëerde zo gebeelhouwde schilderijen. In Nice ontstonden zijn felle veelkleurige plastieken die samengesteld zijn uit allerhande materialen als hout, geperst papier, metaal, glas (sculpto-peinture). Tastend en zoekend ging hij verder, totdat hij de stijl vond, waaraan zijn naam verbonden zal blijven, die van de 'absolute plastiek'. Hierin zoekt hij het wezenlijke van de vormen van de natuur op zuiver geometrische grondslag tot een strak ritme terug te brengen.

In 1920 vertrok Archipenko naar Berlijn, waar hij zijn eigen beeldhouwschool opende in 1921.

In 1920 nam hij deel aan de Twaalfde Biennale Internazionale dell'Arte di Venezia.

In 1921 houdt hij ook opnieuw een tentoonstelling in Der Sturm en in datzelfde jaar trouwt hij ook met de Duitse beeldhouwster Angelica Bruno-Schmitz (1893-1957), de kleindochter van Bonaventura Genelli. Zij exposeerde onder de naam Gela Forster.

Van 1921 tot 1923 doceerde hij aan zijn eigen kunstschool in Berlijn.

In 1923 verhuisde hij naar de Verenigde Staten van Amerika. Hij werkte vooral in New york en Chicago.

Hij verkrijgt het Amerikaans staatsburgerschap in 1928.

In 1924 maakte Archipenko een serie beweegbare schilderijen, waaronder Peinture Changeante en Archipentura. Deze schilderijen worden als voorlopers van de kinetische kunst beschouwd.

In 1937 richt hij in Chicago een eigen school voor beeldhouwers op.

In 1939 richt hij in New york nog een school voor beeldhouwers op.

Vanaf 1946 experimenteert Archipenko met lichtsculpturen (van binnen verlichte plexiglassculpturen). Hij onderzoekt steeds weer opnieuw de onderlinge relaties tussen kleur, vorm, licht, beweging en ruimte.

Met zijn werk als kunstenaar, docent (behalve aan zijn eigen scholen ook aan Amerikaanse universiteiten en het New bauhaus van moholy-nagy, aan dit laatste vanaf 1937) en als auteur van kunsttheoretische verhandelingen ('Polychromatic Manifesto' van 1959, 'Fifty Creative years 1908-1958', autobiografie van 1960) oefende hij een grote invloed uit op de ontwikkeling van de moderne abstracte sculptuur in Amerika en Europa. Hij was de voornaamste verspreider van het kubistische beeld.

Alexander Archipenko stierf in New york op 25 februari 1964.

Websites: www.kubisme.info


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 351.