kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-02-2010 voor het laatst bewerkt.

Alexander Rodtsjenko

1925 Rodchenko poses in worker's clothes of his own design.

Russische fotograaf, grafisch vormgever, beeldhouwer, schilder en graficus, geboren 5 5ecember [O.S. 23 November] 1891 Moskou - overleden 3 december 1956 Moskou.

Alexandr Rodchenko was een van de veelzijdigste Russische kunstenaars in de jaren '20 en '30. Hij werkte als beeldhouwer, schilder en graficus, maakte reclameposters voor films, winkels en fabrieken en ontwierp boekomslagen en meubels.

Alexander Rodchenko groeit in de jaren twintig en dertig uit tot voortrekker van het fotografisch constructivisme. Rodchenko wil de beschouwer een nieuwe manier van kijken leren door met ongebruikelijke camerastandpunten te werken. Hij fotografeert alledaagse onderwerpen vanuit onverwachte hoeken en in onverwachte situaties. Hij integreert in zijn fotografische composities tralies, trappen of leidingen die hij verandert in een abstract, constructivistisch lijnenspel.

Biografie
Van 1910 tot 1914 studeerde hij onder Nikolai Feshin en Georgii Medvedev aan de kunstacademie van Kazan, waar hij ook zijn latere vrouw Varvara Stepanova leerde kennen.

In 1914 ging hij naar Moskou en bezocht hij de Stroganov-kunstschool, een school voor toegepaste kunsten waar hij grafische vormgeving studeerde. Hij kwam hier in contact met Kazimir Malevitsj en Vladimir Tatlin. In de jaren daarna zou hij uitgroeien tot een van de belangrijkste kunstenaars van de Russische avant-garde.

Aanvankelijk maakte hij schilderijen in de trant van het Italiaanse futurisme en maakte hij abstracte en kubistische schilderijen. In 1915 leerde hij het door Kasimir Malevitsch en Michail Larionov ontwikkelde suprematisme kennen, een uit het kubisme voortgekomen, op zuiver geometrische vormen gebaseerde abstracte stijl en gaat Rodschenko suprematistische werken van grote kracht schilderen.

Tegenover Malevitsj’ spiritualisme en wat hij het leugenachtige illusionisme van de schilderkunst noemde, stelde Tatlin de abstractie van een tastbare aanwezigheid. Vertrekkend vanuit het kubisme en experimenten met driedimensionale collages ontwikkelde hij samen met Alexander Rodtsjenko mobiele open constructies. Embleem van dat constructivisme, sterk doordrongen van de marxistisch-leninistische ideologie, werd de maquette die Tatlin in 1919-20 ontwierp voor het Monument van de IIIde Internationale, een constructie die trouwens nooit werd uitgevoerd. - (verlichting voor Café Pittoresk in Moskou met dezelfde dynamische elkaar kruisende elementen.

Vanaf 1918 staat hij samen met Olga Rozanova aan het hoofd van de afdeling toegepaste kunsten van Narkompros.

Van 1918 tot 1926 is hij leraar op de Proletcult-school in Moskou.

Samen met zijn vrouw en Alexei Gan publiceerde hij 'Het programma van de groep van constructivisten'. Hij werd lid van de Inkhuk en werd docent aan de Vkhutemas in Moskou.

In 1921 schiep hij met een drieluik, bestaand uit een rood, geel en blauw schilderij, een meesterwerk van absolute schilderkunst.

Slechts van 1914 tot 1921 heeft Rodschenko geschilderd. Hij behoorde in die tijd tot een der meest vooruitstrevende figuren van de Russische avant-garde (constructivisme).

Toen Lenin aan het begin van de jaren twintig een politiek invoerde die de kunst meer en meer aan banden legde, gaf Rodschenko het schilderen op. Rodchenko trok meer en meer naar het idee dat de kunstenaar zich in dienst kon stellen van de revolutie door praktische toepassing van kunst in bouwwerken, architectuur, theater en industrieel en grafisch ontwerp. Na 1921 wijdde hij zich dan ook bijna uitsluitend aan grafisch, textiel en theater ontwerpen. Ook begon hij films te maken.

Hij werkt als grafisch vormgever voor kranten als LEF en Novyi Lef en ontwierp affiches, waarvan vele fotomontages waren, en hij optimaal gebruik maakte van de expressiviteit van typografie.

illustratie voor pro eto

Tussen 1922 en 1924 legde Rodtsjenko zich in het kader van zijn affiches en boekomslagen steeds meer toe op het maken van fotomontages. Beroemd werden vooral zijn illustraties bij Vladimir Majakovski's dichtbundel Pro éto ('Daarover'), waarin deze zijn liefde voor Lilia Brik bezong. Rodtsjenko probeerde in zijn montages de dichtregels van Majakovski in beelden om te zetten, wat resulteerde in een unieke combinatie van fotomontage en constructivistische vormgeving. Net als in zijn andere vroege montages maakte Rodtsjenko ook bij Pro éto gebruik van bestaand fotomateriaal.

Pas in 1924, toen hij steeds meer problemen kreeg om geschikte foto's te vinden, besloot hij zelf te gaan fotograferen en kwam hij tot de slotsom dat de fotografie het artistieke medium bij uitstek was. Omdat met een camera vanuit alle posities opnamen gemaakt kunnen worden, was de fotografie volgens Rodtsjenko te vergelijken met het actieve oog van de mens. Het medium was daarmee voorbestemd om de verwarrende indrukken waaraan de moderne grotestadsbewoner blootgesteld wordt op een passende wijze vast te leggen. Hij wilde de fotografie met gedurfde en ongebruikelijke camerastandpunten bevrijden van het primaat van het buikperspectief en andere conventies en ontwikkelde zich zo tot een belangrijke voortrekker van het fotografisch constructivisme. In 1928 schreef hij in een essay: "Om de mens een nieuwe manier van kijken te leren, moet men alledaagse, vertrouwde voorwerpen vanuit volledig onverwachte hoeken en in onverwachte situaties laten zien; nieuwe voorwerpen dienen van verschillende kanten gefotografeerd te worden om een compleet beeld van het voorwerp te geven."

De picturalistische opvatting van de fotografie, met name het oneigenlijke gebruik van beeldmiddelen en het negeren van wat eigen was aan het medium, riep na verloop van jaren steeds meer weerstand op. In de jaren ’10 en ’20 kwam een nieuwe generatie fotografen naar voren die, hoewel ze soms in de picturalistische stijl begonnen waren, zich tegen de inmiddels wat sleetse uitgangspunten van die beweging gingen verzetten. Jonge fotografen zoals de Hongaar László Moholy-Nagy, de Amerikaan Paul Strand en de Rus Alexander Rodchenko wezen het imitatieve gedrag van hun voorgangers af en wilden zich niet langer afhankelijk maken van wat elders, in de gevestigde kunstvakken, bon ton was. Zij laakten ook de struisvogelpolitiek van de picturalisten om alles wat een foto tot een foto maakt zoveel mogelijk te negeren of te verdoezelen. Scherpte, objectiviteit en rijkdom aan details werden in de Nieuwe Fotografie niet langer als nadeel gezien, maar openden nieuwe mogelijkheden om de wereld af te beelden op een wijze die vóór de uitvinding van de fotografie niet mogelijk was geweest. De vernieuwers begonnen te experimenteren met een vormentaal die alleen in de fotografie gevonden kon worden. In hun beeldtaal kregen onder meer extreem hoge en lage standpunten, closeups, afsnijdingen, herhaling van vormen en patronen, optische vervorming, fotomontage en -collage en fotogram een plaats. In tegenstelling tot de picturalisten hadden zij er geen bezwaar tegen zich volledig te verlaten op de intrinsieke fotografische eigenschappen en middelen. Integendeel: die maakten een nieuwe wijze van kijken en weergeven mogelijk. Het onderwerp deed vaak minder ter zake dan de vorm en was vooral aanleiding tot een compositie. De Nieuwe Fotografie voelde zich dan ook niet te goed om onopvallende gebruiksvoorwerpen tot onderwerp te nemen, die door de picturalisten al gauw te onbeduidend gevonden werden om onderwerp van een kunstwerk te zijn. - (1928 kocht Rodtsjenko, die in 1927 met schilderen was opgehouden om zich te kunnen concentreren op de fotografie, een Leica, die vanwege het handzame formaat en het bedieningsgemak zijn favoriete camera werd. Hiermee kon hij zijn ideeën over ongebruikelijke camerastandpunten, sterke perspectivische vervormingen en verrassende details prima verwezenlijken. In de loop der jaren was er in zijn foto's ook een steeds grotere rol voor lijnen weggelegd. Zo integreerde hij in zijn fotografische composities graag voorwerpen als tralies, trappen of leidingen, die hij veranderde in abstracte, constructivistische lijngeraamten. Twee beroemde voorbeelden hiervan zijn Trap (1929) en Meisje met Leica (1934).

Rodchenko moest, net zoals zijn vele collega’s, de avantgardistische idealen van de revolutie in de jaren dertig inruilen voor sociaal-realistische projecten. Zo maakte hij, 'modern' vormgegeven, fotoboeken over het Rode Leger en de Sovjet Unie in opbouw. Na zijn dood, in 1956, werd er in zijn studio zo'n fotoboek gevonden. Het ging over het land Uzbekistan, waar Stalin in 1937 de gehele politieke leiding had laten uitmoorden. Het fotoboek was zeven jaar daarvoor, omstreeks 1930, gemaakt. Er stonden veel foto's in van vermoorde politici. Rodchenko had, in opdracht van de Stalinistische leiding, op de groepsfoto's van politici met zwarte inkt de gezichten van de personen die waren vermoord weggekrast. De politici waren niet alleen vermoord, maar ze moesten ook uit de geschiedenis verwijderd worden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 55.