kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30 01 2018 11:54 voor het laatst bewerkt.

Alphonse Mucha

Moravische (tsjechië) kunstenaar, geboren 24 juli 1860 in Ivančice in Moravië, het huidige Tsjechië - overleden 14 juli 1939 in Praag.

Alphonse (Maria) Mucha is onlosmakelijk verbonden met de Jugendstil, aanvankelijk 'le style Mucha' genoemd. Als geen ander wist hij de Slavische ziel met een licht melancholische inslag weer te geven. Hij geniet bij een breed publiek vooral bekendheid als lithograaf. Befaamd zijn zijn grafiekseries van vrouwen die de kunsten, de vier jaargetijden, edelstenen of bloemen verbeelden. Zijn boekillustraties, textielontwerpen, affiches, verpakkingen, kaarten en decoratieve lithografieën zijn kenmerkend voor de Art Nouveau. Verder ontwierp Mucha postzegels en bankbiljetten en maakte hij een aantal glasramen voor onder andere de St. Vituskathedraal in Praag.

Biografie
Alphonse Mucha werd in 1860 in het toenmalige Moravië geboren als jongste zoon van een gerechtsdeurwaarder. Hij groeide op in een gebied waar de Slavische taal ondergeschikt was aan het Duits. Dat was in de tijd dat de Habsburgers de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie beheersten. Mucha's vader had zijn zoon voor het priesterschap voorbestemd. Mucha koos echter voor het kunstenaarschap en vertrok in 1879 naar Wenen om decorschilder te worden.

Alphonse Mucha werkte als een realistische artiest met hoge verwachtingen naar een carrière als geschiedkundig schilder. Mucha begon als toneelschilder in Wenen, waar hij steeds sterker werd beïnvloed door het werk van Hans Makart (1840-1884).

Hij had reeds verschillende opdrachten gekregen als decor- en portretschilder en voor grote muurschilderingen en olieverf schilderijen die religieuze of historische onderwerpen moesten voorstellen. In 1883 werkte Mucha aan een decoratie voor Schloss Emmahof bij Grussbach waarvan de rijke Tsjechische heer graaf Egon Khuen-Belassi eigenaar was. Hij ontwierp ook een scherm met drie panelen voor de graaf. Mucha wilde echter zijn artistiek talent uitbreiden en vatte studies aan in Praag waar hij echter werd afgewezen en in München (1884-1887). Voor de financiering van deze studies kon hij rekenen op de geldelijke steun van graaf Carl Khuen.

In 1887 vertrok Mucha uit zijn geboorteland naar het toenmalige broeinest van de kunst: Parijs. Hier zette hij zijn studie voort aan de Académie Julian. Deze verruilde hij vervolgens weer in 1888 voor de Académie Colarossi, eveneens in Parijs. Omdat zijn geldschieter met deze keuze niet akkoord ging en zijn steun introk, moest Mucha kleinere opdrachten aannemen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij illustreerde boeken en tijdschriften en tekende decoraties voor kalenders. In 1889 ontwierp hij zijn eerste postzegels en in 1892 maakte hij zijn eerste affiche. Uit een in 1892 uitgegeven sprookjesboek 'Les Contes des grand-mères' valt reeds zijn grote vakmanschap en zijn gave voor verfijnde decoratie uit af te leiden.

In Parijs maakte Mucha kennis met kunstenaars als Paul Gauguin (1848-1903) en Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901). Eerstgenoemde logeerde zelfs enige tijd bij Mucha. Toulouse-Lautrec maakte, zij het enkele jaren eerder dan Mucha, furore met het ontwerpen van affiches voor het
optreden van zangeres Yvette Guilbert en van de danseres Jane Avril. Beide actrices traden op in de Moulin Rouge in de wijk Montmartre van Parijs. Mede door deze contacten en door zich aan te sluiten bij stromingen zoals de Salon du Cent ontwikkelde Mucha zich als de Art Nouveaukunstenaar bij uitstek.

Sarah Bernhardt
De dag voor Kerstmis van 1894 was Mucha de enige beschikbare artiest toen er een grote order kwam van Sarah Bernhardt. Zij was de ster van het Parijse theater en wilde een aantal grafieken om haar rol in het stuk 'Gismonda' te promoten. Zijn ontwerp, dat geïnspireerd was op de Japanse kunst en haar prachtige muurschilderingen met gestileerde bloemen, baarde opzien en maakte heel snel school. De actrice en de kunstenaar gingen een zes jaar durende samenwerking aan met vruchtbare resultaten.

Le style Mucha
Door zijn Jugendstil-affiches voor Sarah Bernhardt, voor wie hij vanaf 1894 ook decors, meubelen, kostuums en juwelen die werden vervaardigd door goudsmid George Fouquet (1862-1957) ontwierp, verwierf hij grote bekendheid. Heel Parijs was overweldigd door zijn werken en de affiches werden zelfs van de straat geroofd. Sarah Bernhardt was de ster van het Parijse theater, Mucha werd de ster van de Jugendstil. Bekend om zijn decoratieve affiches in pastelkleuren, zijn zwierige zweepslaglijnen, gestileerde vogels, bloemen en beeldschone vrouwen. De sierlijke lijnen, frisse pastelkleuren en weelderige motieven in zijn illustraties van sensuele vrouwen, werden de iconen van het fin de siècle. Art Nouveau werd in Parijs aanvankelijk dan ook 'le style Mucha' genoemd.

Mucha had er moeite mee dat zijn werk Art Nouveau werd genoemd. Volgens hem had kunst een eeuwigheidwaarde en dus kon het nooit nieuw zijn. Hij zag niet zo veel in de 'kunst om de kunst zelf'. Kunst was er, volgens hem, voor het volk. Waarschijnlijk was dat de reden dat zijn nieuwe druktechnieken op grote schaal konden worden verspreid. Mucha zelf had de sterke overtuiging dat zijn werk een weergave was van een zuiver Tsjechische traditie.

Een drukkerij verwierf de exclusieve reproductierechten van Mucha's werk. Deze drukker kwam ook met het idee van de beroemd geworden panneaux décoratifs, affiches zonder tekst, zoals de 'Vier Seizoenen' (Les Saisons) uit 1896 en de uit vier wandplaten bestaande serie De Kunsten (Les Arts) uit 1898, die konden worden ingelijst en als decoratie opgehangen. Mucha gebruikte veel lichte kleuren en legde decoratieve accenten in goud en zilver met een grote voorliefde voor Byzantijnse motieven die hij kende door de aanwezigheid van Byzantijnse invloeden in het 8e- en 9e eeuwse Moravië. Veel van zijn affiches en panneaux worden beheerst door weelderige vrouwenfiguren waarvan het hoofd in een ronde halo- of in een aureool wordt geplaatst. Op de achtergrond verschijnt een beschermende godheid. Andere elementen zijn de vijf- of zespuntige ster, die samen met sikkels en hoefijzervormen kenmerkend zijn voor de ontwerpen. Daarnaast valt de op Japanse prenten gebaseerde sterk golvende haarlok op.

In 1896 verhuisde Mucha naar een groter atelier. Tussen 1896 en 1902 bereikt Mucha een enorme productie. In een periode van zes jaar maakt hij, volgens kenners, zijn beste werk. Hij werkte onder meer aan 'Ilsée', 'Le Pater' (1899) en 'Documents décoratifs' (1902), een soort encyclopedie van Mucha's decoratieve werk dat behalve voltooide ontwerpen ook ontwerpen voor voorwerpen voor dagelijks gebruik bevat.

Hij maakte diverse interieurs met de typische krullen, waaronder dat voor de winkel van Fouquet aan de Parijse Rue Royal; hij ontwierp dan alles, van deurkrukken en stoffering tot gebrandschilderde ramen en verlichting. In 1897 was er een expositie van Mucha's werk in Parijs en werd een speciale uitgave van het tijdschrift La Plume aan zijn oeuvre gewijd. Later ging deze expositie naar Praag, Munchen, Brussel, Londen en New York, zodat Mucha internationaal bekend werd. Mede door zijn affiches voor Waverley Cycles (1898), Job-vloeipapier (1898) en Moët & Chandon (1899) werd zijn werk zeer populair.

In het spirituele werk 'Le Pater' dat hij beschouwde als een van zijn beste werken legde hij het gebed Het Onze Vader, verdeeld in zeven verzen die elk inclusief afbeeldingen drie bladzijden beslaan, op zijn manier met veel symboliek in woord en beeld uit.

Vrijmetselarij
Zijn belangstelling voor het mystieke brengt hem tot de Vrijmetselarij. Hij trad toe tot de Parijse grootloge in 1898 en stichtte in 1918 de Tsjechische vrijmetselarij: e Komensky-loge in Praag. Later heeft hij verschillende hoge functies bekleed binnen deze loge. Uit zijn boek 'Le Pater' (Het Onze Vader) spreekt zijn sterke geloof in een Opperwezen. De symbolentaal van de Vrijmetselarij wordt in gestileerde vorm weergegeven op de omslag van 'Le Pater'. Voor Mucha is het boek het vehikel waarin hij zijn ideeën kan uitdragen.

Hij ontwierp het winnende Bosnië-Hercegovinapaviljoen voor de 'Exposition Universelle et Internationale' in Parijs (1900). In 1901 kreeg Mucha het ordeteken van het Legion d'onneur wegens zijn grote verdienste voor de inrichting van het paviljoen van Bosnië-Herzegovina op de wereldtentoonstelling in 1900 te Parijs. In 1934 werd hij door de Franse regering bevorderd tot officier van het Legion d'Honneur.

In 1900 begon Mucha ook met beeldhouwen. Veel van zijn beeldhouwwerk was bedoeld voor de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Hij startte met deze nieuwe kunstuiting op aandringen van vrienden, onder wie August Rodin (1840-1917). Deze zou hij later, in 1902, vergezellen naar diens tentoonstelling in Praag en Moravië.
 
In 1902 en 1905 publiceerde hij twee boeken over zijn eigen werk: In 1902 verscheen het "Documents Decoratif" en in 1905 "Figures Decoratives".

In 1903 reisde hij naar de VS, waar hij samen met Louis C. Tiffany sieraden ontwierp.

'Madonna van de lelies', 1905, toont een jong meisje in klederdracht, aan wie een hemels visioen van de maagd Maria, omringd door tientallen witte lelies, verschijnt. Mucha moet haast wel een dromer geweest zijn. Een man die de wereld letterlijk mooier en mysterieuzer wilde maken, dan hij is.

Van 1904 tot 1912 verbleef hij regelmatig in de Verenigde Staten, waar hij waar hij aan kunstnijverheid werkte en zich aan de schilderkunst wijdde. De Amerikanen waren echter meer geïnteresseerd in zijn affiches en panneaux. Hij ontmoet de miljonair Charles Crane
die erg geïnteresseerd was in de cultuur van het Slavische volk.

In 1907 verscheen er zeep op de markt, die zijn naam droeg.

In 1910 keerde Mucha definitief terug naar Praag om in het Obecni Dum, het nieuwe gemeente- of gemeenschapshuis van Praag (d.w.z. plaats van samenkomst en cultuurbeleving voor de Tsjechoslowaakse gemeenschap, als tegenhanger van de Oostenrijkse gemeenschap in Tsjechoslowakije), uitgebreide wanddecoraties maken.
Mede door tegenwerking van jonge lokale kunstenaars betrof het uiteindelijk slechts de decoratie van de boven de hoofdingang gesitueerde Burgemeesterszaal, waar Mucha onder meer een serie symbolische schilderingen aan bracht die een vooruitblik lijken te zijn naar het Slavische Epos.
Het architecten Antonin Balsanek en Osvald Polivka is een van de opmerkelijkste Art Nouveaupanden van Praag en het is tegenwoordig een toeristische trekpleister. De met een loopbrug aan het Obecni Dum verbonden gotische Kruittoren draagt daaraan ongetwijfeld bij.

In het affiche voor het Ballet Princes Hyacint van Ladislav Novak en Oskar Nedbal uit 1911 valt een verandering van stijl in de afgebeelde figuren waar te nemen: het wellustige karakter van de vrouwen uit zijn Parijse periode heeft plaats gemaakt voor de ingetogenheid en somberheid van het onderdrukte Slavische volk.

Idealistisch Slavisch epos
Mucha geloofde in vrede en harmonie in samenhang met het schone en het goede. Een idealistische wereld die is te vinden in zijn Slavische Epos, een meesterwerk waaraan hij sinds zijn terugkeer in 1910 naar zijn geboorteland werkte. Een reeks van twintig monumentale wandschilderingen die de kunstenaar tussen 1912 en 1928 vervaardigde. Hij hoopt hiermee na jaren onderdrukking van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk weer een nationalistisch besef aan te wakkeren. Mucha zelf vond deze serie zijn belangrijkste werk. Het gaf uiting aan zijn patriottistische gevoelens en zijn steun aan het panslavisme. Voor deze twintig werken maakte hij meerdere studiereizen door Oost-Europa. De Amerikaan Charles Crane sponsorde het werk.
In 1909 werd een eerste aanzet gegeven tot dit epos door een opdracht om de Burgemeesterszaal van het Praagse gemeentehuis te beschilderen. Het schilderij was een eerbetoon aan het Tsjechische volk. Vervolgens vervaardigde hij twintig enorme panelen. Hij greep terug naar een meer behoudende stijl. In kunstzinnig opzicht bleef zijn werk zijn opmerkelijke vakmanschap behouden. Vernieuwende elementen bleven daaraan ondergeschikt.
De immense doeken tonen belangrijke historische momenten uit de geschiedenis van de Slaven, de Tsjechen in het bijzonder. Zij moesten de onafhankelijkheid van Tsjecho-Slowakije onderstrepen.
De werken zijn verdeeld langs vier lijnen: allegorie, religie, veldslagen en cultuur. De hoofdthema's zijn de viering van het Slavische volk, de bevrijding van buitenlandse machten en de Slavische eenheid. In 1919 werden de eerste elf werken tentoongesteld in Praags Clementinum. Ze werden maar matig ontvangen. In 1928 doneerde Mucha het hele epos aan de stad Praag.

In 1935 werden de doeken opgerold. Het epos werd door de nazi's als te nationalistisch verboden. Met de Tweede Wereldoorlog en het communistisch regime werden de doeken vergeten. Pas in 1963 werden de doeken weer tentoongesteld in het Mucha Museum, het kasteel in Moravsky Krumlov bij Brno, enkele uren rijden vanaf Praag. Hier zijn ze, wegens gebrek aan verwarming, van april tot en met oktober, nog steeds te bezichtigen. Pas de laatste jaren, na de val van het IJzeren Gordijn is er weer meer aandacht voor deze serie die Mucha als zijn levenswerk beschouwde. - (Oostenrijk-Hongarije viel oktober 1918 uiteen. De Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië vormden samen met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië de nieuwe staat Tsjechoslowakije. De eerste postzegels van het jonge land werden ontworpen door Alphonse Mucha. Behalve de opdracht voor alle courante postzegels kreeg Mucha ook de opdracht tot het ontwerpen van de eerste bankbiljetten (10 kronen uit 1920), waarop later in 1931 nog een vervolgopdracht volgde. Deze postzegels en bankbiljetten kunnen nog steeds gerekend worden tot de kunststroming die Mucha in die tijd eigenlijk al achter de rug had, te weten de Art Nouveau, getuige de zwierige lijnen en florale motieven in het kader van de postzegels. Mucha verwierf ook de opdracht voor het ontwerpen van het staatswapen van de nieuwe staat. Dit wapen is op de door Karl Seizinger in 1929 ontworpen serie van 6 postzegels afgebeeld. - (Praag was begonnen werd de kerk pas in de jaren dertig van de 20e eeuw afgebouwd. Mucha ontving in 1931 van de Tsjechische Bank Slavia de eervolle opdracht een gebrandschilderd raam voor de kathedraal te ontwerpen. Het werd een ontwerp waarin zijn typisch Slavische personages, zoals we die ook in het Slavische Epos en ander schilderwerk van zijn hand tegenkomen, duidelijk herkenbaar zijn. Ook de belangrijke Tsjechische Art Nouveauschilder Max Svabinsky (1873-1962) maakte ontwerpen voor een drietal glas-in-loodramen voor de Sint Vituskathedraal.
 
In 1936 vond er nog een grote overzichtstentoonstelling in Parijs plaats. De Art Nouveau werd in die dagen al beschouwd als niet meer van die tijd. De Europese beschaving had reeds lang gekozen voor meer zakelijker vormen van kunst. Onder kenners bleef de naam Mucha echter voortleven.

Bij de inval van de nazi's in 1939 werd hij vanwege zijn symboolfunctie meteen door de Gestapo gearresteerd, met name omdat hij lange tijd al voor de opkomst van Hitler had gewaarschuwd. Na verhoor werd hij weer vrijgelaten om snel daarna ziek te worden en in hetzelfde jaar - 14 juli 1939 - 79 jaar oud te sterven. Bij zijn begrafenis op het nationale erekerkhof gelegen in de voormalige burcht Vysehrad waren honderdduizenden Tsjechen aanwezig om hun held de laatste eer te bewijzen.

Mucha's populariteit herleefde mede door wederom een expositie in Parijs in het jaar 1966 in de swinging sixties van de twintigste eeuw. Kunstenaars namen zwierige elementen uit Mucha's kunst over voor het produceren van fantasierijke psychedelische affiches en gebruiksvoorwerpen. Menige studentenkamer werd opgesierd met een reproductie naar het werk van de meester van de Jugendstil. De kunst van Mucha is dan ook springlevend en de heldere, frisse kleuren en intieme voorstellingen weten nog steeds velen te boeien.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 56.