kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-10-2009 voor het laatst bewerkt.

Amerikaanse grafiek

Moderne Amerikaanse grafiek

In de Verenigde Staten werden tot voor korte tijd nog de beste prenten van de XXe eeuw gemaakt door schilders, zoals nu (1956) nog het geval is in Europa.

Zoals de tien jaar jongere Bonnard en Vuillard in Frankrijk, zette Maurice Prendergast in Amerika de impressionistische traditie voort. Evenals Degas werd hij aangetrokken door de onberekenbare mogelijkheden van de monotype. Zijn vier gekleurde prenten roepen herinneringen op aan een reis door Italië en Frankrijk. Verschillende aspekten van het Amerikaanse leven zijn weergegeven door de drie schilders: John Marin, Edward Hopper en George Bellows. Bellows stierf in 1925 op 43 jarige leeftijd en Marin in 1953. Hopper werkt nog voort aan zijn zeer persoonlijk beeld van het Amerikaanse leven.
Morin en Hopper vonden beiden erkenning als grafici voordat zij als schilders naam maakten. In Europa maakte Marin fijne etsen, stadsgezichten, in een preciese en konventionele stijl. In 1911 kwam hij terug naar Amerika en maakte een begin met een serie aquarellen en etsen, waarvoor hij zijn inspiratie vond in "downtown" New York. Twee gebouwen in deze wereldstad boeiden hem speciaal: het Woolworth Building en de Brooklyn Bridge. Deze vier etsen van New York, gemaakt tussen 1913 en 1915, lopen vooruit op de aquarel met hetzelfde onderwerp "lower Manhattan". De stad is ook een regelmatig terugkerend motief in de etsen van Edward Hopper. Diens interpretaties verschillen echter totaal van de indringende analyse van Marin en roepen in de plaats daarvan romantische stemmingen van rust, eenzaamheid en nacht op.
Georges Bellows is meer journalist in zijn schildering van het Amerikaanse leven. Ofschoon medestudent van Hopper, verwierf hij veel vroeger dan deze erkenning. Nu is hij misschien wel het meest bekend om zijn verbeeldingen van sportevenementen: opwindende episodes zoals de bokswedstrijd, waarin Firpo Dempsey door de touwen slaat.
Max Weber en lyonel Feininger hebben minder de behoefte indrukken te geven van het Amerikaanse leven. Weber studeerde bij Matisse en kende Rousseau, Delaunay en Apollinaire. In 1909 kwam hij terug naar Amerika, waar hij een van de eerste voorvechters van de moderne kunst werd. De series kleine houtsneden, allen zeer fijn van kleur en in enkele exemplaren gedrukt, ontstonden ongeveer tien jaar later.
Feininger daarentegen, die in de Verenigde Staten werd geboren, verbleef lange tijd in het buitenland en vestigde zijn reputatie in Europa. Hij leefde in Duitsland, gaf onderricht aan het Bauhaus en kwam pas in 1936 naar Amerika terug. Zijn eerste lithografieën zijn gedrukt in 1906, zijn eerste etsen in 1910 en de eerste houtsneden in 1918. Hij is een van de weinige Amerikaanse schilders, die met sukses zo vele grafische technieken beheerst.
Bellows en Marin zijn zowel de prentkunst als de schilderkunst hun gehele leven trouw gebleven. Hopper is echter in 1924 met het etsen opgehouden. Weber en Feininger, die zich gedurende de dertiger en de veertiger jaren hoofdzakelijk aan de schilderkunst hebben gewijd, zijn beiden in de laatste tijd tot de prentkunst teruggekeerd.
Het grafisch werk van de oudere kunstenaars zoals Marin, Hopper, Weber en Feininger, dat zeer belangrijk is, blijft toch bijkomstig vergeleken met hun schilderkunstige prestaties. In de afgelopen tien jaar is er echter een steeds groeiend aantal Amerikaanse kunstenaars naar voren gekomen, wier belangstelling in de eerste plaats uitgaat naar de prentkunst. Door afmeting en kleur geven zij soms opzettelijk aan hun prenten het karakter van schilderijen.
Ieder overzicht van de hedendaagse prentkunst in de Verenigde Staten moet beginnen met de Engelse graveur Stanley William Hayter. In 1939 bracht deze zijn atelier te Parijs, het "Atelier 17", waar hij had samengewerkt met de surrealisten, naar New York over. Zijn technisch vernuft, zijn voortdurend aandringen op het direct gebruik van de burijn en zijn enthousiasme als leermeester zijn een stimulans geweest voor een buitengewone herleving van de diepdruk prentkunst. Hoewel Hayter nu naar Parijs is teruggekeerd, blijven graveurs als Gabor Peterdi en Mauricio Lasansky het voorbeeld volgen dat hij als leermeester en graveur gegeven heeft. Hun ateliers zijn kenmerkend voor de kursussen die verscheidene musea en vele universiteiten overal in de Verenigde Staten hebben georganiseerd. Menige school stimuleert er de prentkunst door haar op te nemen in het gewone leerprogramma. Het is daarom misschien niet verrassend dat van de 48 kunstenaars, die vertegenwoordigd zijn in de afdeling "Hedendaagse Prentkunst" de helft 35 jaar of jonger is.
Terwijl graveurs als Landeek, Pozzatti, Rogalski en Steg de oude zuivere graveertechnieken trouw gebleven zijn, kombineren vele anderen de verschillende diepdrukprocédé's. Een zachte etsgrond geeft hun meer vrijheid bij het etsen in metaal. Zo worden bijvoorbeeld de afdrukken van verschillende materialen, gewoonlijk weefsels, in het oppervlak van de plaat geëtst om het pikturale effekt van de gedrukte voorstelling te verhogen. Het gebruik van deze techniek, dat gemakkeijjkte zien is bij de prent van Sue Fullel, valt minder op bij de prenten van Jones, Lasansky en Peterdi. Evenals in Europa wordt er druk gebruik gemaakt van één of meer platen, maar vele Amerikaanse kunstenaars bedienen zich daarenboven nog van stencils, offset en lithografie. De wederopleving van de belangstelling voor de diepdruk deed ook die voor de andere grafische technieken snel toenemen. Al in het begin van de dertiger jaren had Louis Schanker de mogelijkheden van de gebruikelijke houtsnede technieken verruimd en een hele generatie jonge kunstenaars beïnvloed. In de veertiger jaren zochten Adia Yunkers en Bernard Reder onafhankelijk van elkaar kontakt met hem. Nu leiden deze drie, tezamen met de jongere Baskin, Frasconi en Moy de opzienborende herleving van de houtsnede. Zij zetten de sterke traditie voort, die door Gauguin en Munch op het einde van de negentiende eeuw gevestigd werd, maar die met uitzondering van het biezondere werk .dat in Duitsland ontstond in Europa grotendeels verwaarloosd werd. Zowel bij de houtsnede als bij de diepdruktechnieken nodigt het verlaten van het zwartwit effekt en het veld winnen van de prent van groot formaat tot een welbewust vergelijk met de schilderkunst uit. Pikturale effecten zijn niet alleen door het gebruik van de kleur verkregen maar ook door het variëren van de basistechnieken. Zo persen Schanker en Frasconi bijvoorbeeld patronen van ijzerdraadgaas in het hout.
Adja Yunkers en Seong Moy gebruikten tot twintig blokken toe om de kleuren, die in een enkele prent voorkomen, op te bouwen. Geheel in tegenstelling daarmee snijdt Bernard Reder slechts één blok, en aangezien de kleuren op het hout geschilderd zijn, is ieder van zijn houtsneden een unicum. Forsberg gebruikt karton in plaats van hout, terwijl verscheidene andere kunstenaars menen dat het zachte linoleum hun meer vrijheid geeft bij het snijden.
Het veel hardere kopshout, dat gebruikt wordt voor de houtgravure, biedt grotere weerstand aan het snijdend instrument. De kunstenaar houdt echter het oppervlak intokt, zodat de fijne lijn die verkregen wordt bij het snijden tegen de draad in, wit wordt afgedrukt. De houtgravure is van oudsher beperkt gebleven tot kleine formaten en slechts in de vorm van vignetten in de boekillustratie toegepast. Arthur Deshaies, Misch Kohn en de jongere Michoei Train hebben echter deze techniek, die dikwijls zo gesloten en sober is, een nieuw leven ingeblazen.
In Europa, en bijzonder in Frankrijk, is door een zeer naUwe samenwerking tussen schilders en steendrukkers de lithografie tot een buitengewone bloei gekomen. Ongelukkigerwijs zijn er in de Verenigde Staten maar enkele steendrukkerijen, waar kunstenaars en vaklieden gezamelijk op steen en zink kunnen werken. Dit vindt natuurlijk zijn weerspiegeling in de beperkte ontwikkeling van de steendrukkunst in tegenstelling tot de diepdruktechnieken en de houtsnede. Het is wel interessant dat van de zeven op de tentoonstelling vertegenwoordigde lithografen alleen McClintock en Wayne het steendrukken niet in het buitenland geleerd hebben. Daar stoot tegenover dat er verscheidene nieuwe media werden ontwikkeld, die typisch Amerikaans zijn. Experimenten hebben geleid tot het vinden van volslagen nieuwe technieken, waarvan de jongste wel zijn het graveren en etsen in plastic materialen zoals de celluloidsnede van Boris Margo. Maar verreweg het meest populair is de zijdedruk, waarbij men de tekening aanbrengt op een stuk zijde. De zijdedruk (serigrafie) is uitgevonden in de Verenigde Staten en vindt nu ook bijval in Europa. Drie geheel verschillende toepassingen ervan kan men zien in het werk van Gwathmey, Shahn en Wald.
De tentoongestelde prenten zijn niet meer dan een aanduiding van de belangrijke resultaten die de vele grafici, die momenteel in Amerika werkzaam zijn, bereikt hebben. Toch geven zij een duidelijk beeld van de drie kenmerken van de hedendaagse prentkunst: de toepassing van de kleuren- en schabloondruk, de voorliefde voor het groot formaat en het experiment, waar nieuwe procédé's uit voortvloeien.

WILLlAM S. LlEBERMAN, konservator van het prentenkabinet van het Museum of Modern Art. (Naar aanleiding tentoonstelling '50 jaar moderne kunst in de USA' in het gemeentemuseum 's-Gravenhage van 2 maart tot 15 april in 1956.

Moderne Amerikaanse prentkunst


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4615.

Tweets by kunstbus