kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

André Bloc

Frans architect, schilder, beeldhouwer en essayist, geboren 1896 Algiers - overleden 1966 New Delhi.

In zijn werken poogde hij een synthese te vinden tussen architectuur en kunst. Hiervoor maakte hij gebruik van cement, metaal en marmer maar ook van mozaïeken, glasvensters en tapijten.

Na een ingenieursopleiding voltooid te hebben, werd Bloc redacteur van een technisch tijdschrift.

Bloc raakte sterk onder de indruk van Le Corbusier en kocht alle exemplaren van zijn tijdschrift 'L'Esprit Nouveau'. In 1931 ontwikkelde hij samen met Le Corbusier een nieuw tijdschrift: 'Architecture Aujourd'hui'.

Vanaf 1940 begon hij ook te beeldhouwen.

Vanaf 1947 begon Bloc te beeldhouwen, en vanaf 1951 ook te schilderen.

In 1951 vormde hij met de beeldhouwers Béothy en Del Marle de groupe Espace met vanaf 1955 als orgaan het tijdschrift Art aujourd'hui met de ondertitel 'Art et Architecture'.

Websites:
. André Bloc. Van beeldhouwkunst naar architectuur.

Op een archeologische studiereis in India is André Bloc op 8 november '66 bij een ongeval om het leven gekomen. Op 23 mei was hij zeventig jaar geworden. Maar deze leeftijd was voor hem geen reden zich niet te gedragen alsof hij nog een heel leven voor zich had en alleen de toekomst telde. Nu die toekomst bruusk is afgesloten, beseffen we dat André Bloc ook een verleden heeft gehad.

Het verleden van André Bloc is niet in één werk, niet in één zin samen te vatten. Hij was een heel beweeglijke geest die niet schroomde zich met een ongewone, in vele gevallen aanstekelijke in andere ergerlijke, vanzelfsprekendheid op alle mogelijke terreinen te bewegen, telkens ingrijpend om een beweging op gang te brengen, maar ook om die beweging begeleidend aan
[p. 92]zijn eigen persoon en werk te binden. In die persoonlijke stimulans lag zijn grootheid én zijn beperktheid. Men kan deze zien als gevolg van een intelligentie die tegelijk heel lucied een situatie wist te doorzien en meteen in die situatie verlangde in te grijpen. Misschien hing deze laatste activistische trek samen met zijn opleiding als ingenieur. Alles wat hij aanpakte deed hij trouwens met de op efficiëntie afgestemde precisie van een ingenieur.

André Bloc is in wezen een publicist geweest, in de meest omvattende betekenis van het woord; iemand die te midden van de communicatie is gaan staan. Hij was daarbij bijzonder geïnteresseerd voor alles wat in de avantgarde op het gebied van de architectuur en de beeldende kunsten leefde. Hij zelf heeft in een Hommage aan Le Corbusier verteld hoe hij in zijn jeugd onder de indruk is gekomen van Le Corbusiers publicistische activiteiten, vooral van de uitgaven L'Esprit Nouveau. ‘In die tijd was ik helemaal niet geïnteresseerd in architectuur of plastische kunsten. Ik was een jonge ingenieur, juist afgestudeerd en helemaal gekeerd naar het praktische leven. Ik liet echter niet na elk nummer van L'Esprit Nouveau te kopen en zag met vreugde hoe daarin valse idolen werden neergehaald. De nieuwe ideeën op gebied van architectuur en stedebouw begonnen me te boeien. Sinds 1921 was Le Corbusier mijn gids. Ik streefde er enkel nog naar mij van mijn beroepsbeslommeringen los te maken om met architectuur en beeldende kunsten te kunnen bezig zijn.’ ‘Nog tien jaar moest ik wachten en L'Esprit Nouveau bestond sinds lang niet meer toen ik in 1930 L'Architecture d'Aujourd'hui oprichtte. Mijn eerste zorg was Le Corbusier voor dit initiatief te winnen en een speciaal nummer werd aan deze uitzonderlijke architect gewijd

Tot op de dag van vandaag is het tijdschrift van André Bloc L'Architecture d'Aujourd'hui niet alleen blijven bestaan, maar heeft zich als een van de voornaamste vakbladen weten te handhaven. Het was echter wel merkbaar dat de persoonlijke interesse van André Bloc, vooral sinds de tweede wereldoorlog, zich had verlegd, of liever, zich had toegespitst op een meer bepaald probleem van de verhouding van architectuur tot sculptuur. Het is niet heel nauwkeurig dit zo te stellen omdat de schijn gewekt wordt dat Bloc op de eerste plaats dacht aan wat de jongste jaren ‘integratie van de kunsten’ werd genoemd. Ook dat aspect speelde wel mee, maar theoretisch stelde Bloc de zaken juister. Hij draaide uitgangspunt en eindpunt om. De integratie van de kunsten was voor hem een op zijn kop gezet probleem. Het gaat er niet om beelden in een architectuur te plaatsen, maar, met zijn eigen woorden ‘om de eenheid van creatie’. Of het nu om urbanisatie, architectuur, binnenhuisinrichting of zuivere kunst gaat, in alles moet de menselijke creativiteit zich uitwerken.

Ik haal die woorden uit de presentatie van het eerste nummer van Aujourd'hui, het nieuwe tijdschrift waaraan André Bloc sinds 1955 zijn beste krachten zou wijden. De ondertitel ervan: ‘art et architecture’, is sprekend voor Blocs evolutie. Ook dit tijdschrift bestaat nog en heeft zelfs in zijn laatste nummers een merkwaardige vernieuwing ondergaan. Toen Bloc met dit tweede tijdschrift startte was sinds enkele jaren een nieuw element in zijn leven gekomen: hij was zelf gaan beeldhouwen en schilderen, het eerste sinds 1947, het tweede sinds 1951. Toen hij met dit nieuwe tijdschrift begon werd gefluisterd dat het een persoonlijk tijdschrift zou zijn, een efficiënt propagandamiddel voor het eigen werk. Bloc was er inderdaad de man niet naar om algemeen tijdschrift en persoonlijk werk uit elkaar te houden. Het moge echter nog zoveel publiciteit voor eigen werk geweest zijn, achteraf bekeken kan men alleen maar getuigen dat de openheid voor het werk van anderen veel groter was dan de belangstelling voor eigen produktie. Die openheid en dit begrip voor het andere en het nieuwe was Bloc als kunstenaar zelfs niet altijd erg gunstig. Men heeft van hem kunnen schrijven ‘dat hij op een indrukwekkende en voorbeeldige wijze heeft laten zien hoe ver men in de kunst komt met alleen maar intelligentie, in welke mate deze oorspronkelijkheid en intuïtie kan vervangen.’ Beter kan men het artistieke oeuvre van Bloc niet karakteriseren. Want zodra hij met een bepaald werk in contact kwam wist hij er de vitale kwaliteiten van te onderscheiden en zijn manier om deze ervaring voor zichzelf en anderen te verhelderen bestond erin zelf iets te maken, waarin hij de indrukken van het geziene kritisch verwerkte en tot uitdrukking bracht. Heel de evolutie van de moderne beeldhouwkunst in haar meest uiteenlopende richtingen heeft hij op die manier in soms indrukwekkende werkstukken geparafraseerd.

Misschien was het die beeldende ervaring die hem nog meer bewust maakte van de ‘eenheid van creatie’ en vooral van het ermede samenhangende feit dat die creatie op de eerste plaats gericht moet zijn op het scheppen van een humaan leefmilieu, dat door hem als een plastisch kunstwerk werd opgevat. ‘Onverschillig en onbekwaam om de echte plastische waarden te herkennen werpt de hedendaagse wereld, gewend aan de ergerlijkste vulgariteit, de kunstenaars en vooral de beeldhouwers terug in een wereld van specialisten, de wereld van de verzamelaars die een voorbereiding is op de “museum-kerkhoven”. Om voort te bestaan moet de beeldhouwer zich in de meeste gevallen beperken tot de creatie van “sculpture-objets”’. Eens tot dit bewustzijn gekomen kon Bloc zich niet bij die toestand neerleggen. Hij legt zich zelfs niet langer neer bij het feit dat beeldhouwers meer en meer, zoals dat voor hemzelf vaak het geval was, de gelegenheid krijgen innig met de architecten samen te werken en hun beelden als een verlenging of verheviging van het architectonische spel te kunnen ontwerpen. Tenslotte ziet hij maar één uitweg: de architectuur en de stedebouw zelf ‘plastisch’ maken, de beeldhouwkunst tot architectuur laten evolueren, ze bewoonbaar maken. Dit is dan ook de betekenis van de titel van zijn laatste boek: De la Sculpture à l'Architecture. Hierin schetst hij zijn evolutie naar wat hij noemt: une sculpture habitacle, niet gewoon habitable, bewoonbaar, maar habitacle, het bijbelse en poëtische woord voor woning, met de precieuze bijklank van een foedraal, waarin iets kostbaars wordt bewaard. In deze naam sculpture-habitacle verenigt Bloc zowel zijn definitie van beeldhouwkunst als van architectuur: de twee zijn één geworden. Met sculpture-habitacle is echter nog niet alles gezegd. De woningen van Le Corbusier kan men ook als zodanig bestempelen. En Bloc zelf heeft sculpturen gemaakt die men met architectonische constructies kan vergelijken. Met zijn sculpture-habitacle wil hij echter ontsnappen aan elke dwang van technische of constructieve aard om niets anders meer over te houden dan het loutere spel van de fantasie, een gebouw even grillig en onverwacht in zijn bewegingen als een inval van de verbeelding.

Zijn eerste bewoonbaar beeldhouwwerk was een vogelkooi. Van daar was het dan maar een stap meer om sculpturen ook voor mensen bewoonbaar te maken. Zijn onderzoekingen daaromtrent gaan oorspronkelijk twee richtingen uit. De eerste besteedt aandacht aan de reële situatie van de bouw van vandaag en onderzoekt de mogelijkheid om met geprefabriceerde ‘plastische’ elementen een ‘plastische’ architectuur op te bouwen; de tweede was zuiver vormelijk geïnspireerd, expliciet gericht tegen elke mogelijke dwang van buitenuit op de plastische vorm. In geen van beide richtingen verschijnt Bloc als een geïsoleerde figuur. Vrij algemeen zijn momenteel de onderzoekingen in het domein van de prefabrikatie om te komen tot een vrijere en expressievere architectuur. Vrij algemeen ook zijn de extravagante reacties tegen het functionele woonhuis in alle mogelijke vormen van sculptures-habitacle: denk maar aan het nieuwe Castellaras van Couëlle, of op een ander niveau aan de prairie-woning van Herbert Green.

Het idee van Blocs sculptures-habitacle is onlangs in een heel expressief symbool tot uitdrukking gekomen. William Klein draaide in een ervan, die Bloc in zijn tuin te Meudon liet oprichten, zijn film ‘Qui êtes-vous Polly Magoo?’, waarin de protagoniste verschijnt in metalen kokers - men kan ze geen kleren meer noemen -, ontworpen door Bernard Baschet.

Dat Bloc nog een onderscheid maakt tussen een plastische architectuur met of zonder dwang laat al het failliet ervan zien. Zijn bewoonbare sculpturen doen niets anders dan op een negatieve en steriele wijze een onvoldaanheid en een heimwee uitdrukken. Ze brengen nog geen reëel antwoord op de reële vraag van het wonen vandaag. Ze zijn, zoals het hele werk van Bloc, antwoord van een ontgoochelde rationalist die tegenover zijn rationalisme slechts een nieuw rationalisme weet te zetten. Slechts in schijn werken die pogingen bevrijdend omdat ze een ogenblik lang een wezenlijke behoefte laten herkennen door het aanbieden van een ersatz-antwoord. Evenzeer als de produkten en situaties die ze willen bestrijden zitten ze gevangen in een oppervlakkige esthetische conceptie van de vorm. Dit neemt het belang van dergelijke pogingen niet weg. Ze laten inderdaad een beetje duidelijker de existentiële behoefte aan een zinvol woonmilieu voor de mens van vandaag ervaren. De meest realistische tussenkomst op dat stuk is de inzet geweest voor het urbanisatieproject van Parijs, opgemaakt door het redactiecomité van L'Architecture d'Aujourd'hui en bekend onder de naam Paris Parallèle. Het is verkeerd dit als het werk van Bloc voor te stellen, maar hij speelde toch een grote rol in het tot stand komen ervan. Met de woorden zelf van het redactiecomité bestaat het plan in het oprichten van een parallelstad die niet tegen Parijs zou gericht zijn, maar Parijs als centrum zou aanvullen. De nieuwe stad immers, niet verder dan een half uur van de oude verwijderd, zou geen satelliet- of slaapstad zijn, maar een volwaardige uitbreiding van de hoofdstad.

Deze waardering van het werk en persoon van André Bloc is nogal negatief uitgevallen. De positieve betekenis van deze figuur kan men paradoxalerwijze slechts aan haar negatieve aspecten belichten: zonder ophouden heeft hij in zijn tijdschriften, beelden, schilderijen, woningen de weg willen afpalen waarlangs een vitale evolutie zich ontwikkelt. Veel van wat hij op die manier geponeerd heeft blijft geldig, al zal dit niet altijd kunnen of mogen gerealiseerd worden in de vorm die hij er voor heeft voorgesteld.

Kerkbouw op een keerpunt.

TABK 1(1967).

Verzamelde opstellen.
Deel 2: Los in de ruimte 1966-1970
Geert Bekaert - (www.dbnl.org/tekst)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1499.