kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

André Lhote

Frans schilder, illustrator, beeldhouwer en kunsthistoricus, 05.07.1885 Bordeaux - 21.01.1962 Parijs.

Invloed van Afrikaanse en Egyptische kunst en het werk van Paul Gauguin. Schilderde portretten, stillevens, interieurs, landschappen en havengezichten. Naast de stilering valt het gebruik van onvermengde kleur op. Belangrijker dan zijn schilderkunst is Lhotes werk als theoreticus, kunstpedagoog en criticus.

Opgeleid als beeldhouwer. Hij leerde zichzelf schilderen. In 1908 te Parijs waar hij het werk van Cézanne leerde kennen. In 1910 wist hij door een expositie van eigen werk de aandacht op zich te vestigen. Onder de kubisten vertegenwoordigt Lhote een eigen stijl. Zijn werk toont een prachtig en verfijnd koloriet. Licht, halftint en schaduw hebben elk een eigen vorm die hij in zijn compositie ritmisch poogt te rangschikken. Hij stichtte in 1928 een eigen academie op Montparnasse. Bekende schilderijen zijn Femme à sa toilette (1923), Leda (1930), Le Grand Canal (1934), La vie de famille (1946). Werken: Ecrits sur la peinture (1946), Traité de la Figure (1950). (Summa)

Biografie
Geboren 5 juli 1885 in Bordeaux, gestorven 24 januari 1962 in Parijs.

André Lhote is als schilder grotendeels autodidact. Op dertienjarige leeftijd ging hij werken bij een decoratieve beeldhouwer en van 1898 tot 1904 is hij student aan de Ecole des Beaux-Arts in Bordeaux, afdeling beeldhouwen. Onder invloed van Paul Gauguin werd hij echter steeds meer tot de schilderkunst aangetrokken.

Vanaf 1907 wordt verscheidene keren werk van hem geëxposeerd.

In 1908 ging hij naar Parijs. Hij bestudeerde Gauguin, Cézanne en de romaanse fresco's van Saint-Savin. Als schilder werd hij allereerst erkend door André Salmon en later ook door Apollinaire en Jacques Rivière.

In 1910 heeft Lhote van 7 tot 19 november zijn eerste eigen expositie bij de Galerie Druet in de Rue Royale 20 te Parijs.

In 1910 werd in Parijs de grote retrospectieve Cézanne tentoonstelling gehouden, de aanleiding voor Lhote om zich tot het kubisme te wenden.

Zijn vroege werk is fauvistisch, o.i.v. van Paul Cézanne en Pablo Picasso, wordt zijn stijl meer en meer kubistisch, o.a. Portrait face et profil (1917) en Rugby (1917; beide in het Musée National d'Art Moderne, Parijs).

Hij nam deel aan de kubistische tentoonstellingen, zoals de Salon des Indépendants, de Salon d'Automne en de Section d'Or.

Onder de kubisten vertegenwoordigt Lhote een eigen stijl. Zijn werken lieten een zeer analytische en constructieve inslag zien, de mens blijft centraal centraal staan. Zijn werk toont een prachtig en verfijnd koloriet. Licht, halftint en schaduw hebben elk een eigen vorm die hij in zijn compositie ritmisch poogt te rangschikken.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij in militaire dienst.

In 1917 trad hij toe tot de kring van de synthetische kubisten rond Georges Braque en Juan Gris.

In 1922 stichtte hij te Parijs een eigen kunstacademie op Montparnasse.

André Lhote werkte tot 1940 als kunstcriticus voor La Nouvelle Revue Française was auteur van kunstboeken zoals 'Ecrits sur l'art'.

André Lhote is één van de leidende figuren van de 'retour à l'ordre' in Frankrijk, een beweging die het kubisme opnieuw in de realiteit haar vertrekpunt wil zoeken en een strenge structurele vormgeving vooropstelt. Het postkubisme van Lhote vertegenwoordigt een middenweg tussen abstractie en naturalisme. In een artikel over 'Het Hedendaags Classicisme' schrijft hij: 'Onze tijd moet de kans geven aan een kunst die even spontaan is als beredeneerd, even gepassioneerd als intelligent, even reëel als fantastisch' (Sélection, II, 1922, 9-10, blz. 258). Ook het expressionisme streeft immers naar een synthese van het koele, intellectualistische kubisme en een lyrische vertolking van de verbondenheid met de natuur, naar een evenwicht tussen het concrete leven en de geometrie. Het kubisme moet als het ware een 'menselijker' gelaat krijgen, bezield zijn met een levendige emotie en een bewogen ritme.

Lhote grijpt vaak terug naar traditionele genres, als portret, marine, historiestuk, allegorie en landschap. In zijn werken wordt de figuur volledig gebonden aan het vlak en ingepast in een ritmische en uitgebalanceerde structuur. Aandacht voor de zuiver plastische verhoudingen, de gedisciplineerde compositie, worden in Sélection wel gewaardeerd, maar toch verwijt men hem een te rationele en formalistische aanpak, die de picturale waarden en de betekenis van het onderwerp in het gedrang brengt.

Klassiek realisme en kubisme versmelten in het schilderij Baders (1935).

In 1937 ontstond een grote muurschildering voor het Parijse Palais de Decouverte.

André Lhote schreef o.a. de klassiekers Traité du paysage (1939) en Traité de la figure (1950).

In 1955 ontstond een grote muurschildering voor de Medische Faculteit in Boreaux.

Hij stierf op 21 januari 1962 te Parijs.

Werken:
Rue d'Assas, 1907, olieverf op doek, 81x60, Genève, Musée du Petit Palais
De kubistische experimenten van Picasso en Braque liggen aan de basis van de constructieve tendens in het werk van de Vlamingen rond 1920. Wanneer we echter concrete invloeden en verwantschappen zoeken, komen we terecht bij kunstenaars die zelf tot de volgelingen van het oorspronkelijk systematische kubisme worden gerekend. Vanaf ca. 1910 wordt dit 'secundaire' kubisme in Parijs een echte beweging en talrijke kunstenaars gaan de vormentaal van Braque en Picasso toepassen. In het werk van Gleizes, Le Fauconnier en Metzinger leidt het kubisme tot een algemeen kubistisch vormgevoel waarmee ze hun voorstellingen op een moderne manier uitwerken, zonder de traditionele band met de realiteit op te geven. Alle mogelijke varianten van het kubisme zijn in 1912 in Parijs te zien op de tentoonstelling van Section d'Or waar men een hele waaier bijeenbrengt, van traditionele, in een kubistisch kleed gestoken voorstellingen tot meer systematische en persoonlijke werken. Precies dit gevarieerd en gematigd kubisme levert een bruikbare en licht verteerbare stijl die doorheen Europa geassimileerd wordt, onder meer door de Vlamingen.

Net als Gleizes schrijft ook André Lhote theoretische werken; in de jaren twintig is hij een van de belangrijkste woordvoerders van het postkubisme. Rue d'Assas dateert van vóór de tijd dat Lhote onder invloed van het kubisme streng geometrisch begon te werken. Het is een spontane studie die een merkwaardige overeenkomst vertoont met Amsterdamse stadsgezichten van De Smet. (exp 88)

De courtisanes, 1918, olieverf op doek, 130x97, Genève, Musée du Petit Palais

Portret van een vrouw, ca. 1925, olieverf op doek, 91x56, Genève, Musée du Petit Palais
André Lhote is één van de leidende figuren van de 'retour à l'ordre' in Frankrijk, een beweging die het kubisme opnieuw in de realiteit haar vertrekpunt wil zoeken en een strenge structurele vormgeving vooropstelt. In het Brusselse kunstmilieu, en vooral in Sélection, wordt Lhote sterk gewaardeerd. Zijn belangrijkste werken worden afgebeeld en zijn teksten en voordrachten over het nieuwe classicisme worden gepubliceerd in het tijdschrift. Hij stelt in de jaren twintig ook regelmatig tentoon in Brussel, zoals in 1921 in Sélection samen met André Favory, in 1925 in Galerie Manteau in de tentoonstelling 'Ceux de Demain', en in 1929 in Le Centaure waar een kleine retrospectieve wordt gehouden. Het postkubisme van Lhote vertegenwoordigt voort André De Ridder een mogelijke middenweg tussen abstractie en naturalisme. In een artikel over 'Het Hedendaags Classicisme' schrijft hij: 'Onze tijd moet de kans geven aan een kunst die even spontaan is als beredeneerd, even gepassioneerd als intelligent, even reëel als fantastisch' (Sélection, II, 1922, 9-10, blz. 258). Ook het expressionisme streeft immers naar een synthese van het koele, intellectualistische kubisme en een lyrische vertolking van de verbondenheid met de natuur, naar een evenwicht tussen het concrete leven en de geometrie. Het kubisme moet als het ware een 'menselijker' gelaat krijgen, bezield zijn met een levendige emotie en een bewogen ritme.

Lhote grijpt vaak terug naar traditionele genres, als portret, marine, historiestuk, allegorie en landschap. In zijn werken wordt de figuur volledig gebonden aan het vlak en ingepast in een ritmische en uitgebalanceerde structuur. Aandacht voor de zuiver plastische verhoudingen, de gedisciplineerde compositie, worden in Sélection wel gewaardeerd, maar toch verwijt men hem een te rationele en formalistische aanpak, die de picturale waarden en de betekenis van het onderwerp in het gedrang brengt. Het 'Lhotisme' heeft vooral op De Smet indruk gemaakt. Bepaalde werken van De Smet verwijzen naar Lhote in hun statisch en afstandelijk karakter, in hun bekommernis om de complexe formele opvatting waarbij de figuur geheel opgenomen wordt in de geometrische vlakverdeling. Ook Jean Brusselmans sluit aan bij de klassieke Franse sfeer. Hij evolueert in de jaren twintig van het fauvisme naar een synthetisch en constructief realisme. (exp 214)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 102.

Tweets by kunstbus