kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Andrea Pisano

Italiaans beeldhouwer, architect en goudsmid, ca. 1290 Pontedera (nabij Pisa) - 1348/49 Orvieto.

Leerling van Giovanni Pisano. In de 28 panelen die de zuidelijke bronzen deur van het baptisterium te Firenze versieren (1330-1334) is het kalme, het harmonische belichaamd, dat Pisano als ideaal had gesteld. In 1338 werden de grondvesten gelegd van de Campanile naar de plannen van Giotto. Pisano voerde de werken uit tot aan de eerste vensters en leverde een deel van de reliëfs (vijf daarvan zijn later door Luca della Robbia voltooid). Deze versiering vormt een gedicht met een hoogst bekoorlijk karakter van de menselijke arbeid. Pisano was ook de bouwmeester van de dom te Orvieto. (Summa)

Biografie
Andrea Pisano, eigenlijk Andrea di Ser Ugolino di Nino, ook werd hij wel Andrea da Pontedera genoemd.

Hoewel de afkomst van Andrea uit Pontedera bij Pisa in een oorkonde is vastgelegd, is zijn geboortejaar onbekend. Hij noemt zichzelf 'Pisano' of 'Andrea... de Pisis'. Over de opleiding van Andrea zijn geen gegevens overgeleverd en ook over zijn vroege werk weet men niets. Alleen vermoedt men dat hij zijn leertijd bij een goudsmid in Pisa of Florence doorliep en met goud, ivoor en brons werkte voordat zijn eerste aantoonbare werk - de bronzen deur van het Florentijnse Baptisterium - ontstond.

Zuidelijke deur van het Baptisterium te Firenze, 1330-1336, brons, deels verguld, 28 vierpassen van telkens 53x40 (totaal 486x280), Firenze, Battisterio di San Giovanni
Hij heeft onder andere een aantal panelen van de doopkapel Baptisterium (Florence) in Florence gemaakt. In de 28 panelen die de zuidelijke bronzen deur van het baptisterium versieren (1330-1334) is het kalme, het harmonische belichaamd, dat Pisano als ideaal had gesteld.

In opdracht van het Florentijnse koopliedengilde (de Arte di Calimala), dat de verantwoording droeg voor de kunstzinnige aankleding van het Battisterio, maakte Andrea de deuren van het zuidportaal, de belangrijkste ingang van de doopkapel. De wasmodellen waren in 1330 klaar en werden door Venetiaanse specialisten in brons gegoten. In 1336 konden de deuren worden opgehangen.

Op de bovenste 20 rechthoekige reliëfs zijn episoden uit het leven van Johannes de Doper - de patroon van Firenze en het Baptisterium - uitgebeeld, de onderste acht zijn gewijd aan christelijke en wereldlijke deugden.

Op de vier hoeken van elke afbeelding zijn leeuwenkoppen afgebeeld, zgn. Marzocco, het symbool van Firenze. Iedere afbeelding staat binnen een gotische vierpas (elkaar snijdende bogen die samen de vorm van een “klavertje-vier” hebben). Hieruit valt af te leiden dat Pisano sterk beïnvloed was door zijn leermeester Giotto, die kort daarvoor in de kerk van Santa Croce in Firenze de fresco’s in de Capella Peruzzi had voltooid. Bij alle gotische lijnvoering in de figuren en hun kleding concentreert Pisano zich op het wezelijke van zijn vertelling, zonder ooit pathetisch te worden. Kenmerkend is de heldere begrenzing van de afbeelding tegen de gladde achtergrond, waartegen de figuren meestal in groepen bijeen staan. De rijkelijk versierde deurlijst is geheel anders. Die dan ook door Vittorio, een zoon van Lorenzo Ghiberti, rond het midden van de 15de eeuw ontworpen. (Florence 33-35)

De afbeelding 'Johannes doopt het volk' bijvoorbeeld, is gericht op het belangrijkste moment in het verloop van de handeling. De nadruk ligt op de uitbeelding van de inhoud. Om dit te bereiken worden overbodige bijzaken en anekdotische details grotendeels weggelaten. Landschappelijke, of ook wel architectonische decors dienen alleen als kale stoffering, en zijn eigenlijk rekwisieten. (Florence 35)

In 1340 heeft hij na Giotto meegeholpen aan de campanile van de Santa Maria del Fiore. In 1338 werden de grondvesten gelegd van de Campanile naar de plannen van Giotto. Pisano voerde de werken uit tot aan de eerste vensters en leverde een deel van de reliëfs (vijf daarvan zijn later door Luca della Robbia voltooid). Deze versiering vormt een gedicht met een hoogst bekoorlijk karakter van de menselijke arbeid.

In 1347 werkt hij aan de façade voor de kathedraal van Orvieto (Duomo di Orvieto). Daar is hij gestorven. Mogelijkerwijs aan de pest.

Websites:
. Pisa gearbeid had, - dien gezond-verfijnden smaak, die van de hoofse late-gothiek van zelf overleidt tot de edele bevalligheid van de renaissance.

Te Florence, de wilskrachtige en rijke stad die nu naar de hegemonie greep, vinden wij het enige werk, dat met zekerheid Andrea Pisano mag toegeschreven worden: de eerste van de drie bronzen deuren van de Doopkerk of Battistero. Versierd met vierentwintig taferelen uit het leven van Johannes den Dooper, dagtekent zij van 1330 tot 1333 (afb. 84).

In plaats van de onrustige overvolte van Giovanni Pisano hebben wij hier den meest kieskeurigen eenvoud: weinig personages, juist wat er nodig is om de handeling duidelijk te maken, - al het wezenlijke, niets meer, in harmonische ordening. De gestalten zijn klein van afmeting, maar groot door den zin voor verhoudingen, door de sobere lijn, de mooi berekende verdeling over het vlak, terwijl de fijnheid van de bewerking herinnert aan goudsmederij, waarin het gedweeë van de was bewaard bleef. Onder de mals plooiende gewaden raadt ge de vrije beweging van levende lichamen. Zoals Giotto in de wandschildering, zo heeft Andrea Pisano in het reliëf de klare samenstelling en de zuivere economie van de middelen als innerlijke wet doen erkennen. Maar hij, de jongere, is anders geaard: bij hem niet het struis mannelijke drama, maar een onverstoorbare frisheid, de eenvoud van de heerlijkste bekoorlijkheid. Giotto was verwant met den geest van de klassieke Franse gothiek, Andrea met dien van de elegante Franse late-gothiek uit zijn tijd. Bijzonderheden van houding en drapering stemmen opmerkelijk overeen met Frans ivoorwerk, terwijl de vierlobbige omlijsting van de taferelen juist dezelfde blijkt als in Franse miniaturen of op den sokkel van kerkportalen te Rouaan en te Lyon. Maar is de Franse sierlijkheid hier nog vergeestigd? Als ik naar afbeeldingen kijk van Andrea's bronzen deur, dan omgeurt me weer heel de lente van het gezegende Arno-dal, - in hem is de bloem van jeugd, de krachtige en delicate, fijnzenuwige schoonheid, die de Florentijnse kunst eigen zal blijven, - en mijn droom leidt me dan verder tot het eeuwige lente-land van alle plastisch schoon, de Griekse wereld: deed Frans verhevenwerk uit de XIIIe eeuw ons terugdenken aan Olympia, zo is hier, al kan er van rechtstreekse ontleningen wel geen sprake zijn, de aanminnigheid herboren van de mooiste hellenistische kunst.

In 1334 werd door Giotto, nabij de oude Doopkerk, de bouw van den klokketoren of Campanile aangevat. Maar Giotto was op dat ogenblik door allerlei ander werk in beslag genomen, en vertrok in 1335 naar Milaan, waar hij twee jaren later overleed. Andrea Pisano volgde hem op als bouwmeester van den Campanile, en onder zijn leiding rezen de eerste vier verdiepingen, waarvan de twee onderste met vierenvijftig reliëfs versierd werden. Het plan van het geheel moet waarschijnlijk aan Giotto toegeschreven worden: het is een encyclopaedie, zoals we aan Franse portalen dikwijls te zien kregen, maar waarin nu de ruimste plaats aan de verheerlijking van den arbeid besteed werd, de geschiedenis van de verschillende veroveringen van het mensdom op de stof. In de beste van die reliëfs, eenentwintig uit de onderste reeks (1335-1347), mag de hand van Andrea Pisano herkend worden. Zijn kunst - is dit wellicht den ouden Giotto te danken? - heeft nog aan grootheid en natuurwaarheid gewonnen. Merkwaardig is, dat nu hij het marmer bewerkt, herinneringen aan de oudheid opduiken: de Gerechtigheid, grondslag van de maatschappij, wordt door Hercules voorgesteld, en waar wij den Beeldhouwer bezig zien, is het een naakte ephebos dien hij zo zorgvuldig uitbeitelt.

Andrea's zoon, Nino Pisano, een verrukkelijk meester († 1363), volgt wel eens de tengere gratie van de kleine ivoren of albasten Franse madonna's na. Aan den geest van Andrea Pisano en van Franse plastiek uit dien tijd herinnert ook veel in de wonderbare reliëfs die den gevel van den dom te Orvieto bekleden (± 1321-1330): de teerheid van het naakte, de idyllische stemming, maken daar van het verhaal der Genesis het meest innemende marmeren gedicht uit de XIVe eeuw.

Doch al te dikwijls deed de schilderkunst, met Giotto zo hoog in aanzien gestegen, haar overwicht gevoelen, en aan het tabernakel dat Orcagna, een leerling van Giotto, voor de graanhal van Or San Michele te Florence vervaardigde (1349-1359), erkennen we hoe nadelig het voor de plastiek worden moest, als zij haar eigen uitdrukkingswijze voor allerlei picturale bedoelingen ging vergeten: waar Andrea Pisano met de strikt nodige aanduiding van het decor genoegen nam, wil Orcagna den indruk van het ruimte-verschiet wekken, en het mag al jammer heten, dat de bijzondere eisen van het stijl-zuivere reliëf daarbij miskend worden; nog erger dunkt me, dat de omtrekken vrij droogjes zijn uitgesneden, de plooien diep getekend, als gegrift - kortom, dat om het modelé niet veel gegeven wordt: een schromelijk teken van verval. - Baptisterium te Firenze, 1330-1336, brons, deels verguld, 28 vierpassen van telkens 53x40 (totaal 486x280), Firenze, Battisterio di San Giovanni
In opdracht van het Florentijnse koopliedengilde (de Arte di Calimala), dat de verantwoording droeg voor de kunstzinnige aankleding van het Battisterio, maakte Andrea de deuren van het zuidportaal, de belangrijkste ingang van de doopkapel. De wasmodellen waren in 1330 klaar en werden door Venetiaanse specialisten in brons gegoten. In 1336 konden de deuren worden opgehangen. Op de bovenste 20 rechthoekige reliëfs zijn episoden uit het leven van Johannes de Doper uitgebeeld, de onderste acht zijn gewijd aan christelijke en wereldlijke deugden. Iedere afbeelding staat binnen een gotische vierpas (elkaar snijdende bogen die samen de vorm van een “klavertje-vier” hebben). Hieruit valt af te leiden dat Pisano sterk beïnvloed was door zijn leermeester Giotto, die kort daarvoor in de kerk van Santa Croce in Firenze de fresco’s in de Capella Peruzzi had voltooid. Bij alle gotische lijnvoering in de figuren en hun kleding concentreert Pisano zich op het wezelijke van zijn vertelling, zonder ooit pathetisch te worden. Kenmerkend is de heldere begrenzing van de afbeelding tegen de gladde achtergrond, waartegen de figuren meestal in groepen bijeen staan. De rijkelijk versierde deurlijst is geheel anders. Die dan ook door Vittorio, een zoon van Lorenzo Ghiberti, rond het midden van de 15de eeuw ontworpen. (Florence 33-35)

Op de vier hoeken van elke afbeelding zijn leeuwenkoppen afgebeeld, zgn. Marzocco, het symbool van Firenze. Elke deur bevat bovenaan 10 scènes over het leven van Johannes de Doper, de patroon van Firenze en het Baptisterium. Op de onderste delen zijn dan de theologische deugden afgebeeld.

Verkondiging van de geboorte van Johannes
Zacharias verlaat de tempel
Johannes beschuldigt Herodes
Opsluiting van Johannes
Visitatie
Geboorte van Johannes
Bezoek aan de kerker
Jezus predikt en geneest
Zacharias schrijft de naam “Johannes”
Johannes bij de Jordaan
Dans van Salomé
Onthoofding van Johannes
Prediking van Johannes
Johannes wijst naar Jezus
Het hoofd wordt naar Salomé gebracht
Salomé geeft het hoofd aan Herodes
Johannes bij de doop van het volk
De doop van Christus
Discipelen dragen het lichaam
Begrafenis van de Doper

Spes (hoop)
Fides (trouw)
Caritas (naastenliefde)
Humilitas (nederigheid)
Fortitudo (moed)
Temperantia (beheersing)
Justitia (rechtvaardigheid)
Prudentia (voorzichtigheid)

Johannes doopt het volk, 1330 voltooid, 1336 geplaatst, reliëf op een deur, Firenze, Baptisterium
De afbeelding is gericht op het belangrijkste moment in het verloop van de handeling. De nadruk ligt op de uitbeelding van de inhoud. Om dit te bereiken worden overbodige bijzaken en anekdotische details grotendeels weggelaten. Landschappelijke, of ook wel architectonische decors dienen alleen als kale stoffering, en zijn eigenlijk rekwisieten. (Florence 35)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1847.