kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Andy Warhol

Andy warhol

Amerikaans kunstenaar, cineast, publicist, muziekproducent en acteur, geboren 6 augustus 1928-1931 Pittsburgh (Pennsylvania) (Verschillende geboortedata worden genoemd. Warhol beweert dat zijn geboorte-akte uit 1930 een vervalsing is) - overleden 22 februari 1987 New York.

De Amerikaanse kunstschilder, graficus, fotograaf en filmer Andy Warhol was een veelzijdige popart kunstenaar. Zijn roem, die hij zelf zorgvuldig cultiveerde, kwam niet alleen voort uit zijn werk maar ook uit zijn levensstijl.

Biografie
Hij werd onder de naam Andrew Warhola in forest City, Pennysilvania, als zoon van de mijnwerker en bouwvakker Ondrej Warhola geboren. Zijn vader was in 1912 uit Tsjechoslowakije naar de V.S. geëmigreerd,zijn vrouw volgde hem negen jaar later. Andrew heeft een oudere en een jongere broer.

Hij gaat in 1933 naar de Elementary School.

Na een ziekte van drie jaar sterft zijn vader in 1942.

1945-1949 Warhol volgde een opleiding tot grafisch ontwerper aan het Carnegie Institute of Technology te Pittsburgh, als werkstudent. Hij studeerde picturaal ontwerpen, kunstgeschiedenis, sociologie en psychologie.

In 1949 nadat hij afgestudeerd is verhuisde hij samen met Philip Perlstein naar New york welke nieuwe omgeving hem inspireert tot een naamsverandering in Andy Warhol en begint te werken als reclameontwerper en illustrator. Hij werkt als reclametekenaar voor Vogue en Harper's Bazaar, maakt zijn eerste reclames voor de gerenommeerde schoenfirma I. miller en etalagedecoraties voor het warenhuis Bonwit Teller.

Ondanks zijn verlegenheid kende hij al snel succes. Zijn specialiteit, schoenen tekenen maakte dat hij kon werken voor de meest prestigieuze warenhuizen van het exclusieve New york.

1952 : Eerste solo-expositie in de hugo Gallery, New-york.

1953-1955 : Deelname aan een theatergroep in 'off-off-Broadway'- stijl waarvoor hij decors ontwerpt.

Hij verft zijn haar stroblond, waarmee hij zich het tot aan zijn dood wereldberoemde imago aanmeet. Met zijn moeder en meerdere katten betrekt hij een woning in Lexington Avenue.

1954 : Groepstentoonstelling in de Loft Gallery, New-york.

1956 : Solo-expositie van zijn tekeningen voor het 'Boybook' in de Bodley Gallery. Tentoonstelling van de 'Golden Shoes' in de Madison Avenue.

Warhol maakt een wereldreis, waarbij vooral Florence grote indruk op hem maakt. Neemt met tekeningen deel aan de groepstentoonstelling 'Recent Drawings USA' in het Museum of Modern Art, New-york. Hij krijgt een prijs voor zijn buitengewone prestatie voor de Miller-schoenreclame, de 'Thirty Fifth Annual Art Director's Club Award.'

1957 : Hij krijgt een andere prestigieuze prijs voor reclameontwerpen, de 'Art Director's Club Medal.'

In 1960 maakte hij een serie schilderijen op basis van kranten, handelsmerken en stripverhaalfragmenten. Hij fotografeerde de beelden die hij had uitgekozen, projecteerde ze op linnen en kleurde ze vervolgens met de hand in. Helaas wou geen enkele beroemde galerie zijn werk hebben, dit ondanks het feit dat de popbeeldtaal steeds vaker in de beeldende kunst opdook.

In 1962 begon Warhols loopbaan vorm aan te nemen toen hij zeefdrukken van dollarbiljetten, Campbell-soepblikken en Coca Cola-flesjes exposeerde. Onder invloed van de 'ready-mades' van duchamp introduceerde warhol alledaagse consumentenproducten in zijn kunstwerken.

Zijn werk werd opgenomen in de expositie The New Realists van de Sidney Janis Gallery in New York. Ook begon hij met zijn series Rampen: Car Crash, Suicide en Electric Chair.

The Factory
Zijn tentoonstelling in New york in 1962 sloeg in als een bom. Warhol kon zich nu iets meer veroorloven en richtte een nieuwe studio in (The Factory). In de jaren die volgden omringde Warhol zich met een schare van medewerkers en bewonderaars. De groep kwam steeds bijeen in zijn studio The Factory. In dit atelier in een fabrieksruimte ontstonden de underground films, kwamen de foto-series en zeefdrukken tot stand, werd het tijdschrift 'Interview' uitgegeven en de rockband Velvet Underground opgericht en vonden de happenings en multimedia-voorstellingen plaats.
The Silver Factory, een donkere ruimte van driehonderd vierkante meter met metalen kolommen en een muntjestelefoon, muren beplakt met aluminiumfolie, een zilverkleurige vloer en prominent in het midden the couch, een brede driezitsbank gehuld in plastic. Het oude fabrieksgebouw hartje New York was niet alleen het middelpunt van Warhols werkzaamheden. De studio annex discotheek groeide in de jaren zestig uit tot een ontmoetingsplaats voor radicalen, loosers, misnoegde miljonairsdochters, pooiers en verslaafden. En Warhol gebruikte ze. Warhols naaste medewerker herinnerde zich: 'Andy kon ervoor zorgen dat anderen zich belangrijk voelden. Hij omringde zich met mensen die zelf geen identiteit hadden. En hij vond ze omdat hij ze nodig had.'

Marilyn Monroe en Elvis Presley of controversiële thema's (ongelukken, electrische stoel). Andy Warhol gebruikte veelal bestaande foto's, die hij al manipulerend dikwijls talloze keren op het doek vermenigvuldigde. Warhol verhief de no-hands look van de zeefdruktechniek tot kunst, en logenstrafte daarmee de filosofie van Walter Benjamin, die in de jaren dertig had geschreven dat de moderne reproductietechnieken de waarde van kunst zouden uithollen. Niet bij Warhol. Hoe onpersoonlijker zijn werk was, hoe beter bij het vond.

In 1963 maakte hij de films Sleep en Empire, die respectievelijk 6 en 8 uur duurden.

In 1964 exposeerde Galerie Sonnabend in Parijs zijn Flower Pictures.

Om politieke redenen werd Warhol gedwongen de Thirteen Most Wanted Men op de muur van het New York State Pavilion van de wereldtentoonstelling in New York over te schilderen.

Hij maakte zijn eerste sculpturen met zijdezeefdrukken van verpakkingen.

In 1965 exposeerde hij in het Institute of Contemporary Art in Philadelphia.

In April 1966 maakte Warhol zijn entrée in de wereld van de rockmuziek. Hij stond aan de wieg van de Velvet Underground en regisseerde het eerste optreden van de band in de multimediashow Exploding Plastic Inevitable.
In 1965 ontvangt Andy Warhol in zijn Factory een vrouw, die zichzelf Nico noemt. Wanneer hij hoort dat Nico (1938-1988) muziek componeert en zingt, zorgt hij ervoor dat zij de zangeres wordt van The Velvet Underground, een band die hoort bij de scene van The Factory. Aanvankelijk zijn de mannelijke rocksterren, waaronder Lou Reed en John Cale, niet zo enthousiast, bang om niet meer de belangrijkste leden van de band te zijn. Ze staan er dan ook op dat de band The Velvet Underground and Nico gaat heten.

Andy Warhol maakt een film van de band. Nico's hese stemgeluid en haar uiterlijk worden beroemd. Haar tegendraadse houding maakt haar tot een rebelse vrouw. Sommigen vinden dat Nico niet kan zingen en Warhol beschrijft haar stem als 'een IBM-computer met een Greta Garbo-accent' Iets romantischer heeft hij ook wel van haar stem gezegd dat deze 'een fragiele levenslijn door een onbeschrijflijk turbulent verleden' weergeeft. Nico heeft meer dan twintig platen gemaakt.

Zijn Cow Wallpaper en Silver Pillows werden in de Leo Castelli Gallery geexposeerd.

In 1968 wijdde het Moderna Museet in Stockholm een expositie aan zijn werk.

Massaproductie paste precies bij zijn wens eens behoorlijk te verdienen. Alleen al van zijn bekende Mao-portret liet hij ruim driehonderd versies drukken. De verschillen in kleur, met hier en daar een extra abstract-expressionistische verfstreek over de voorstelling, waren alleen maar bedoeld om de klanten tevreden te stellen. 'Eigenlijk wil ik liever een eenvoudige zeefdruk van een gezicht maken,' gaf hij toe, 'maar de mensen verlangen steeds iets anders.' Met zijn portret-opdrachten van en voor welgestelden probeerde hij het gat in de begroting, ontstaan door de productie van zijn slecht verkopende films, te dichten. Van een hang-out voor drop-outs veranderde 'The Factory eind jaren zestig, inmiddels verhuisd naar 33 Union Square West, in een efficiënt, uiterst commercieel bedrijf.

Dat de kassa eind jaren zestig eindelijk begon te rinkelen had ook nog een andere oorzaak. Halverwege de jaren zestig liepen de spanningen in The Factory steeds verder op. Warhol kwam afspraken niet na, betaalde zijn assistenten nauwelijks of helemaal niet, en speelde ze tegen elkaar uit. Hij was de spil maar ook de grote manipulator, een kruising tussen Dracula en Cinderella, wat hem onder het personeel de bijnaam 'Drella' opleverde. Een van de gedupeerden van Warhols machtsspelletjes was Valerie Solanis. In 1967 was de radicale feministe doorgedrongen tot zijn hofhouding. Solanis, oprichtster en enig lid van de Society for Cut Up Men (SCUM), speelde een rolletje in een van Warhols films. Ze schreef een script, Up Your Ass, dat Warhol veel te bizar vond en in de chaos van het atelier kwijtraakte, hoewel hij tegenover Solanis bleef beweren het script voor verfilming in overweging te nemen. Gefrustreerd door Warhols minachting verscheen Solanis op 3 juni 1968 met twee revolvers aan het bureau waar Warhol zat te telefoneren. Ze schoot hem van dichtbij neer. Later zou ze tegenover de politie verklaren dat ze Warhol wilde vermoorden, 'omdat hij te veel controle had over mijn leven'.

Maar zelfs na dit incident drong de realiteit niet tot Warhol door: 'Voordat ik werd neergeschoten, dacht ik altijd dat ik televisie keek in plaats van het echte leven te leven. Iedereen zegt dat films onwerkelijk zijn, maar het is juist het leven dat onwerkelijk is. Ook op het moment dat ik getroffen werd wist ik dat ik naar de televisie keek. De zender was veranderd, maar het bleef tele- visie. Na de aanslag is alles als een droom voor mij.'

Warhol overleefde de aanslag maar net (in het ziekenhuis werd hij klinisch dood verklaard), had enkele maanden nodig om te herstellen, maar was wel op slag een ster. En die bekendheid werd snel uitgebuit. Een van de eerste beslissingen die na de aanslag werden genomen was om de prijs van Warhols werk drastisch te verhogen. Zeefdrukken die vroeger voor tweehonderd dollar de deur uit gingen, werden na 1968 voor vijftienduizend dollar of meer verkocht. In 1970 zou een van Warhols soepblikken op een veiling zeventigduizend dollar opleveren. Het was op dat moment het duurste kunstwerk van een nog levende Amerikaanse kunstenaar.

Legendarisch zijn de interviews met Warhol, waarop hij met een glazige blik voor zich uit staart, en op zowat iedere vraag antwoordt met: 'Oh... ub... well... yeah... eh, do you think so?' Meer hoefde hij eigenlijk ook niet te zeggen. Warhol was in de jaren zeventig uitgegroeid tot een zwijgend mirakel. De kunstenaar die in 1928 als Tjechoslowaaks vluchtelingenkind onder de naam Andrew Warhola in Pittsburgh geboren werd, op zesjarige leeftijd handtekeningen van Mickey Rooney en Shirley Temple had verzameld, en Truman Capote zolang met brieven had bestookt dat diens moeder (!) hem had gesommeerd daarmee op te houden, was nu zelf het middelpunt geworden van celebrity-aandacht.

Het verbazingwekkende is dat ondanks de nieuwe weelde Warhols werk nauwelijks veranderde. Naast zijn portretten van the rich and famous, bleef hij zeefdrukken maken van schoenen, Superman en Mickey Mouse. Ook zijn sombere onderwerpskeuze van voor 1968 bleef gehandhaafd.

In 1968 verscheen zijn roman 'a', die bestond uit in de Factory opgenomen telefoongesprekken. Hij maakte zijn eerste bioscoopfilm, Flash, met Paul Morissey, in 1970 gevolgd door Trash

In 1969 verscheen het tijdschrift Interview, dat Warhol had helpen opzetten.

Tussen 1969 en 1972 maakte Andy Warhol vooral portretten in opdrachten.

In 1972 exposeerde hij in het Kunstmuseum van Basel.

Halverwege de jaren zeventig maakte hij prachtige series van schedels, schaduwen en revolvers. Hij liet zijn nieuwe onderkomen goed beveiligen, en onverwacht bezoek op het atelier maakte hem nerveus.

In 1975 werd de eerste editie van The Philosophy of Andy Warhol (From A to B and Back Again) uitgegeven.

In 1976 organiseerde de Wurttembergischer Kunstverein de expositie The Graphic Work - 1942-1975, die ook in Dusseldorf, Bremen, Munchen, Berlijn en Wenen werd gehouden.

In 1978 exposeerde hij in het Kunsthaus in Zurich en in het Louisiana Museum in Humlebaek.

Na de zeventiger jaren vervaardigde Andy Warhol lange series op een bepaald thema, zoals 'Empire' en 'Camouflages'.

Als laatste serie ontstaan in 1986 de portretten van Lenin en de Zelfportretten.

Op 58-jarige leeftijd op 22 februari 1987 overleed de kunstenaar aan de gevolgen van een galblaasoperatie.

Het personeel van The Factory vroeg zich vaak af of de stoet van onaangepasten, die nog dagelijks over de drempel kwam, niet moest worden tegengehouden. Ook Warhol had zijn twijfels: 'Ik was bang dat ik zonder al die gekke, gedrogeerde mensen mijn creativiteit zou verliezen. Zij waren mijn totale inspiratie sinds 1964. Ik wist niet of ik zonder hen iets zou betekenen.' Warhol besefte dat niet alleen zij afhankelijk waren van hem, maar dat ook hij afhankelijk was van hen. Tekenend voor deze wederzijdse afhankelijkheid was de herdenkingsdienst, anderhalve maand na het overlijden van Warhol, op 22 februari 1987. Voor deze dienst in de St. Patrick's Cathedral waren, op verzoek van Warhol, vijfhonderd 'hongerige daklozen uit New York' uitgenodigd. Ze zouden als eregasten worden behandeld en kregen na afloop een copieuze maaltijd voorgezet. Warhol had zich als een van hen beschouwd. In het verleden had hij tijdens feestdagen voor ze koffie geschonken, eten geserveerd en de keuken schoongemaakt.

Het motto van Warhol (en daarmee van Popart) was: alles kan tot kunstwerk verheven worden, als het maar bekend is bij het grote publiek. De Pop Art-kunstenaars haalden hun inspiratie vooral uit de consumptiemaatschappij: strips, advertenties, massaproducten en beroemde sterren waren hun geliefde onderwerpen. Bestaande voorwerpen en afbeeldingen werden vaak veranderd door vergroting, herhaling, extra verflagen, andere kleuren zodat het kunstvoorwerpen werden.

Warhol ontwikkelde de zeefdruktechniek, een reproductietechniek. Hij koos een bekend triviaal onderwerp (een coca cola blikje bijvoorbeeld) en liet dat door zijn assistenten uitvoeren. De persoonlijke toets van de kunstenaar was niet meer belangrijk. Warhol hield van herhaling, van massaproductie, hij zei zelf wel een machine te willen zijn. Met de popart zien we de totale nivellering door vermenigvuldiging, inhoudsloosheid door reproduceerbaarheid. Verder wil hij zichzelf losmaken van het scheppen van het schilderij, om het afzonderlijk leven daarvan als een soort geheimzinnig ontstaan voorwerp te benadrukken.

'Ik heb geprobeerd schilderijen met de hand te maken,' vertelde Warhol in 1968, 'maar met de zeefdruktechniek gaat het een stuk eenvoudiger. Een van mijn assistenten, of wie dan ook, kan het ontwerp even goed reproduceren als ik.'

Veel van zijn werk liet Warhol aan anderen over: de organisatie, de financiën en het zeefdrukken. Al in zijn vroegste reclametekeningen liet hij zijn moeder de onderschriften schrijven. Er werden zelfs hele series door assistenten gedrukt. Alleen de handtekening was van de kunstenaar zelf. Kopers die dat achteraf te horen kregen waren not amused. Toch paste deze werkwijze geheel in het onpersoonlijke, mechanische uiterlijk van zijn werk. Originaliteit en het idee van de kunstenaar als een eenzaam genie op de Olympus waren hem vreemd.

Herhaling zat Warhol in zijn bloed. Hij kon een hele middag naar hetzelfde plaatje luisteren. Twintig jaar lang zou hij bij zijn moeder dezelfde soep eten, Campbell's. Hij zag zichzelf als een machine, waarvan de producten niets met de maker van doen hadden. Door de repetitie van handelingen en technieken wilde hij het beeld inhoudloos en 'leeg' maken. En in zekere zin democratisch. 'Het fantastische van Amerika is dat de rijkste consument dezelfde dingen kan kopen als de armste,' schreef hij in 1975. 'je zit voor de televisie en je ziet een Coca-Cola-reclame en je weet dat de president coke drinkt, Liz Taylor coke drinkt, en - stel je voor - ook jij coke kunt drinken.' Zonder enig hiërarchisch onderscheid of verder commentaar gaf hij een beeld van de Amerikaanse maatschappij, variërend van Marilyn Monroe, Jackie Kennedy tot afbeeldingen van de elektrische stoel, verkeersongevallen en dollarbilietten. Het was hem allemaal om het even. De dingen moesten voor zichzelf spreken. En de beste manier om dat te doen, was door ze plompverloren en recht voor z'n raap in beeld te brengen. Het vreemde was dat daardoor het werk juist herkenbaar- der werd. Warhol groeide uit tot de kunstenaar van de polaroidfoto's, de droog nageschilderde Cambell's soepblikken en de uren durende films waarin niets gebeurde.

Wie of wat Warhol zelf was, daarover deed hij geen uitspraken. Hij zag zichzelf als een acteur die een rol speelde of een mannequin die in een fotosessie figureerde. 'Als u alles over Andy Warhol wilt weten, hoeft u alleen naar het uiterlijk van mijn beelden, mijn films en mijn persoon te kijken: dat ben ik. Daarachter zit niets verstopt.'Tegelijkertijd hield hij alle krantenartikelen bij om een idee te krijgen hoe anderen over hem dachten. Het ging hem om het beeld, het imago. Reden waarom hij zich in de jaren zestig restylede met een nauwsluitende zwarte broek, zwart leren jack, puntige boots, zonnebril en een zilverwitte pruik die paste bij het aluminiumkleurige interieur van The Factory. Hij wilde herkend worden, beroemd, en stelde daarvoor alles en iedereen in zijn dienst.

Iedere gebeurtenis kon een aanleiding zijn voor nieuw werk, waarmee hij weer meer in de belangstelling zou komen. Zoals de zelfmoord van Freddie Hecko, een balletdanser die enkele jaren tot het vaste interieur van The Factory behoorde. Toen Warhol van de gebeurtenis hoorde verwonderde hij zich waarom Hecko niets van zijn plan had laten horen, 'dan hadden we ernaar toe kunnen gaan om het te filmen'. Die reactie werd hem in het New Yorkse kunstcircuit niet in dank afgenomen, maar typeerde Warhol ten voeten uit. Warhol wilde met zijn soepblikken, Brillo Boxen, films en portretten een realistisch beeld geven van de werkelijkheid, maar de werkelijkheid zelf liet hem koud.

Werken:
. Mao Tse Tung, 1952, zeefdruk, 92x92, verz. Gunther Sachs
. Do it yourself (Landschap), 1962, acrylverf op doek, 178x137, Keulen, Museum Ludwig
. Do it yourself (Zeegezicht), 1962, acryl op linnen, 138x183, Berlijn, Collectie Marx
. Driedubbele Elvis, 1962, zijdezeefdruk op doek, 208x300, voorheen Londen, Verzameling Saatchi

. Green Coca Cola bottles, 1962, olieverf op doek, 209x145, New York, Whitney Museum of American Art
In de jaren vijftig was Warhol een succesrijk New Yorks grafisch ontwerper. In 1960 begon hij te schilderen en nam al gauw als beelden de gewoonste visuele verschijnselen van de moderne Amerikaanse samenleving: opgestapelde soepblikken, rijen Colaflessen en talloze foto’s van bekende mensen zoals Jackie Kennedy en Liz Taylor, van het beroemdste kunstwerk ter wereld, de Mona Lisa, en van banale behangdessins. Zijn meest voorkomende techniek is fotografische zeefdruk, een weergavenproces dat paradoxaal genoeg veel kans op ‘toeval’ of individuele variatie biedt, een feit dat Warhol voortdurend exploiteert met al het gevoel van de belle peinture-traditie. Ondanks het feit dat hij zijn studio een fabriek noemt, zien al Warhols schilderijen er als prachtig handwerk uit. Structureel neemt Warhol met zijn veelvuldige beelden deel aan de overheersende ‘beeldhouwers’ bezigheden in de jaren zestig in Amerika, zoals Richard Morphet heeft aangeduid (1971, catalogus Warholtentoonstelling in de Tate Gallery). De directe en geometrische opstelling van veel voorkomende gebruiksvoorwerpen heeft minimalistische beeldhouwers als Carl André ook gefascineerd. (Measham 14)

. Groot gescheurd Campbellsoepblik (Zwarte bonen), 1962, acrylverf op doek, 183x137, Düsseldorf, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen
. 25 gekleurde Marilyns, 1962, acrylverf op doek, 209x170, Fort Worth, Modern Art Museum

. John Giorno in “Slaap”, 1963, 16mm-film, zwart-wit, zonder geluid, 6 uur
“Ik begon met iemand die sliep en vandaag ging ik gewoon verder. Ik heb echt al die uren gefilmd, ofschoon het eindresultaat its is bijgewerkt om er meer lijn in te brengen”. (Andy Warhol) (20ste 592)

. Zilveren ramp, 1963, acrylverf en zijdezeefdruk op doek, 203x203, Zürich, Galerie Bruno Bischofberger
. Eén keer Elvis, 1964, zeefdruk op linnen, 210x107, Aken, Neue Galerie, Collectie Ludwig
. Four-foot flowers, 1964, acryl, zijdedoek en inkt op doek, 122x122, privé-verzameling
. Twintig Jackies, 1964, acryl en liquitex op linnen, zeefdruk, 205x205, Berlijn, collectie Marx
. Marilyn Monroe F&S 23, 1967, zeefdruk, privé-verzameling

. Marilyn Monroe F&S 24, 1967, zeefdruk, privé-verzameling
Het gezicht van Marilyn Monroe, de beroemde filmster die zelfmoord heeft gepleegd, is evenzeer een product, een verkoopsaanbeveling, als een rij groene Coca Cola flessen. Als altijd treedt Warhol als een neutrale weergever op, hoewel hij hier wel de nadruk op de wezenloze kunstmatigheid van het masker heeft gelegd. (Measham 14)

. Campbell's soepblik I, 1968, acryl en liquitex, zeefdruk op linnen, 92x61, Aken, Neue Galerie, collectie Ludwig

. Mao, 1972, zeefdruk, 91x91, privé-verzameling
Gesigneerd en genummerd 142/250 uit een reeks van tien zeefdrukken in kleur in een originele doos. Estimate bij Sotheby’s:80.000-110.000$.

. Portret van Joseph Beuys, 1980, acryl, liquitex en diamantstof op linnen, zeefdruk, 254x203, Berlijn, Collectie Marx
. Het laatste avondmaal, 1986, acryl en liquitex op linnen, zeefdruk, 102x102, Privécollectie

Publicaties: A. Warhol's index (1967); The philosophy of A. Warhol. (From A to B and back again) (1975); Ladies and gentlemen (1975); A. Warhol's exposures (1979); POP-ism: The Warhol ‘60s (1980); A. Warhol. Portraits of the 70s (1980).


1945-49 studie kunstgeschiedenis, sociologie, psychologie en grafisch ontwerper aan het Carnegie Institute of Technology, Pittsburgh.

1949 verhuist naar New York. Reclamegraficus voor 'Vogue' en 'Harper's Bazar'.

1960 vrij kunstenaar met zeefdrukken van dollarbiljetten, Campbellsoepblikken en Coca Colaflesjes.

1962 opening van de 'Factory'. In dit atelier in een fabrieksruimte kwamen films, fotoseries, zeefdrukken tot stand, werd het tijdschrift 'Interview' uitgegeven en de rockband 'Velvet Underground' opgericht.

1963 Eerste films; uitgever van 'Inter/View'.

Warhol werd aanvankelijk uitsluitend bekend als vervaardiger van (vaak vergrote) zeer natuurgetrouwe reprodukties van triviale voorwerpen, zoals het befaamde Campbell Soup (1962). Hij was uit op een demystificatie van de kunst door quasi-originele representatie van de werkelijkheid.

Sinds 1960 begon Warhol zich sterk voor film te interesseren. Hij experimenteerde met verschillende korte films en maakte daarna een paar films van acht uur lengte over de meest simpele onderwerpen, Sleep (1963) en Empire (1964), in beide gevallen een registratie met een onbeweeglijke camera.

Aansluitend op de rage van de happening maakte hij voorts korte speelfilms. Een compilatie werd Chelsea girls (1966), een drie uur lang durend verhaal over het leven van een aantal bewoners van het Chelseahotel te New York, op twee projectoren tegelijk vertoond. Het was een van de weinige undergroundfilms die een bioscoopsucces werd.

Nadien was het vooral Warhols cameraman Paul Morrissey, die, met Warhol als producent, doorging. Zij maakten van 1970-72 drie uitzonderlijk boeiende films: flesh, trash en heat, met telkens Joe Dallessandro in de hoofdrol. Deze films lijken sterk op Hollywoodproducties, maar zijn in menig opzicht aanzienlijk beter doordacht en vormen er vaak een parodie op.

Warhol staat ook bekend als de producer en het brein achter de popgroep The Velvet Underground (met Lou Reed).

Warhol kreeg een tekenopleiding aan het Carnegie Institute of Technology (1945–1949) en ging naar New York, waar hij tekeningen maakte (o.m. voor het blad Glamour) en advertenties ontwierp. In het begin van de jaren zestig begon hij te schilderen en kreeg grote bekendheid als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de pop art. Koel en onbecommentarieerd presenteert hij brokstukken van de moderne westerse samenleving, waarbij door vergroting en herhaling van de voorstelling het effect wordt versterkt en vermenigvuldigd. Bekend zijn bijv. de door middel van zeefdruk in duizenden exemplaren verspreide series dollarbiljetten, series dozen van het zeepmerk Brillo, series soepblikjes van Campbell, enz. Het enige verschil met opeengestapelde artikelen in warenhuizen ligt in het feit dat Warhol ze elke functionaliteit heeft ontnomen. Hij maakte ook tweedimensionale werken, in de objectiverende, mechanische zeefdruktechniek, met motieven die op zichzelf wel emotioneel geladen zijn, maar geneutraliseerd door veelvuldig gebruik in pers en televisie: de portretten van Marilyn Monroe, Jackie Kennedy, Elvis Presley, Mau Tse-toeng, gezochte misdadigers, de elektrische stoel, auto-ongelukken en zelfmoord. Ook deze beelden worden reusachtig vergroot of herhaald en geïsoleerd weergegeven tegen een lege achtergrond in vaak schrille kleuren, waardoor zij een sterke intensiteit krijgen, die eveneens een ‘neutraliserend’ effect heeft. In zijn films werkte hij eveneens puur registrerend en gebruikmakend van de herhaling. Hij maakte of produceerde in zijn Factory in New York honderden (underground)films, waarin hij o.a. experimenteerde met het element tijd, om een minutieuzere observatie dan in de werkelijkheid mogelijk te maken; zo is Sleep een zes uur durende opname van een slapende man. Sommige van de door hem geproduceerde films kwamen in de bioscooproulatie, zoals de deels door zijn medewerker Paul Morrissey gemaakte films Blue movie (1968), Flesh (1970), Trash (1972) en Heat (1972). Warhol maakte ook films opgebouwd uit series gefilmde portretten van vrouwen, fotomodellen, vrienden, enz. (13 Most beautiful women, 1964–1965; Chelsea girls, 1966). In 1969 richtte hij het tijdschrift Interview op, waarin hij zijn foto's publiceerde. Het zijn altijd foto's van mensen (ook zelfportretten) uit de – op publiciteit gerichte – kringen waarin hij verkeerde: de jetset, filmsterren, sportlieden, politici, travestieten. Van de foto werd vaak een zeefdruk gemaakt; deze werd door Warhol beschilderd en ten slotte werd daarvan een nieuwe zeefdruk gemaakt. Hij was tevens een begaafd tekenaar.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 108.