kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

animisme

Animisme is (behalve een vorm van natuurgodsdienst, zie animistische religie) een kunststroming in de Vlaamse schilderkunst uit de jaren dertig en veertig van de 20e eeuw waarbij men de vervormingen en de aardse kleur van het Vlaamse expressionisme afwijst en de persoonlijke vertedering accentueert.

De schilders van deze richting, ook wel animisten genoemd, sloten zich niet meer aan bij het toen heersende expressionisme van bijv. Permeke en De Smet, maar streefden naar een eenvoudige intieme weergave van de werkelijkheid, en probeerden gevoelselementen weer te geven.

De animisten vormden geen "school", in de Vlaamse schilderkunst. Het was een eerder toevallige benaming van Paul Haesaerts (1901-1974), die in 1942 de esthetiek van enkele los van elkaar staande kunstenaars omschreef, die werkten tussen de twee wereldoorlogen (het interbellum).

De Interbellumkunstenaars, die volgden op de generatie van expressionisten ondergingen de dominantie van het Vlaamse expressionisme met zijn drang naar vervorming en zelfs misvorming van de realiteit.

Zij reageerden op wat zij als een buitensporige evolutie van het expressionisme aanvoelden en waarbij zij in opvatting en vorm het menselijk-gevoelige primair stelden. Ze richtten zich meer op het introspectieve dan het expressionisme. Poëtische gevoeligheid komt hier aan de orde. (Bij de beeldhouwers manifesteerde zich al vanaf 1930 een tendens naar “terug naar de natuur”.).

Eén van de belangrijkste vertegenwoordigers was Albert van Dijck (1902-1951), die een aantal jaren teruggetrokken in Schilde in de Kempen leefde, en daar eenvoudige portretten van kinderen maakte. War van Overstraeten (1892-1981) schilderde in de omgeving van Brussel landschappen, en vervaardigde daarnaast ook portretten. Andere vooraanstaande animisten waren o.a.: Henri Victor Wolvens en Jozef Vinck (geb. 1900)).

War Van Overstraeten
Het was War Van Overstraeten, die zich al in 1933 aanmeldde, op het Salon van de "Hedendaagse Kunst", als de voorloper van de "introverten". Tijdens het Interbellum beheersten expressionisme, surrealisme en abstractie de hele artistieke scène. Tegenover deze opkomende stromingen sloeg een kunstschilder, War Van Overstraeten, een andere weg in. Een zoektocht naar innerlijkheid, gevuld met gesublimeerde emotie en beheerste expressie, die onmiddellijk opviel door zijn stijlvolle eenvoud. War Van Overstraeten werd zo de voorloper van wat men naderhand het animisme zou noemen, een stroming met een diep humanistisch karakter. In de jaren '20 werd hij aangetrokken door de politiek, werd tot volksvertegenwoordiger en gemeenteraadslid van Brussel verkozen in een sterk materialistische omgeving, wat niet belette dat hij als kunstenaar steeds trouw bleef (gedurende meer dan een halve eeuw) aan een aanpak gekenmerkt door zijn zin voor het metafysische, het mysterieuze.

Retour à l'humain. Sur une nouvelle tendance de l'Art Belge. L'animisme, Apollo, Brussel, 1942
Paul Haesaerts publiceerde als belangrijke Belgische kunstcriticus in 1942 een boekje, waarin hij deze ingesteldheid van een “retour à l'humain” de naam gaf van animisme. Het ongelukkig gekozen anthropologische begrip, ontleende hij aan de anthropoloog E.B. Tylor, die de albezieldheid van de dingen als basis van het ontstaan van de primitieve godsdienst had ontwikkeld in zijn boek Primitive Culture (1871). Haesaerts gebruikte later, omwille van de kritiek, ook de termen “réalisme poétique” en intimisme. Hoewel de termen intimisme en intimist veel beter de geestelijke ingesteldheid weergeven van deze kunstenaars, bleef het begrip animisme en de benaming animisten tot op vandaag het meest in zwang in de kunstkritiek. In feite gaat het meer om een benadering of houding ten opzichte van de realiteit, die als een vergeestelijkte harmonie wordt ervaren en als dusdanig wordt gesuggereerd in de plastische vorm. Ze trachten hun vormen te bezielen, om het diepere achter het afgebeelde op te roepen.

In het spoor van voornoemden, worden door Haesaerts ook vermeld: Albert Dasnoy, Jean Timmermans, Marcel Stobbaerts, Armand Vanderlick en de jongere debutanten Anne Bonnet, Louis Van Lint, Gaston Bertrant, Gustave Camus, Jan Cobbaert en Marc Mendelson. Hierbij kan men echter niet uit het oog verliezen, dat deze laatsten, na 1945, opvallend de weg naar de abstracten optrekken en er opmerkelijke figuren worden.

HAESAERTS PAUL °Boom, 1901 + Brussel, 1974
Schrijver over kunst, kunstschilder, scenarist, kunstcriticus, tapijtontwerper, architect, inrichter tentoonstellingen, cineast (21 films over kunst, waaronder “Rubens” samen met Henri Storck). Ontwierp samen met zijn broer Luc Haesaerts, het landschap de "Franse Vijvers" in het gemeentelijk park.

"Picasso", film, 1ste prijs Filmfestival New-York, 1951
"Een gulden Eeuw", film, 1ste prijs Internationaal Filmfestival Venetië 1953
"Ik, Ensor", Bronzen penning 16de Internationaal Film- en TV-festival New-York, 1973


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1327.