kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Anton Räderscheidt

Duitse schilder, geboren Keulen 11 oktober 1892, gestorven Keulen 8 maart 1970

In 1910 begint Anton Räderscheidt zijn studie aan de kunstnijverheidsschool van Keulen. Daarna studeert hij van 1911-1914 aan de kunstacademie van Düsseldorf bij Eduard Karl Franz von Gebhardt en professor Menschen. Hij volgt een opleiding tot tekenleraar. Sindsdien staat hij in contact met de Rheinische avant-garde.

In 1913 heeft Raderscheidt zijn eerste studio in de Richard-Wahner-Straße in Keulen en in 1914 maakt hij zijn eerste schilderijen met constructivistische trekken.

Tussen 1915 en 1917 moet hij zijn studie tijdelijk onderbreken om in militaire dienst te gaan, waarbij hij in Verdun zwaar gewond raakt door een granaat.

Na zijn examens, werkt Räderscheidt van 1917-1919 als docent aan het Realgymnasium in Keulen-Mülheim.

Rosa Luxemburg, Räderscheidt

In 1918 trouwt hij met Marta Hegemann. Vanaf 1919 begint hij als free-lance kunstenaar te werken.

Räderscheidt maakt kennis met Heinrich Hoerle, Franz Seiwert, Otto Baargeld, Hans Arp en Wilhelm Fick. Samen met Hoerle, Seiwert en Fick richt hij de groep "Stupid" op. Ook Marta Hegemann en Angelika Hoerle behoren tot deze groep. De groep komt in de studio van Räderscheidt op nr. 9 Hildeboldplatz bij elkaar, waar ze exposities van hun werk houden. Op initiatief van Hoerle verschijnt de enige catalogus uit deze periode "stupid 1" (1920), de portfolio houtsnedes getiteld Lebendige (de levenden), welke ze opdragen aan de de vermoorde Socialiste, Rosa Luxemburg.
Deze portfolio vertoont grote invloeden van expressionisme en constructivisme.
Ze hebben contact met de Dada groep rond Max Ernst. Ze exposeren naast elkaar op de Herfstexpositie in Keulen, de "Gesellschaft der Künste". Twee figuratieve sculpturen van Räderscheidt worden genoemd in het dadaïstische "bulletin d".
De portfolio houtsnedes Dramentage verschijnt, geometrisch-figuratieve afbeeldingen onder invloed van Giorgio de Chirico en Carlo Carra.

Rosa Luxemburg, Räderscheidt

In 1920 maakt hij zijn eerste schilderijen met het thema Das Paar (Het Paar). De ommezwaai van expressionistisch en constructivistisch schilder naar magisch realisme is compleet. Hans Multhaupt een industrieel uit Düsseldorf wordt zijn eerste verzamelaar.

In 1925 verschijnen de eerste Sportbilder, Der bekleidete Mann und die hundertprozentige Frau (de geklede man en de honderdprocent vrouw). De eerste tekenen van Räderscheidt's erkenning: Franz Roh is de eerste die Räderscheidt in zijn boek "Nachexpressionismus" (post-expressionisme) noemt.
Hartlaub nodigt hem als enige kunstenaar uit Keulen uit om deel te nemen aan de expositie "Neue Sachlichkeit" (neo-realisme) in Mannheim. Räderscheidt werkt samen met Hoerle en Seiwert in de "Groep Progressieve Kunstenaars" (Gruppe progressiver Künstler). De groep komt vaak samen in het Café Monopol.

In 1926 reist Räderscheidt naar Zuid-Frankrijk, waar hij aquarellen en tekeningen maakt. Het nieuwe thema voor de afbeeldingen is Maler und Model (schilder en model).

In 1927 verhuist hij naar een nieuwe studio in Keulen-Bickendorf. In 1928 leert hij Heinrich Maria Davringhausen kennen en maken ze portretten van elkaar.

In 1929 wordt Räderscheidt geselecteerd voor de expositie van de Deutsche Künstlerbund. Het nieuwe thema: Straßenmotive mit isolierten Einzelfiguren (Straatthema's met geïsoleerde afzonderlijke personen).

Vanaf 1931 heeft hij geen persoonlijk en geen artistiek contact meer met de "Groep Progressieve Kunstenaars".

In 1933 overweegt Räderscheidt om Duitsland te verlaten. Hij reist naar Italië en schildert daar stadsgezichten van Rome en Napels. Hij leert de patronen Rudolf Metzger en Ilse Metzger-Salzberg kennen. Eind 1934 verhuist hij met Ilse Metzger-Salberg naar Berlijn. In 1936 emigreert hij naar Frankrijk via Zwitserland en Engeland

In 1937 begint hij een studio in Parijs in de Rue des Plantes. Räderscheidt neemt deel aan de Salon des Surindépendants. Ook bouwt hij zijn huis "Le Patio" in Sanary sur Mer/Toulon.

In 1938 neemt hij in het Maison de la Culture in Parijs, deel aan 'Freie Deutsche Kunst', een protestexpositie tegen de nationaal socialistische propaganda-campagne tegen 'ontaarde kunst'. In 1939 woont hij in Sanary sur Mer en kookt voor de emigranten met wie hij bevriend raakt, Thomas Mann, Lion Feuchtwanger, Alfred Kantorowicz.

Op 21 mei 1940 wordt Räderscheidt gevangene in "Les Milles" vlakbij Toulon, samen met Feuchtwanger, Kantorowicz en Hasenclever. Zijn atelier wordt geconfisqueerd. Op 21 juni pleegt Walter Hasenclever, zijn buurman in het kamp, zelfmoord door vergiftiging, uit angst voor de naderende Duitsers. Op 22 juni tekent Generaal Pétain een wapenstilstand met nazi-Duitsland.
De gevangenen worden getransporteerd in de "Geisterzug" naar Bayonne, waar ze overgedragen zullen worden aan de Duitsers. Räderscheidt, Davringhausen en Kantorowicz slagen erin om te ontsnappen en hij duikt onder.

In 1942 wordt Ernst Meyer de zoon van Ilse Salberg gearresteerd en vervolgens naar een Duits concentratie kamp gestuurd. Daarop slagen de onderduikers erin te vluchten van hun onderduikadres in de Franse Alpen in Barjols. Een slager uit Barjols verbergt ze tussen zijn waren en brengt ze naar de Zwitserse grens, waar Räderscheidt, samen met Ilse Salberg en haar dochter Brigitte Metzger illegaal de grens oversteekt.

In 1943 wordt hij nogmaals geïnterneerd. Dankzij de aanbeveling van Georg Schmidt, de conservator van het museum in Basel, wordt hij niet verbannen en krijgt hij een ongelimiteerde verblijfsvergunning als "privé-geïnterneerde" in Hotel Bären in Münchenbuchsee.

Räderscheidt werkt als een bezetene voor de Zwitserse kunstverzamelaars, welke vooral zijn "Französische Malerei" (post-expressionisme en post-cubisme) waarderen, om de doktersrekeningen voor Ilse Salberg te betalen, die kanker heeft. Na haar dood verkoopt hij zijn gehele Zwitserse oeuvre aan de Galerie Marbach in Bern en vertrekt samen met Brigitte, Ilse's dochter in 1947 naar Parijs.
Ernst Meyer sterft in Auschwitz.

Terug in Parijs doet Räderscheidt aangifte van de diefstal van de in zijn atelier achtergelaten schilderijen, waaronder zijn neo-realistische en dient een aanklacht in tegen onbekende personen.

In 1948 ontmoet hij Gisèle Ribreau met wie hij later trouwt.

In 1949/50 is hij gedwongen terug te keren naar Keulen vanwege zijn zorgelijke financiële toestand. Het is een moeilijk nieuw begin en Räderscheidt overleeft door het schilderen van portretten, paarden en landschappen in opdracht.

Selbstportrait, 1967

In 1952 heeft hij een overzichtstentoonstelling in de Kölnischer Kunstverein.

Beïnvloed door de West-Duitse kunstscene, de Art Informel en de École de Paris, welke breken met het realisme, gaat Räderscheidt in 1957 abstracter werken en creëert in de periode tot 1964 een omvangrijke oeuvre.

In 1960 neemt Räderscheidt deel aan de tentoonstelling van de Deutsche Künstlervereinigung in de Kunsthalle van Baden-Baden en in 1962 heeft hij een tentoonstelling in de Kölnischer Kunstverein. In 1963 verhuist hij naar een nieuwe studio en huis in de Landbergstraße in Keulen.

In 1965 begint hij aan een serie zwart-wit schilderijen met straatscenes als thema, bijeenkomsten van mensen en het voortdurend terugkerende thema van Das Paar (het paar).

In 1967 na een beroerte, leert Räderscheidt met grote moeite opnieuw te zien. Hij creëert de serie Selbstportrait (zelfportretten), handstudies en zeer expressieve tempera schilderijen. Op 8 maart 1970 sterft Anton Räderscheidt in Keulen.

website: www.raederscheidt.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1981.