kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Arman

Frans-Amerikaanse kunstschilder en objectkunstenaar, geboren 17 november 1928 in Nice - overleden 22 oktober 2005 in New York).

Behoorde met Pierre Restany, Yves Klein, Jean Tinguely, Raymond Hains, Jacques Villeglé, Martial Raysse, Niki de Saint Phalle, Christo, César, Daniel Spoerri e.a. tot de oprichters van de groep van het nouveau réalisme in 1960. Deze groep stelde zich ten doel om na het introverte abstract expressionisme het dagelijks leven weer in de kunst te betrekken. Arman is vooral bekend om zijn assemblages. Hij gebruikte in tegenstelling tot Klein bij voorkeur geprefabriceerd materiaal.

Zijn vroegste werk berust voornamelijk op het afdrukken op papier van in inkt gedoopte voorwerpen. Centraal bij zijn latere werk staan vaak industrieel pasklaar gemaakte voorwerpen die hij tot grotere assemblages opeenhoopt en als een schilderachtige compositie arrangeert. Aldus zijn de 'Poubelles' ontstaan, prullemanden vol consumptieafval, en de 'Accumulations', opeenhopingen van gelijksoortige voorwerpen, zoals tandraderen of radiobuizen, meestal gevat in kasten van plexiglas. Veelal werd hiermee op poëtische wijze de consumptiemaatschappij bekritiseerd.

“Ik heb het principe van de ‘accumulatie’ niet ontdekt; het ontdekte mij. Het is altijd duidelijk geweest dat de samenleving haar gevoel van veiligheid ontleent aan een hamsterinstinct dat uit haar winkeletalages, lopende banden en vuilnishopen blijkt. Als ooggetuige van mijn samenleving heb ik met altijd sterk gericht op de pseudo-biologische cyclus van productie, consumptie en vernietiging. En een tijdlang werd ik achtervolgd door het feit dat één van de bedenkelijkste materiële resultaten ervan het overstromen van onze wereld met aval en afgedankte, vreemde voorwerpen is.” - (Arman)

Naast zijn Accumulaties maakte hij kunst door te verbranden (combustions), in plakken te snijden (coupes) of stuk te smijten (coleres).

Arman past veelal een zeer gemengde techniek toe - lassen, schilderen, splijten, assemblage - op voornamelijk groot formaat.

Biografie
Van zijn vader - een Noordafrikaanse immigrant, antiekhandelaar en zondagsschilder - leerde de als Armand Pierre Fernandez geboren kunstenaar al vroeg de liefde voor schoonheid en kreeg hij zijn eerste schilderlessen.

Hij begon in 1946 zijn studies schilderen aan l'École Nationale d'Art Décoratif in Nice, daarna studeerde hij ook nog archeologie en Oosterse kunsten aan het École du Louvre. Na zijn studie had hij allerlei baantjes.

In 1947 ontmoette hij tijdens zijn studie aan de kunstacademie Yves Klein met wie hij Europa rondtrok. Zijn werken aan het einde van de jaren '40 werden vooral beinvloed door het Surrealisme. Uit bewondering voor Van Gogh, die zijn doeken alleen als Vincent signeerde, besloot hij in zijn twintigste levensjaar zijn eigen kunstwerken voortaan ook nog slechts met de voornaam Armand te signeren.

In 1953 begon Arman met het maken van abstracte schilderijen.

Vanaf 1953 heeft Arman met Yves Klein gezamenlijke happenings en acties.

Hij was erg onder de indruk van een tentoonstelling van Kurt Schwitters in Parijs in 1954. Arman vervaardigt neodadaïstische cachets, met inktstempels bedekte schilderijen. Tijdens deze periode moest hij bijverdienen met o.a. het verkopen van meubels en harpoenvissen.

In 1956 had hij zijn eerste solo tentoonstellingen in London en Parijs.

Als op zijn dertigste zijn naam door een drukfout abusievelijk als 'ARMAN' in een catalogus gespeld staat, is hij daar aanvankelijk verbolgen over tot hij besluit onder juist die naam verder te werken.

Accumulation van scheerapparaten

Aan het eind van de vijftiger jaren vulde Arman plexiglaskastjes met de inhoud van prullenmanden, zijn Poubelles en Accumulations.

Zijn poubelles ontstaan door de inhoud van prullenmanden te legen in glazen bakken: vuilnisbakken met het afval van zijn vrienden en kinderen, en van rijtjeshuizen of markthallen. De accumulations kan men definiëren als een assemblage bestaande uit een veelvoud van gelijksoortige objecten die door één techniek zijn gekoppeld. "Mijn accumulatie-techniek bestond hieruit, dat de objecten die ik gebruikte werd toegestaan zichzelf te componeren. Op de lange duur is niets beter controleerbaar dan het toeval. Toeval is mijn basismateriaal, mijn blanco pagina." - (1969 - Catalogus Stedelijk Museum)

In 1960 was Arman met Pierre Restany, Yves Klein, Jean Tinguely en nog enkele anderen oprichter van de nouveau-réalisme groep, waarvan Pierre Restany de theoreticus was. Samen met Yves Klein, Tinguely, Raysse en Cesar is hij een van de voornaamste vertegenwoordigers van deze kunststroming. Met bijv. Niki de Saint-Phalle en Daniel Spoerri, en parallel aan het werk van de Amerikanen Jasper Johns en Robert Rauschenberg, grijpen deze Nouveau-Réalistes terug op het materiële van de kubisten en dadaïsten en willen zij aan van hun functie ontdane industrieel gemaakte voorwerpen een nieuwe esthetische kwaliteit verlenen.

De nieuwe realisten concentreerden zich op de ‘naakte’ werkelijkheid van de consumptie-industrie en het leven van alledag. Arman wilde een toepassing van “componenten uit de werkelijkheid” in de kunst. Arman beschouwt alledaagse voorwerpen als verlengstuk van de mens. Door ze echter te isoleren van hun gewone omgeving en opeen te stapelen geeft hij ze nieuwe expressieve waarde, waardoor ze worden tot typische uitingen van de geïndustrialiseerde maatschappij, de zielloze restanten van een wegwerpmaatschappij.

In 1959 ontstonden zijn eerste ‘stapelingen’ (accumulaties), waarin gebruikte voorwerpen, banale consumptieartikelen en onbruikbare voorwerpen samengevoegd werden tot een stilleven en zette Arman deze in helder kunsthars vast. Arman wilde een voorwerp niet zozeer los maken van zijn industriële en consumptieve context, maar deze aan zichzelf terug geven, zodat het zichzelf, omdat het in veelvoud aanwezig is, van alle kanten kan tonen. De alledaagse en soms afgedankte objecten (brilmonturen, verftubes, kannen) werden ogenschijnlijk niet door de kunstenaar veranderd. De uitbeelding en het uitgebeelde werden identiek, de werkelijkheid zelf werd een beeld en de grens tussen de reële en esthetische werkelijkheid vervaagde. Bestaande voorwerpen werden esthetische objecten.

Ook begon Arman organisch afval in polyester te gieten. Dit was meer dan een oppervlakkige poging om compositie te vermijden; het was een portret van onze beschaving; een condensatie van de consumptie in een teken van alledaags leven, een gevernist stilleven of portret van onze beschaving. Door de grote hoeveelheid werd de zeggingskracht van de voorwerpen versterkt tot een expressief, narratief en representatief ensemble.

Naast deze positieve herwaardering van voorwerpen vernietigde Arman ook objecten, zoals in zijn ‘colères’ of woede-uitbarstingen, waarbij hij muziekinstrumenten, huishoudelijke voorwerpen en klokken kapot gooide, doorzaagde, in stukken sneed of verbrandde en deze in polyesterhars insloot. Het resultaat was doorgaans een vrij simplistische veroordeling van de consumptiemaatschappij.

Arman hecht er groot belang aan dat kunststof een modern materiaal is, een product van het tijdperk waarin hij leeft, hoewel hij de eerste is om toe te geven dat afwezigheid van kunststof hem niet zou verhinderen kunst te maken. In die zin komt het er voor hem meer op aan wat een kunstenaar te zeggen heeft, dan welk materiaal hij gebruikt. Nadat Arman insluitingen had gezien van insecten en mineralen in polyester zag hij de mogelijkheid om volume uit kunststof te maken. Voor hem betekenen insluitingen de uitdrukking van de kunststof zelf. Daarbij ligt de betekenis van kunststof voor hem enerzijds in het materiaal als zodanig, anderzijds in de uitbeeldingsmogelijkheden die kunststof biedt. Wat betreft materiaal waardeert Arman kunststof omdat het zo’n voortreffelijk isolatie c.q. conserveringsmiddel is. Zijn insluitingen worden mogelijk doordat kunststof de eigenschap heeft de voorwerpen zo vast te houden als ze zijn, zonder groot gevaar van verval of verandering door oxidering.
Als uitbeeldingsmiddel past Arman kunststof niet toe om de kunststof, niet vanwege zijn koude of gladde oppervlak, maar vanwege zijn transparantie. Voor Arman moet kunststof transparant zijn, omdat het voor hem dient om opgesloten objecten te tonen. De brekingen van het licht, de glinstering van het materiaal verleent volgens Arman het kunstwerk een grote betekenis. In deze transparantie zit voor Arman de esthetiek van kunststof en van deze esthetiek wil hij zich bedienen, hoewel hij heel duidelijk stelt een “lelijk” werk met sterke inhoud de voorkeur te geven boven een “esthetisch” kunstwerk dat qua idee een armzalig werk is.
- (geëmailleerde kannen in plexiglazen vitrine, 83x142x142, Keulen, Museum Ludwig, Schenking Ludwig
Doordat hij zijn objecten, zoals kleurige geëmailleerde kannen, toevallig maar toch in een bepaalde compositie isoleert, krijgen ze weer een poëtische, theatrale werking. (Leinz 159)
De kannen vormen in een vitrine van plexiglas een soort stilleven. De bekende uitspraak van Arman: "Honderd horloge is meer horloge dan één horloge" is hier ook op de kannen van toepassing. De kannen zijn in allerlei posities gezet en vertellen door de verschillende aanzichten meer. (esthetica 109)

In 1961 maakt Arman zijn eerste Coupes (in stukken gesneden) en Coleres (in stukken gesmeten) objecten. Voor zijn Colères verbrijzelt hij voorwerpen en laat de scherven ter plaatse liggen: muziekinstrumenten, huishoudelijke voorwerpen, kapotgegooide klokken; ook blies hij een sportwagen op en gebruikte de fragmenten als relieken van verwoeting. Zijn Coupes zijn in stukken gehakte en gezaagde voorwerpen waar hij een geheel van maakt.

In 1961 had hij een tentoonstelling in New York en Milaan.

In 1963 begint hij tijdens een verblijf in New York aan zijn Combustions (verbrandingen).

In 1964 had Arman zijn eerste museum retrospectieven het Walker Art Center in Minneapolis en het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Plexiglas werd z’n belangrijkste materiaal om mee te werken.

In 1967 zorgde hij voor een samenwerking tussen kunst en industrie met de wagenfabrikant Renault en in hetzelfde jaar vertegenwoordigde hij Frankrijk in de Expo '67 in Montreal.

In 1968 nam hij deel aan de Biennale in Venetie en de Documenta 4 te Kassel en op de Wereldtentoonstelling in Osaka.

In 1972 wordt Arman Amerikaans Staatsburger. Hij behield ook de Franse nationaliteit. Vanaf 1975 werkt hij afwisselend in New York en Parijs.

Van 1975 tot 1982 heeft hij aan zijn long Term Parking gewerkt, een ongeveer twintig meter (1829x610x610) hoge toren van 60 samengeperste auto's gegoten in cement.

Zijn beelden kregen in de laatste decennia een steeds monumentaler aanzien.

Begin jaren ’80 worden verschillende van zijn monumentale kunstwerken gerealiseerd in Anchorage, Duinkerken, Mallorca. Ook zijn accumulatie van vlaggen voor het Palais de l’Élysée is bekend. Hij exposeerde zowat overal ter wereld.

De in Frankrijk geboren beeldhouwer is op 76-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats New York. Arman leed aan kanker. De Franse president Jacques Chirac zei dat met de zaterdag overleden Arman een onvermoeibaar, nieuwsgierig en enthousiast kunstenaar en een heel grote figuur uit de moderne kunst is heengegaan.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 646.