kunstbus
Heb je een links, progressief of sociaal hart? Volg ons dan op Twitter of Facebook

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie


Armando

Armando (1929)

Armando is beeldend kunstenaar, dichter, schrijver, violist, film-, televisie- en theatermaker.

Armando beschouwt al zijn werk samen het liefst als Gesamtkunstwerk. Armando was als dichter en schilder betrokken bij diverse stromingen, Nulgroep, De nieuwe-stijl en Gard Sivik, publiceerde in Maatstaf, Blurb', Kroniek-van-Kunst-&-Kultuur en De Gids en publiceerde o.a. verslagen uit Berlijn en Toscane in NRC-Handelsblad. Als violist speelde Armando in het zigeunerorkest van Tata Miranda en 25 jaar lang speelde Armando in het theater 'Herenleed'. Samen met Cherry Duyns en (tot diens overlijden) Johnny van Doorn. De grens tussen poëzie en proza is bij Armando soms moeilijk te trekken.

Armando('zich wapenend') was het pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd. Later heeft hij zijn naam officieel veranderd in Armando.

Armando werd Geboren op 18 september 1929 te Amsterdam. Hij groeit even buiten de Amsterdamse buurt 'de pijp' op in wat hij zelf noemt het milieu 'van de gestampte pot'. Zijn vader, 'een echte Pijper', doet in verzekeringen.

Eind dertiger jaren, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, vertrekt het gezin naar Amersfoort. Met vrienden zwerft hij door de bossen. Hij speelt veel op het sportterrein dat in de oorlog dienst doet als concentratiekamp (Durchgangslager Amersfoort). De ervaringen die hij in de Tweede Wereldoorlog opdeed in de omgeving van Kamp Amersfoort vormen de basis voor al zijn werk. Schilderijen, tekeningen en litho's hebben meestal oorlog en geweld als onderwerp. Mensen komen in zijn afbeeldingen niet voor.

Direct na de oorlog treedt Armando 's nachts op voor Amerikaanse soldaten als hot-violist. Overdag gaat hij naar school. Op zijn negentiende jaar is hij in het bezit van het einddiploma gymnasium-alpha.

In 1949 keert hij terug naar Amsterdam om er aan de Gemeentelijke Universiteit kunstgeschiedenis te studeren. Hij begint dan ook te tekenen en te schilderen. Daarbij staat hij aanvankelijk onder invloed van de experimentelen (Kunstenaarsgroep die later overgaat in CoBrA). Als beeldend kunstenaar verwierf Armando internationale faam met zijn vlaggen en landschappen. Hij ontwikkelde zich vanaf 1950 als landschaptekenaar maar met als centraal thema dat van dader, slachtoffer en medeplichtige. Daarvan getuigden in 1955 de Paysages Criminels, later aangeduid als Peintures Criminelles: panelen met een oppervlak van dikke rode en zwarte verfkorsten.

Armando debuteerde (als dichter) in 1954 in 'Podium'. Daarna volgen publikaties in tijdschriften als Gard Sivik, Kroniek van Kunst en Kultuur, Soma, Raster en in bloemlezingen als Nieuwe griffels schone leinen en Met andere woorden.

Zijn eerste eenmanstentoonstelling vindt in 1954 plaats in Galerie Le Canard (Amsterdam).
Grote tentoonstellingen van Armando die volgen zijn die in het Stedelijk Museum te Amsterdam (1974 en 1981), in het Centraal Museum te Utrecht (1977), in het Van Abbemuseum te Eindhoven (1979 en 1982), in de Nationalgalerie te West Berlijn (1984) en op de 41e Biennale in Venetië (1984). Ook in Duitsland wordt Armando's werk gewaardeerd en tentoongesteld. In 2001 o.a. in het Berlijnse Kupferstichkabinett en in Galerie Michael Schultz in Berlijn.

Op verzoek van Simon Vinkenoog komt Armando in i958 als journalist bij de Haagse Post. Hij wordt er kunstredacteur. Deze functie vervult hij tot aan het eind van de jaren zestig. Daarna blijft hij nog een tijdlang aan dit blad verbonden als 'free-lance'-medewerker.

1959 Armando wordt redacteur van Gard Sivik, het van oorsprong Vlaamse tijdschrift, dat de 'totale poesie' preekte.

Armando vindt al gauw een antidotum tegen Cobra. Samen met Kees van Bohemen, Jan Henderikse, Henk Peeters en Jan Schoonhoven vormt hij de Hollandse Informele Groep (1958-196o) en in 1960 is hij mede-oprichter van de Nederlandse Nulgroep. Armando was actief in de Nulgroep ( zero ) van 1960 tot 1965.
De 'Nulgroep' zocht een intensivering van de werkelijkheid. Kunst moest de alledaagse werkelijkheid zo objectief mogelijk registeren.
Armando verwerkte bijv. teksten uit een folder over landbouwmachines in de 'Agrarische cyclus'.
de machine is uitgerust met 4 hakborden
de machine heeft 3 luchtbandwielen
de machine werkt ook met 3 groepen van 2 borden

(De Nieuwe Stijl, dl. 1, 1965, p. 97-109)
'de Nul-kunstenaar is een kunstenaar die geen kunstenaar meer is; een koel zakelijk oog', aldus Armando en: 'Voor het eerst in de kunstgeschiedenis levert de kunstenaar geen commentaar op de werkelijkheid. Niet be-moraliseren. Niet parodieren. Niet ironiseren. Niet interpreteren. Intensivering door middel van isoleren of annexeren van fragmenten uit de werkelijkheid.'.

De jaren zestig worden wat Armando betreft verder gekenmerkt door diens belangstelling voor sportmanifestaties. Hij is een groot boksfan. Niet alleen leest hij over deze sport en bezoekt hij bokswedstrijden, hij traint en bokst ook zelf.

Samen met Henk Peeters, Hans Sleutelaar, Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen vormt hij de redactie van het tijdschrift De Nieuwe Stijl, waarvan slechts twee nummers - in boekvorm - verschijnen en wel in 1965 en 1966. Zijn nieuwsgierigheid naar de motieven van de dader leidde tot de documentaire De SS'ers (1967), die hij samen met Hans Sleutelaar samenstelde op basis van interviews met Nederlandse leden van de voormalige Waffen-SS. In Dagboek van een dader (1973) diepte hij hetzelfde thema uit op abstractieniveau. Hier voor het eerst spreekt hij van het schuldige landschap dat in zijn werk een blijvende rol gaat spelen. Dat landschap is schuldig omdat het de sporen wegwist van een gruwelijk gebeuren.

In de jaren zestig had Armando een atelier in Amsterdam (Prins Hendrikkade 171 - zolderverdieping). Tussen 1960 en 1965 maakte Armando uitsluitend reliëfs. In 1965 neemt hij deel aan de Zerotentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Toen stopte hij twee jaar. Armando verliet Amsterdam en verbleek achtereenvolgens twee jaar in Ruurlo, een jaar in het Fries Elsloo en ruim vier jaar in Otterlo op de Hoge Veluwe. In de rust die hij daar vond en door de hernieuwde confrontatie met de natuur ging hij bewust aansluiten bij de negentiende-eeuwse Duitse romantici als Caspar David Friedrich 'omdat die zo hevig zijn'. Eerst met potloodtekeningen op groot formaat papier. Later integreerde hij foto's, vaak van boslandschappen, in zijn tekeningen en verschenen titels als 'Beschuldigd landschap' en 'Schuldig landschap'. In 1971 hervatte hij het schilderen. En wel in reeksen en triptieken.

De jaren zeventig en tachtig staan verder onder meer in het licht van televisiewerkzaamheden. Zo schrijft hij samen met Cherry Duyns de tragi-komische serie Herenleed (1975-1979, 1983-1984), waarin hijzelf een bescheiden heertje speelt, Cherry Duyns een verwaten heer en Johnny van Doorn diverse rollen vertolkt. Verder schrijven zij De Daders (1977) en De Gedaanteverwisseling (1982). Samen met Hans Verhagen maakt hij de in 1978 door de VPRO uitgezonden documentaire Geschiedenis van een Plek.

Herman Gorter-prijs 1977 voor 'Het gevecht'.

Sinds 1979 woont Armando in Berlijn. Daar vandaan schrijft hij een tweewekelijkse column voor NRC Handelsblad die werden gebundeld in Uit Berlijn (1982), Machthebbers. Verslagen uit Berlijn en Toscane (1983) en Krijgsgewoel (1986).

Armando werkte in Berlijn tot 1989 in het atelier dat vroeger van de nazi-beeldhouwer Arno Breker was. Zijn Berlijnse jaren leverden vele series op: 'Sehnsucht nach der Bourgeoisie, am Waldrand' (1980-1981), 'Feindbeobachtung' (1982), 'Fallender Baum (1983), 'Gefechtsfeld' (1986-1987) en 'Schuldige Landschaft' (1987) bijvoorbeeld. De morsige vlaggen als symbool van macht en geweld. In Die Berliner Jahre/The Berlin Years (1989) vindt men daarvan indrukwekkende afbeeldingen.

Multatuli-prijs 1984 voor 'Machthebbers'
F. Bordewijk-prijs 1984 voor 'Machthebbers'.
In 1985 werd de vijfjaarlijkse Jacobus van Looy-prijs in het leven geroepen. Hij wordt toegekend aan beeldende kunstenaars die ook literair begaafd zijn. Armando kreeg de eerste Jacobus van Looy-prijs.

Gouden Ganzenveer 1987 wegens zijn bijdrage aan het Nederlands cultureel bezit en de verspreiding daarvan in Europa.

sinds 1988 maakt Armando ook bronzen sculpturen.

Multatuli-prijs 1989 voor 'De straat en het struikgewas'

Op 08-12-1998 werd in de Elleboogkerk in Amersfoort een museum over Armando geopend.
film- en tv-registraties laat Armando na zijn dood aan het museum na.

Zilveren Griffel 2000 voor 'Dierenpraat'.

In juni 2003 nam Armando afscheid als violist.

Zie ook Armando publiceerde in tijdschriften als Gard Sivik en 'de nieuwe stijl' teksten waarin hij door isolering van en een ongewone blikrichting op het beschrevene een nieuwe zienswijze op de werkelijkheid creëert. Het gaat daarbij niet om mooi of lelijk, niet om goed of kwaad, maar om intensivering van waarneming van de werkelijkheid en om de authenticiteit van de weergegeven werkelijkheid.
Een geruchtmakende cyclus was De boksers, geheel bestaande uit citaten, die uit de mond van twee combattanten waren opgetekend. Zijn bundel Verzamelde gedichten (1964) wordt vooral door het eerder genoemde isoleringsprocédé bepaald. In later poëtisch en prozaïsch werk staat één thema centraal. Armando heeft daar zelf over gezegd dat zijn werk uitsluitend bepaald is door zijn oorlogservaringen. Zo is Het gevecht. Gedicht (1976) en Geschiedenis van een Plek (1980) gebaseerd op jeugdervaringen die hij in Amersfoort opdeed rond ‘Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort’. Dat verleden heeft er ook toe bijgedragen dat Armando een grote belangstelling opvatte voor de denkwijze en gedragingen van de direct betrokkenen bij WO II. Dat leidde tot de interviews in De SS'ers (1967) en de herinneringsflarden in Machthebbers (1983). Maar ook ‘stille getuigen’ als plekken, bomen of voorwerpen worden daarbij betrokken. Een belangrijke oriëntatie vormt het werk van de laat-Romantici Novalis, Hölderlin, Rilke en George, maar vooral de dichter Ernst Jünger, bij wie geweld, tucht, dood en schoonheid een mythische eenheid vormen. Tegen die achtergrond moet men ook het aandeel van Armando in de televisiereeks Herenleed zien: absurde, traag verlopende taferelen uit een leven met meester-knechtverhoudingen.

Deel dit artikel op Twitter of Facebook

Heb je een links, progressief of sociaal hart? Volg ons dan op Twitter of Facebook

Pageviews vandaag: 15.