kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Arnold Böcklin

Zwitsers schilder, tekenaar, graficus en beeldhouwer, geboren 16 oktober 1827 te Bazel - overleden 16 januari 1901 in San Domenico bij Fiesolein de provincie Florence.

Arnold Böcklin geldt als een van de belangrijkste Zwitserse kunstenaars uit de negentiende eeuw. Naast Hans von Marées en Anselm Feuerbach wordt Arnold Böcklin geïnspireerd door de romantische en de realistische Duitse school. Zijn grootste kracht lag in zijn vermogen om het onmogelijke toch op een realistische manier vorm te geven. Het nieuwe is het fantastische en romantische karakter. Zijn techniek is benvloed door die van de ouden.

Böcklin is een belangrijk voorbeeld voor de laat negentiende-eeuwse symbolisten. Böcklin, vooral geïnteresseerd in de antieke mythologie, personifieerde in de gedaantes van nimfen, faunen en centauren menselijke drijfveren als eenzaamheid, erotisch verlangen en Sehnsucht. Pas rond 1870 in Italië ontwikkelde hij de stijl die bepalend zou worden voor zijn symbolistisch werk. Böcklin combineert de natuur en figuren zodanig dat er een haast magische werking van uit lijkt te gaan: stilte en onherroepelijkheid zijn in werken als 'Het dodeneiland' de belangrijkste kenmerken die in het oog springen.

Böcklin is een karakteristieke schilder uit de speculatieve periode (1871-1873), die door Meier-Graefe gekenschetst is als 'de doorbraak van de stroming onder het volk die Richard Wagner voortgebracht heeft. Hij deelt met Feuerbach het lot de hem geschonken mogelijkheden te onderschatten en dientengevolge is hij op het hellend vlak terechtgekomen'. Ook Böcklin is sterk onder de invloed geraakt van Italië, waar hij meestentijds gewoond heeft. Zijn beste werken zijn daar ook gemaakt. Hij ontwikkelde zich tot een literair-symbolisch kunstenaar. Zijn onderwerpen kan men nog maar te dele naar zuiver artistieke maatstaven beoordelen. Zijn kleuren werden steeds meer contrasterend en volgden niet meer, zoals in het begin, de wetten van de kleurenharmonie. De werken van Böcklin hebben een merkwaardig tegenstrijdig karakter - uitgedachte onderwerpen eisen de directheid van genrestukken - en laten mogelijkheden zien die te vergelijken zijn met de surrealistische uitingen van de 20ste eeuw. - (KIB 19de 120-121)(Biografie
Arnold Böcklin werd geboren in Bazel op 16 oktober 1827 als zoon van een textielondernemer.

Hij verliet voortijdig het gymnasium om aan de kunstacademie in Düsseldorf te gaan studeren. Daar vond hij in Johann Wilhelm Schirmer een leermeester, die een navolger was van Joseph Anton Koch. Schirmer droeg niet alleen zijn classicistisch - heroïserende schildertrant over op de jonge Böcklin, maar vestigde bij hem ook het geloof in Italië als de bakermat bij uitstek van de schilderkunst.

In 1847 reisde hij van Grisons naar het Meer van Geneve. Samen met de dierenschilder Rudolf Koller maakte Böcklin in 1847-48 een studiereis naar Antwerpen, Brussel en Parijs waar hij de februarirevolutie meemaakte.

Afgeschrikt door de revolutionaire woelingen in het Parijs van 1848, vestigde de in wezen reactionaire Böcklin zich in Bazel, waar hij zijn opleiding voltooide bij de landschapschilder Alexandre Calame.

Na zijn eerste reis naar Rome in 1850 werden mediterrane, zonovergoten landschappen met hoog opgaande cipressen een steeds terugkerend motief in zijn schilderijen.

Veel sterker nog dan door de antieke ideeën van Anselm Feuerbach werd Böcklin beïnvloed door de laat-­Nazarener Heinrich Drebel met zijn mysterieuze, door mythologische figuren verlevendigde Romaanse landschappen.

In 1858 vestigde Böcklin zich in München, waar zijn PAN TUSSEN HET RIET (München, Neue Pinakothek) een enorm succes werd.

Aan de protectie door de in kunstkringen invloedrijke graaf Schack dankte hij zijn benoeming tot professor tussen 1860 en 1862 in het landschapschilderen aan de kunstacademie in Weimar.

Böcklin was tussen 1862 en 1866 in Rome, waar zijn groots opgezette, fantasierijke schilderijen tot stand kwamen. Hij onderging grote invloed van de antieke kunst (Pompeï, Napels) en de fresco's van Rafaël. Daaruit groeit zijn eigen monumentale kunst, vaak geïnspireerd op de antieke mythologie, waaraan hij echter een fantastisch en romantisch karakter gaf. De stijl bezorgde hem rond de eeuwwisseling veel succes in Europese burgerlijke kringen.

Hij ging terug naar Bazel om aan een belangrijke opdracht, een muurschildering, te werken.

Na drie jaar München, vestigde Arnold Böcklin zich in Florence, waar hij tot 1885 bleef wonen.

Het dodeneiland, 1880, olieverf op doek, 111x115, Basel, Kunstmus
Van zijn talrijke schilderijen, met een uiterst intens koloriet, zijn de verschillende versies van 'Die Toteninsel' (Het Dodeneiland) wel zijn beroemdste. Geschilderd op vraag van een jonge weduwe die behoefte had aan “een beeld om te dromen”. Het werk heette eerst 'een rustige plek'. Böcklin beschrijft er de natuur niet zoals die door het oog gezien wordt, maar hij werkt op basis van de indrukken die de natuur op hem maken, een nieuwe persoonlijke en denkbeeldige wereld uit, die gelijk staat met een afwijzing van de werkelijkheid. (Histoire)
Een kunsthandelaar gaf het de titel Dodeneiland. De titel verwijst naar de kist met daarover het witte laken, de boot, de cipressen en de betoverende indruk van ongeweeglijkheid en stilte. De witte figuur wordt hel verlicht door een ondergaande zon en contrasteert met de ondoordringbare zwartheid van de hoge, rechte bomen. In dit werk zijn net zoals in een droom tegenstrijdige gewaarwordingen en emoties samengevoegd. De doodse rust verwijst misschien ook naar wat de kunstenaar zelf meemaakte. Op zijn 25ste was hij in Rome getrouwd met de dochter van een pauselijke lijfwacht. Zij schonk hem tussen 1855 en 1876 elf kinderen waarvan er vijf stierven op jonge leeftijd. In 1855 en 1873 moest het gezin tevens vluchten voor een cholera-epidemie in Rome. (symb 118 en 125; dhk)
Hij heeft er later nog vier versies van gemaakt, wat wel getuigt van zijn intense belangstelling voor dit gegeven. Het schilderij beschrijft het verhaal dat je via de rivier des doods naar het eiland van de doden gaat. Dit werk heeft tot op de dag van vandaag veel invloed gehad op het filmbeeld.
Hoge rotsen omsluiten op een rotsig eilandje een donker groepje cipressen. Tegen de rotsen zijn wit oplichtende, gladde marmeren muren zichtbaar. Ze zien eruit als grafkamers, als toegangen naar een onderaardse dodenwereld, waar zoals bekend niemand uit terugkeert. Over een kalm, bijna rimpelloos wateroppervlak nadert een roeiboot. De stuurman is een in een donker doek gehulde figuur. Voor hem staat een in het wit geklede persoon voor een met een lichte stof bedekte doodskist. De gedaanten keren ons de rug toe. Alles is op het eiland gericht - de beschouwen wordt buitengesloten. De gewijde stilte van wat er staat te gebeuren is haast voelbaar.

Slapende nimf door twee faunen begluurd, 1884, 90 bij 70 cm, Van Gogh Museum
Op dit doek slaapt een halfnaakte bronnimf onder een transparante witte sluier, waarop stipjes kraakwitte verf glinsterende parels of steentjes suggereren. Ze wordt begluurd door twee curieus behaarde faunen, die er nogal dommig uitzien. Blijkbaar hebben ze nog nooit zoiets moois in het woud onder ogen gekregen. En dat moet de reden zijn waarom ze in fantasieën lijken weg te zwijmelen.

Van 1885 tot 1892 woonde Arnold Böcklin in Zürich. In deze stad begon zijn vriendschap met de auteur Gottfried Keller.

Nadat hij in 1892 van een attaque was genezen, schilderde hij alleen nog rustige landschappen.

Hij bracht nog enkele jaren door in Bazel en in München voordat hij zich definitief vestigde in Florence en het daar in de omgeving gelegen Fiesole. Het is ook in Fiesole dat hij op de leeftijd van 73 jaar is overleden.

Böcklin heeft met zijn laat-romantische landschappen componisten als Richard Wagner (1813-1883) en Sergei Rachmaninov (1873-1943) geïnspireerd. Rachmaninov geeft in zijn symfonisch gedicht Het dodeneiland, gecomponeerd in 1909, zijn eigen interpretatie van dit fin de siècle-gevoel, door Thomas Mann "sympathie met de dood" genoemd. De verbinding van de dood en de zacht golvende beweging van water vinden wij bijvoorbeeld ook in de late pianocompositie van Franz Liszt (1811-1886), La lugubre gondole.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 52.