kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Asger Jorn

Asger Jorn painting

Deens schilder, 03.03.1914 Vejzum (Jutland) Denemarken - overleden 01.05.1973 Arhus Kopenhagen.

Woonde sinds 1937 meestal te Parijs, waar hij medestichter was van Cobra. Zoals medestander Karel Appel wil hij in zijn werk de creatieve spontaniteit tot uitwerking brengen (Action Painting). (25 eeuwen 362)

Studeerde in 1936 te Parijs bij Fernand Léger en Le Corbusier. Hij bracht de oorlogsjaren door in Denemarken, waar hij schilderde, anderhalf jaar lang clandestien Land og Folk drukte, polemische artikelen tegen het functionalisme schreef en gecommentarieerde vertalingen van Kafka maakte. Vanaf 1945 noemde hij zich Asger Jorn. In 1948 was hij een van de medeoprichters van Cobra. Jorn was een hevig geëngageerd kunstenaar, wiens engagement zich in de loop der jaren uitte in velerlei vormen van beeldende kunst (schilderijen, beelden, keramiek, grafiek, weefsels) en in filosofische en kunsttheoretische geschriften. Hij wilde het harnas van conventies, taboes en gedragsregels doorbreken om de werkelijke wereld bloot te leggen. Als schilder vertolkte hij zijn gevoelens in een krachtige, expressionistische vormen- en kleurentaal, met grote, soms groteske verbeeldingskracht, die mede wortelde in de oude Scandinavische cultuur. Zijn op het eerste gezicht abstracte schilderijen zijn bevolkt met droomgestalten van mens- en dierfiguren. Tot 1953 werd zijn werk beïnvloed door Kandinsky, Klee, Max Ernst, Tanguy, Hans Arp en Joan Miró.

Biografie
De Deense Asger Jorn, eigenlijk Asger Oluf Jørgensen, begon zijn loopbaan als portrettist en landschapsschilder.

In 1929 verhuisde hij naar Silkeborg, waar hij begon te schilderen.

In 1934 ondervond zijn kunst invloed van het kubisme en de abstracte schilderkunst.

In 1935 kwam hij in contact met de groep ''Linien''.

Op 21-jarige leeftijd vestigde hij zich in Parijs, volgde lessen bij Fernand Leger en werkte enige tijd bij Le Corbusier.

Hij ontwierp in samenwerking met Léger grote decoraties voor het Pavillon des Temps Nouveaux van Le Corbusier op de Wereldtentoonstelling van Parijs van 1937.

De confrontatie met het spontane werk van Egill Jacobsen in 1937 markeerde het begin van een worsteling om tot een geheel vrije eigen uitdrukkingswijze te komen. Jorn begon na deze ontmoeting volkomen abstract surrealistisch te schilderen waarbij hij experimenteerde met de automatische werkwijze van Arp, Miro, Max Ernst en de Chinese kalligrafie.

In 1939 had hij zijn eerste solotentoonstelling in Kopenhagen, met schilderijen vol verbeeldingskracht en fantastische figuren die zijn geïnspireerd op het werk van Ernst en Klee.

In 1941 werd hij medeoprichter van het tijdschrift 'Helhesten'.

Na de oorlog zocht Jorn, in 1941 de oprichter van het tijdschrift 'Helhesten'', waarin hij pleit voor een vrije expressieve schilderkunst, aansluiting bij de Belgische en Franse surrealisten.

In 1942 sloot hij zich aan bij 'Host''.

In 1946 leerde hij in Parijs Constant en Atlan kennen.

In 1947 nam hij deel aan de conferentie van Surréalistes Révolutionnaires in Brussel.

De uitgangspunten van het surrealistisch ''automatisme'' en de wereld van de noordse mythen en sagen wist hij samen te brengen in de Cobragroep, waarvan hij samen met Appel, Corneille, Constant, Dotremont en Noiret mede-oprichter en inspirator was. In de Cobraperiode had hij een heftige dramatische schildertrant met zware vormen en donkere kleuren.

In 1949 vond de eerste grote COBRA-tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam plaats.

Pas halverwege de jaren vijftig vond Jorn zijn stijl waarmee hij internationale roem zou verwerven. De felle beweging van de lijn in zijn vroegere werk veranderde in een dramatisch bewogen verfmassa waarin schimmige wezens, geesten of wazige visioenen opdoemen. Jorn experimenteerde met allerlei technieken; zo werkte hij tevens in keramiek.

Net als Constant ontwikkelde Jorn revolutionaire ideeen over de rol van de kunstenaar in de westerse maatschappij. In 1956 richtte hij als reactie op Max Bill, die in Ulm een tweede Bauhaus wilde verwezenlijken, met Enrico Baj de ''Mouvement International pour un Bauhaus Imaginiste'' op. Het MIBI-congres in 1956, waar ook Constant aanwezig was, was een stap op weg naar de Situationistische Internationale (1957-1969), een groep anarchistische kunstenaars die het kapitalistische functionalisme hekelden, waarvan hij een van de oprichters was. Deze organisatie maakte zich sterk voor een collectieve deelname aan de kunst door kunstenaars en burgers, met als doel de maatschappij zelf tot kunst te laten worden.

In 1959 maakte Jorn een reusachtig, negen ton wegende wanddecoratie in keramiek voor het staatsgymnasium in Aarhus, Denemarken en nam hij deel aan documenta te Kassel.

In 1963 richtte hij het Institute for Comparative Vandalism op, dat tot doel had om graffiti te verzamelen en de artistieke waarde ervan te bepalen.

In 1964 nam hij weer deel aan documenta te Kassel. Hij weigerde hij de Guggenheim-prijs in hetzelfde jaar.

In deze periode werkte met décollages en gescheurd papier.

In 1970-1972 ging hij weer schilderen en begon bronzen en marmeren beelden te maken.

In 1973 had hij een grote overzichtstentoonstelling in de Kestner Gesellschaft in Hannover.

De expressief gebarende schilderijen van Jorn wemelden van demonische, mythische creaturen en vormden een noordse variant van het abstract-expressionisme.

Jorn heeft talrijke tentoonstellingen gehad in binnen- en buitenland waaronder het Stedelijk Museum in Amsterdam (1964), het Guggenheim Museum in New york (1982) en de Stadtische Galerie in Lenbachhaus, Munchen (1987). Jorn schonk een groot aantal van zijn werken (en van bevriende kunstenaars) aan het museum voor moderne kunst in Silkeborg.

Werken:
Pour la forme. Ebauche d'une méthodologie des arts (1958); La langue verte et la cuite (1968; Noël Arnaud). UITG: Baj–Jorn: lettres 1953–1961, d. M. Frechuret (1989; m. voorw. d. E. Baj).

Verlies van maat, 1958, olieverf op doek, 114x146, Gent, Museum voor Hedendaagse Kunst

De levende ziel, 1963, olieverf op doek, 150x100, privé-verzameling

Striptease van de gevilden, 1968, collage en olieverf op papier, privé-verzameling
Jorns collagewerk is van grote betekenis, omdat hierin al de eerste aanzetten worden gegeven tot de scheurtechniek van de ‘affichisten’ van het Franse Nieuwe Realisme. Meer dan bij de robuuste Appel domineert bij hem een in mythen en magie gewortelde iconografie. Appel schildert spontaan, Jorn moet het hebben van het bezwerende gebaar. Zijn kleurgebruik is gericht en het figuratieve element krijgt veel speelruimte. Net als bij al hun schilderende vrienden ontstaat ook bij Jorn en Appel de vorm pas tijdens het schilderproces. Hoe geestig en ludiek ook, hun werk blijft - net als dan van James Ensor - een ontmaskering en een getuigenis van hun persoonlijke betrokkenheid. (Leinz 156)

Hors d’âge, 1972,


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 371.