kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

bad painting

Bad-painting

De zogenaamde 'bad painting' is zeker niet nieuw. Francis Picabia begon ermee rond 1920, en ging ermee door tot zijn dood in 1953. Voorheen was Picabia een dadaïst, en nauw bevriend met Marcel Duchamp. Het dadaïsme was bedoeld als een provocatie van de burgerlijke smaak en normen, een soort 'anti-kunst' of 'protest-kunst'. Maar zo rond 1920 wilde Picabia verder gaan. De kunst moest volgens hem onesthetisch zijn, nutteloos, en onmogelijk te rechtvaardigen. De toenmalige kunstkritiek verweet hem dan ook vulgariteit, lelijkheid en smakeloos kleurgebruik, en Picabia verloor elk prestige dat hem nog overbleef. Zo had hij heel consequent zijn eigen stelregel nagevolgd: 'Om zich te redden is er maar één middel: zijn reputatie opofferen'. De schatrijke Picabia verliet Parijs en vestigde zich aan de Azurenkust, waar hij het leven leidde van een excentrieke snob en een vaste klant was in de casino's van Nice en Monte Carlo.

Naast Marcel Duchamp was ook René Magritte een groot bewonderaar van Picabia. In 1948 exposeerde Magritte in Parijs de resultaten van zijn période vache (vache: lelijk, gemeen, dom), waarmee hij op zijn manier in het voetspoor van Picabia stapte. Het waren groteske schilderijen, opzettelijk vulgair, smakeloos geschilderd en qua onderwerp volkomen idioot. Hij shockeerde er het hele Parijse kunstpubliek mee, de surrealisten incluis, en dat was ook de bedoeling. Het publiek of de kunstkritiek had er geen enkele waardering voor. Het jaar daarop keerde Magritte terug naar zijn stijl van voordien, schools en zuiver geschilderd, emotieloos, fris en absurd.

De werken van zijn période vache bleven lange tijd veronachtzaamd. Pas sinds de jaren '80 kwam er waardering voor, en zag men ze, samen met het werk van Picabia, als een vooruitlopen op de Bad painting. Een bredere erkenning voor Picabia en voor de Période vache van Magritte kwam pas langzaam op gang, en dan vooral via jongere kunstenaars als Sigmar Polke in Duitsland, Julian Schnabel en David Salle in Amerika, en Walter Swennen in België. Sindsdien wordt Picabia gezien als de grote voorloper van de Bad painting.

De hedendaagse Bad painting (ook wel New Image Painting genoemd) stelt de vraag wat goede schilderkunst is of behoort te zijn. Het is een anti-intellectualistische en tegelijk ook anti-esthetische tendens. De kunstenaar inspireert zich liefst op beelden die van een bedenkelijke smaak getuigen en vaak afkomstig zijn uit de massamedia: kitsch, strips en reclame. Hij schildert schijnbaar onbeholpen, primair en cartoonesk. Verschillende stilistische benaderingen (figuratief en abstract) worden door elkaar geweven. Een opzettelijke wansmaak overheerst. Maar zoals Marcel Duchamp lang geleden zei: 'Smaak is een gewoonte. Herhaal hetzelfde lang genoeg en het wordt smaak. Of de smaak goed is of slecht heeft geen enkel belang, want hij is altijd goed voor de een en slecht voor de ander.'

Inmiddels worden heel wat zeer bekende kunstenaars tot de bad painting gerekend, onder meer Amerikaanse schilders als Philip Guston, Malcolm Morley, Julian Schnabel en David Salle, of kunstenaars in de graffiti / cartoonstijl als Jean-Michel Basquiat, Kenny Scharf, Ronny Cutrone, Jim Nutt, Keith Haring en Charley Banana.

In Frankrijk kennen we figuren als Robert Combas en Blais, in België allereerst Walter Swennen, in Duitsland de zgn. Neue Wilde, in Italië de kunstenaars van de Transavantgarde.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 946.