kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Benozzo Gozzoli

Italiaanse Renaissanceschilder uit de Florentijnse school, 1420 Florence - 4 oktober 1497 Pistoia.

Deze leerling van Fra Angelico, blijft een chroniqueur van het leven van zijn tijd in een oorspronkelijke verteltrant in een schitterend realisme en stralende kleuren. Zijn dikwijls overladen composities, vol figuren, gebouwen en landschapsmotieven, bezitten een grote levendigheid; zekere elementen van de 15de-eeuwse renaissance zijn er wel in te vinden, maar het bonte kleurgebruik en de tapijtachtige vulling van het hele vlak behoren eerder nog tot de tradities van de late gotiek. In zijn perspectief reeds een renaissanceschilder. Zijn altaarstukken en kleine panelen zijn zwakker dan zijn fresco's. (Summa; Encarta 2001)

Biografie
Benozzo Gozzoli, ook bekend onder de naam Benozzo di Lese de Sandro, stamde als zoon van een kleermaker af van een gegoede boerenfamilie.
In 1568 werd hij voor het eerst genoemd onder de naam Ghozzolo, de naam van het deel van de familie dat op het platteland was gebleven. Daarvoor was hij bekend onder de naam van zijn vader, di Lese de Sandro.

Gozzoli was opgeleid als goudsmid en werkt in zijn vroege jaren samen met Ghiberti aan de bronzen deuren van het baptisterium in Florence. Ook met de schilder Fra Angelico werkte hij samen aan een drietal werken, ditmaal fresco's. Dit waren in chronologische volgorde het San Marco klooster te Florence (1445), de kapel voor paus Nicolaas V in het Vaticaan (1447) en de kapel van San Brizio in Orvieto (1448).

Is zijn leermeester Fra Angelico nog een meditatief schilderende monnik, Benozzo Gozzoli is een man van de wereld. En dat wereldse voegt hij toe aan zijn werk in de vorm van de landschappen, de gebouwen en de mensen van zijn tijd.

Zijn eerste individuele werken maakte hij in de S. Fortunato, een altaarstuk van de Madonna del Cintola.

Palazzo Medici-Riccardi - de Broederschap der Wijzen
Het oudste van alle renaissance-familiepaleizen in Florence, dat het prototype werd voor vele andere (bijvoorbeeld Palazzo Strozzi en het Palazzo Pitti). Het werd gebouwd door Michelozzo (ca. 1444-1464) voor Cosimo il Vecchio. Aanvankelijk had het een open loggia op de linkerhoek, waarvan de bogen in 1517 werden gesloten en van vensters voorzien. Het paleis heeft een rechthoekige plattegrond en is gebouwd rond een elegante binnenhof. Een zware, gesloten onderbouw uit grote steenblokken (rustica) verleent het gebouw een vestingachtig uiterlijk. Daarboven zijn twee lichtere zones met vensters . Deze kenmerken in plattegrond en opbouw werden in de latere paleizen overgenomen. In de 17e eeuw ging het paleis over op de familie Riccardi, die het aan de achterzijde liet vergroten en de façade liet verbreden met 7 vensters. Thans zetelt hier het Provinciaal Bestuur (Prefettura), maar een deel van het gebouw is voor publiek toegankelijk. In de cortile (binnenhof), bij binnenkomst links, is de toegang tot het Museo Mediceo. De eerste trap rechts in de hof leidt naar de Cappella Medicea, gebouwd door Michelozzo; een rechthoekige kleine huiskapel met kleine vierkante absis. Aan de wanden schilderde Benozzo Gozzoli (1459-1460) de beroemde Tocht van de drie koningen naar Bethlehem, doorlopend over de wanden. Prachtige, kleurrijke fresco’s met veel verhalende, realistische details, waarin verschillende tijdgenoten zijn geportretteerd, o.a. personen die deelnamen aan de ruiteroptocht van de Grieken bij het concilie van 1439 in Florence, en aan de feestelijkheden bij de komst van paus Pius II in 1459.

In 1459 werd Gozzoli gevraagd door Piero di Cosimo de' Medici om de privékapel (Cappella dei Magi) van het Palazzo Medici te decoreren (1459-1461). Gozzoli gebruikte voor deze frescocyclus dezelfde beeldspraak als Gentile de Fabriano in zijn altaarstuk met als onderwerp de aanbidding van de drie wijzen uit 1423. Hij spreidde het echter uit over drie muren en liet de processies eindigen bij de ster boven het hoofdaltaar met de aanbidding van Christus. Een lange en rijke stoet van de Wijzen uit het Oosten, die naar Bethlehem trekken in de omgeving van een rijksgestoffeerd Toscaans landschap, met in de stoet de portretten van de Medici en hun kring. De kapel was niet toegankelijk voor het gewone publiek van de stad, maar de afgezanten van buitenlandse handels- en heersershuizen werden er wel ontvangen.

Optocht der drie koningen, koning Balthasar (oostelijke muur van de Capella dei Magi), 1459-1461, fresco
Op fenomenale wijze is hen met de fresco’s de hoge positie en het trotste zelfbewustzijn van de gastheren voorgesteld: in het gevolg van de drie wijzen zijn voorname leden van de Medicifamilie geportretteerd. De precieze indentificering blijft niettemin omstreden. Vanwege de bollen van het Mediciwapen aan het paardentuig waarop de jongste koning rijdt, meent men wel in deze een geïdealiseerd portret van Lorenzo de’Medici te herkennen. Maar toen het fresco werd geschilderd was deze pas 11 jaar oud. Toch werd hij toen reeds gezien als de toekomstige leider van de familie, waarop alle hoop was gevestigd.
In het midden van een groep dicht opeen geplaatste figuren, die de op de voorgrond rijdende Europees uitziende koning Balthasar naar Bethlehem volgen, heeft Gozzoli een expressief en karaktervol zelfportret geschilderd. Zijn blik is op de opdrachtgever gericht terwijl zijn signatuur Opus Benotti op zijn rode muts aangeeft dat hij de auteur is van de schilderingen. (Florence 296-297)

Optocht der drie koningen, koning Caspar (westelijke muur van de Capella dei Magi), 1459-1461, fresco
Tegenover de groep van de jongste wijze Balthasar (oostmuur), staat die van de oudste koning Caspar (westmuur). Bij de verbouwing door de Riccardis in 1689 werd het fresco gesplitst, waardoor de afbeelding veel aan kracht verloren heeft. Maar ondanks dat maakt het werk nog steeds indruk door de grote rijkdom aan details. Een aantal mooie dieren bevolken helt landschap. Rechts bovenaan slingert de stoet een heuvel op. De oude koning, met een immense witte baard een prachtig kleed – zit op een schimmel en volgt zijn voorhoede. Mogelijks kan men in hem een prtret van de patriarch van Constantinopel herkennen, die in 1439 aan het Herinigingscollege had deelgenomen, dat op initiatief van de Medici’s van Ferrara naar Firenze was verhuisd. Mogelijks herinneren de fresco’s van Gozzoli aan die belangrijke gebeurtenis. Behalve leden van de familie de’Medici zijn leden van het concilie geportretteerd. (Florence 298)

Zie ook Benozzo Gozzoli staat op 40-jarige leeftijd bekend als maestro vanwege zijn uitzonderlijke talent als historieschilder. Binnen de schilderkunst is de historieschilderkunst het moeilijkste genre omdat het naast een grote ambachtelijke kennis ook artistiek talent en intelligentie vereist. De schilder moet bekend zijn met de vele bijbelse en hagiografische verhalen. Bovendien moet hij zijn interpretatie hiervan kunnen visualiseren in pakkende en heldere scènes die de toeschouwer intellectueel en geestelijk op een hoger plan brengen.
In 1463 wordt Benozzo Gozzoli door Fra Domenico Strambi, prior van het Augustijnse convent in San Gimignano, gevraagd om de kloosterkerk aldaar te decoreren, de huidige Sant’Agostino. Als zoon van een rijke familie bekostigt Domenico Strambi het project uit eigen middelen, waarmee hij zichzelf tevens verzekert van de nodige inspraak in het decoratieprogramma. De opdracht luidde aanvankelijk “het schilderen van de Storie di Sant' Agostino e Santa Monica, composte in diciasette scene". Gozzoli kort de opdracht in tot Storie di Sant’ Agostino.
Het levensverhaal van Augustinus werd geschilderd in zeventien taferelen door Gozzzoli en diens leerlingen. Benozzo Gozzoli schildert in verteltrant, eerder wereldlijk dan godsdienstig, sterk decoratief in heldere harmonieuze kleuren. De meester beperkt zich meestal tot een schets van de compositie en laat de verdere uitwerking dan over aan zijn leerlingen. De frescocyclus loopt van linksonder naar rechtsboven, van het aardse naar het hemelse.
Zie verder op Testament aan het Camposanto te Pisa, deze is echter grotendeels vernield tijdens een bombardement in 1944.

Gozzoli stierf op 4 oktober 1497 in Pistoia, waar zijn zoons woonden. Hij was waarschijnlijk getroffen door de pest. Hij werd begraven in het dominicanenklooster in Pistoia.

Bij de late volgelingen van Angelico's half-middeleeuwse traditie hoeven we niet lang te blijven staan. Filippo Lippi was haar feitelijk al ontgroeid, toen hij te Prato (1452-1464) den groten geest van Masaccio veel nader trachtte te komen. Naast hem is een Benozzo Gozzoli de dalende lijn (1420-1497). Hij had met Fra Angelico gewerkt, vertoont ook wel enigen invloed van Pesellino. Maar van Angelico's innig gevoel heeft hij niets meer: zijn kunst gaat al erg aan uiterlijkheden toegeven. O zeker, niemand weerstreeft de bekoring van zijn Optocht der Drie Koningen op de wanden van de kleine kapel in het paleis der Medici (heden palazzo Riccardi) uit de jaren 1459-1463: glansrijke romantiek, als van Perzische miniaturen. En men kijkt altijd met genoegen naar zijn reeks fresco's in het Campo Santo te Pisa (1467-1484), als naar grote prenten vol aardige bijzonderheden, waar overal wat interessants te ontwaren valt. Maar die genoeglijke en nooit uitgeprate verteller is ten slotte, in de algemene ontwikkeling, van weinig tel: mist hij de zuiverheid van Angelico, ook de verhevenheid van de mannen uit het eerste geslacht ontbreekt hem, en om artistieke vraagstukken, om kennis van bouw en verhoudingen der natuurlijke verschijning heeft hij zich weinig bekreund. Hij is op-end-op een illustrator, en daar hij arm is in zijn gevoelsuitdrukking zowel als in zijn vormuitdrukking, diene hij ten bewijze, hoe datgene, wat in de eerste helft der eeuw schone vervoering was, en dan herinnering aan schone vervoering, maar al te dikwijls in de tweede helft tot louter-decoratief mooi wordt en weldra tot nuchter proza.

Te Florence treedt in dien tijd het tweede geslacht van de ‘modernen’ op, de schilders die zich op het uitwerken van de bijzondere artistieke problemen toeleggen. Onder hen hangt Alesso of Alessio Baldovinetti (1425?-1499) nog het meest met het eerste geslacht samen: in sommige opzichten op Piero della Francesca gelijkend, daar hij van dezelfde meesters geleerd heeft, Andrea del Castagno en vooral Domenico Veneziano. Maar de geest is reeds een andere, een andere de wijze waarop Baldovinetti het coloristische zowel als het plastische probleem aanpakt. - August Vermeylen (www.dbnl.org)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 756.