kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Bergense School

Groep voornamelijk Nederlandse expressionistische kunstenaars, na de eerste wereldoorlog grotendeels gevestigd in Bergen bij Alkmaar (Noord-Holland).

Werden de Groninger expressionistische kunstenaars vooral door het Duitse expressionisme beïnvloed, de schilders van de Bergense School richtten zich onder invloed van Henri le Fauconnier vooral op Frankrijk. Hun werk kenmerkt zich doorgaans door een somber, bruin en donker, kleurgebruik, vereenvoudigde vormen en een evenwichtige compositie.

Voor de Eerste Wereldoorlog
Voor de Eerste Wereldoorlog maakten Leo Gestel, Jan Sluyters en Henri le Fauconnier luministische en kubistische werken. Deze kunnen worden beschouwd als voorlopers van het naoorlogse Expressionisme. Ook de spreekbuizen voor het Expressionisme, de tijdschriften Wendingen en Het Signaal, tonen aan dat deze belangrijke ontwikkeling in de Nederlandse kunst van de jaren 20 overal zichtbaar was.

De Bergense School
In de jaren na de Eerste Wereldoorlog vestigde zich een groep kunstenaars in Bergen (NH) die bekend zou worden onder de naam 'Bergense School'. De Bergense School vormde zich in 1915 rond de Franse schilder Le Fauconnier, (die al in 1912, samen met Fernand Léger en Piet Mondriaan, lid was van de Amsterdamse Moderne Kunstkring).

De kunstenaars van de Bergense School keerden zich tegen de vlotte toets en het oogstrelende van het impressionisme, net zoals dat gebeurde in Frankrijk met het Fauvisme en in Duitsland met het Expressionisme. Onder invloed van de Franse schilder le Fauconnier ontwikkelden zij een eigen figuratieve expressionistische stijl. De schilders uit de Bergense School wendden zich eerder af van het landschap met zijn wisselende uiterlijkheden, terwijl ze het bestendiger inwendige in mens en voorwerp gingen ontdekken. Vandaar dat ze een voorkeur lieten blijken eerder voor het stilleven en voor de figuur, met overheersend gedempte kleurtonen in ruige strakke vormen. Het werd een eerste uiting van het Nederlandse Expressionisme.

Gemeenschappelijke kenmerken
Het werk van de schilders die destijds in Bergen woonden vertoont qua stijl, ondanks het feit dat er niet altijd dezelfde kunstopvatting aan ten grondslag lag, een duidelijke verwantschap. Van een echte samenhangende school of stroming was echter geen sprake. Zij waren geen school in stilistische zin; de leden werkten meest in een Hollands expressionistische stijl met kubistische, luministische of realistische invloeden. Gemeenschappelijke kenmerken waren: monumentale landschappen, sombere kleuren en voorkeur voor stillevens. De kunstenaars vonden inspiratie in de natuur en in elkaars werk.

Tot de meest consequente figuren van deze Bergense avant-gardisten hoorden Charley Toorop en John Raedeker. Het intellectuele klimaat in Bergen werd mede bepaald door de dichters en schrijvers die er hebben gewoond en gewerkt. Dichters als J.C. Bloem, Adriaan en Henriette Roland Holst en de beeldhouwer John Raedecker kunnen tot de groep gerekend worden.

Tot deze groep hoorden ook: Jan Sluyters, Leo Gestel, Else Berg, Gerrit W. Van Blaaderen, Dirk Filarski, H. Kuyten, C.J. Maks, S.L. Schwarz, Mommie Schwarz, Edgar Fernhout, Germ de Jong, Harrie Kuijten, Piet van Wijngaerdt, W. Schumacher,

Vooral later ontwikkelden de kunstenaars zich sterk individueel. Rondom voorman Leo Gestel groepeerden zich o.a. Arnout Colnot en Matthieu Wiegman en Piet Wiegman.

Ook schrijvers en dichters wisten Bergen te vinden. Bekenden als Jan Jacob Slauerhoff en Eddy Perron schreven hier en nog steeds wonen en werken er in Bergen nog vele kunstenaars.

Kees Boendermaker
Vooral de Amsterdamse kunstverzamelaars K. Boendermaker en C.W.N.Baard zorgden voor de bekendheid van deze Bergense School. Kees Boendermaker (1904-1980) leerde de schilders van de Bergensche School in het ouderlijk huis kennen. Hoewel hij geen artistieke inbreng had, speelde hij wel een wezenlijke rol binnen de Bergense school. Hij vond het heerlijk om zich te omringen met kunstenaars en had een aardig financieel vermogen. Toen hij in Bergen ging wonen, ontwikkelde hij zich tot een soort mecenas. Hij kocht tientallen schilderijen en gaf vele opdrachten. Vandaar dat in zijn buurt een hele schilderskolonie groeide. In zijn villa bouwde Boendermaker in de jaren '20 een collectie op van maar liefst 2500 à 3000 werken - waarmee hij eigenhandig het voortbestaan van de Bergense School garandeerde. Boendermaker moest zijn liefhebberij echter opgeven na de Beurskrach van 1929, en zijn collectie raakte tragisch versnipperd.

Om kunstenaars naar Bergen te lokken was er dus een mecenas nodig. Maar dit verklaart nog niet hoe zij tot een samenhangende uitdrukkingsvorm kwamen. Indirect werd dat veroorzaakt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Omdat in vrijwel alle Europese staten behalve het neutrale Nederland gevochten werd, kon niemand meer op reis. Vele kunstenaars verbleven plotseling ongebruikelijk lang in Nederland. Het contact tussen de gestrande schilders intensiveerde daardoor. Het kunstleven raakte in een stroomversnelling toen de Fransman Henri Le Fauconnier zijn toevlucht in de badplaats zocht. Met zijn artistieke inzichten bracht die kubistische schilder en theoreticus de Bergense gemeenschap ideologisch bij elkaar.

Henry Le Fauconnier
Een bijzonder lid was Henry Le Fauconnier, een Franse schilder die zich van 1909 tot 1913 bezig hield met het kubisme. Gedurende de Eerste Wereldoorlog verbleef ook hij in Bergen, waar hij grote invloed uitoefende op de groep. Het kubisme liet hij los voor een meer expressionistische stijl.

De kubistische schilderijen van Picasso en Braque kenmerken zich door heldere monochrome kleurstellingen. Het werk van Le Fauconnier is daarentegen intens zwaar van kleur. Wel heeft het net zo'n vlakke opbouw als het werk van beide oorspronkelijke kubisten. Le Fauconnier werkt het daarna echter veel schilderachtiger en expressiever uit. Deze aanpak heeft in Bergen op grote schaal navolging gekregen. Dat is bijv. goed te zien aan het werk met de indringende kleuren en de vlakverdeling gemaakt door Arnaut Colnot. Die schilder was al in 1911 in Bergen neergestreken, verbleef daar tientallen jaren en hield zijn leven lang vast aan de beginselen van de plaatselijke stijl.

Leo Gestel
Gestel oriënteerde zich op buitenlandse kunststromingen zoals het neo-impressionisme. Daarmee kwam hij in contact door veel te reizen. In 1914 toog Gestel met zijn vrouw en een paar andere kunstenaars naar Mallorca Ditmaal liet hij zich duidelijk beïnvloeden door de kubisten. Hij had vooral oog voor de krachtige manier waarop zij hun composities ordenden. Maar anders dan zij ging Gestel niet echt over tot abstractie van zijn visuele indrukken. Daarvoor was hij te zeer aan de werkelijkheid gehecht.

Noord Hollands Expressionisme
In Noord-Holland heeft het Expressionisme haar hoogtepunt in de jaren 20. De discussie over de reikwijdte van het begrip de ‘Bergense School' is tot op de dag van vandaag levendig en zonder eensluidend antwoord. Immers, de stad Amsterdam gold als het belangrijkste Nederlandse kunstcentrum en ook elders in Noord Holland waren kunstenaars geïnteresseerd in een moderne, expressieve uitdrukkingsvorm. De Bergense School werd voor een groot deel gevormd door kunstenaars die afwisselend in Bergen of voornamelijk Amsterdam verbleven. Bovendien werkten niet alle schilders die in Bergen woonden, op expressionistische wijze.

kunstenaarsvereniging De Ploeg
In Nederland waren het vooral de De Bergense school en kunstenaarsvereniging De Ploeg (Groningen) die het expressionisme tot bloei brachten. Een paar jaar na het ontstaan van de Bergense School werd in Groningen, in 1917-18, omheen Jan Wiegers, De Ploeg opgericht. Hier werd het kleurenpalet heel wat uitbundiger gestoffeerd, opvallend beïnvloed door het Duitse Expressionisme van Ernst Kirchner. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 168.