kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Berlinde de Bruyckere

Berlinde De Bruyckere

Belgische kunstenaar, geboren 1964 in Gent.

Websites: De Bruyckere behoort tot de vaste waarden in het Vlaamse culturele landschap van jonge kunstenaars. Ook in het buitenland geniet ze bekendheid als een kunstenaar met een eigenzinnig oeuvre.

Berlinde De Bruyckere maakt driedimensionale beelden, installaties en aquarellen. Haar oudere werken hebben een minimalistisch karakter. Staal, steen en glas zijn in deze beginperiode haar favoriete materialen. Langzaamaan verlaat ze de abstracte motieven en zoekt ze haar toevlucht tot herkenbare vormen en dingen. Zo introduceert ze de deken, kneedbaar lood, was en stro als materialen. Daarna breidde zij haar persoonlijke iconografie uit met impactvolle beelden van [opgezette] paarden en reusachtig uitgevallen knuffeldieren.

Haar werk laat zich voortdurend associëren met de dualiteit van liefde en lijden, dreiging en bescherming, leven en dood. Ook de materialen die de kunstenares gebruikt, weerspiegelen een dubbelzinnigheid die kenmerkend is voor de menselijke ervaring. De dekens in haar sculpturen beschermen en verstikken, de loden rozen verleiden en vergiftigen, de bloemtapijten met begonia's getuigen van bloei en verval. Onder de delicate en soms bedrieglijk lieve huid van haar werken, gaapt een beklemmende afgrond. Dood, angst en eenzaamheid zijn terugkerende thema’s die echter nooit losgekoppeld worden van leven, liefde en schoonheid. Ze gebruikt bewust herkenbare vormen waarmee ze de toeschouwer aan het denken wil zetten, met herinneringen wil opzadelen. Berlinde De Bruyckere legt de interpretatie van haar werk niet vast. Ze laat haar werk bewust open voor diverse interpretaties.

Ondanks de grote formele verscheidenheid van haar werken vormen de eenheid van materiaalkeuze, de gebruikte technieken en de terugkerende symbolen en motieven een rode draad door heel haar oeuvre. Naast haar driedimensionale werken heeft de kunstenares ook steeds haar ideeën op papier gezet. Deze werken [tekeningen en aquarellen, vaak aquarel en gouache gecombineerd op oud papier of karton] ontstaan voor de beelden en kunnen als zelfstandige werken functioneren.

Berlinde De Bruyckere heeft aan een aantal tentoonstellingen in musea en in de openbare ruimte opvallende bijdragen geleverd met beelden en installaties:
. Beeldenpark Middelheim bij Antwerpen (Onschuld kan een hel zijn, 1995),
. Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent (De Rode Poort, 1996)
. Muhka in Antwerpen (januari 2001) - ‘en alles is aanéén-genaaid’.
. Caermersklooster, Gent 2002
. De Pont, Tilburg 2000/2001 'Aaneen-genaaid'
Zij heeft tevens enkele sterke integratiewerken gemaakt voor openbare gebouwen zoals het Provinciaal Administratief Centrum 'Het Zuid' in Gent (de lift) en het Vlaams Parlement in Brussel (de perszaal).

Biografie
Berlinde de Bruyckere volgde een opleiding monumentale kunst aan Sint-Lucas in Gent, waar een sterke ambachtelijke traditie bestaat die haar in staat stelt een inhoud uit te drukken in de meest geëigende vorm, of dat nu een beeld, een installatie, een tekening of een zeefdruk is.

In 1990 werd ze laureaat van de prestigieuze prijs ‘Jeune peinture belge’ in Brussel.

1993 Dekenhuis, ijzer en dekens, 200 x 365 x 120

Dekens
Vanaf het begin van de jaren negentig werkt Berlinde De Bruyckere met dekens als materiaal voor haar beelden en installaties. Wollen dekens die bedekken en beschermen. Maar voor De Bruyckere symboliseren ze niet alleen warmte en beschutting, maar ook kwetsbaarheid en angst. ‘Een deken is voor mij een symbool van geborgenheid. Het heeft een ziel, die meestal positief geladen is. Een deken dekt je toe, je voelt je het kind dat binnen zit terwijl het buiten regent. Ik gebruik een deken ook als negatief voorwerp. Je kan iemand zo veel liefde en geborgenheid geven dat hij erdoor verstikt raakt, zichzelf niet meer vindt. Onder een stapel dekens liggen desoriënteert! Die dubbelzinnigheid speel ik graag uit in mijn werk.'
De internationale gemeenschap biedt dekens als schaamlap voor haar eigen machteloosheid. Slachtoffers worden in dekens gehuld. Het leed wordt bedekt. In het atelier van De Bruyckere hangen dergelijke krantenfoto's als stille momenten tussen de alledaagse paperassen. Het zijn dikwijls beelden waarin treurnis en schoonheid met elkaar om de aandacht lijken te vechten.

Een van de eerste beelden met dekens van De Bruyckere was een simpele stapeling opgevouwen dekens op een wankele houten kruk (zonder titel 1991). Orde en evenwicht van de stapel worden hier bijna letterlijk onderuit gehaald door deze vervaarlijk hellende sokkel. Het Dekenhuis uit 1993 is een metalen kooi waarover dekens zijn gedrapeerd. Een enkele hoek van de kooi is onbedekt maar het Dekenhuis is ontoegankelijk en biedt slechts de suggestie van beschutting.

Onschuld kan een hel zijn was de titel van haar presentatie in Park Middelheim in 1995. Hier plaatste zij onder meer open containers volgestouwd met stapels dekens (Kooi 1995). Vrolijk van kleur maar tegelijk macaber van aanzicht; een noodzending hulpgoederen die haar bestemming nooit zou bereiken.

Dekenvrouwen / Denkvrouwen
Het machteloze gebaar van dit werk lijkt te worden herhaald in de diverse vrouwenfiguren, van wie de armen en benen levensecht zijn, maar de rest van het lichaam schuil gaat onder dekens. In Middelheim plaatste zij zo'n figuur in een boom (Vrouw in boom II 1995). Zittend op een tak klampt zij zich vast aan de brede stam. De Bruyckere vergelijkt het isolement waarin de vrouw verkeert met een kind dat zich verschuilt en denkt ‘als ik hen niet zie, kunnen zij mij ook niet zien.'
Over haar dekenvrouwen zegt ze : 'De relatie tussen tonen en schuilen is een relatie die zich voordoet binnen één beeld. Het beeld dekenvrouw heb ik voor het eerst gemaakt in de periode van de genocide in Rwanda in 1993-1994. Ik toon een beeld van iemand die eigenlijk niet gezien wil worden. Op dat moment was ik zelf bezig met de vraag naar de essentie van het huis. Voor mij betekent dit een plek om te kunnen schuilen, alleen te zijn, te kunnen denken. Toen zag ik mensen op de vlucht met alleen een deken om zich te beschermen, te dekken. Zo is het beeld voor mij ontstaan.'

De bedreigde geborgenheid spreekt ook uit een installatie met drie bedden (zonder titel 1996). De twee eenpersoonsbedden en het kinderbed zijn zwaar beladen met een laag van honderd kleurige dekens. Op verschillende plaatsen wordt de dekenlaag doorboord door diepe ronde gaten. Soortgelijke aantastingen en sporen van fysieke bedreiging komen eveneens voor in de tekeningen en aquarellen (vaak gecombineerd aquarel en gouache op oud papier of karton) van De Bruyckere.

Het hart uitgerukt is de titel van een serie getekende portretten uit 1997-1998 waarin morbide koppen ons met holle ogen aankijken. (Museum De Pont)

Bloementapijt
Haar bijdrage aan het buitenproject Speelhoven ’98 was een groot bloementapijt van 18 bij 27 meter, gemaakt van 112.000 begonia’s. In zekere zin herinnerde dit aan het vroege werk I Never Promised You a Rose Garden (1992), dat bestond uit een rek met rieten manden gevuld met rozen van lood. Maar het begoniatapijt memoreert ook de vergankelijkheid in het verwelken, verdrogen en uiteindelijk verrotten en verdwijnen van de bloemen.

2000, Aaneen-genaaid I, gips, was, polyurethaan, deken, 190 x 55 x 60, blote benen de amorfe gestalte nog maar net stabiliteit lijken te geven. En de gelijknamige reeks tekeningen toont lichaamsvormen die met elkaar versmolten zijn.
Over de beelden Aanéén-genaaid heeft ze gezegd: ‘Ze zijn met zwart garen aaneengenaaid uit allemaal losse stukken. Op een bepaald moment schiet er van het mens-beeld niets meer over, vind ik. Als ik denk aan hoe wij als mens reageren op sommige situaties, hoe wij met elkaar omgaan, dan vind ik dat wij soms zeer lelijk zijn, en dan valt dat mooie-mensenbeeld uit elkaar. Met die beelden Aanéén-genaaid heb ik geprobeerd vanuit flarden mens terug één beeld te grijpen, alles aan elkaar te naaien en te proberen om dat mensbeeld weer samen te stellen. En de deken heb ik daarbij echt wel gebruikt als een huid die de stukken mens weer bijeenmaakt en die een nieuw beeld creëert.’

Paarden
Geïnspireerd door oude foto's van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog maakte Berlinde De Bruyckere in 2000 in het museum In Flanders Fields in Ieper een indrukwekkend werk van vijf levensgroot opgezette gesneuvelde paarden, liggend op de grond of balancerend op kramakkelige schragen. Het paard als metafoor van kracht, passie, oorlog, macht en dood speelt een centrale rol in deze periode.

In de tentoonstelling Sonsbeek 9 (Arnhem, zomer 2001), gemaakt door Jan Hoet, hing ze paarden in de bomen. In het idyllische park Sonsbeek creëerde dit een hallucinant Boschiaans beeld van het apocalyptische einde van de wereld. Opnieuw spreekt echter niet de logica van de realiteit, maar die van de poëtische verbeelding. De paarden zijn niet zomaar afgietsels van echte paarden, het zijn als het ware herhalingen, metamorfoses. De ogen en de mond zijn dichtgenaaid, de huid bestaat uit diverse stukken, de benen plooien zich in anatomisch onmogelijke bochten en delen van de romp of hals zijn in functie van de plastische impact proportioneel aangepast.

In de tentoonstelling in het Caermersklooster in 2002 toont Berlinde De Bruyckere een nieuwe versie van deze installatie. Deze keer hangen de paarden niet in bomen, maar lijken ze verstrikt in geïmproviseerde stellages. De illusie van het gewicht en de kracht van de paarden staat in een spanningsvolle relatie tot de wankele buizenstructuur. Het lijkt wel een beeld van onze uit balans rakende wereld.

2001, Biënnale Venetië

Haar
Berlinde De Bruyckere blijft haar plastische vormentaal trouw en ook in haar recentste werk komen combinaties van elementen uit vroeger werk terug. De vrouwenfiguren in was hebben hun dekens afgeworpen. Ze hurken neer, als het ware in hun eigen lichaam weggedoken. Maar ze zijn nog steeds gezichtloos. Met lang haar introduceert Berlinde De Bruyckere opnieuw een sterk iconografisch beeld in haar werk. Het haar staat in de bijbelse mythe van Samson symbool voor kracht, vruchtbaarheid en verstand. In andere culturen wordt magische kracht toegedicht aan het haar of markeert het afsnijden van het haar de ontmaagding, de castratie of de transitie van onschuld naar schuld. Het haar van de Egyptische mythologische figuur Berenice groeide zo lang dat het de hele kosmos vormde. Meer nog dan in het vroegere werk lijken de recentste vrouwenfiguren door het gebruikte materiaal (gepigmenteerde was) levensecht. Niets is echter minder waar, want opnieuw gaat het om uit verschillende afgietsels 'gecompileerde' en bij nader toezien gemutileerde figuren. Het beeld van de sensuele wassen huid wordt brutaal doorbroken door de anatomische vervormingen. Het lieflijke en het wrange verenigd in één beeld.

Knuffelbeesten
In de tentoonstelling in het Caermersklooster staat er ook een monumentale toren bezaaid met reusachtige knuffelbeesten. Wat aanvankelijk begon als een liefdevol gebaar voor haar zoontje - van de overschotten van dekens en schuim maakte ze leuke, beestachtige, ietwat te groot uitgevallen knuffels - groeide uit tot een obsessionele accumulatie van honderden deken-knuffels die ze op diverse wijzen tentoonstelde. De metalen toren lijkt op het eerste gezicht een bouwwerf of zelfs raffinaderij. De zachte knuffels, die als zwammen de toren overwoekeren, contrasteren sterk met de koele constructie waarop de bezoeker zelf kan klauteren. De toren wordt een speeltuig, een soort klimrek waar de (volwassen) bezoeker geconfronteerd wordt met (droom)beelden uit de eigen kindertijd. Het gewemel van het bonte gezelschap doet tevens denken aan de spraakverwarring bij de Toren van Babel.

Websites: www.depont.nl, www.muhka.be, www.smak.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 46.