kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Bernard Heesen

Kristallen Carillon voor Leidsche Rijn

Nederlandse glaskunstenaar, geboren in 1958 te Leerdam, waar hij ook woont en werkt. Hij is de zoon van Willem Heesen, met wie hij vaak samen exposeert.

Biografie
De kunstenaar Bernard Heesen werd opgeleid tot architect b.i. aan de Technische Universiteit te Delft (1976-1983).

Al tijdens zijn studie werkte hij in het glasatelier van zijn vader Willem Heesen: De Oude Horn in Acquoy, waar hij vertrouwd raakt met de ambachtelijkheid van het glas. Vlak voor hij zou afstuderen, koos hij voor een loopbaan in het “hete” glas. Hij werkte als glasblazer voor de grondlegger van de Nederlandse glaskunst Andries Copier, zijn vader Willem Heesen en andere bekende kunstenaars, waaronder Maria Roozen en Tony Cragg.

Toen Andries Copier de glasfabriek Leerdam verliet en zijn loopbaan als vrij kunstenaar voortzette, werden vele van zijn ontwerpen in "de Oude Horn" vervaardigd, o.a. de bekende Noordzee-serie. Bernard Heesen in samenwerking met Peter Novotny en de wereldberoemde Italiaanse glasblazer en kunstenaar Lino Tagliapietra, produceerde Copiers laatste ontwerpen voor unica.

Al snel maakt Bernard ook zijn eigen ontwerpen en ontwikkelt daarin een geheel eigen vormentaal en in 1986 heeft hij al zijn eerste tentoonstelling met zijn vrije glas. Hij zegt over zijn werk: “Ik exploreer de grenzen van het fenomeen 'glasblazen'. Zonder me te bekommeren om de esthetica van het materiaal, draai en blaas ik erop los. De keuze van het onderwerp is hierbij van secundair belang.”

Zijn echte ambitie in de ‘glasblazerij' begon in de winter van 1986, toen hij een expeditie naar de Etna ondernam, een van de drie grootste ovens ter wereld. Uit deze vulkaan stroomde, zo leerde hij uit de naslagwerken, continue lava met een zelfde vloeibaarheid als het glas uit de Oude Horn. “Hoe mooi zou het zijn om stenen bollen te blazen! Daar gingen we dan, omringd door rook, hitte en het geluid van vallende stenen op zo scherp als glas gebarsten lavabrokken, op weg naar een door de gidsen als lieflijk omschreven lavastroompje. Dit alles had me een groots en heroïsch gevoel kunnen geven, ware het niet dat ik als een sukkel met mijn blaaspijp bij een bijna gestold lavastroompje stond. Het resultaat van deze expeditie was dan ook niet meer dan een rauw klompje steen dat aan de pijp bleef plakken. Weer in de Oude Horn besefte ik dat een glasoven wel zo handig was en maakte ik mijn eerste glazen stenen. Glas was voor mij in die periode een materiaal dat met grof geweld tot vorm geblazen moest worden. Door de jaren heen werd het vloeibare spul echter steeds vriendelijker en makkelijker in de omgang. Een beetje trekken, knippen, blazen en prutsen en er hing een ding aan de pijp. Zo werden ongemerkt de grenzen van het technisch kunnen uitgerekt en tenslotte bereikt.”

Maar met die beheersing van alle mogelijke blaastechnieken, verdween ook zijn fascinatie voor glas en droogde zijn inspiratiebron op. Maar gelukkig was er de encyclopaedie. Al vanaf Heesens' prille jeugd was het zijn liefhebberij deze opsomming van feiten en plaatjes uit de 19e eeuw te verzamelen. Heesen: “In het begin heb ik me vooral beziggehouden met het onderzoek naar de eigenschappen en eigenaardigheden van het vloeibare glas. Ik maakte dingen, waarbij ik mij de vraag stelde: Wat kan ik met het spul doen? Daarna ben ik plaatjes en teksten gaan verzamelen in mijn persoonlijke encyclopedieën, deel 1 en deel 2. Hierbij zijn afbeeldingen van de bizarre voorwerpen die in het Crystal Palace op de wereldtentoonstelling van 1850 waren te zien. Je hebt geen voorstelling van de rariteiten die daar werden getoond. Naar aanleiding van die plaatjes ging ik dingen maken die ik zelf nooit had kunnen verzinnen. Het ging mij niet om de nabootsing maar om de uitdaging: Wat kan ik hiermee in glas! Het resultaat heb ik enkele jaren geleden laten zien in Museum Mesdag in Den Haag. Het was een momentum in mijn ontwikkeling.”.

“Toen ik op uitnodiging voor een grote tentoonstelling een team van de acht beste glasblazers van Bohemen tot m'n beschikking had, stond deze met vragende blik te wachten. In die vertwijfeling – wat zal ik ze laten blazen? – bracht het zojuist in een antiquariaat aangeschafte naslagwerk met zijn prachtige gravures uitkomst. Blaas dit maar na! Vanaf dat moment was het me duidelijk dat het glasblazen nog een 19e eeuws ambacht is. Het ene na het andere ‘lelijke gewrocht' werd met ongelooflijk veel plezier tot in de details uitgevoerd. Echter, het glas en het handschrift van de glasblazers maakten het tot een prachtig ding. Ik zette het nablazen van de enceclopedaedie voort en de grenzen van de ornamentiek en lelijkheid werden opgezocht. Glas zoals je het, glimmend en overdadig gedecoreerd, zou willen tegenkomen in paleizen of zou willen vinden als bric-a-brac op rommelmarkten. Echter, alles heeft een grens, maar waar ligt ze?”

In 1996 heeft hij De Oude Horn van zijn vader overgenomen en werkt sindsdien met twee assistenten aan een eigen oeuvre dat zich onderscheidt door een eigenzinnige vormgeving met humoristische trekjes.

Bernard Heesen werkt zonder vooropgezet werkplan of ontwerp. Hij zegt. “Mij interesseert het maken van het “hete glas”. Bij een ontwerp probeer je dat zo dicht mogelijk te benaderen. Dit lukt nooit helemaal. In mijn geval ga ik voor de oven ergens beginnen en ik houd op waar ik het wel best vind. Ik heb een veel lossere houding tegenover het resultaat dan mijn voorgangers. Ik heb alles zelf in de hand en daardoor krijgt mijn werk een herkenbaar handschrift”.

Bernard Heesen blaast glasobjecten met een geheel eigen stijl. Hij is een vakman met breed toepasbare technische vaardigheden in de glasblaaskunst en ontwerpt vanuit de primaire eigenschappen van het glas, niet gehinderd door esthetisch besef of een vroege glastraditie. Kenmerkend zijn het speelse karakter in zijn vormgeving en de grote diversiteit aan onderwerpen en produkten. De over het algemeen robuuste vorm van zijn ontwerpen gaat samen met fijnzinnigheid en een groot gevoel voor humor. Veel van zijn werken vertonen een bijna surrealistisch karakter. Zijn kleurgebruik is heel divers en zelfs gedurfd te noemen, maar nooit tè overdadig.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 544.