kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-06-2011 voor het laatst bewerkt.

Carel Kneulman

Nederlands beeldhouwer, tekenaar en graficus, dichter en zanger, geboren 15 december 1915 Amsterdam - overleden 15 januari 2008 Darp. Kneulman woonde samen met zijn vrouw op een oude boerderij in Drenthe, omringd door zijn werk.

Kneulman was jarenlang docent aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en schreef daarnaast gedichten. Hij was erg betrokken bij de sociale belangen van kunstenaars en zette zich daar actief voor in. Carel Kneulman is vooral bekend geworden als de maker van Het Lieverdje (1959) op het Spui in Amsterdam. Andere beroemde beelden zijn de Europeanen (1949), het Gerrit van der Veen Monument voor het kunstenaarsverzet (1973) aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam en Jacob en de Engel bij het hoofdbureau van de politie in Den Haag.

Kneulman wordt beschouwd als een experimentele beeldhouwer. Hij vond aansluiting bij CoBrA-kunstenaars als Appel en Tajiri en werkte samen met de architecten Van Eyck en Hertzberger.

Biografie
Hij was klasgenoot van Cor Hund aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij les had van Jan Bronner. Ook volgde hij lessen aan het conservatorium. Hij had een zogenaamde Basso profondo (ook wel Basse noble (fr.)), een diepe bas.

Op de hoge luifel boven de vroegere ingang van het Hoofdbureau van Politie aan het Alexanderplein in Den Haag is het beeld Jacob en de Engel te vinden. Het is door een kunsthistoricus 'Gevecht van Jacob met de Engel' gedoopt, maar Kneulman zelf spreekt liever over een strijd tegen het kwaad, of een verovering van de orde op de chaos.

In 1959 richtte hij samen met Wessel Couzijn en Shinkichi Tajiri de Groep A'dam op.

Groep Amsterdam
Geïnspireerd door de naoorlogse beeldhouwtentoonstellingen, in onder andere Sonsbeek, zocht Kneulman naar nieuwe vormen. Gedrevenheid en strijdlust spreken uit zijn expressieve bronzen sculpturen. Met gelijkgestemden als Wessel Couzijn, Guntenaar en Shinkichi Tajiri richtte hij in 1959 de abstract-expressionistische Groep A’dam op. Maar anders dan zijn collega’s wilde Kneulman nooit kiezen voor figuratie of abstractie, het voornaamste strijdpunt van die dagen.

Gerrit van der Veen Monument

Kunstenaarsverzet 1940 – 1945 door Carel Kneulman, 1973, opgedragen aan Gerrit van der Veen
Het ‘Monument voor het kunstenaarsverzet’ is opgericht ter herdenking van Gerrit van der Veen. Gerrit van der Veen werd op 10 juni 1944 door de bezetter doodgeschoten. Op het monument staat de tekst:
'WAT DOE JIJ, NU JE LAND WORDT GETRAPT EN GEKNECHT... GERRIT VAN DER VEEN'

Voor de joodse Nederlanders was het moeilijk om onder te duiken. De Nederlanders hadden geen ervaring met een oorlogssituatie; het verzet kwam maar langzaam van de grond. De uitstekende bevolkingsregistratie maakte onderduiken extra moeilijk. In maart 1943 werd het Amsterdamse bevolkingsregister, schuin tegenover Gebouw Plancius, door een aanslag verwoest. Het was een spectaculaire verzetsdaad die veel opzien baarde. Maar de voortgang van de razzia’s op joden werd er niet door gehinderd. In september 1943 werden de laatste joden opgepakt en gedeporteerd.

De Amsterdamse beeldhouwer Gerrit van der Veen (1902-1944) was oprichter van het blad De Vrije Kunstenaar en van de Persoonsbewijzen Centrale. Zijn atelier stond aan de Zomerdijkstraat, waar hij met vrienden van zijn verzetsgroep plannen bedacht tegen de bezetter. Zijn verzetsgroep overviel onder meer de Landsdrukkerij in Den Haag.
Op 27 maart 1943 is onder zijn leiding een gewapende overval gepleegd op het Amsterdamse Bevolkingsregister in de vroegere concertzaal van Artis. Tijdens deze verzetsdaad raakte door een ontploffing een deel van de kantoren in brand. Het water waarmee de brandweer het vuur bluste heeft een groot deel van de namen in de kaartenbakken onleesbaar gemaakt. Twaalf leden van de verzetsgroep die aan deze actie hadden deelgenomen, werden door de bezetter opgepakt en op 1 juli 1943 gedood.
'Op [zaterdag] 27.3.43, omstreeks 22.15 uur, hebben ongeveer tien in het uniform van de Nederlandse politie gestoken mannen de bewakers van het bevolkingsregister overmeesterd, geboeid en - na toediening van injecties - naar de tuin gesleept. Even later waren vijf explosies te horen en begon het gebouw te branden. Van de daders ontbreekt ieder spoor'. (Rapport Amsterdamse politie.)
Gerrit van der Veen wist te ontkomen en zette zijn illegale werk voort vanuit onderduikadressen. Bij een overval op het Huis van Bewaring aan de Weteringschans werd Van der Veen tijdens een vuurgevecht met Duitse soldaten door een kogel in zijn rug getroffen. Vrienden wisten hem te verbergen, maar de jacht op zijn groep ging door.
Bij het proces in het Tropeninstituut, juni 1943, was hij de grote afwezige. Bij zijn laatste verzetsdaad, een poging om verzetsmensen te bevrijden uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans, kreeg Van der Veen een kogel in zijn rug. Kort daarop werd hij in verlamde toestand op zijn onderduikadres gearresteerd. Hij werd gearresteerd en op 10 juni 1944 samen met drie van zijn vrienden in de duinen bij Wassenaar gefusilleerd.

De dood van Gerrit van der Veen voor het vuurpeloton inspireerde Carel Kneulman tot de vormgeving van het monument. Het beeld is een abstracte verbeelding van een liggende figuur, waarvan de ledematen uit elkaar getrokken lijken. De gebalde vuist is een symbool van verzet, de hand vecht terug. Kneulman heeft ‘de mens Gerrit van der Veen, zoals hij in zijn kracht gebroken na zijn terechtstelling neerlag’ willen uitbeelden. Hij kreeg veel kritiek op de abstacte en expressionistische benadering van zo’n gevoelig onderwerp waaraan in die tijd de herinnering nog zeer levendig was. Hij wierp tegen dat bij een monument het niet van belang is dat er een gelijkenis is met de geportretteerde omdat het vooral om de nagedachtenis van de gebeurtenis gaat.

Kneulman schreef de volgende tekst bij het beeld:
“Het brons is als een haastig opgeworpen barricade
het is als een geëxplodeerde granaat
het is als een gevallen engel, een Icarus
het is als de verwarde materie van een in elkaar-
geklapte paraplu na een herfststorm
het is als het nog bewegend restant van een vertrapt insect
het is als een golf die op het strand te pletter loopt
het is als een laatste heftige ademtocht van een moedig leven
het is het permanent verzet dat in zijn laatste realistische gebaar
ons allen oproept durend alert te zijn
om durend creatief te denken en te handelen.”

Kneulman was jarenlang docent aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en schreef daarnaast gedichten. Hij was erg betrokken bij de sociale belangen van kunstenaars en zette zich daar actief voor in.
Kneulman woonde samen met zijn vrouw op een oude boerderij in Drenthe, omringd door zijn werk.
Na de kleine tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam ter gelegenheid van Kneulmans tachtigste verjaardag, toonde museum Beelden aan Zee een groot overzicht van zijn werk.

Het Lieverdje is de naam van het beeld op het Spui in Amsterdam.
'Het Lieverdje' was oorspronkelijk bestemd voor een kinderfeestje in de Jordaan. Een eerste poging om het een plaats te geven in de binnenstad mislukte. Toen enige tijd later door een sigarettenfabrikant uit Eindhoven aan journalist en schrijver Henri Knap gevraagd werd met welk geschenk hij de inwoners van Amsterdam een genoegen zou kunnen doen, was zijn antwoord: 'Zet Kneulmans Lieverdje op het Spui'. Aldus geschiedde. Op 2 mei 1959 onthulden Jan en Nel Voortman het beeldje. Een ontroerend 'zusje' van dit Lieverdje, een haveloos en bedrukt meisje, is te zien in de collectie van het Haags Gemeentemuseum.

De benaming Lieverdje werd voor het eerst in verband gebracht toen Henri Knap het in 1947 gebruikte in de rubriek Amsterdams Dagboek in dagblad Het Parool. Hierin vertelde hij het verhaal van een kleine jongen van een jaar of tien, die een in de gracht gevallen hondje van de verdrinkingsdood had gered. Na dit eerste Lieverdje volgden er meer van dergelijke verhalen. Het Lieverdje symboliseerde hierin de straatjongens van Amsterdam, altijd op zoek naar kattenkwaad maar met een gouden hart.

Provo: In de jaren zestig werd het beeldje, gesponsord als het was door Hunter, het trefpunt van de "anti-rookmagiër" Robert Jasper Grootveld en zijn aanhang. Koosje Koster deelde er krenten uit, wat de Amsterdamse politie zag als een provocatie. De onbeheerste reacties van de "kippen" leidden weer tot provocaties, en zo ontstond rond het Lieverdje de beweging Provo. De Provo's hielden hun happenings rond het beeldje. Soms leidde dit tot rellen met de politie. Het werd regelmatig feestelijk aangekleed, maar ook beklad en zelfs een keer gekidnapt. Grootveld verklaart later dat ie van de confrontaties met de politie soms een "manische euforie" over zich heenkreeg. Hij raakt in een depressie. Eind 1966 wordt het stil rondom het lieverdje. - (Campus TU Eindhoven
Kneulman is geen lieverdje, maar een strijdbaar mens. Dat de tweede wereldoorlog die karaktertrek benadrukte, is begrijpelijk. 'Agressie' (1968) is dan ook een hoofdwerk in zijn oeuvre. Het stelt de ontaarding van de mooie vogel 'Agressie' voor tot het verwoestende, ijdele, agressieve dier. Het is het beeld van onze huidige leef- en werksituatie; een piramidaal denkgraf. Het is bewust geen 'mooi' beeld. Het is gehavend, geblakerd, aangetast door het verterend vuur der ijdelheden. Het beeld is de ijdelheid zelf."
Toen het vier ton wegende beeld in 1971 geplaatst werd, riep het bij menig medewerker zoveel agressie op, dat Kneulman een toelichting schreef: "Agressie is, naar mijn ervaring, hetzelfde als niet te stuiten groeidrift. Agressie onderga ik als 'blind' leven. Agressiviteit schept voor de mens slechts formele leefruimte als ze geaard is (aardig is) door een filosofie, die is gebaseerd op het streven naar ontplooiing van en voor iedereen. Zo'n filosofie kan alleen waarneembaar zijn in durende gedachtewisseling. Het ontbreken van een dergelijke filosofie is zichtbaar in calamiteiten als oorlogen (uit de hand gelopen discussies) en in milieuvervuiling (uit de hand gelopen techniek)."

Lazarus leert opnieuw lopen, brons, 1982 – Westbroekpark, Den Haag
Het park inlopend, het bruggetje over, ziet u zo’n 100 meter verderop rechts van het pad het werk van de Amsterdammer Carel Kneulman (1915). De titel is in de voet aangebracht: 'Lazarus leert opnieuw lopen'. Vagelijk zijn drie dicht op elkaar staande gestalten te ontwaren. De figuur aan de rechterkant vertoont een patroon van horizontale banden. Dat moet de net opgewekte Lazarus zijn, met nog de windselen van het lijkkleed om zich heen. De twee figuren naast hem houden hem overeind, want na vier dagen in het graf is hij staan en lopen ontwend. Zijn het Marta en Maria, zijn zussen, als reddende engel? Figuratie en abstractie zijn hier innig met elkaar vergroeid tot een expressief symbool van saamhorigheid.
Carel Kneulman heeft zich vaak door religieuze thema’s laten inspireren. 'Bent u religieus?', vroeg daarom een journalist in een radio-interview op zijn negentigste verjaardag. 'Neen', antwoordde hij, 'het wonder zit in onszelf'. En is het niet een wonder – we staan hier tenslotte in het zicht van een verpleeghuis – dat er mensen zijn die je willen helpen als je niet meer op eigen benen kunt staan, zoals deze Lazarus? - (Rotterdam, voortstellende Thalia de Muze van de komedie
. Jacob en de Engel (1956, kleine versie) in de tuin van het Haags Gemeentemuseum
. Bronzen sculptuur aan gevel Postkantoor Heemstede (1959)
. 14 Kruiswegstaties (1963) Catharijneconvent, Utrecht
. Monument Wind en Water (1964) Veere
. Kruisbeeld (1965) in de Dom van Utrecht
. Love Sphinx (1974 ) Eendrachtspark, Amsterdam
. Lazarus leert opnieuw lopen (1981) Den Haag
. Man-Vrouw (1988) Christelijk Lyceum, Zeist

Websites: Carel Kneulman en Cor Hund (woensdag 23 januari 2008)
Carel Kneulman en Cor Hund (1915 – 2008) Onze erg gewaardeerde collega beeldhouwer Carel Kneulman is op 15 januari 2008 overleden. De geboren Amsterdammer woonde al zo’n 15 jaar op het erf van een Drentse boerderij. Een samenvatting in het Parool van vrijdag 15 januari jl. vermeldt dat hij uit een socialistisch, anarchistisch nest kwam. Sociaal betrokken, antikerkelijk, maar zeer spiritueel was.

Gedreven en zeer strijdlustig. Een tijdje ondergedoken in Noord-Groningen. Maker van veel bijzondere beelden, zoals het ‘Gerrit van der Veenmonument’, ‘De Europeanen’ en het ‘Lieverdje’ zijn er een paar uit een groot oeuvre. Kneulman werkte samen met architecten Van Eyck en Hertzberger en vond ook aansluiting bij Appel en Tajiri in de Groep van Amsterdam. Hij doceerde lange tijd aan de Gerrit Rietveld Academie. Hij leed al behoorlijk lang aan zeer ernstig gezichtsverlies (macula-degeneratie), maar Carel bleef vol levenslust.
Ik herinner me Carel voornamelijk van de tijd dat hij in Amsterdam op de Stadhouderskade woonde en ik pal om de hoek. Hij gaf les aan de Gerrit Rietveld Academie. Zijn bevlogenheid werkte aanstekelijk op de studenten, maar tegelijkertijd vroeg hij regelmatig of je wel zeker wist dat je beeldhouwer wilde worden, want dat beloofde een hard en moeizaam bestaan. Carel was altijd begaan met het lot van zijn collega’s en heeft jarenlang binnen de N.K.v.B. gewerkt aan de bestaansverbetering voor beeldhouwers. Ik herinner me nog de stapels Kring-papieren die op zijn bureau lagen, om verwerkt te worden. Toch had hij ook nog een levendige beroepspraktijk. In zijn atelier aan de Plantage Muidergracht stonden vele beelden waar aan gewerkt werd. Het was schipperen met de tijd; beelden maken, lesgeven, bestuurswerk voor de NKvB en hij had ook nog een gezin met gelukkig een heel zorgzame en begrijpende echtgenote.

Vriend Cor Hund (1915 – 2008) van dezelfde leeftijd en studiegenoot van Carel, is twee dagen eerder overleden. Samen met Esser en Couzijn werden zij de ‘wonderkinderen van Jan Bronner’ genoemd. Hund was voornamelijk bekend als tekenaar en schilder. Zijn schilderijen en tekeningen van bewoners van de jodenbuurt en de volkstypes op en rond het Waterlooplein, getuigen van veel gevoel en een scherp oog voor detail. De geschiedenis verteld dat het hem te gemakkelijk afging en dat hij daarom het beeldhouwen verkoos. In 1947 won hij de gouden Prix de Rome en dat resulteerde in een aantal belangrijke opdrachten, maar de druk die daar van uitging zorgde ervoor dat hij slechts een klein aantal ervan heeft voltooid. Ook werd hij hoogleraar aan de Rijksacademie. Ik herinner me hem als een beminnelijke man, die mij in 1964 toeliet tot de Rijksacademie (waar ik uiteindelijk geen gebruik van heb gemaakt). De NKvB verliest met hen twee dierbare en zeer gewaardeerde leden. - (Bert van Loo, Voorzitter NKvB)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 712.