kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Carl Andre

Carl André

Amerikaanse minimalistisch beeldhouwer en dichter, geboren 16 september 1935 Quincy Massachusetts, USA,

Carl André bouwt beelden op uit houten blokken, stenen en platen metaal. Dit werk wordt gerekend tot de minimal art, de kunst waarbij de inhoud van het werk en de betekenis van de kunstenaar ondergeschikt zijn aan de idee. Sinds het einde van de jaren '60 wordt de term algemeen toegepast op dit soort van driedimensionaal werk. Voor de minimale schilderkunst gebruikt men termen als hard edge en colorfield painting.

In het oeuvre van Carl Andre kan je drie ontwikkelingsfasen onderscheiden: sculptuur als vorm, sculptuur als structuur en sculptuur als plaats. Het werk van Andre heeft als belangrijk thema het doorklieven van de ruimte door middel van een object. Zo zijn er sculpturen die bestaan uit op elkaar gestapelde bakstenen die de imaginaire looproute van bijvoorbeeld een museumzaal doorbreken.

Incidenteel werkte hij ook met ‘gevonden’ materialen: stukken steen, spijkers, buizen, zand, op de grond uitgelegd, vormen ‘een antwoord op de omgeving’; de beeldende functie van het werk wordt tot een minimum gereduceerd.

Biografie
Carl Andre studeert van 1951 tot 1953 aan de kunstacademie Philips te Andover. Daarna heeft hij zeer verschillende banen. Hij werkt oa. als conducteur bij de spoorwegen, als redacteur bij een uitgeverij en hij gaat in het leger.

1954 Reis door Groot-Britannie en Frankrijk.

Last Ladder 1959, 2140x156x156 mm

Chain well 1964, wood, steel chain 106.0x45.7x 45.7cm

In 1958/59 leert hij Stella kennen; diens stripverhalen (Black Series) en de werken van Brancusi maken grote indruk op hem en inspireren hem tot zijn eerste grote beeldhouwwerken. Eind jaren vijftig hakt en zaagt hij geometrische vormen en maakt structuren van gelijke elementen in styrofoam, beton, steen of hout.

Cederdeel, 1959, hout, 174x92x92, Basel, Öffentliche Kunstsammlung
Laatste ladder, 1959, hout, 214x16x16, Tate Gallery, Londen
Radiaal-arm-zaag-gekerfd houtdeel, 1959, hout, Quincy (Mass.), vernietigd

1960-64 Werkt als remmer en machinist bij de spoorwegen van Pennsylvania.

Hij ontwikkelt beelden (Element Series) van identieke houten eenheden in horizontale rangschikkingen op de vloer. De non-compositie van het aan elkaar leggen van identieke elementen kwam voort uit Andre's fascinatie voor de eindeloze goederen treinen die hij altijd zag toen hij bij de spoorwegen werkte, ook gebruikt hij veel koper (rails) en ruwe hout blokken (bielzen).

Andre legt zich toe op sculpturen gemaakt uit vaak eenvoudige, makkelijk verkrijgbare materialen. In zijn vroege werk citeert hij naar Constantin Brancusi in grotendeels vaak manshoge, met de hand ingesneden en bewerkte houten balken. In deze periode maakt Andre vooral grote verticale werken die in de beginfase nog door hem worden bijgewerkt, maar die hij onder invloed van andere minimalistische kunstenaars uiteindelijk onbewerkt laat.

In 1964 neemt hij deel aan '8 Young Americans', een tentoonstelling van het werk van beeldhouwers die een formele, minimalistische beeldtaal gebruiken.

1965 Eerste solotentoonsteling in de Tibor de Nagy Gallery, New York.

Andre nam zowel afstand van de op het object gerichte invalshoek van Judd als van het perceptuele purisme van Morris. Hij bracht het volume in de beeldhouwkunst bijna terug tot pure vloerbedekking, maar zonder het echt op te heffen. Daarmee verleende hij zijn oeuvre een sociale en zelfs socialistische betekenis: industrieel vervaardigde materialen zouden voor iedereen beschikbaar en bruikbaar moeten zijn. Of hij nu metaalplaten, bakstenen, betonblokken, blaken of kabels op de vloer rangschikte, deze voormalige spoorwegarbeider refereerde in zijn materiaal altijd aan hun productie en sociale context. Zijn werken ontwikkelden zich van zijn door Brancusi beïnvloede houten beeldhouwwerken naar de gelaagde balken van rond 1965, die de invloed van Frank Stella verraadden, en vandaaruit naar zijn eerste vloerwerken: drie vierkanten van tempexplanken die een tentoonstellingsruimte indeelden en activeerden.

Hefboom (Lever), 1966, 137 chamottestenen, samen 11x23x884, Ottawa, National Gallery of Canada
Een jaar later creëerde hij een rij van 137 bakstenen die vanaf de muur een kamer inliep. het horizontale beeldhouwwerk was geboren. Hier was beeldhouwkunst een “plek” en een “pad”, een terrein waarop zij handelde en tot vindingrijkheid uitnodigde. Vanaf dit ogenblik maakte Andre talloze variaties in staal, lood, koper, magnesium, aluminium en zink, in verschillende kleuren, gewichten en stadia van corrosie; hij veranderde ze in klankborden van onze eigen lichamelijkheid en bracht ze in samenspraak met een groot aantal verschillende contexten. Hij introduceerde een nieuw paradigma, dat een onuitwisbare stempel op de kunstgeschiedenis drukte. (20ste 526-528)

Vanaf de tweede helft van de jaren '60 verlaat hij de vorm en legt alle accenten op de structuur. Hij maakt vloersculpturen: lange rijen bakstenen of metalen platen die als een zware, logge massa de ruimte bepalen. Naargelang de plaats worden ze op een of andere wijze uitgelegd. In Nederland zijn deze werken onder andere te zien in het Gemeentemuseum van Den Haag en De Pont in Tilburg. In feite is het de bedoeling dat de bezoeker om, over en langs het werk kan lopen, dit wordt echter niet in elk museum evenveel gewaardeerd.

Carl Andre zegt zelf dat zijn beelden niets te maken hebben met iets buiten het werk zelf, maar gek genoeg zijn ze tegelijkertijd volkomen afhankelijk van de ruimte waarbinnen ze worden gepresenteerd.

Het maken van kunst betekent voor Andre vooral het inrichten van een tentoonstelling. Het materiaal heeft hij besteld en het ligt klaar, pas dan begint het eigenlijke werk: het structuren van de museumzaal en de ruimtebeleving van de bezoeker. Carl Andre creëert hierdoor een wisselwerking: de sculptuur maakt deel uit van de ruimte en de ruimte is een deel van de sculptuur. Er komt een extra dimensie bij als je niet alleen naar het werk kijkt, maar er ook overheen loopt. Het kunstwerk wordt dan lijfelijk ervaren.

De beschouwer moet hij zich bij een minimalistisch vloerwerk van Carl Andre afvragen of hij de sculpturale ruimte die deze kunstenaar creëert fysiek zal betreden of niet. Het 10 x 10 Altstadt Lead Square (1967-68) in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam roept een dergelijke beslissing van de zijde van de bezoeker in sterke mate op.

In later werk van Carl Andre wordt de omgeving bepalend voor zijn sculpturen. Zo experimenteerde hij met hooibalen in het veld, en houten volumes midden in een woud.

1968 deelname aan Documenta 4 en aan de tentoonstelling Minimal-Art in het Haags Gemeentemuseum, waar hij als voornaamste vertegenwoordiger van deze stroming wordt gepresenteerd. De herformulering van de ruimtelijke locatie bij Carl Andre betekende een nieuwe richting in de beeldhouwkunst.

Zijn werk wordt niet altijd als kunst herkend; in 1971 wordt het tijdens een expositie in Sonsbeek in Arnhem door een medewerker voor rommel aangezien en weggegooid.

50 x 50 x ,5 cm), rood koper, S.M.A.K. Gent
'Sixty seventh copper cardinal' is opgevat als een ononderbroken lint van 67 koperen tegels die op één rechte lijn op de grond geplaatst zijn. Het horizontale en het vijf milimeter hoge beeldhouwwerk definieert door zijn vlakke structuur de omgeving. Het werk controleert de ruimte op zowel een fysieke als psychologische wijze.

Andre vergelijkt zelf zijn werk met een weg, die vertoont eveneens geen enkelvoudig gezichtspunt. Enkel wanneer een weg betreden wordt krijgen we een overzicht door een aaneenschakeling van gezichtspunten. Men ondergaat daarom best deze minimale sculptuur wanneer men er langs gaat of er rondom beweegt, want uw beweging in en rond deze sculptuur maakt er integraal deel van uit.

Voor het Middelheimmuseum maakt hij in 2001 op Middelheim-laag een monumentale installatie met balen stro.

In een derde fase (na 1970) is het de sculptuur als ruimte die belangrijker wordt. Andre stelt verrassende composities samen: o.a. Stone Field Sculpture (1977), een geheel van 364 keien uit de ijstijd, of Fireworks (1983) dat bestaat uit 40 verschillende leeggeknepen verftubes samengebracht op één rechte lijn. De vormen die ontstaan bij het aaneenschuiven van vierkanten werken in een aantal sculpturen suggestief. Ook in de titels schuwt Andre het associatieve of illustratieve niet.

1982 Neemt deel aan Documenta 7.

Carl Andre was getrouwd met performance kunstenaar Ana Mendieta tot zij, zevenendertig jaar oud, stierf in 1985. Zij kwam om het leven bij een val uit het raam van haar appartement op de vierendertigste verdieping van een gebouw in New York. André werd beschuldigd van moord op Mendieta - de val uit het raam vond plaats tijdens een ruzie tussen de twee geliefden - maar bij gebrek aan bewijs werd hij vrijgesproken.

Andre's dichtwerk evolueerde van lyrische naar concrete poëzie. Vanaf de tweede helft van de jaren '80 maakt hij ook tekstbeelden met de typemachine, waarbij hij letters en woorden evenwichtig over het papier verdeelt.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1791.