kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17 05 2017 017:48 voor het laatst bewerkt.

Charles Le Brun

Franse barokschilder en ornament- en tapijtontwerper, geboren 24 februari 1619 Parijs - overleden 12 februari 1690 aldaar.

Charles Le Brun was hofschilder voor Lodewijk XIV van Frankrijk. Le Brun voerde talrijke grote, decoratieve ensembles uit (thans ten dele in het Musée du Louvre, Parijs), die zijn grote kwaliteiten als decorateur tonen: alle delen zijn onderling verbonden, maar blijven ondergeschikt aan de eenheid van het werk; koloristisch zijn zij echter zwak, terwijl een zekere oppervlakkigheid onmiskenbaar is. Le Bruns portretten zijn zeer natuurlijk, zijn godsdienstige werken enigszins droog. Hij werkte niet alleen als beeldend kunstenaar. Le Brun ontwierp ook meubels van massief zilver, triomfpoorten en katafalken voor begrafenisplechtigheden.

In zijn functie van directeur van de Manufacture Royale des Gobelins (sinds 1662), waarvan het werkterrein in 1667 werd verbreed tot Manufacture Royale des Meubles de la Couronne, waardoor hij niet alleen aan het hoofd stond van een atelier van wevers, maar ook van beeldhouwers, meubelmakers, edelsmeden en gieters en graveurs, was Le Brun een bijzonder invloedrijk man die alle medewerkers wist te inspireren tot de ‘style Louis XIV’, waarmee hij de koninklijke verblijven, in de eerste plaats Versailles, opluisterde.

Biografie
Le Brun was een leerling van Perrier en Vouet in Parijs en werd al op 18-jarige leeftijd tot peintre du roi (hofschilder) benoemd.

In 1642 maakte hij met Nicolas Poussin een reis naar Rome. In Italië bestudeerde en kopieerde hij werken van Carracci, Cortona en Rafaël.

Charles Le Brun keerde in 1646 terug in Frankrijk waar hij al snel een eigen stijl ontwikkelde en belangrijke opdrachten kreeg voor decoratieschilderingen in Hôtel Lambert, Hôtel Nouveau en andere gebouwen.

Le Brun was in 1648 medeoprichter van Academie Royale de Peinture et de Sculpture als verzamelpunt voor de meer theoretisch geinteresseerde kunstenaars. Vele jaren voerde Le Brun er de boventoon. Tot zijn plichten behoorde het houden van kunstkijkdagen en het organiseren van lezingen (conférences) voor een groot publiek. Hij was hofschilder voor Lodewijk XIV van Frankrijk en staat samen met de koning afgebeeld op een gobelin die het koninklijk bezoek aan de werkplaats vereeuwigt.

In 1657 kreeg hij van minister Fouquet de opdracht voor plafond- en wandschilderingen in slot Vaux. Bovendien gaf Fouquet hem de leiding over de gobelinwerkplaats.

Omstreeks 1660 begonnen de belangen van de staat onder minister Colbert en die van de Académie steeds meer parallel te lopen.

Na 1660 kreeg Charles Le Brun veel opdrachten van het hof. Twee jaar later volgde de aanstelling tot "eerste hofschilder". Hij kreeg veel belangrijke opdrachten en was de meest invloedrijke kunstenaar van de Franse barok.

Manufacture royale des Meubles de la Couronne
Le Brun en de Gobelins

Het jaar 1662 is van groot belang voor de geschiedenis van de toegepaste kunsten in Frankrijk door de stichting van de Manufacture Royale des Gobelins. Lodewijk XIV kocht daartoe de ververij van Philibert Gobelin en maakte hier een weverij voor wandtapijten van. Deze werkplaats leverde meer dan drie eeuwen magnifieke wandtapijten onder de naam Gobelins. De geweven wandtapijten uit de Gobelins kregen een zo grote faam, dat de neiging ontstond elk wandtapijt een Gobelin te noemen, of het nu wel of niet hier geweven is. Colbert concentreerde in de Gobelins de over Parijs verspreide weverijen met getouwen met staande of liggende ketting, de 'haute' en de 'basse lisse'.

In 1667 werd de Manufacture royale des Meubles de la Couronne gesticht. Naast wandtapijten werden er nu ook meubels voor het hof gemaakt. Er werkten meubelmakers, edelsmeden, mozaïekmakers en andere ambachtslieden. Deze waren nodig voor de inrichting van de paleizen van Lodewijk XIV en wel speciaal voor het meubileren van Versailles.

Er kwam een absoluut verbod op de invoer van buitenlandse wandtapijten. De patentbrieven van 1667 omvatten regels voor de gang van zaken in de werkplaats. Ook de rechten van de werknemers en leerlingen komen hierin voor. In de verschillende werkplaatsen moesten zestig leerlingen worden opgeleid. Na zes jaar studie en vier jaar in dienst van hun patroon werden ze meester. De arbeiders woonden met hun familie in bijgebouwen van de werkplaats of in huizen in de omgeving. Ze vormden in deze geïsoleerde wijk een eigen gemeenschap. De bazen van de werkplaats werkten voor eigen rekening en de koning betaalde voor de wandtapijten een vooraf overeengekomen tarief. De belangrijkste materialen, zijde, wol, zilver- en gouddraad, werden door de koning ter beschikking gesteld. Een verflaboratorium, speciaal voor het verven van wol, hoorde bij de werkplaatsen. De leiding was, net als bij de weefateliers, in handen van Vlamingen. Er werkten in de vier werkplaatsen ongeveer tweehonderdvijftig arbeiders.

Hun directeur, Charles Le Brun legde zich met buitengewone ijver toe op het toezicht op de productie en op de triomf van de Franse kunst en de glorie van Lodewijk XIV. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Rubens hield Le Brun zich bij de productie van wandtapijten aan de traditionele techniek. Wel stelde hij de leiders van de werkplaats onder toezicht van iemand die 'bekwaam genoeg is in de schilderkunst om de werktekeningen voor een wandtapijt te maken en precies te laten uitvoeren'. Om deze 'kartons' op ware grootte te laten schilderen omringde Le Brun zich met min of meer bekende kunstenaars. Elk had zijn eigen specialiteit, zijn 'talent': architectuur, ornamenten, landschappen... Overigens kan men een zekere verandering waarnemen bij de omzetting van de schilderingen van Le Brun in een geweven wandtapijt. Door de diepte te beperken en vooral door een zekere mate van vereenvoudiging krijgen de wandtapijten een meer klassiek aanzien, die afwijkt van de 'barokke' sfeer van zijn schilderijen.

De bekendste serie wandtapijten van Le Brun is zonder twijfel L'Histoire du Roi (De geschiedenis van de koning) in opdracht van de monarch zelf, om zijn persoonlijke regeerperiode te markeren. Hij volgde daarmee het voorbeeld van andere vorsten. Van 1663 tot 1673 werden veertien schilderingen gemaakt die een terugblik werpen op de voorspoedige periode van zijn regering. Gedacht als een verheerlijking van de koning, vormt deze reeks wandtapijten een van de meest geslaagde voorbeelden in de klassieke kunst; gevechtsscènes en interieurs ademen dezelfde monumentale sfeer. De pracht van de kleuren die rijkelijk door Le Brun zijn toegepast, komt goed tot zijn recht. Le Brun heeft niet alleen de ontwerpen voor L'Histoire du Roi geschilderd, maar ook tot aan zijn dood toezicht gehouden op het weven ervan. De eerste serie van de wandtapijten werd uitgevoerd met de honderdtwintig door Colbert gekozen en voorgeschreven kleuren.

Lodewijk XIV = Le nouveau Alexandre
Een van de eerste opdrachten van Lodewijk XIV aan Le Brun dateert van 1661. Hij moest een schilderij maken, dat een voorval uit het leven van Alexander de Grote toonde. Le Brun koos het thema Alexander en de Perzische Koninginnen. Dit schilderij beviel de koning buitengewoon goed en Le Brun besloot nog meer taferelen bij dit thema te schilderen. Zo ontstonden tot 1665 'De slag aan de Granikos' en 'De triomfale intocht van Alexander in Babylon' en tot 1668 'De slag bij Gaugamela (Arbela)' en 'Koning Porus wordt gewond bij Alexander gebracht'. Met deze vijf schilderingen, die de deugden van een heerser verheerlijkten en die in verband konden worden gebracht met Lodewijk XIV, legde Le Brun een iconografie vast die zeer geliefd werd.
De serie wandtapijten die het beste past bij het temperament van Le Brun als schilder van veldslagen is ongetwijfeld L'Histoire d'Alexandre (de Geschiedenis van Alexander). Met buitengewone handigheid heeft Le Brun zijn mensenmenigten onderling gemengd en tegelijk helder en overzichtelijk gehouden. Hij heeft met licht gespeeld om groepen te vormen en ze van elkaar los te maken. Ondanks schijnbare overdaad blijft de verhalende lijn behouden. De Triomphe d'Alexandre heeft in zekere mate het karakter van een wandschildering behouden. Het tafereel is als een fries ingedeeld, zonder al te veel dieptewerking, want de achtergrond bestaat uit terrassen: de hangende tuinen van Babylon. De grote mate van evenwichtigheid doet recht aan de plechtigheid van de gebeurtenis.
In de Gobelinwerkplaats werden acht series wandtapijten van 'De Geschiedenis van Alexander' vervaardigd, waarvan vier in de 'basse lisse' en vier in de 'haute lisse' ateliers. Maar ook in Brussel, Oudenaerde, Felletin en Aubusson weefde men naar Le Bruns Alexanderschilderingen. De afzonderlijke voorstellingen zijn omgeven door een smalle, schilderij-achtige lijst. Links en rechts zijn pilasterachtige stroken toegevoegd. Bovenop bevinden zich meestal vrouwelijke Hermen, wapens en oorlogstrofeeën, soms ook mannelijke Hermen of Putti. Een schild, met het gekroonde monogram van Lodewijk XIV, siert het midden van de pilasters. Midden boven de voorstelling bevindt zich meestal het gekroonde koningswapen met het devies 'Ne pluribus impar' 1) Als een van de briljantste krijgslieden uit de geschiedenis, als slimme staatsman en als beschermer van de kunsten was Alexander de Grote steeds weer een voorbeeld voor vorsten en heersers. Ook koning Lodewijk XIV van Frankrijk zag hem als zijn leidsman, ja hij zag zichzelf graag als de nieuwe Alexander, als 'le nouveau Alexandre'.

Het bezoek aan de Gobelinwerkplaats/Charles Le Brun
Op 15 oktober 1667, na de werkzaamheden aan de Tuilerieën te hebben geïnspecteerd, begaf de koning zich naar de Gobelinwerkplaats om, zo meldt de Gazette van 1667: 'te zien wat de werkplaatsen zoal vervaardigen en in het bijzonder de werkzaamheden aan een serie waartoe Zijne Majesteit, voor zijn veldtocht naar Vlaanderen, opdracht had gegeven. De ingang van het voorplein waar het paviljoen is, was versierd met schilderijen, beelden, trofeeën en inscripties die een soort prachtige triomfboog vormden. De grote binnenplaats was volgehangen met schitterende wandtapijten die waren opgesteld met een tafel van zo'n 17 m lang en 12 treden hoog, waarop op een even ingenieuze als magnifieke wijze kostbaar smeedwerk dat hier ook wordt vervaardigd was uitgestald.' Van dit bezoek, waarop hij terecht trots kon zijn, heeft Le Brun met plezier een zo nauwkeurig mogelijk verslag gemaakt. Allereerst heeft hij de groep rond de koning weergegeven. Op een verhoging verschijnt de koning vergezeld van zijn broer en diens zoon. Hier bevindt zich ook Colbert (en profil), die ook de verantwoordelijkheid had over de gebouwen van de koning.
Le Brun zelf, als hofschilder van zijne majesteit in het bijzonder belast met ontwerp en uitvoering van wandtapijten voor de Gobelinwerkplaats, staat er met zijn hoed in de hand. De scène probeert een goed beeld te geven van de daar gemaakte werken. De koning en zijn gevolg bevinden zich, zoals de Gazette aangeeft, op het voorplein waar men op de achtergrond de triomfboog die voor deze gelegenheid is opgericht kan herkennen. Bovenop de boog is een carton aangebracht uit de Geschiedenis van Alexander 'De slag aan de Granikos' waarvan de eerste serie werd geweven in 'haute lisse' met goud tussen 1664 en 1680. Veel kunstenaars die voor de Gobelins werkten zijn herkenbaar, net als de werken die zij aandragen. Claude de Villiers en een van zijn zonen presenteren een grote gouden vaas. Rechts hebben ongetwijfeld Dominico Cucci en Caffieri zojuist een van de kabinetten geïnstalleerd.
- (Le Brun een aantal lezingen aan de academie onder de titel Methode pour apprendre a dessiner les passions waarin hij emoties in een gedetailleerd schema onderbracht. Deze lezingen had hij onderbouwd met het werk van Descartes die had gezegd in zijn werk Les Passions de l'Ame dat de mens lijkt op een apparaat dat externe prikkels omzet in actie. Passies zijn affecties van de ziel en de ziel regelt de reacties van het lichaam door middel van de pijnappelklier in de hersenen.

Dit schema kon gebruikt worden door kunstenaars. Het was eigenlijk niet zozeer zijn bedoeling emoties overzichtelijk te schematiseren, maar ook om op schilderijen een wereld te kunnen scheppen die eerlijk was, zonder de imperfecties en dubbele emotie die vaak te zien zijn in de echte wereld.

Tussen 1681 en 1684 schilderde Charles Le Brun het plafond van de spiegelzaal in het Kasteel van Versailles van het Kasteel van Versailles en vormt daarmee het meesterwerk van deze schilder in Versailles. In het paleis van Versailles voorzag hij de Grand Escalier van schilderingen.

Le Brun werkte met zijn medewerkers twintig jaar aan de versieringen van de Petit Galerie in het Louvre. In opdracht van Colbert decoreerde Le Brun de later verwoeste decoraties in de kastelen Sceaux en Marly.

In 1683, na de dood van minister Colbert, viel Le Brun in ongenade bij diens opvolger Louvois; hij bleef nog slechts in naam directeur van de Manufacture. Van zijn talrijke ontwerpen voor plechtigheden en hoffeesten zijn slechts schetsen over.

Charles Le Brun overleed in 1690 in Parijs.

Conférence sur l'expression genérale et particuliere (Over expressie in het algemeen en expressie in het bijzonder Parijs 1688) van de premier peintre du Roy de France, chancelier et directeur de l 'Académie de peintre et de sculpture, Charles Le Brun
Expressie is naar mijn mening een ongekunstelde en natuurlijke gelijkenis (natuurgetrouw) van de zaken die moeten worden voorgesteld. Ze is onontbeerlijk en doet zich voor in alle aspecten van de schilderkunst. Een schilderij kan niet volmaakt zijn zonder expressie. Expressie markeert het ware karakter van ieder ding. Hierdoor kan de aard van lichamen onderscheiden worden; de figuren lijken te bewegen en alles wat is voorgewend lijkt de waarheid. Expressie zit zowel in de kleur als in de tekening en ze moet ook aanwezig zijn in de weergave van landschappen en in de ordening van de figuren. Expressie is ook een onderdeel dat de emoties van de ziel laat zien en de effecten van de hartstochten zichtbaar maakt. In de eerste plaats is hartstocht een emotie van de ziel, die ligt in het gevoelsgebied van het lichaam. Zij jaagt na wat de ziel denkt dat goed voor hem is en ontvlucht wat hij slecht vindt; wat de passie veroorzaakt in de ziel roept gewoonlijk activiteit op in het lichaam.

Daar het dus waar is dat de meeste hartstochten van de ziel lichamelijke activiteit voortbrengen, zouden we moeten weten welke handelingen van het lichaam de hartstochten tot uitdrukking brengen en wat die handelingen zijn. Actie is niets anders dan de beweging van een lichaamsdeel en de verandering treedt alleen op door een verandering in de beweging van de spieren; spieren worden slechts in beweging gebracht door de zenuwuiteinden die over hen heen lopen. De zenuwen komen alleen in beweging door de energiestromen in de holten van de hersenen. De hersenen kunnen alleen energiestromen krijgen door het bloed dat voortdurend door het hart stroomt en daar wordt veranderd en gezuiverd, zodat het een bepaalde subtiele vloeistof produceert die naar de hersens wordt gebracht en deze vult... Het is daarom de juiste plaats om iets te zeggen over de aard van deze hartstochten om ze beter te begrijpen, voordat we spreken over hun uiterlijke bewegingen. We zullen beginnen met bewondering.

Bewondering is de eerste en meest milde vorm van alle hartstochten. Zij veroorzaakt de minste verstoring van het hart. Het gezicht verandert ook weinig en als er al een verandering optreedt, zit die alleen in het optrekken van de wenkbrauwen, maar dit optrekken zal aan beide kanten even hoog zijn. Het oog zal iets wijder open zijn dan gewoonlijk, de pupil bewegingloos in het midden van de oogleden, gefixeerd op het object dat onze bewondering opwekt. De mond staat ook gedeeltelijk open, maar drukt niet meer spanning uit dan de andere delen van het gezicht. Deze hartstocht levert alleen een bewegingsspanning op, zodat de ziel tijd krijgt om na te denken over wat hij moet doen en om zorgvuldig het object van zijn bewondering te beschouwen; want zelfs een zeldzaam en buitengewoon respect komt voort uit de aanvankelijk eenvoudige emotie van de bewondering.

Als boosheid bezit neemt van de ziel heeft hij die deze emotie ervaart, rode en gloeiende ogen, een heen en weer schietende en fonkelende pupil, beide wenkbrauwen nu eens omlaag, dan weer omhoog getrokken, diepe rimpels in het voorhoofd, rimpels tussen de ogen, wijdopen neusgaten, de lippen op elkaar geperst, de onderlip iets over de bovenlip, zodat de mondhoeken een beetje open blijven om een wreed en laatdunkend lachje te vormen. Hij schijnt te knarsen met zijn tanden, zijn mond vult zich met speeksel, zijn gezicht is gezwollen en bleek met rode vlekken, de aderen van zijn slapen, voorhoofd en nek zijn opgezwollen en puilen uit, zijn haar staat recht overeind. Wie deze hartstocht ervaart lijkt meer zichzelf op te blazen dan te ademen, omdat het hart onder druk staat van de toevloed aan bloed die het te hulp komt. De boosheid wordt soms gevolgd door woede en wanhoop. - (digischool.nl/ckv2/hof/lebrun/Lezing%20over%20expressie.htm)
 

 


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 54.