kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Cheikh Diouf

Cheikh Diouf

Expositie: 2 t/m 30 september 2007, Galerie 23 - Nieuwe Herengracht 23 - Amsterdam sculpturen van Cheikh Diouf en schilderijen van Samba Fall (uit de collectie van Erik Pol)
De tentoonstelling wordt om 16.00 uur geopend in aanwezigheid van de kunstenaar uit Senegal door socioloog / muzikant Bart Gruson, assistent-lector aan de Codarts Hogeschool voor de kunsten waarin opgenomen het Rotterdams Conservatorium en de Rotterdamse Dansacademie.
De tentoonstelling duurt t/m 30 september.

DE CONDITION HUMAINE IN KLEI (Tekst: Rob Perrée, Amsterdam, juli 2007)

Cheikh Diouf: Attente, 2002, hoogte 165 cm; Ecolier, 2005, hoogte 165 cm, Jeune fille en mouvement, 2004, hoogte 170 cm (metaal, touw, klei en lijm)

Cheikh Diouf (1949, Fatick, Senegal) is, zegt hij, bijna als kunstenaar geboren. Hij woonde met zijn familie in een klein dorpje op het platteland. Zijn vader verdiende zijn brood als landarbeider. Als kind ging Cheikh met hem mee het land op. Hij liep achter de ploeg en pakte stukken van de omgeploegde en daardoor wat vochtige aarde en probeerde er poppetjes van te kneden. Hij vertelt deze anekdote met een serieus gezicht. Alsof het niets bijzonders is. Het verhaal is echter een perfecte illustratie van zijn kunstenaarsschap.

Diouf is geïnteresseerd in mensen. Hoe ze leven, denken, werken, vrijen en zich verhouden tot hun omgeving. Die condition humaine probeert hij uit te drukken in zijn menselijke figuren. Soms zijn ze klein, in andere gevallen zijn ze levensgroot. Soms zijn het eenlingen, andere werken bestaan uit een groepje mensen. Een gezin of een groepje figuren dat anderszins bij elkaar hoort. Omdat ze iets met elkaar aan het doen zijn of omdat ze samen iets meemaken. Soms zijn de sculpturen statisch, in andere gevallen heeft Diouf hun beweging als het ware bevroren. Soms zijn ze van klei en gehard in een oven, andere sculpturen zijn gemaakt van klei vermengd met touwrafels. Die laatste werken laat hij op een natuurlijke manier harden, zodat ze de textuur krijgen van een woestijn die te lang geen water heeft gekend.

Veel beelden zijn volledig en benaderen de realiteit, bij andere beelden is het lichaam een ijzeren geraamte, een staketsel gemaakt van betonijzer. Hoofd, handen en voeten zijn van klei. Daarmee suggereert hij niet dat het lichaam onbelangrijk is, hij benadrukt alleen dat je in de gewone omgang met mensen alleen maar kennismaakt met hun hoofd, hun handen en hun onderbenen. Daarmee drukken ze zich vooral uit. Zo geven ze zich letterlijk en figuurlijk bloot. In een enkele sculptuur zit in het hoofd een ander hoofd verstopt. Een wat griezelig uitziende concretisering van de gedachtewereld.

Cheikh Diouf mag dan de laatste jaren vooral sculpturen maken, al dan niet gegroepeerd als een installatie, hij heeft ook jarenlang geschilderd. Dat waren vaak wat grof maar altijd expressief geschilderde verhalen. Wel ingehouden van kleur. Geëngageerd, moraliserend, vol verwijzingen en symbolen. Met westerse invloeden, maar zonder volledig losgezongen te zijn van de rijke, volkse, Afrikaanse traditie.

In menig opzicht is het persoonlijke verhaal van Cheikh Diouf het verhaal van heel veel Afrikaanse kunstenaars. Zeker van zijn generatie. Hij had al vroeg de ambitie om kunstenaar te worden, maar dat streven werd nauwelijks begrepen laat staan ondersteund door zijn naaste omgeving. In een leven van overleven is kunst maken een overbodige, luxe bezigheid. Daar valt geen droog brood mee te verdienen. Diouf heeft zijn opleiding met veel moeite en in stukjes en beetjes weten te voltooien. In de hoofdstad Dakar. Om door te kunnen gaan maakte hij tussendoor kunstnijverheidsobjecten die wel wat opbrachten, maar bleef daarnaast stug verder werken aan zijn oeuvre. Zijn gedrevenheid, zijn vaardigheid en zijn overtuiging probeert hij over te dragen, door schoolkinderen het vak bij te brengen. Om niet, tussen de bedrijven en de reizen door.

Sinds het begin van de jaren tachtig exposeert hij zijn werk regelmatig. Niet alleen in zijn vaderland, maar ook steeds meer daarbuiten. In Frankrijk, België en nu ook in Nederland. Zijn tentoonstelling in Galerie 23 is zijn eerste Amsterdamse presentatie.

Samba Fall
Fall is een jonge kunstenaar uit Senegal die de laatste jaren steeds vaker geselecteerd wordt voor grote tentoonstellingen van eigentijdse Afrikaanse kunst.
Hij werkt figuratief. Hij laat zich in meer dan één opzicht inspireren door de comic strip. Soms vertelt hij op een serie kleine doeken een verhaal dat hij dan uiteindelijk met een grote lijst bij elkaar houdt. Soms wekken zijn werken de indruk scènes uit een strip te zijn. Je kunt het voorafgaande en het vervolg er zonder veel moeite bij verzinnen.
Ook in zijn techniek past hij niet echt in een schildertraditie. Het is een mengvorm van tekenen en schilderen. Als hij verf gebruikt wordt die zo dun opgebracht dat ze nauwelijks als verf te herkennen is. Verf is een middel, nooit een doel. Als bij veel strips vult hij achtergronden in grote lijnen in. Het gaat hem duidelijk om de handeling. Dat is waarschijnlijk de reden dat hij niet uit is kloppende perspectieven. De omgeving mag decoratie zijn. Kennelijk wil hij ook dat de omgeving universeel is.
Deze manier van werken legt niet alleen een verband met strips, maar plaatst hem vrijwel naadloos in de traditie van de narratieve volkskunst. In zijn onderwerpen toont hij zich een kunstenaar die een open oog heeft voor wat er in zijn omgeving gebeurt. Daarbij gaat het hem vooral om wat mensen bezighoudt, wat mensen bedreigt, wat mensen met elkaar verbindt en wat mensen te vertellen hebben. Hij verleidt de kijker op een vaak ontroerende manier om daar kennis van te nemen.
In het werk van Samba Fall komen heden en verleden samen.

Tekst: Rob Perrée, Amsterdam, juli 2007.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 99.