kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Co Westerik

Jacobus Westerik, Nederlands graficus, illustrator, keramist, wandschilder, schilder, tekenaar van figuurfragmenten, figuurvoorstellingen en zelfportretten, 2 februari 1924 geboren in Den Haag, woont en werkt in Rotterdam.

schilderijen zijn gestolde momenten uit het dagelijks leven, weergegeven in een uniek vertekend realisme. In zijn impressies van de zichtbare werkelijkheid slaagt hij er in het onderhuidse voelbaar te maken.

Opleiding Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (Den Haag)
Hoewel Co Westerik les had op de Academie in Den Haag, is alleen in zijn allervroegste schilderijen iets van die typisch Haagse, sferische, dromerige kunst van bijvoorbeeld Kees Andrea terug te vinden. Na zijn afstuderen in 1947 vindt hij al snel zijn eigen onderwerpen en strikt persoonlijke stijl.

In 1947 maakte Westeriks deel uit van een groepstentoonstelling van Haagse kunstenaars. Sinds die tijd heeft het museum een indrukwekkende collectie van deze kunstenaar opgebouwd en vele presentaties aan hem gewijd.

Co Westerik (1924) Jongen met fiets, 1950
Langdurig bruikleen Instituut Collectie Nederland (ICN) aan Stedelijk Museum Amsterdam,
Tegen het einde van de jaren veertig kreeg Sandberg veelkritiek te verduren: hij zou een zeer eenzijdige voorkeurhebben voor abstracte en experimentele kunst en het realisme verwaarlozen. Mede om die kritiek te pareren, dietrouwens niet helemaal terecht was, organiseerde het Stedelijk in 1951 de tentoonstelling Realisten uit zeven landen. Co Westerik ontbrak daar. In Amsterdam had menweinig oog voor goede kunstenaars uit Den Haag. Dat Westerik zou uitgroeien tot de belangrijkste naoorlogseNederlandse realist was nog niet te voorzien, al had hij toen al enkele frapperende schilderijen gemaakt, van een heel ander karakter dan die van de veel oudere en gevestigde magisch realisten. De eerste keer dat Jongen met fiets in Den Haag werd geëxposeerd, heette het nog Voorjaar 1950, een titel die wat schrijnend aandoet. Er is buiten die paar takjes groen met twee bloemetjes achter de kale schutting weinig van een beloftevol voorjaar in dit schilderij te bespeuren. De jongen met zijn wat ouwelijke gezicht, de haren hoog opgeschoren, de huid bobbelig gespannen over vlees en botten, de ogen op niets in het bijzonder gericht, drukt een existentiële kwetsbaarheid en eenzaamheid uit. (schilderij "De Visvrouw" in 1951 de Jacob Maris Prijs voor de schilderkunst te winnen, wat een stroom van positieve en vooral ook negatieve publiciteit losmaakte. Desondanks werd zijn werk gekocht door musea en particuliere verzamelaars als Frits Becht.

Pas rond de jaren zestig groeit de waardering voor zijn werk. Hoewel Westerik niet binnen een stroming valt te plaatsen, denkt men in de karakteristieke deformaties van vormen een link met de Pop Art te herkennen.

Verwondering over alledaagse situaties en de (menselijke) natuur is vanaf het begin van Westeriks carrière altijd zijn belangrijkste drijfveer geweest. Om deze verwondering uit te drukken heeft hij zich niet beperkt tot het schilderen. Zijn hele loopbaan lang heeft hij daarnaast tekeningen en grafiek geproduceerd, waarin hij de realiteit een opmerkelijke draai geeft. Zijn foto’s dienen voornamelijk als inspiratiebronnen voor de rest van zijn werk.

Van 1958 tot 1971 was Westerik docent modeltekenen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Den Haag. Hijwas oa leraar van Ab van Overdam.

Met de Haagse kunstenaars Herman Berserik, Jan van Heel, Willem Hussem en Jaap Nanninga maakte Westerik deel uit van de Posthoorngroep (ook wel de Nieuwe Haagse School genoemd).

Exemplarisch voor zijn werk is het beroemde schilderij Snijden aan gras uit 1971. Hierin snijdt een vinger zich aan een grasspriet. Een gebeurtenis die Westerik zelf overkwam toen hij op een lentemorgen in het gras lag. De indrukwekkende manier waarop Westerik dit kleine menselijke drama heeft afgebeeld, zorgt ervoor dat je het ineens als een zeer ingrijpende gebeurtenis ervaart. De intense ervaring die zijn voorstellingen opwekt, heeft te maken met Westerik's positiekeuze ten opzichte van zijn objecten. Soms is dat een kwestie van hoogte; hij kijkt bovenop de dingen of kiest juist een laag standpunt.

De tekeningen en aquarellen van Westerik zien er doorgaans uit als notities; ze geven in redelijk losse toets weer wat hij heeft gezien. Af en toe gebruikt hij hierbij zichzelf als onderwerp, zoals in de vele zelfportretten die zijn oeuvre rijk is, maar vaak dient ook zijn omgeving als inspiratiebron. Het maken van etsen en litho’s is een omslachtig procédé, waardoor Westeriks gedetailleerde grafische werk ook veel bedachtzamer is dan zijn tekeningen. De schilderijen zijn nog zorgvuldiger opgebouwd met onderschilderingen in tempera en daarna pas de definitieve lagen in olieverf, een werkwijze die nog tot op het laatste moment de mogelijkheid laat om iets te veranderen. Westerik stelt zichzelf ten aanzien van zijn schilderijen zulke hoge eisen dat het soms jaren duurt voor hij ze als voltooid beschouwt.

Diversen:
Co Westerik werkt dagelijks, de helft van het jaar op zijn atelier in Rotterdam en in de zomermaanden in Zuid-Frankrijk.

Westerik kreeg drie dochters uit zijn huwelijk met de schilderes Hens de Jong, Christine, Victoria en Sophie en twee zonen uit zijn tweede huwelijk met de galeriehoudster Fenna de Vries, Willem en Maurits. Zijn oudste dochter Christine is in 1992 overleden.

Co Westerik ontving onder meer Koninklijke Subsidies voor de vrije schilderkunst, vier maal de Jacob Marisprijs voor de teken- en schilderkunst, een Zilveren medaille op de Biënnale van Sao Paulo, de Rembrandtprijs van de stad Leiden, de Culturele Prijs van Zuid-Holland, de Chabot Prijs van het Anjerfonds Rotterdam en de Staatsprijs voor Beeldende Kunst en Architectuur. In 1999 werd hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en in 2005 tot erelid van Pulchri Studio, Den Haag.

Zijn werk maakte deel uit van vele grote internationale tentoonstellingen zoals de Biënnales van Venetië (1962 en 1982), Parijs (1959 en 1985) en Sao Paulo (1965).
Solo tentoonstellingen had hij o.a. in het Gemeentemuseum Den Haag (1964, 1984), van Abbe Museum, Eindhoven (1964), Stedelijk Museum (1971 en 1991), Amsterdam (1971 en 1991), Paleis voor Schone Kunsten, Brussel (1972 en 1974), Berlijn en Saarbrücken (1984), Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (2004) en Co Westerik aquarellen/tekeningen
Na de oeuvrecatalogus van zijn schilderijen, die in 2000 verscheen, is ook een catalogus met alle aquarellen en tekeningen verschenen met 250 werken in full colour en alle ± 2000 werken op een bijgevoegde cd-rom:
Het indringende werk van kunstenaar Co Westerik mag zich al decennialang verheugen in belangstelling van kunstliefhebbers en musea uit binnen- en buitenland. Binnen het omvangrijke oeuvre van Westerik is een sleutelrol weggelegd voor tekeningen en aquarellen. Des te opmerkelijker is het dat zijn ‘werk op papier’ nog niet eerder werd gebundeld. Deze overzichtscatalogus met vele tekeningen in zwart/wit en meer dan 250 kleurenafbeeldingen betekent dan ook in alle opzichten een unieke uitgave.
'Het zichtbaar maken van een onderliggende realiteit' vormt een belangrijke drijfveer voor Co Westerik. In het papier vindt hij een ideaal medium om subtiele emoties als angst, verdriet en eenzaamheid te vangen. In deze hoogwaardige uitgave is dan ook veel zorg besteed aan de reproducties om deze emoties optimaal over te brengen.
De bijschriften in deze luxe uitgave zijn verzorgd door Véronique Baar die toegang kreeg tot het persoonlijke archief van de kunstenaar. Het werk van Co Westerik wordt verder omlijst door essays van kunsthistoricus Cor Blok en schrijfster Anna Enquist. Een biografie van de in 1924 geboren Co Westerik maakt dit standaardwerk compleet.
De bij het boek behorende CD-rom biedt de mogelijkheid om het werk van Westerik tot in detail te bekijken, alsmede de documentatie . Alle werken, waarvan de vroegste dateren uit 1943, zijn op de CD-rom terug te vinden. Het is onder meer mogelijk te zoeken op jaar, titel, collectie en materiaal.

Jan Wouter van Reyen maakte twee films over Co Westerik: “De taal van Co Westerik” in 1980 en “Ik wil het niet zien maar het moet” in 2000, die op het Rotterdams Filmfestival in januari 2001 in première ging.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 94.