kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-02-2009 voor het laatst bewerkt.

Constant

Constant A. Nieuwenhuis (of Nieuwenhuys)

Nederlandse (CoBrA) schilder, beeldhouwer en schrijver, geboren 21 juli 1920 te Amsterdam - overleden 1 augustus 2005 in Utrecht.

Constant Anton Nieuwenhuys gebruikt in zijn werk het pseudoniem Constant.

Constant was samen met Dotremont de belangrijkste theoreticus van Cobra. In zijn werk, dat al in 1946 gekenmerkt wordt door experimenten met vorm en techniek, manifesteren zich de fantasiewezens met grote ogen en onbeholpen ledematen die men later de Cobrataal zou gaan noemen. Terwijl Karel Appel en Corneille met hun werk internationaal doorbraken, bleef Constant de ideoloog van de groep. Hij behield zijn idealistische rechtlijnigheid en wilde geen economisch verhandelbare producten gaan maken. Dit is er wellicht de oorzaak van dat Constant een minder bekend lid van Cobra is geweest.

Constant heeft diverse solotentoonstellingen gehad, onder andere in het Stedelijk Museum in 1978, het Haags gemeentemuseum in 1980, het Centraal museum in 1985, het Rheinisches Landesmuseum in 1986 en het Chabotmuseum in 1995. Daarnaast was zijn werk aanwezig op talrijke nationale en internationale tentoonstellingen. In 1966 vertegenwoordigt Constant Nederland met New Babylon op de Biënnale van Venetië. In 1999 wordt er een overzichtstentoonstelling van gegeven in New York. Later krijgt New Babylon een ereplaats op Documenta 2002 in Kassel.

Constant had een atelier in een voormalige gymzaal op de Oostelijke Eilanden in Amsterdam. In zijn vrije tijd speelde hij cymbaal.

Biografie
Op zestienjarige leeftijd schilderde Constant zijn eerste schilderij, de Emmausgangers. Zonder geld voor doek of verf, gebruikte hij daarvoor een jute suikerzak, en pigmenten die hij van een huisschilder had gekocht.

Constant Anton Nieuwenhuijs bezocht van 1939 tot 1942 achtereenvolgens de Kunstnijverheidsschool en de Rijksacademie in Amsterdam. Appel en Corneille zitten dan nog niet op de Rijksacademie, zodat Constant geen contact met hen heeft.

Tussen 1920 en 1946 werkt Constant in Bergen.

In 1946 ontmoette hij in Parijs Asger Jorn. In hem vindt hij een gelijkgestemde. Zij schilderen allebei en houden zich bezig met theorieën over kunst en de maatschappij. Na deze ontmoeting verschenen er fantasiedieren en agressieve en angstaanjagende dier- en mensfiguren in zijn schilderijen. Ook in zijn tekeningen komen deze wezens voor.

In 1947 had Constant in Amsterdam zijn eerste solotentoonstelling.

Experimentele Groep Holland
Als Constant kennis maakt met Appel en Corneille richten zij samen met zijn broer Jan Nieuwenhuys, Eugène Brands, Theo Wolvecamp en Anton Rooskens de 'Nederlandse Experimentele Groep' op, die niet lang daarna overgaat in de Cobra groep.

Constant was initiatiefnemer, mede-oprichter en woordvoerder van de in 1948 opgerichte CoBrA beweging. Deze groep zette alle bestaande opvattingen over kunst overboord. Constant protesteerde met zijn agressieve schilderkunst tegen het zogenaamde 'mooie schilderen'. Hij propageerde een normloze volkskunst, zonder onderscheid tussen mooi en lelijk. Het maken zelf was belangrijker dan het resultaat, waarin werkelijkheid en fantasie samengingen.

Appel en Corneille hadden Constant opgezocht, omdat ze op zijn expositie in hem een stijlverwantschap voelden. Constant schreef delen van het manifest van Cobra dat verscheen in het eerste nummer van 'Reflex' (tijdschrift van de Experimentele Groep), waaronder de zin: "Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles tezamen". Deze zin drukt beeldend uit wat de leden van deze groep met hun kunst lieten zien. Constant pleitte in zijn artikelen voor een nieuwe maatschappij met moderne kunst.

Constant is voor de Nederlandse Cobra kunstenaars de voornaamste contactpersoon met het buitenland. Samen met Christian Dotremont was hij de belangrijkste theoreticus van CoBrA. In talloze manifesten en artikelen die hij schreef voor de groep nam hij de maatschappelijke rol van de kunstenaar onder de loep en riep hij op tot de bevrijding van creativiteit en fantasie in dienst van een zich steeds vernieuwende cultuur. In het werk dat hij in de Cobrajaren maakte, verschijnen in grote lijnen en bewust onbeholpen vormen dezelfde aan de kindertekeningen ontleende figuren als bij Karel Appel.

Hij raakt steeds meer geboeid door de kindertekening. In grove lijnen en vormen zet hij zijn kinderlijk uitziende afbeeldingen op doek neer. In samenwerkingsverband komt het kind in hem ondermeer tot uiting in 'Goede morgen Haan' gemaakt met de dichter Gerrit Kouwenaar en in 'Some of these days' (Een dezer dagen). Ook in zijn huis schildert Constant samen met Appel reusachtige dieren en figuren op de muren die aan kindertekeningen doen denken. In de boerderij van Erik Nyholm brengt hij levendige schilderingen aan. Zijn zoontje Victor laat hij meewerken aan een cementen muurreliëf in de tuin van Jorns broer.

In zijn voor de 'Nederlandse Experimentele Groep' opgestelde manifest, dat tijdens de Cobra periode nog steeds van groot belang is, schrijft hij: 'Het kind kent geen andere wet dan zijn spontaan levensgevoel en heeft geen andere behoefte dan dit te uiten. Hetzelfde geldt voor de primitieve culturen, en het is deze eigenschap ook, die deze culturen een zo grote bekoring verleent voor de mens van heden die in een morbide sfeer van onechtheid, leugen en onvruchtbaarheid moet leven'.

In 1950 vestigde Constant zich in Parijs. Hij maakte in Parijs kennis met Stephen Gilbert. In deze periode ontstonden de 'oorlogsschilderijen' vol resten van een vernielde wereld waarin hulpeloze mensen hun handen ten hemel heffen. In de loop van 1950 verwerkt hij steeds meer de verschrikkingen van de oorlog. Elementen uit de realiteit zoals een brandend huis, een gevallen fietser, hulpeloze gewonden en doden worden door hem geschilderd. Wielen en ladders, vaak kapot of verwrongen, gebruikt hij als symbool voor destructie. Zelfs de wanden van zijn kamer worden beheerst door deze wereld van verschrikkingen. Ook vlak na de Cobra tijd werkt dit thema door. Zijn composities zijn echter eenvoudiger: slechts een vuist, een vlam of een andere krachtige vorm geven nu het idee van opstand en agressie weer

Londen 1952 - 1953
Vergeleken met het werk van Karel Appel, toont het werk van Constant meer maatschappijkritiek. Zijn werken hebben titels als "De oorlog" en "Verschroeide aarde". De bron voor deze werken ligt in een bezoek aan het naoorlogse Londen.

Na het opheffen van de experimentele kunstenaarsgroep Cobra in 1951 wordt het schilderen voor hem steeds minder belangrijk. Zijn toenemende belangstelling voor architectuur en de rol van de moderne mens daarin leidt tot een nieuwe fase in zijn kunstenaarschap.

Constant nam in 1956 deel aan het congres 'Mouvement pour un Bauhaus Imaginiste', dat door Jorn in het leven was geroepen, en was het jaar daarop een van de mede-oprichters van de 'Situationistische Internationale'. Hij houdt zich vanaf dat moment bezig met architectuur. Samen met Aldo van Eyck ontwikkelt hij een theorie, het spatiaal colorisme, waarin vorm, kleur en architectuur samengaan.

New Babylon
In de jaren vijftig verschoof Constants aandacht naar het oplossen van ruimtelijke problemen. Hij ontwikkelde het begrip 'unitair urbanisme', waarin hij een stad voorstelde met op elkaar afgestemde levenswijze en leefmilieu. Tussen 1952 en 1960 maakt Constant Nieuwenhuys maquettes, constructies, schilderijen en tekeningen die de aanloop vormen tot het grootschalige project New Babylon. New Babylon is een utopistische visie op stad en de rol van de bewoners hierin. In New Babylon is de mens, de 'homo ludens', in een volledig geautomatiseerde wereld, bevrijd van arbeid zodat hij zich volledig kan wijden aan creativiteit. In een geautomatiseerde wereld moest kunst niet alleen voorbehouden zijn aan enkelen, maar iedereen zou er deel aan moeten hebben. Bewoners van New Babylon zijn niet langer gebonden aan een vaste huisvesting maar leiden een nomadisch bestaan, dat geheel naar wens kan worden ingevuld. In de uitwerking van die ideeën in experimentele maquettes en andere ruimtelijke constructies maakt hij gebruik van moderne materialen als aluminium, staaldraad en plexiglas. Alle activiteiten van Constant waren gericht op deze toekomstige stad. Ruim twintig jaar werkte Constant Nieuwenhuis aan de uitwerking van zijn utopie 'New Babylon'. Constant publiceerde de eerste schetsen voor wat later Nieuw Babylon zou worden reeds in 1949. Pas twaalf jaar later werd het werk voor het eerst tentoongesteld.

In 1966 vertegenwoordigt Constant Nederland met New Babylon op de Biënnale van Venetië, in de Accademia. Hij raakt daar onder bekoring van Titiaans Pièta, een prachtig voorbeeld uit het Venetiaanse colorisme waarbij de verf zonder schets rechtstreeks op het doek wordt aangebracht. Hij schilderde vanaf dat moment in een realistische stijl, waarbij hij de klassieke laag-over-laag (glacering) techniek gebruikte. Daarbij werd hij geïnspireerd door kunstenaars als Titiaan, Rubens, Delacroix en Cézanne. Met deze techniek wordt een kleurendiepte bereikt die met een ala prima techniek niet mogelijk is. Deze tijdrovende techniek had tot gevolg dat Constant meestal niet meer dan 3 tot 4 doeken per jaar maakte. Maar ook met dit werk toonde Constant zijn maatschappelijk engagement, door de onderwerpskeuze ontleend aan de oorlogen in Vietnam, Afrika en Kosovo. Ook armoede, hongersnood en vluchtelingen hoorden tot zijn onderwerp.

Fontein
Rond 1969 werd het Kooiplein in Leiden versierd met een fontein, ontworpen door Constant Nieuwenhuys. Jarenlang werkte dit kunstwerk niet meer en raakte in verval. Bij de herinrichting van het plein in 1999 is ook de fontein onder handen genomen. Nieuwe apparatuur zorgt ervoor dat het winkelend publiek geen hinder meer ondervindt van het waterspel.

In 1974 beëindigt Constant het New Babylon-project om zich weer geheel aan het schilderen, aquarelleren en tekenen te wijden, waarbij het werk van oude meesters een belangrijke inspiratiebron vormt. Ook na de New Babylon-periode blijft het thema van de ruimte (en dus vrijheid) nadrukkelijk in zijn werk aanwezig. Hij werkt de ruimte heel abstract uit, op een aan Kandinsky en Klee verwante surrealistische manier. In die tot dan toe nauwelijks gedefinieerde ruimte worden figuratieve elementen geïntroduceerd waardoor onmiddellijk een bonkig perspectief ontstaat.

Constant kiest graag voor warme (aard)kleuren die de kijker veel energie meegeven. Hij bleef Titiaan en ook Cézanne en Delacroix gedurende zijn latere leven trouw. Hij citeert hen soms door een bekend werk in een interieur op te nemen of plaatst hun thematiek in een nieuwe context. Cézanne’s baadsters bijvoorbeeld, keren terug, maar dan net iets spannender in het doek 'Les Baigneurs’ dat Constant omstreeks 2001 op zijn ezel had staan. Constant is geen imitator, maar stelt zichzelf graag voor een beproefd probleem en ziet het als een uitdaging om met nieuwe oplossingen te komen. Ook al omdat hij de kunstgeschiedenis als een onuitputtelijke bron van inspiratie zag, slaagde hij er in de schilderkunst vitaal en dynamisch te houden.

Constant overleed in 2005 na een lang ziekbed.

Websites:
. www.trouw.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 763.