kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Constantin Meunier

Constantin Émile Meunier (1831-1905)

Belgisch beeldhouwer, schilder en graficus, geboren 12 april 1831 te Etterbeek - overleden 4 april 1905 in Elsene.

Constantin Meunier werd geboren te Etterbeek, Brussel. Als jongste in een gezin van zes kinderen zonder vader kent Constantin Meunier een moeilijke jeugd.

Studerend aan de Brusselse Academie, werkte hij 3 jaar lang als helper bij de beeldhouwer Charles Auguste Fraikin.

Meunier legde zich dan toe op de teken- en schilderkunst. Hij volgt les bij François-Joseph Navez, een meester in de portretkunst, en raakt bevriend met Louis Dubois en Charles de Groux. Onder invloed van Jean-François Millet en Gustave Courbet beelden de meeste van zijn vroege werken religieuze ("Begrafenis van een trappist") en historische taferelen uit.

Het Zwarte Land
Vanaf 1870 wordt het arbeidersproletariaat de belangrijkste inspiratiebron van Meunier. Constantin Meunier ontdekt het "Zwarte Land". In opdracht van Camille Lemonnier tekende hij een reeks illustraties voor zijn boek La Belgique, over de Belgische mijnstreken. Hij verbleef hiervoor te Seraing, Val St.Lambert en in de Borinage. Het is het grote keerpunt in zijn carrière. Zijn ontmoetingen met de mijnwerkers raken hem diep en doen een nieuwe wereld voor hem opengaan. Het proletariaat en de industriële arbeid worden zijn voornaamste inspiratiebron. Hij geeft een gezicht aan de arbeiders die zwaar en gevaarlijk werk verrichten in de opkomende industrieën van hun streek ("De gebroken smeltoven", "De terugkeer van de mijnwerkers").

Andere thema's waren: werkers in fabrieken en in havens.

In 1880 exposeerde hij met succes, op het Salon te Gent, een reeks schilderijen omtrent het harde leven van de arbeiders in de steenkolenmijnen en in de hoogovens.

Het arbeidersproletariaat
Zijn thema's komen goed overeen met het temperament van de artiest, die een voorkeur heeft voor de dagelijkse realiteit van de volksmensen en het werk van de arbeider. Hij vervalt echter niet in miserabilisme of overdreven politisering. Voor hem volstaat het registreren van een unieke en gedeelde werkrealiteit, in een echte plastische voorstelling van de arbeider, zonder nodeloze glans. Naast het pure fysische en psychologische registreren, creëert Meunier een synthese van de arbeider die dichtbij de allegorie staat en tijdloze en permanente typetjes maakt.
Maximilien Luce (1885-1941), Pierre Paulus (1881-1959), Alex-Louis Martin (1887-1954) laten zich door hetzelfde thema inspireren, maar kiezen voor verschillende invalshoeken.

Terug naar de beeldhouwkunst
De observatie van de sociale realiteit die het gevolg is van de industrialisering, doet hem in 1885 terugkeren naar de beeldhouwkunst. Bij een bezoek aan de haven van Antwerpen had hij de overtuiging opgedaan, dat hij alleen maar in deze discipline voldoende de kracht en de hardheid van het havenarbeidersbestaan tot hun recht kon laten komen.

Monument van de Arbeid
Hij vestigt zijn naam definitief met "Het mijngas" (1889, brons), een aangrijpend werk waarin een vrouw zich met gevouwen handen over een liggende gestalte buigt die de dode Christus symboliseert. Andere hoogtepunten zijn "De puddler" en het "Monument van de Arbeid", een bronzen ensemble dat na zijn dood voltooid werd. Het ophefmakende Monument van de Arbeid, dat aan de Van Praet-brug te Laken opgericht werd, maakte Constantin Meunier onsterfelijk.

In 1895 kwam hij zich weer in Brussel vestigen. Een jaar later exposeerde hij zijn werken in Parijs. Het werd een triomf.

De faam van Constantin Meunier is beduidend groter geworden als beeldhouwer dan als schilder of graficus, ofschoon hij in elke discipline telkens meesterwerken uit het Sociaal Realisme presteerde. Zijn onderwerpen, uitgewerkt met de technische kennis van het einde van de 19de eeuw, maken Constantin Meunier tot belichaming van een nieuw type kunst. Hij was ook medeoprichter van de "Société libre des Beaux-Arts" en gaf les aan de Koninklijke Academie van België.

Constantin Meunier zich in de Abdijstraat een woning met atelier bouwen. Hij bracht er de laatste vijf jaar van zijn leven door. Het is momenteel het Constantin Meunier museum.
Het atelier, woning inbegrepen, dat Constantin Meunier (1831-1905) in 1899 aan de rand van het Ter Kamerenbos liet bouwen, in de buurt van zijn schildersvrienden Theo Van Rysselberghe en lsidore Verheyden, werd in 1936 door de Staat aangekocht alsook de aanzienlijke collectie van meer dan 700 kunstwerken die er werd bewaard. In 1939 ging het open voor het publiek. In dit huis, dat werd toegevoegd aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en gerenoveerd in 1986, wordt een keuze van ongeveer 150 werken en documenten tentoongesteld. Ze laten vooral de evolutie zien die de meester tussen 1875 en 1905 doormaakte, de periode die hij zelf zijn tweede leven noemde. Toen wijdde hij zijn talent aan de sociale en industriële aspecten van België, aanvankelijk in de schilder- en tekenkunst en vanaf 1885 opnieuw in de beeldhouwkunst, waarin hij ook een van de allergrootsten werd. Met doeken als De gebarsten smeltkroes komen belangrijke beelden als De smeder overeen. Meunier creëerde een heel volk uit gips en brons, waarmee hij een stempel op zijn tijd drukte en nog lang de realistische kunst in de eerste decennia van de 20ste eeuw beïnvloedde.

Bij zijn overlijden in Elsene op 73 jarige leeftijd liet Constantin Meinier een groot aantal werken na (in totaal ongeveer 800) doeken, beeldhouwwerken, aquarellen en tekeningen. Thema's: het realisme, de sociale ontvoogding. Een kunst die perfect overeenstemt met het nieuwe industriële tijdperk. Zijn opvattingen hebben een hele generatie kunstenaars, schilders en beeldhouwers in België en Frankrijk beïnvloed: Auguste Rodin, Charles Van Der Stappen, Guillaume Charlier, Jules Dalou, Maximilien Luce,... ,...


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 357.