kunstbus
Heb je een links, progressief of sociaal hart? Volg ons dan op Twitter of Facebook

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie


Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

constructivisme

Constructivisme


Tatlins Tower

Het constructivisme is een omstreeks 1913 in Rusland ontstane kunstrichting van de moderne kunst die voor schilder- en beeldhouwkunst de beperking tot puur geometrische vormen in hun compositie of constructie verlangde.

Er werd bewust afgezien van elke inhoudelijke verklaring en subjectieve uitdrukking. Doorslaggevend is de compositie van de 'technische' vormelementen en hun verhouding tot elkaar en tot de omringende ruimte. Deze reductie houdt een beperking van de grondkleuren in en het afzien van elke individuele uiting in de penseelvoering en het opbrengen van de verf. Grafische elementen spelen in de constructivische beeldopbouw veelvuldig een rol.

Enkele namen die de constructivisten beïnvloeden, zijn Plato, Hegel en Schoenmakers. Vooral die laatste inspireert hen met zijn stelling dat de werkelijkheid moet worden omgezet in constructies die met het verstand kunnen worden begrepen om er een voorstelling van te kunnen maken. Vandaar dat de beeldende kunst, en in het bijzonder de schilderkunst, bij hen van groot belang is. Via het beeld kan de kunstenaar de tegengestelden in de hem omringende werkelijkheid vatten en de achterliggende harmonie zichtbaar maken. Onze waarneming wordt daarbij een visionaire gebeurtenis, een fantasie die onder controle staat van de rede. Bijgevolg kunnen de objecten abstract worden voorgesteld, vrij van de grillen van de artiest, met als resultaat het autonome kunstwerk.

Na de Russische Revolutie bestond de behoefte een nieuwe wereld op te bouwen, waarbij de kunst toonaangevende richtlijnen zou formuleren. Malevitsj, Tatlin e.a. richtten zich op een puur mathematische abstractie, die een reflectie moest zijn van de nieuwe dynamische wereld als thuishaven voor de moderne mens. Zij wilden een bij de vertechniseerde wereld passende kunst scheppen.

Voorafgaande aan het constructivisme is het Rayonisme van Michail Larionov gegaan, die sinds 1909 tot steeds krachtiger 'geconstrueerde' vormen was gekomen. Belangrijkste impulsen voor het constructivisme lagen in de geestdrift van de techniek van het futurisme en in de formele vormgevingswijzen van het kubisme, respectievelijk kubofuturisme.

Wladimir Tatlin en diens landgenoot Alexander Rodschenko, die zijn loopbaan eveneens als schilder begon, waren de invloedrijkste stichters van de constructivistische kunst die in haar grondprincipes met het door Kasimir Malewitsch ontwikkelde suprematisme overeenstemde.

Tatlin zocht naar nieuwe zakelijke materialen als uitdrukking van de technische realiteit, bijv. in hoekreliefs, om zowel vlakken als ruimte constructivistisch te vormen. Hij gebruikte voor zijn kunst het eerst de term constructivisme. Te zelfder tijd ontwikkelde Kasimir Malewich het Suprematisme, dat de beeldende elementen tot de grondvorm van vierkant en cirkel reduceert en het absoluut non-figuratieve tot inhoud verklaart. (Zwart vierkant op witte grond, 1913)

Het constructivisme houdt de afwijzing in van het expressionisme met zijn accentuering van de individuele uitdrukking. Concepten van de kunst moesten volgens W. tatlin voor de 'constructie' van de maatschappij nuttig gebruikt worden. Concreet betekent dit de revolutionaire omvorming van de Russissche maatschappij. Hier onderscheidde zich het constructivisme van het suprematisme, dat zich aan een maatschappelijke functie probeerde te onttrekken en de autonomie van de beeldwereld tegen de maatschappelijke realiteit probeerde te handhaven.

Vladimir Tatlin
Het begrip constructivisme, waarmee nu een hele stroming in de beeldende kunst wordt omschreven, had aanvankelijk alleen betrekking op het werk van de Russische kunstenaar Vladimir Tatlin. Hij duidde er omstreeks 1913 de stijl mee aan van het werk dat hij toen maakte: abstracte schilderijen uitgebouwd tot reliëfs, waarbij het accent viel op de constructies van hout, metaal, glas en ander materiaal die het reliëf vormden. Van dit vroege werk zijn alleen foto's over. Omstreeks 1915 begon hij zelfstandig constructies te vervaardigen, die hij aan draden aan het plafond ophing.
Het idee om bij een kunstwerk verschillende soorten materialen te gebruiken, was afkomstig van kunstenaars van het kubisme, zoals Picasso. Tatlin leerde hun werk kennen in Parijs, dat hij in 1913 bezocht. Verder was veel werk van de toenmalige Parijse avant-garde, waartoe de kubisten behoorden, te vinden in Russische kunstverzamelingen. Tatlins constructies betekenden het begin van een nieuwe ontwikkeling in de beeldhouwkunst. Maakten beeldhouwers tot dan toe driedimensionale - vaak figuratieve - objecten, waarbij volumen (massa) en contour (omtrekken) belangrijk waren - aanhangers van het constructivisme creëerden luchtige, abstracte bouwsels waar men doorheen kon kijken, zodat niet alleen de massa van het object zelf, maar ook de omringende ruimte een functie kreeg. Nieuw was verder de toepassing van materialen zoals ijzer, ijzerdraad en glas.

In de eerste jaren na de Oktoberrevolutie (1917) konden de constructivisten hun ideeën verder ontwikkelen. Uit deze tijd dateert Tatlins beroemde model voor een monument voor de Derde Internationale (1919-1920), een metalen spiraal die het frame vormt voor een constructie waarin glazen eenheden in de vorm van cilinder, kubus en kegel ruimte bieden aan conferenties. Per jaar had dit gevaarte, dat 26 m hoog moest worden, één keer om zijn as moeten draaien en de afzonderlijke onderdelen zelfs eens per maand of eens per dag. Het monument is nooit gebouwd. Uit dezelfde tijd dateert een hangende constructie van Rodtsjenko, die samengesteld is uit in elkaar passende cirkels van metaal die langzaam in de lucht bewegen. Dit werk is één van de eerste voorbeelden van kinetische kunst.

Naum Gabo en Antoine Pevsner
De broers Naum Gabo (pseudoniem van Naum Pevsner) en Antoine Pevsner behoorden in 1917 tot de belangrijkste exponenten van de beweging. Evenals andere jongere Russische kunstenaars, zoals Wassily Kandinski en Marc Chagall, hadden zij al enkele jaren in het buitenland (Duitsland, Frankrijk) gewerkt, waar zij beroemd geworden waren, en zij keerden na de revolutie naar hun vaderland terug, in de hoop dat de nieuwe samenleving ook een nieuwe kunst mogelijk zou maken. Van aanvankelijk nog objectachtige reliëfconstructies gingen ze over tot zuiver abstract-constructivistische werken. Het probleem van de ruimte- en lichtdoordringing van een voorwerp veraanschouwelijkten ze in de nieuwe, synthetische materialen.

Binnen de kring van de constructivisten ontstond onenigheid tussen degenen die de kunst ten dienste van het volk wilden stellen, zoals Tatlin en Rodtsjenko, en degenen die de kunst als onafhankelijk fenomeen wilden zien, zoals Gabo en Pevsner. De onverzoenbare verschillen tussen Malevitsj puristisch standpunt en Tatlins utilitarisme werden op een gegeven ogenblik ten gunste van Malevitsj opgelost toen in 1920 de gebroeders Naum Gabo en Antoine Pevsner een nieuwe synthese van Tatlins overtuiging dat de kunst zich moet aanpassen aan de moderne technologie en de non-objectieve stijl van Malevitsjs onthechte abstracties bereikten.

Gravo, Pevsner en Tatlin publiceerden in 1920 in het 'Realistische Manifest' de theoretische grondslagen van hun kunst. In dit document stelde Gabo een kunst voor die zou worden geconstrueerd uit moderne materialen en "in de vormen van ruimte en tijd", zodoende gelijktijdig de moderne wereld aanvaardend en toch tegen de materialistische ideologie ingaand. Een ander radicaal uitgangspunt was de verklaring dat zij "een nieuw element, een kinetisch ritme als- de basisvorm voor onze perceptie van de werkelijke tijd" zouden bevestigen, een belofte van een nieuwe bewegingssculptuur die vreemd genoeg slechts, in één kunstvoorwerp verwezenlijkt werd. Gabo's Kinetische Constructie: Vibrerende Veer uit 1920.

Constructivisme in Rusland
Het constructivisme was van 1917 tot 1921 de officiele kunst van de Russische revolutie. Tal van moderne kunstenaars, ook Kandinski en Tatlin, bezetten belangrijke officiële posten, zoals leraar aan de kunstacademie van Moskou. Maar na 1920 werden de moderne kunstuitingen door de regering veroordeeld als onbegrijpelijk voor het gewone volk en in strijd met het algemeen belang. Omstreeks 1922 waren de constructivistische activiteiten in de Sovjet-Unie teruggebracht tot de toegepaste kunst: zo ontwierp Tatlin aardewerk en glas.

Het na 1922 door de Russische kunstpolitiek geeiste socialistische realisme deed veel kustenaars het land verlaten. Zo kwamen El Lissitzky en László Moholy-Nagy in het Bauhaus terecht. Grote invloed had de nieuwe stijl in het Duitse Bauhaus, waar László Moholy-Nagy (1895-1946) hem sinds 1923 doceerde.

Constructivisme in West-Europa
In het algemeen kan het begrip constructivisme ook op de West-Europese kunstrichtingen van het Bauhaus, de Hongaarse groep 'Ma' van L. Moholy-Nagy en de De Stijl kunstenaars toegepast worden.

In Nederland werden de constructivistische ideeën verbreid door kunstenaarsgroep de stijl van Piet Mondriaan, Theo van Doesburg. Terwijl Mondriaan zijn schilderijen opbouwde uit een geraamte van horizontalen en verticalen, bracht Van Doesburg met diagonalen een dynamisch element in het constructivisme.

Belangrijke kunstenaars in Europa waren verder nog Moholy-Nagy, wiens werk vooruitliep op de kinetische kunst, Max Bill, dei de hogeschool voor vormgeving in Ulm oprichtte en Victor Vasarely, een van de wegbereiders van de Op-Art.

Franz Kupka, die het constructivisme in de jaren 30 nieuwe impulsen gaf, geeft een algemeen geldende definitie: 'Het kunstwerk dat op zich een abstracte realiteit is, eist dat het uit bedachte vormen wordt gevormd. Zijn concrete betekenis volgt uit de combinatie van morfologische oerbeelden en de architectonische voorwaarden die zijn organisme eigen is'. Zie ook Concrete Kunst.

Toen het Bauhaus in 1933 gesloten werd, verbreidde de stijl zich naar de landen waar de verschillende kunstenaars heen gingen: vooral in Engeland en de VS. Na 1945 ontwikkelde zich mede onder invloed van Bauhaus-kunstenaars een geometrisch abstracte stijl die men - heel verwarrend - ook wel met de term constructivisme aanduidt.

Die architectonische constructie van een schilderij van duidelijk tegen elkaar afstekende kleurvlakken is het verbindende element van alle constructivistische schilders vanaf het begin in Rusland tot het Amerikaanse constructivisme, dat zich na 1945 met schilders als Ad Reinhardt, Barnett Newman, Kenneth Noland, Antonio Calderera en Al Held tot een veelzijdige constructivistische schilderkunst in de minimal-art, optical-art, hard-edge, etc... ontwikkelde.

Constructivisme in de bouwkunst
Essentieel voor het overslaan van het constructivisme naar het gebied van de architectuur was de multi-kunstenaar El Lissitzky, die in de jaren twintig geruime tijd in Duitsland werkte, in 1922 mede de eerste Russische kunst-tentoonstelling in Berlijn organiseerde en verder bijdroeg tot de invloed van het Constructivisme op vooral De Stijl en het Bauhaus.

Toegepast op de bouwkunst betekenden de principes van het Constructivisme dat men de ruimtelijke vormgeving opvatte als ruimte penetratie en de schuin of steil in de lucht omhoog stekende bouwwerken als contrast van opeengestapelde of aaneengeregen vormen. De gebouwen worden terug-gebracht tot basisvormen en primaire kleuren en hun gedaante is een directe afgeleide van de constructie, die door grootschalige beglazing openlijk getoond wordt.

Constructivisme in design
Na de revolutie van 1917 zocht de Russische Avant-garde naar nieuwe vormen van expressie, die verband hielden met het Russische verlangen het kapitalistische systeem te vervangen door democratischer stelsels voor de productie en distributie van goederen. Hiertoe promootten de constructivisten een esthetiek en benadering van design die gericht was op industriële productie. Zij meenden dat de toegepaste kunsten een nieuwe maatschappelijke orde teweeg konden brengen en gingen daarom utilitaristische 'productiekunst' en architectuur creëren. Door de politieke en economische labiliteit na de Revolutie werden er echter maar weinig grootschalige projecten ondernomen, waardoor de productie van de constructivisten beperkt bleef tot tentoonstellingsontwerpen, keramiek en grafiek. Constructivistische keramiek werd vaak gedecoreerd met suprematistische motieven: geometrische vormen tegen een witte achtergrond.

Het constructivisme in de Nederlandse letterkunde
Het constructivisme in de Nederlandse literatuur kan niet worden losgekoppeld van het tijdschrift De Stijl (1917-1931) met Van Doesburg als spilfiguur. Zelf geeft hij de naam neo-cubisme aan die stroming, die ook wel bekend staat als neo-plasticisme of De Stijl-beweging. Een auteur die qua ideeën over beeldende kunst en literatuur met Van Doesburg op eenzelfde golflengte zit, is Paul Van Ostaijen. Samen met een aantal Antwerpse kunstenaars wil hij een avantgardistisch tijdschrift oprichten: Sienjaal.

Toch is er nooit sprake geweest van een wederzijdse beïnvloeding en zijn er naast de overeenkomsten ook grote verschillen tussen de Vlaamse en de Nederlandse kunstenaars te noemen. Beide groepen zijn erg begaan met de explicitering van hun opvattingen over beeldende kunst en literatuur die onlosmakelijk verbonden zijn met nieuwe filosofische inzichten.

Enkele namen die de constructivisten beïnvloeden, zijn Plato, Hegel en Schoenmakers.Vooral die laatste inspireert hen met zijn stelling dat de werkelijkheid moet worden omgezet in constructies die met het verstand kunnen worden begrepen om er een voorstelling van te kunnen maken. Vandaar dat de beeldende kunst, en in het bijzonder de schilderkunst, bij hen van groot belang is. Via het beeld kan de kunstenaar de tegengestelden in de hem omringende werkelijkheid vatten en de achterliggende harmonie zichtbaar maken. Onze waarneming wordt daarbij een visionaire gebeurtenis, een fantasie die onder controle staat van de rede. Bijgevolg kunnen de objecten abstract worden voorgesteld, vrij van de grillen van de artiest, met als resultaat het autonome kunstwerk. Zowel bij Van Ostaijen als bij Van Doesburg moet kunst namelijk op zich staan, zonder aan banden te worden gelegd door moraal, godsdienst of politiek. Kunst staat voor esthetisch genot. Niet wat het voorstelt, maar wat het teweegbrengt is belangrijk. Toch betekent dat niet dat kunst volledig zonder sociale functie is. De Stijl-beweging hoopt zelfs op een nieuwe mens en maatschappij, die dankzij De Stijl-kunst en de verworvenheden van techniek en wetenschap gerealiseerd kan worden. (Van Bork & Laan 1986: 196)

De verschillen tussen de Vlaamse en Nederlandse kunstenaars zijn vooral terug te vinden in hun literaire opvattingen. Voor Van Doesburg en de zijnen is een kunstwerk het resultaat van een vernietigingsproces. Alles wat traditioneel is – wereldbeeld, taalconcept en logica – moet worden vernietigd. Dit proces leidt bij De Stijl-beweging uiteindelijk tot abstracte klankpoëzie. Paul Van Ostaijen laat het in zijn poëzie echter nooit zo ver komen. Ondanks zijn nadruk op klankwaarde en materiële aspecten van het woord, zal het betekeniselement nooit helemaal verdwijnen.

Een aparte plaats in hun werk is gereserveerd voor het dadaïsme. Voor beide groepen lijkt het dadaïsme de baanbreker te zijn voor het positievere constructivisme.

www.cultuurnetwerk.org

Deel dit artikel op Twitter of Facebook

Heb je een links, progressief of sociaal hart? Volg ons dan op Twitter of Facebook

Pageviews vandaag: 26.