kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Cornelis Anthonisz

Noord-Nederlands cartograaf, prentkunstenaar en schilder, (ca. 1505 Amsterdam - 1553 aldaar)

Cornelis Anthonisz, ook Anthonissen of Teunissen genoemd, behoorde tot een belangrijke Amsterdamse kunstenaarsfamilie: zijn grootvader en mogelijk ook zijn leermeester was Jacob Cornelisz. van Oostsanen. De portretschilder Dirck Jacobsz was zijn oom.

Van Cornelis zelf zijn vooral veel houtsneden bekend en maar twee schilderijen. Zijn beroemdste houtsnede is een plattegrond van de stad Amsterdam uit 1544, gedrukt van 12 houtblokken. Behalve kaarten maakte Anthonisz vorstenportretten en houtsneden met een moralistische - en soms ook humoristische - boodschap. Met dergelijke prenten bereikte hij waarschijnlijk een groot publiek.

Naamsvarianten: Cornelis Anthoniszoon/Anthonisz. Teunissen/Theunissen/Teunisz./Thonisz.

Biografie
In 1538 schilderde hij de eerste complete en (relatief) nauwkeurige plattegrond van Amsterdam in opdracht van de stad als geschenk voor keizer Karel V. Hij is vooral bekend om zijn houtsnedes. Zijn bekendste houtsnede is de Vogelvluchtkaart van Amsterdam uit 1544, die gedrukt is met 12 blokken.

Daarnaast maakte hij veel vorstenportretten en allegorische prenten. Aan hem zijn slechts twee schilderijen met zekerheid toe te schrijven, die beiden door de stad Amsterdam in permanent bruikleen zijn gegeven aan het Amsterdams Historisch Museum. Volgens de legenda op zijn Vogelvluchtkaart woonde hij “achter de Nieuwe kerk” in “de Schrijvende handt”. Een gevelsteen met een schrijvende hand erop was het herkenningsteken van schrijvers, boekhandelaren en kaartmakers.

Het banket van de Amsterdamse schutters, ook Braspenningsmaaltijd van het Voetboogschuttersgilde genoemd, 1533. Olieverf op paneel. 130 × 206,5 cm. Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum. Dit schilderij behoort tot de vroegste voorbeelden van een tot diep in de 17e eeuw verbreide wijze van portretteren, die kenmerkend is voor de vroege burgerlijke cultuur van de Noordelijke Nederlanden.
De tafel is met een groot wit tafelkleed gedekt. De ronde plaatjes zijn waarschijnlijk van hout en lopen op het latere ronde bord vooruit. De messen van de diverse deelnemers aan de maaltijd hebben een verschillende vorm, wat er op wijst, dat ze aan verschillende personen moeten hebben behoord. Vorken en lepels ontbreken. Wel zijn er glazen van diverse vorm, links op de voorgrond een noppenglas, zoals dit in Duitsland in die tijd werd gemaakt. Het glas dat een van de schutters links achter vasthoudt, gaat op een Italiaans voorbeeld terug, dat wat rechts voor op tafel staat, heeft nog een Middeleeuwse vorm. Het lijkt wel een pronkstuk, dat aan het gilde toebehoorde en mee afgebeeld moest worden. De fraaie tinnen kan met een lange tuit, die afgesloten is door een apart dekseltje, zal wel wijn bevat hebben. Rechts achter heeft een der deelnemers een tinnen kannetje in de hand. Het gebaar wijst er op, dat hij er wil uit drinken.
Merkwaardig zijn de drie glazen bakjes met hoge bodem, die door een der deelnemers iets links van het midden op een rond houten plaatje worden vastgehouden. Ze zijn nl. leeg, misschien hebben ze confituur bevat. Het voedsel op deze tafel is schaars, twee gebraden vogels, waarvan de ene, gezien de lange hals en snavel, waarschijnlijk een reiger is, de andere is waarschijnlijk een gans. Verder op een houten plaatje een haring en iets wat vermoedelijk een stuk citroen verbeeldt.
- (Amsterdam. 1538. Olieverf op paneel. 116 × 159 cm. Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum.
Dit is de oudste overgeleverde plattegrond van Amsterdam. Deze vogelvluchtkaart werd geschilderd in opdracht van het stadsbestuur en hing lange tijd op het stadhuis. Het noorden, waar nu het Centraal Station staat, ligt onder. De singelgracht liep (van rechtsonder naar linksonder) langs het huidige Singel, de Kloveniersburgwal en de Gelderse Kade richting IJ. Linksonder is de Schreierstoren afgebeeld en links staat de Waag, toen nog St. Antonispoort. Even verder was de Regulierspoort, tegenwoordig bekend als de Munt. De stad was ommuurd en de poorten en torens waren vestingwerken om de stad tegen invallende troepen te verdedigen. Het aantal inwoners in 1538 bedroeg ongeveer 12.000. Links (het oosten), buiten de stadsgracht, zijn scheepswerven met lijnbanen en houtzagerijen te zien. Dat was de zogenaamde Lastage, een gebied dat nu bekend staat als de Nieuwmarktbuurt.

Amsterdam in vogelvlucht, Cornelis Anthonisz., 1544, Rijksmuseum Amsterdam. Amsterdam. Deze kaart was een in prent vertaalde versie van het schilderij dat hij in 1538 had geschilderd en dat sindsdien op het stadhuis hing.
Beide kaarten, het schilderij en de houtsnede, tonen de stad vanaf een denkbeeldig punt ergens in de lucht, vanuit het noordoosten, het IJ onderaan, het zuiden boven. De haven ligt vol met schepen; rechts boven, zwevend op een wolk, zit de zeegod Neptunus die het stadswapen vasthoudt.
De kaart van Cornelis Anthonisz. was gemaakt naar het voorbeeld van de vermaarde vogelvluchtkaart van Venetië door Jacobo de Benari uit 1500. Dit was de eerste kaart met een complete stad in vogelvluchtperspectief. Alle waarnemingen van hoe gebouwen er uitzagen waren hierbij door Benari vanaf de begane grond en vanaf hoge gebouwen gedaan. Vervolgens werden ze vertaald via de wetten van het perspectief, naar hoe ze er vanuit de lucht uitzagen. Mogelijkheden om de stad werkelijk vanuit de lucht te bekijken had de maker van de kaart natuurlijk niet.
Cornelis Anthonisz. paste een zelfde werkwijze toe. Hij nam een, zeer waarschijnlijk door hemzelf opgemeten, stadsplattegrond als basis. Voor dat opmeten moet hij diverse torens en andere hoge gebouwen als meetpunt genomen hebben om vandaar uit via het meten van de hoeken en door het meten van de afstanden de positie van andere meetpunten te bepalen. Deze methode, de voorwaartse snijding, was nog maar kort tevoren (in 1533 in het Latijn, in 1537 in het Nederlands) gepubliceerd. Het is een vroege vorm van de driehoeksmeting of triangulatie, die pas na 1600 geperfectioneerd zou worden en sindsdien de basis is geweest voor alle kartering.
Op de stadsplattegrond trok Cornelis Anthonisz. vervolgens exact noord-zuid verlopende lijnen. Op het paneel waarop de vogelvluchtkaart geschilderd is, lopen die lijnen niet meer parallel, maar de schilder laat ze links boven aan de horizon samenkomen in een verdwijnpunt. Zo komt het, dat de stad beneden vooraan, aan de noordzijde, groter en breder is weergegeven dan boven, aan de zuidzijde, die verder van de toeschouwer verwijderd is. Zelfs de ingeschilderde bebouwing wordt op het schilderij naar boven toe iets kleiner. Midden boven, waar het Spui en de Heiligeweg met omgeving te vinden zijn, smokkelde de kunstenaar met het perspectief, om ervoor te zorgen dat de bebouwing daar toch nog duidelijk zichtbaar bleef.
Bij de bebouwing die Cornelis Anthonisz op de houtsnedekaart weergaf, lijkt geen sprake meer van perspectivische verkleining naar achteren toe. Alles is weergegeven in zogeheten scheve parallelprojectie, d.w.z. alle gebouwen staan onder een zelfde hoek op het kaartblad en alle verticale (opgaande) lijnen zijn parallel aan elkaar getekend, zonder perspectief. Wel zijn de belangrijke gebouwen de kerken, het stadhuis een maatje groter weergegeven, zodat ze beter in het oog springen.
De geschilderde kaart was een opdracht van het stadsbestuur. Het lijkt erop dat Cornelis Anthonisz. de houtsnedekaart gemaakt en uitgegeven heeft op eigen initiatief. In wat voor aantallen deze werd gedrukt, is onbekend. Wel weten we dat hij tenminste nog zesmaal opnieuw is uitgegeven, de laatste keer kort na 1636, dus bijna een eeuw na ontstaan. Een van de weinige middelen om de diverse uitgaven uit elkaar te houden, zijn de kleine wijzigingen in de gedrukte tekst midden boven op de kaart. Hier kon met losse drukletters steeds iets veranderd worden. In de voorstelling, gesneden in twaalf houtblokken, konden geen wijzigingen worden aangebracht. Dat betekent, dat de kaart al snel niet meer de actuele situatie weergaf, maar als antiquarisch object voldoende populair bleef om alle herdrukken lonend te maken.
De kaarten die vanaf het eind van de 16de eeuw verschenen, waaronder de vogelvluchtkaarten van Pieter Bast en Balthasar Florisz., werden gegraveerd of geëtst op koperen platen. Hierop konden bij de diverse herdrukken wel veranderingen in het kaartbeeld worden aangebracht, waardoor deze kaarten langer actueel bleven. - Dit is de bewerkte en ingekorte versie van een artikel dat eerder verscheen onder de titel 'Zwevend boven daken en pleinen' in Ons Amsterdam, 10/11 (2002) pag. 318-336.

Inkt op papier/Houtsnede, 49,6 x 35,9 cm
Deze houtsnede van Cornelis Anthonisz toont een merkwaardig tafereel: een trapvormig bouwwerk vol mensen en dieren. Links vooraan ligt een baby in een bedje, rechts zit een grijsaard met zijn benen bungelend boven een open graf. Bij de baby begint een 'leeftijdentrap', die van wieg tot graf tien treden telt, tien levensfasen. Bij elke leeftijd is een beest te zien dat die fase typeert: het jongetje van tien bijvoorbeeld heeft een springerig bokje bij zich, de veertiger is nobel en verstandig als een leeuw, de vijftiger slim als een vos en de tachtigjarige zit op een trage ezel. Aan de 'jonge' kant van de trap staat een boom vol in blad, met vogels en muziekinstrumenten. Aan de 'oude' kant hangen brillen en krukken in een kale boom.
De leeftijdentrap heeft de vorm van een klassieke triomfboog. In deze prent lijken de tijd en de dood te triomferen: de tijd, weergegeven als zandloper, staat boven alles. De dood, een skelet, staat op de triomfboog en toont zijn dodelijke pijlen. Triomfantelijk kijkt hij neer op de doodkist beneden. De doodkist leidt de blik naar het visioen chter de boog: een beeld van het Laatste Oordeel, waarbij Christus als rechter troont op de wereldbol. De triomfboog krijgt hierdoor een extra betekenis: uiteindelijk overwint niet de dood of de tijd, maar de gelovige die beloond wordt met een plaats, voor eeuwig, in de hemel.
De doodkist vormt de schakel tussen de stokoude man en de pasgeboren baby, en maakt de cirkel van figuren rond. Die cirkelvormige compositie lijkt te verwijzen naar de eindeloze cyclus van geboren worden, leven en sterven. Op elke trede van de trap tussen geboorte en dood blijft een mens maar even. Tegelijk doet de leeftijden-cirkel denken aan het 'levensrad', een beeld voor de wisselvalligheid van het bestaan: de mens draait mee op het rad en belandt telkens in een andere positie, of hij wil of niet.

De leeftijdentrap was eeuwenlang een geliefd thema. Van de 16de tot de 20ste eeuw werden talloze 'trappen des ouderdoms' in prent gebracht. Er zijn verschillende varianten: trappen met alleen mannen, met alleen vrouwen en met paren.
De oudste leeftijdentrappen waren gedetailleerde houtsneden en gravures op groot formaat - prijzige prenten voor welgestelde kopers. Vanaf ongeveer 1630 verschenen ook volksprenten: eenvoudig uitgevoerde houtsnedes, gedrukt op goedkoop papier.

Reinout III van Brederode (1493-1556), Heer van Vianen. Deken der Orde van het Gulden Vlies, raad en kamerheer van Karel V. 1550-1556. [Olieverf] op paneel. 78,6 × 67 cm. Amsterdam, Rijksmuseum Amsterdam. Toegeschreven aan Cornelis Anthonisz.

Websites: beeldbank.amsterdam.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 285.