kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05 02 2017 15:49 voor het laatst bewerkt.

dada

Dada of dadaïsme is een literair-artistieke beweging die tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond als een reactie op het expressionisme en die gericht was tegen de bourgeoiscultuur.

De naam 'dada' zou terug te voeren zijn op een demonstratieve kinderkreet, bij wijze van slogan door Hugo Ball gelanceerd. Men ontkende elke verdere betekenis of semantische toedichting.

De beweging was internationaal georiënteerd en vond tijdens de Eerste Wereldoorlog haar eerste centrum in het neutrale Zwitserland, waar vooral Hans Arp een belangrijke rol speelde bij de oprichting van het 'Cabaret Voltaire' in Zurich (1916).

Aan de eerste gemeenschappelijke tentoonstelling van de dadaïsten in 1917 deden behalve Hans Arp ook Max Ernst, Lyonel Feininger, Paul Klee, Oskar Kokoschka, Giorgio Chirico, Wassilij Kandinsky, Amedeo Modigliani, Tzara, Janco en anderen mee. Andere dada-centra ontstonden in New York en Parijs, verder in Berlijn rond Hülsenbeck, in Hannover door de werken van Kurt Schwitters en in Keulen rond de kunstenaars Arp en Max Ernst.

Kenmerkend voor de veelsoortige werken en acties van de dadaïsten waren vooral de ontkenning van elke burgerlijk-idealistische cultuur die men medeverantwoordelijk hield voor de door oorlog en autoritaire conventies bepaalde situatie tijdens en na de Eerste Wereldoorlog.

De dadaïstische avant-garde voerde het idealistisch-ethische kunstbegrip, zoals dat gedeeltelijk ook gold voor het expressionisme, ad absurdum en stelde er met provocerende humor en subtiele ironie een door pathos en religieus decor beïnvloed kunstbegrip tegenover. 'De heiligheid van het zinloze is de ware tegenstelling tot de eer van de burger.' (Raoul Hausmann) Men wilde de gezeten burgerij shockeren en imiteerde op een destructieve manier de traditionele conventies en rituelen van het cultuurbedrijf en van het burgerlijk zelfbegrip.

Deze radicale kritiek in woord en beeld leidde tot spectaculaire processen, bijvoorbeeld tegen de Berlijnse dadaïsten George Grosz, Rudolf Schlichter, Johannes Baader en John Heartfield. Zij werden veroordeeld wegens belediging van het leger, pornografische ondermijning van de burgerlijke moraal en godslastering.

De zinloosheid van het dadaïsme als de ontkenning van de heersende burgerlijke cultuur en als afwijzing van culturele instituties kon echter alleen maar bestaan in een tijd waarin deze ontkenning als provocatie werd gezien. dada gaf haar daardoor een destructieve 'zin'. In de jaren twintig echter werd dada meer en meer een erkende kunstvorm, waardoor het einde van de eigenlijke beweging al snel volgde.

Het dadaïsme werd in 1922 op een congres voor dadaïsten en constructivisten door Tristan Tzara dood verklaard. Dada hief zichzelf op om aan de institutionalisering te ontkomen.

Schwitters bleef na de doodverklaring van Dada trouw aan zijn uitgangspunten. Hij werkte samen met Theo van Doesburg aan de Dada-veldtocht, een reeks DADA-avonden door Nederland in 1923. Van Doesburg hield een lezing, Wat is Dada?, terwijl hij geregeld werd onderbroken door geblaf uit de zaal, afkomstig van de Duitse Kurt Schwitters. kurt schwitters las gedichten voor, Huszar trad op met zijn Mechanische dansfiguur en Nelly van Doesburg speelde piano. Verdere dada-activiteiten ontplooide Schwitters tijdens zijn verblijven in Drachten waar hij met Evert en Thijs Rinsema, bekenden van Theo van Doesburg, vriendschappelijke banden onderhield.

In 1923 karakteriseerde Theo van Doesburg dada als volgt: Van elk 'ja' ziet Dada gelijktijdig het 'neen'. Dada is ja-neen: een vogel op vier poten, een ladder zonder sporten, een kwadraat zonder hoeken. Dada bezit evenveel positiva als negativa. De meening: Dada is alleen destructief is het leven, waarvan Dada de uitdrukking is. Dada bestrijden beteekent zichzelf bestrijden. Dada wil afrekenen met de scheiding tusschen een transcendentale en een alledaagse werkelijkheid….

Met de vaste programmaonderdelen 'inleiding in de dadasofie', 'von abstracter Lyrik bis zum Urlaut', 'die große glorreiche Revolution in Revon' en 'banaliteiten' werd DADA in het Duits, Nederlands en zelfs Fries aan het Nederlandse publiek voorgesteld. Of misschien beter gezegd: daarmee werd het publiek tot DADA gedreven.

'Het dadaïsme bracht Holland den genadeslag toe. Twee maanden achtereen at Holland dadabloedworst, dronk dadabier en hield uitverkoop zijner geestelijk inventaris tegen dadaprijzen.' - Theo van Doesburg

'Dada brengt alle groote spanningen van onzen tijd op hun grootst gemeenen deeler. Deze grootst gemeenen deeler is: nonsens. Niet Dada is nonsens - maar het wezen van onzen tijd is nonsens.' - Kurt Schwitters

De recensent die de dada-avond in Rotterdam in de Nieuwe Tilburgsche Courant beschreef, en over het idiote dadaïsme sprak, gaf een uitvoerig verslag van de avond, en schreef onder meer:
De menschen zijn gekomen om herrie te maken.
Theo van Doesburg kondigt aan, dat mevrouw van Doesburg den bruidsmarsch van een krokodil zal spelen.
Het wordt dan even stil. Maar onder het pianospelen is er aldoor hilariteit. We matigen ons geen oordeel aan over dadastische muziek.
Er is nog al wat applaus.
Dan komt Kurt Schwitters weer. Hij maakt de zaal gek. Zoolang die onverstoorbare man in het grijze wandelpak op 't podium is, gaat het gefluit, het dada-geroep, het huilend gejoel voort.
Het is onbegrijpelijk. Dit heele type is zonderling.

Deze »veldtocht voor het dadaïsme«, bezorgde DADA hier te lande voor korte tijd een ongekende populariteit. 'Heel Holland is dada', stelde Schwitters in een tussenbalans. Theo van Doesburg ging nog een stap verder en constateerde zelfs 'Hollands bankroet door dada', aangezien kunstminnend Nederland zijn 'dadaïstische instincten' de vrije loop had gelaten en 'ter eere van dada zijn geestelijke goden bespuwde en beklodderde'. En precies dat was de opzet van de tournee, in ieder geval voor Schwitters, die wilde aantonen dat 'dada de stijl is van onze tijd, die geen stijl heeft', om zo de weg vrij te maken voor een nieuwe kunst. Deze nieuwe kunst werd gepresenteerd onder verschillende noemers - De Stijl en Nieuwe Beelding in het geval van Van Doesburg en Huszár, MERZ in het geval van Schwitters.

Dada bood geen alternatief. Het uitgangspunt was dat er schoon schip gemaakt moest worden. Ieder moest daarna maar zijn eigen weg zoeken.

Men rekent dada tot de belangrijkste inspiratiebronnen voor de moderne kunst. Veel uitdrukkingsvormen, ook van hedendaagse kunst, vinden hun oorsprong in de ironische en zelfbespiegelende uitdrukkingsvormen van het dadaïsme. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 151.