kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-02-2010 voor het laatst bewerkt.

David Alfaro Siqueiros

Mexicaans kunstenaar, geboren 29 december 1896 in Camargo, Chihuahua - gestorven, 6 januari 1974 in Cuernavaca, Morelos.

David Alfaro Siqueiros, een sociaal realistisch schilder en communist, was één van verschillende beroemde Mexicaanse muralisten uit die tijd, waaronder Diego Rivera, José Clemente Orozco en Rufino Tamayo. Zijn kunst is een directe reflectie van de tijdsperiode waarin hij als kunstenaar floreerde. Zijn kunst was diep geworteld in de Mexicaanse Revolutie, een gewelddadige en chaotische periode in de Mexicaanse geschiedenis, waarin verscheidene sociale en politieke partijen vochten voor erkenning en om de macht.
De periode van de jaren 1920 tot de jaren 1950 staat bekend als de Mexicaanse Renaissance van de muurschildering en Siqueiros was actief in de poging een kunst te creëeren die tegelijkertijd Mexicaans en universeel was.

Biografie
José David Alfaro Siqueiros wordt op 29 december 1896 geboren in de stad Santa Rosalia, in de noord Mexicaanse provincie Chihuahua (tegenwoordig heet de stad Camargo), als de tweede van drie kinderen. Zijn vader Cipriano Alfaro, een rijke advocaat die uit een familie van rijke landeigenaren stamt, is een disciplinair en religieus katholiek. Siqueiros artistieke kwaliteiten komen in belangrijke mate van zijn moeders kant van de familie, Teresa Siqueiros de Barcenas, van Creoolse hacendado (hacienda eigenaar) afkomst, waaronder musici, dichters en kunstenaars.

Teresa sterft in 1898 en zijn vader Cipriano vertrouwd zijn kinderen toe aan de zorg van hun grootouders Eusebita en Antonio Alfaro. Antonio, vanwege zijn moed "Siete Filos" of "Seven Blades" genoemd, had aan de kant van de Republikeinen tegen de Mexicaanse Imperialisten gevochten en de Fransen in de Oorlog van de Franse Interventie (1861-1867).

In 1907 haalt Cipriano zijn kinderen terug om bij hem in Mexico City te wonen en moeten de jongens naar de katholieke Frans-Engelse school, onder leiding van de Marist monniken. Hier komt Siqueiros voor het eerst in aanraking met kunst; religieuze schilderijen van koloniale Mexicaanse kunstenaars, die een onuitwisbare indruk op hem maken. Later krijgt hij zijn eerste lessen in kunst op deze school van de schilder Eduardo Solares Gutierez.

In 1910, heeft Siqueiros besloten dat hij schilder wil worden, dus naast zijn studie aan de Nationale School voor Voorbereidend Onderwijs
neemt hij tegelijkertijd kunstlessen aan de San Carlos kunstacademie.

Mexicaanse Revolutie
Van 1910-13 studeert Siqueiros aan de kunstacademie San Carlos in Mexico-Stad. Hij is al jong politiek geëngageerd en in 1911 gaan de kunststudenten in staking tegen een bijzonder conservatieve docent, wat al snel escaleert tot een protest tegen het algehele establishment.

Tijdens de Mexicaanse Revolutie sluit Siqueiros zich in 1914 aan bij het Constitutionele Leger van Venustiano Carranza. Terwijl hij in het leger zit reist hij door een groot deel van Mexico. Samen met zijn bataljon vecht hij in Veracruz, Chiapas en Oaxaca, voordat ze naar het westen gestuurd worden naar Nayarit. Siqueiros wordt al snel gepromoveerd tot tweede luitenant en wordt stafofficier. Tegen het einde van de oorlog in 1918, heeft hij de rang van kapitein en is hij gewond geraakt.

Eerste muurschilderingen
Na de oorlog gaat hij naar Guadalajara om voor het eerst in 4 jaar weer te schilderen. Siqueiros schildert onder meer portretten, voornamelijk voor het geld en schilderijen met de Revolutie als thema, zoals de kunstenaar die zelf beleefd had. In het werk in zijn vroege periode zit veel religieus beeldwerk, wat geheel verdwijnt nadat hij volkomen de communistische ideologie omarmt.

Later dat jaar, trouwt de kunstenaar met Graciela Amador (Gachita, genoemd), de zuster van zijn wapenbroeder kapitein Octavio Amador. Kort daarna ontvangt Siqueiros een beurs van de regering voor een driejarig studieverblijf in Parijs en Barcelona. Op weg naar het continent maken ze een stop in New York City waar Orozco woont en blijven daar bijna een jaar.

Uiteindelijk arriveren ze in 1919 in Parijs, maar Siqueiros vindt de Franse hoofdstad in artistiek opzicht teleurstellend. Hij ontmoet Diego Rivera weer, met wie hij voor de Revolutie al kennis had gemaakt en die een kubistische periode doormaakt. Rivera introduceert Siqueiros bij Georges Braque en andere kubisten. Hij bewondert en wordt beïnvloed door Paul Cezanne.

Siqueiros vindt de Europese kunst uit deze periode echter moedeloos en decadent (nauw betrokken bij het schilderen als een doel op zich, eerder dan zijn grotere betekenis voor de maatschappij en de wereld).
Siqueiros denkt echter totaal anders over de muurschilderingen uit de Italiaanse Renaissance, die hij samen met Diego Rivera tijdens hun uitstapje naar Italië heeft gezien. Deze zijn volgens hem echte kunst voor het publiek, betekenisvol en toegankelijk voor het publiek. Later dat jaar terwijl hij in Barcelona verblijft, organiseert de kunstenaar de publicatie van het tijdschrift Vida Americana (Het Amerikaanse leven). In de eerste en enige uitgave, roept hij op tot het creëeren van nationale monumentale kunst, gebaseerd op de pre-Columbiaanse inheemse Amerikaanse kunst.

In de artistieke avant-garde van Mexico had dit idee al postgevat en in dat jaar werd door de minister van Onderwijs Jose Vasconcelos, een overheidsprogramma ingesteld om muurschilderingen met een nationalistisch thema te sponsoren.

In 1922 keert Siqueiros terug naar Mexico en maakt zijn eerste muurschildering in een trappenhuis van de Nationale School voor Voorbereidend Onderwijs, genaamd The Elements (1922). Dit werk had nog een vrij neutraal thema, wat echter snel zou veranderen. In 1923 sluit Siqueiros zich aan bij de recent gevormde Mexicaanse Communistische Partij (PCM).
Tegelijkertijd, op zijn aandringen, vormen de kunstenaars de Unie van Technische Werkers, Schilders en Beeldhouwers, waarvan hij (gekozen) secretaris-generaal was. In 1924 publiceren zij de krant El Machete, met als doel de revolutie zeker te stellen en de belangen van de werkende klasse te beschermen.

De Mexicaanse politiek begon echter in een reactionaire fase te geraken en de president, generaal Alfaro Obregon (sinds 1920), bleek geen vriend van de democratie, waarop Siqueiros hem regelmatig bekritiseerde in El Machete. De Unie van Schilders steunt Obregon wel tijdens een contrarevolutie in 1923, maar alleen omdat ze in hem de minste van twee kwaden zagen.

In 1924 voltooit Siqueiros het werk The Burial of the Martyred Worker, ook in de Nationale School voor Voorbereidend Onderwijs en schildert een hamer en sikkel op de grafkist. De conservatieve studenten van de school worden razend en er volgen verschillende conflicten, waarop de muralisten vuurwapens gaan dragen ter zelfverdediging. Op een gegeven moment marcheert een bataljon Yaqui Indianen (oprechte aanhangers van de revolutie) de school binnen om de muurschilderingen te verdedigen.

Korte tijd later treedt de minister van Onderwijs Jose Vasconcelos af en vaardigt de regering een ultimatum af: Of de schilders geven hun Unie op (en de publicatie van El Machete), of ze krijgen geen geld meer van de regering. De schilders weigeren. Wanneer Diego Rivera een meer verzoenende toon kiest, stemmen ze om hem uit de Unie te gooien. Wat er al snel toe leidt dat hij de enige fresco-schilder is die nog mag werken.

Als antwoord hierop wordt Siqueiros politiek activist. Hij reist naar Jalisco, waar hij helpt de vakbonden te organiseren voor de zilvermijnwerkers. In 1927 is hij hoofd van de "Confederacion Sindical Unitaria de Mexio" of CSUM, een nationale vakbondsorganisatie die mijnwerkers, boeren, fabrieksarbeiders, spoorwegarbeiders, leraren en andere groepen bij elkaar brengt. Al snel is hij persona non grata bij de regering en wordt verschillende keren gedetineerd door de politie. In 1928 bezoekt hij de Sovjet Unie om het Congres van de Rode Vakbonden bij te wonen, wat hem nog impopulairder maakt bij de Mexicaanse regering.

Hij ontmoet de communistische Uruguyaanse schrijfster Blanca Luz Blum, met wie hij een verhouding krijgt en hij gaat uiteindelijk scheiden van zijn vrouw. Omdat de Mexicaanse communistische partij Blanca niet vertrouwd wordt Siqueiros in 1930 uit de partij gegooid. In mei van dat jaar wordt hij gearresteerd en zonder proces in de gevangenis gezet, vanwege deelname aan een Mei Dag-parade. Na verscheidene maanden wordt hij vrijgelaten op voorwaarde dat hij Mexico City verlaat en zich vestigd in de stad Taxco, zonder het recht om te reizen.
Hier gaat hij weer schilderen en in in slechts een paar jaar maakt hij honderden schilderijen.

In 1932 heeft Siqueiros zijn eerste solotentoonstelling in het "Spaanse Casino" in Mexico City, georganiseerd door zijn vrienden en sympatisanten. Onder deze werken zijn politiek geladen schilderijen als Mine accident, Peasant mother, Proletarian Mother en Portrait of a Dead Child.
Later dat jaar krijgt Siqueiros toestemming van de autoriteiten om naar de V.S te gaan en in 1932 arriveert hij, met Blanca Luz en haar zoon uit een eerder huwelijk, in Los Angeles.

Buitenlandse Jaren
De Mexicaanse beweging van muralisten had de interesse opgewekt van de Amerikaanse intellectuelen en hij werd uitgenodigd zijn werken te exposeren en vervolgens gevraagd fresco te doceren aan het private Chouinard Art Institute. Hier gaat hij experimenteren met nieuwe muurschildertechnieken, waarbij hij gebruik maakt van moderne materialen en verven. Hij kan zijn uitgesproken politieke ideeën niet los laten en de oefenmuurschildering die hij samen met zijn leerlingen maakt, met daarop blanken, zwarten en indianen zij aan zij uitgebeeld, wekt grote ergernis bij het Amerikaanse publiek.

Binnen tien jaar wordt deze fresco, plus één van de twee andere muurschilderingen die hij tijdens zijn verblijf had gemaakt, vernietigd.

In de V.S trouwt Siqueiros uiteindelijk met Blanca Luz, maar het gaat dan al niet meer goed met hun relatie. Hij ontmoet de jonge Mexicaanse Angelica Arenal en zij zal later zijn derde vrouw worden.

Wanneer zijn visum afloopt moeten hij zowel als Blanca Luz de V.S. verlaten en gaan zij naar Montevideo in Uruguay. Siqueiros geeft hier een serie lezingen over het sociale belang van kunst. In zijn schilderij Proletarian Victim (1933), experimenteert hij voor het eerst met Pyroxyline verf dat hij opbrengt met een verfpistool. Dit medium zal later kenmerkend voor zijn werk worden.
In juni 1933 wordt hij uitgenodigd om lezingen te geven in Argentinië. Hij wordt al na zes maanden door het steeds fascistisch wordender regime verbannen. Vlak voor zijn vertrek breekt hij met Blanca Luz.

Siqueiros gaat naar New York en komt zonder problemen de V.S. binnen, waar hij weer in contact komt met de Amerikaanse kunstenaars en zijn politieke en artistieke ideeën promoot.

In 1934 komt er een nieuwe president in Mexico, Lazaro Cardenas, waardoor verbannen Mexicaanse dissidenten terug kunnen keren naar hun land.

Begin 1935 keert Siqueiros terug naar Mexico en neemt direct zijn politieke activiteiten weer op. Hij wordt in ere hersteld in de PCM (de communistische partij) en botst hevig met Diego Rivera, die hij als verrader van de MMM ziet. Hun debatten over elkaars politieke standpunten, artistieke visie en persoonlijke kwaliteiten, boeien maandenlang het intellectuele leven in het land.

In januari 1936 wordt Siqueiros als afgevaardigde naar het American Artists' Congress in NYC gestuurd, waar hij twee werken exposeert in Pyroxyline verf met verfpistool, The Birth of Fascism (1936) en Stop the War (1936).
Eveneens in New York in 1936, is hij eregast op de "Contemporary Arts" exhibition in de St. Regis Gallery. Hier houdt hij ook een politieke kunstworkshop ter voorbereiding voor de algemene staking van 1936 voor Peace and May Day Parade. De jonge Jackson Pollock woont de workshop bij en helpt hem.
Siqueiros leidt ook een aantal experimentele kunstworkshops voor Amerikaanse studenten, waar hij experimenteert met verfpistool, projectie, kunstharsen, fotografie, masoniet etc. In New York ontmoet hij Angelica Arenal weer en ze gaan samenwonen.

Spaanse Burgeroorlog
Nadat Siqueiros in 1936 hoort van het revolutionaire conflict in Spanje besluit hij naar Europa te vertrekken. In januari 1937 komt hij in Valencia aan, zes maanden na de uitbraak van Spaanse Burgeroorlog.

Al snel wordt Siqueiros soldaat in het vijfde regiment, een deel van de Internationale Brigade, onder leiding van de Italiaanse communist Vittorio Vidali of "Carlos Contreras", die een zeer harde lijn in de Stalinistische ideologie aanhangt.
Siqueiros wordt uiteindelijk na verschillende promoties, in de lente van 1937 gepromoveerd tot luitenant-kolonel. Terwijl hij in Spanje is, sterft zijn vader in Mexico.

Angelica komt in maart als journalist naar Spanje, waar zij Siqeuiros bezoekt aan het front. Korte tijd later trouwen zij, maar het grootste deel van de oorlog kunnen zij niet bij elkaar zijn vanwege hun verschillende functies.

In november reizen ze terug naar huis, Angelica vanwege haar zieke moeder en Siqueiros om artillerie en vliegtuigmaterieel voor de Republikeinse strijdkrachten te verwerven. Ondertussen dient Siqeiros een petitie in bij de Mexicaanse regering om Trotski uit te zetten, aan wie politiek asiel was verleend. Hoewel er een hartelijke verstandhouding tussen de president en Siqeiros bestond, werd zijn verzoek niet ingewilligd.

Begin 1938 keert hij terug naar Spanje met het materieel en gaat voor de Spaanse geheime dienst werken. Hij wordt als spion naar Italië gestuurd en keert na een succesvolle missie al snel terug in Spanje. De oorlog is voor hem evenals voor de internationale brigade bijna voorbij. In september 1938 tekenen de Spaanse Republikeinen een overeenkomst met de Nationalisten (die zich nooit aan hun kant van de overeenkomst houden), om de buitenlandse troepen uit hun rangen uit te wijzen. Siqueiros verzamelt zijn landgenoten om terug te trekken. Terug in Mexico ijvert hij voor de toelating van Spaanse vluchtelingen, waardoor hij weer in conflict met de regering komt.

Siqueiros keert terug naar de schilderkunst en maakt talrijke schilderijen, waarvan de belangrijkste the Echo of the Scream (1937) en the Sob (1939), nu allebei in het Museum of Modern Art in New York en natuurlijk fresco's. Zijn belangrijkste werk uit deze periode is the Portrait of the Bourgeoise (1939), geschilderd voor de Unie van Electriciens, wederom een bevestiging van zijn reputatie als meester-muralist.

De moord op Trotsky
In Spanje had Siqueiros nauw samengewerkt met de Comintern, de door de USSR gesponsorde militante revolutionaire beweging, welke pleitte voor het gebruik van ieder wenselijk middel, inclusief terroristische tactieken en moord, om zijn doel te bereiken bij het omverwerpen van de kapitalistische maatschappij en te vervangen door het sovjet communisme. Formeel was hij nooit lid, maar de kunstenaar was het wel eens met hun politieke ideeën en in enige mate met hun methodes.

Siqueiros en andere Mexicaanse communisten, zweren om Trotski, de gezworen vijand van de Comintern, op wat voor manier dan ook uit hun land te verwijderen.

Omdat hij er met zijn talrijke petities aan Cardenas niet in slaagt Trotsky uitgewezen te krijgen, besluit hij dat de enige oplossing een aanval op Trotski's zwaar bewaakte verblijfplaats is. Hiervoor brengt hij 25 man bij elkaar, waaronder kunstenaars die onder hem werken, compagnons uit zijn dagen van de vakbonden en oud mede-militairen. Hoewel hij later zegt dat hij uit eigen beweging gehandeld heeft, is het bijna zeker dat de Comintern een hand heeft gehad in de voorziening van geld, materieel en mankracht.

In de nacht van 23 en 24 mei 1940 gaan Siqueiros en zijn mannen in de aanval. Ze overweldigen de politiewacht die buiten staat en verkrijgen toegang tot het gebouw via een verrader onder Trotski's bodyguards. Eenmaal binnen openen ze het vuur met automatische wapens zonder enig onderscheid. Trotski en zijn vrouw Natalya schuilen in de slaapkamer achter hun zware bed. De aanvallers, bang voor versterking van de politie, controleren niet of hun doelwit wel dood is.

Siqueiros is bijna direct verdachte en verschillende van zijn compagnons worden gearresteerd en wijzen hem aan als de leider van de samenzwering. In de V.S. waar hij eerder meer als lastig dan als gevaarlijk werd gezien, verzameld de regering alle mogelijke informatie over de communistische kunstenaar.

De schilder wacht de actie van de Mexicaanse regering niet af en vlucht naar het platteland van Jalisco, waar hij contacten en sympatisanten uit zijn vakbondsdagen heeft. Er wordt een leger van politie en soldaten opgezet om jacht op hem te maken en Siqueiros wordt uiteindelijk zo'n vier maanden later gearresteerd.

Tijdens het proces houdt Siqueiros vol dat het nooit zijn bedoeling is geweest Trotsky te vermoorden, doch slechts te provoceren opdat Trotski het land uitgezet zou worden. Deels vanwege zijn verhouding met de huidige Mexicaanse regering en deels vanwege een meer naar een pro Sovjet opgeschoven regerings ideologie, wordt hij vrijgesproken van de poging tot moord en op borgtocht vrijgelaten.
Met nog drie processen hangende regelt de nieuwe Mexicaanse president Avila Camacho dat Siqueiros uit het land gezet wordt. Hij krijgt een visum voor Chili evenals vliegtuigtickets en vertrekt vlak na zijn vrijlating, samen met Angelica en haar dochter Adriana.

Hun vlucht is betaald tot Panama, wat ertoe leidt dat Siqueiros vermoed dat hij uitgeleverd zal worden aan de V.S.. Hij annuleert zijn vlucht en koopt tickets naar Bogota, Columbia. Daar aangekomen huurt hij een auto en reist over land naar Equador. Dit had niemand van hem verwacht en Siqueiros is van de aardbodem verdwenen.

Het Mexicaanse gezin heeft geen moeite de grens naar Equador te passeren, afgelegen, bergachtig, erbarmelijk bewaakt en weinig bereisd, maar prachtig. Hoewel ze noch een Colombiaans noch een Equadoriaans visum hebben, laten de bewakers ze door, geamuseerd om buitenlanders zo ver van de normale routes te vinden.

Via Equador en Peru, arriveren ze uiteindelijk in Chili, hun oorspronkelijke doel, waar Siqueiros opnieuw grote beroering teweegbrengt: De Chileense regering had het visum van de schilder bijna direct nadat ze het verleend hadden weer herroepen, waardoor hij nu illegaal is. Avila Camacho echter wil niet dat Siqueiros alweer zo snel terugkomt naar Mexico en er volgt diplomatiek overleg op hoog niveau om het conflict op te lossen. Uiteindelijk mag Siqueiros blijven en krijgt zelfs een opdracht voor een muurschildering, op de voorwaarde dat hij de provinciestad Chillan niet verlaat.

Het gebied was eerder dat jaar getroffen door een ardbeving en ze waren bezig met een grote herbouwproject. Siqueiros wordt gevraagd een muurschildering te maken in de hal van een nieuwe school. Het werk Death to the Invader (1942), laat de strijd van de inheemse Mexicaanse en Chileense bevolking zien tegen Europese veroveraars. De muurschildering, een van Siqueiros meesterwerken, is een groot succes en overtuigd de Chileense regering om hem zijn bewegingsvrijheid terug te geven.

Ondertussen is de V.S., door de Japanse aanval op Pearl Harbor, betrokken geraakt bij de Tweede Wereldoorlog en Siqueiros wordt, vanwege zijn anti-fascistische standpunt, een tijdelijke bondgenoot. Hij wordt betaald om om op tournee te gaan door Zuid-Amerika om een boodschap van anti-fascisme te brengen.

Alle pogingen echter van Siqueiros om in de V.S. toegelaten te worden, waar hij uitnodigingen had voor exposities en voor het maken van muurschilderingen, worden door het ministerie van Buitenlandse Zaken tegen gehouden.
In plaats daarvan reist hij naar Cuba (toen binnen de invloedssfeer van de V.S.), waar hij, om zijn slechte financiële situatie op te lossen, twee muurschilderingen maakt voor privé personen: New Day of the Democracies (1943; nu in het Nationale Museum van Cuba) en Allegory of Equality and Fraternity of the White and Black Races in Cuba (1943). De eigenaar van dit laatse werk, de vrouw van één van Cuba's rijkste industriëlen, was zo geschokt door het werk, dat het niet lang na voltooiing vernietigd werd.

Terugkeer naar Mexico
In 1943 krijgt Siqueiros een garantie van de Mexicaanse autoriteiten dat hij niet vervolgd zal worden wanneer hij terugkeert naar zijn land. Eind van dat jaar keert hij terug naar Mexico City.
Siqueiros en Angelica vestigen zich in een groot van zijn schoonmoeder. Verscheidene maanden houdt hij zich op de achtergrond, mijdt vrienden en journalisten en schildert in eenzame afzondering.

Echter wanneer blijkt dat er geen vergelding zal komen voor zijn eerder vlucht, maakt hij zich op om de Mexicaanse kunstscene met zijn gebruikelijke flair te betreden. In de jaren veertig was de Mexicaanse muralistische beweging gestagneerd, door geldgebrek en gebrek aan algemene belangstelling en Siqueiros wil het weer tot leven roepen.

In de maanden van afzondering maakte hij de muurschildering Cuauhtemoc Against the Myth (1944) in het interieur van het huis van zijn schoonmoeder, wat hij die zomer onthuld. De eerste reactie van de critici is dat Siqueiros achterloopt en dat muralisme dood en begraven is, wat de schilder onberoerd laat.

Met venijnige aanvallen op het Franse formalisme - het label dat hij op alle Europese continentale kunst plakt - en enthousiaste artikelen slaagt Siqueiros erin steun te krijgen voor de kwijnende muralistische beweging.
Al snel heeft hij opdrachten voor twee nieuwe muurschilderingen: New Democracy (1944), dat in het Paleis voor Schone Kunsten in Mexico City wordt geschilderd en Patricians and the Killers of Patricians (Patricios y Patricidas, pas voltooid in 1968, wegens eindeloze belemmeringen, bureaucratisch en anders) dat geschilderd zal worden in de "ex Aduana" in Mexico City.

In 1947 heeft Siqueiros een solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten, zijn eerste in Mexico in zo'n 15 jaar. Hij exposeert onder meer El Coronelazo (1945, een zelfportret), Our Present Image (Nuestra Imagen Actual, 1947), Cain in the United States (1947) en the Devil in the Church (1947).

In deze periode neemt de schilder ook zijn politieke activiteiten weer op, hij wordt opnieuw lid van de communistische partij, neemt deel aan bijeenkomsten, schrijft artikelen en mengt zich in polemieken.
Al snel wekt hij wederom de ergernis van de conservatieve elementen in de samenleving en ook de veiligheidsdiensten van de V.S. houden hem scherp in de gaten sinds zijn aanval op Trotski. Aan de korte kameraadschap tussen het Westen en de S.U. tijdens de Tweede Wereldoorlog komt snel een einde en deze gaat over in de Koude Oorlog. Siquieros zal hiervan later de gevolgen ondervinden. Nu is de regering hem echter goed gezind.

Het jaar 1950 markeert een belangrijke doorbraak voor de schilder. Siqueiros wint de tweede plaats op de Biënnale van Venetië, de eerste waar het werk van Mexicaanse muralisten getoond werd, net de eerste plaats verliezend aan Henri Matisse. Voor de schilder die geloofde dat Mexicaanse kunst nooit erkend zou worden binnen de kringen van het Europese fromalisme was dit een grote alsook aangename verrassing.

In dat jaar krijgt hij twee nieuwe opdrachten voor muurschilderingen in het Paleis voor Schone Kunsten en hij maakt Cuauhtemoc Reborn (1951) and The Torture of Cuauhtemoc (1951).

Nu de Koude Oorlog begint te escaleren, wordt de nieuwe communistische "beroemde zaak" de inspanning om een einde te maken aan de Koreaanse oorlog, welke een "manifestatie van Westers imperialisme werd genoemd, die "tegen de wensen van de Koreaanse bevolking in ging". Siqueiros is natuurlijk een leidende figuur van deze beweging in Mexico. In de lente van 1951 organiseert hij de Mei Salon, naar de veel beroemdere Parijse Salon. Het politieke thema was de veroordeling van oorlog en het was vooral gericht op mensen uit de lagere klasse. Siqueiros toont een van zijn beroemdste en vrijmoedigste schilderijen, The Good Neighbor or How Truman Helps the Mexican People (1951).

De jaren '50 zijn de meest productieve periode van de kunstenaar en hij krijgt opdrachten voor muurschilderingen door heel Mexico. In 1952 decoreert Siqueiros de gebouwen van de nieuwe Nationale Autonome Universiteit van Mexico. Hij brengt het idee naar voren om muralisten en architecten samen te laten werken aan het project om een perfecte synthese van kunst en design te bereiken. Hoewel zijn ideeën direct worden afgewezen, krijgt hij verscheidene opdrachten om grote muren te beschilderen en heeft hij werk voor een groot deel van de komende jaren. Enkele werken: Man, the Master of the Machine, and Not the Slave (1952); From the People to the University - From the University to the People; New University Emblem (nooit voltooid).

Enkele andere belangrijke werken uit de jaren '50 zijn de muurschilderingen: Velocity (1953) op het gebouw van de Chrysler Corporation, For a Complete Social Security of All Mexicans (1955) in het ziekenhuis de la Raza en Defense of the Future Victory of Medical Science over Cancer (1958). Ook maakte hij een belangrijke serie schilderijen genaamd de straten van Mexico, welke waren gericht op de lagere klassen.

Vanwege de toenemende interesse van Europeanen voor Mexicaanse kunst, brengt Siqueiros verscheidene bezoeken aan het buitenland en geeft lezingen in Frankrijk, Italië, Nederland, zowel als in de Oostbloklanden zoals Polen en Tsjechoslowakije.

In 1952 heeft Siqueiros een expositie in het Parijse Museum voor Moderne Kunst, welke wordt bedorven door protesten van Franse communisten die boos op hem zijn vanwege zijn deelname aan de aanvallen op Trotski.

In 1956 bezoekt hij China en India, waar hij door topregeringsfunctionarissen wordt verwelkomd, respectievelijk Zhou En Lai en Jawaharlal Nehru. Na het zien van de monumentale kunst van de Hindoes en Boeddhisten zou de schilder de spitsvondige opmerking gemaakt hebben: "Tenzij socialistische kunst ergens mee kan komen dat dit evenaart, zweer ik dat ik Boeddhist zal moeten worden".

Het jaar 1958 was was een politiek roerig jaar in Mexico. Te midden van arbeidsonrust wordt Adolfo Lopez Mateos de nieuwe president van Mexico, die een hard standpunt tegen de vakbonden inneemt. Hij zet het leger in om protestmarsen en demonstraties uiteen te drijven en autoriseert massa arrestaties. Al snel worden enkele duizenden protesteerders, voornamelijk spoorwegarbeiders, gevangen gehouden zonder in staat van beschuldiging te zijn gesteld en zonder proces.

Siqueiros neemt natuurlijk een standpunt in tegen de autoriteiten, met als gevolg dat hij geen fondsen meer voor zijn muurschilderingen krijgt, niet van de regering en niet van privé personen, die zich willen distantiëren van zijn gevaarlijke ideeën. Gewend aan tegenslagen in zijn artistieke carrière ten behoeve van zijn politieke carrière, gaat hij verre van behoedzaam te werk. In 1959 sticht hij het "Comité voor de Vrijheid van Politieke Gevangenen en de Verdediging van Democratische Vrijheden. De laatste druppel is echter wanneer Siqueiros door Venezuela en het nieuwe communistische Cuba reist met een serie politieke speeches, waarbij hij internationale aandacht trekt voor de acties van de Mexicaanse regering o.l.v. Lopez Mateos.

De schilder keert terug naar Mexico om te ontdekken dat de door de regering gecontroleerde pers een lastercampagne tegen hem begonnen is en hij wordt met de dood bedreigt. Op 31 maart 1960 wordt Siqueiros door de Speciale Veiligheidspolitie gearresteerd, doch een paar uur later vrijgelaten met de waarschuwing te stoppen met zijn activisme. Siqueiros laat zich niet intimideren en op 9 augustus, wanneer hij en Angelica op weg naar huis zijn om te lunchen, merken ze dat ze gevolgd worden. Angelica die achter het stuur zit, rijdt er snel vandoor via de smalle straatjes van Mexico City en slaagt erin hun achtervolgers af te schudden. Ze gaan naar de Cubaanse ambassade, waar Siqueiros hoopt op de bescherming van de ambassadeur. Het is echter zondag en de ambassade is gesloten. Hij zegt Angelica naar huis te gaan en neemt zelf een taxi naar het huis van zijn vriend Dr. Carrillo Gil. Diens huis wordt echter bewaakt. De politie arriveert, klopt aan de deur en zonder bevelschrift overmeesteren ze zowel de schilder als zijn vriend en wordt Siqueiros meegesleurd naar het politieburo.

De daaropvolgende dagen wordt hij in eenzame opsluiting gehouden en op intimiderende wijze ondervraagt. In het openbaar ontkend de politie hem in gevangenschap te hebben. Vanwege Siqueiros roem kunnen ze dit echter niet lang volhouden en een week later wordt de kunstenaar verplaatst naar een gewone gevangenis bij de andere politieke gevangenen. De regering heeft weinig om hem formeel aan te klagen, de opsluiting is vooral bedoeld om zijn politieke activiteiten te verhinderen en de aanklager vertraagt de hele zaak zo lang mogelijk. 17 maanden na zijn arrestatie vindt zijn proces plaats en wordt hij beschuldigd van opruiing; 2 maanden later wordt hij schuldig bevonden en krijgt een gevangenisstraf van 8 jaar.

Bijna direct ontstaat er een internationale campagne voor de bevrijding van Siqueiros. In Frankrijk dient een groep schilders onder leiding van Picasso een verzoek in voor zijn vrijlating. In de V.S. is er grote verontwaardiging onder de kunstenaars en zelfs John en Jackie Kennedy tonnen interesse, hoewel het ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert dat het onverstandig is voor de V.S. om zich te mengen in de binnenlandse zaken van Mexico. De Mexicaanse regering wordt overspoeld met brieven die de onmiddellijke vrijlating van de kunstenaar eisen en uiteindelijk slagen ze hierin. Op 13 juli 1964 wordt Siqeiros, 4 jaar na zijn arrestatie, vrijgelaten.

De kunstenaar is zichtbaar ouder geworden tijdens zijn gevangenschap. Terwijl hij gevangen zit krijgt hij toestemming om te schilderen (hij bouwt zelfs een klein fortuin op met de verkoop van deze "Gevangenis Schilderijen") en de giftige pyroxiline verven die hij gebruikt zijn van negatieve invloed op zijn gezondheid. Van binnen is hij niets veranderd en niet lang na zijn vrijlating gaat hij weer aan zijn muurschilder projecten werken. From Porfirio to the Revolution (1966) is veruit een van Siqueiros' meest iconische werken: welsprekend, krachtig, oprecht en uitgevoerd met groot technisch meesterschap.

Ook zijn politieke sympathieën zijn onveranderd en hij blijft protesten bijwonen, spreken op vergaderingen, petities indienen en eindeloos dubbelzinnig spreken tegen de onrechtvaardigheid van het Mexicaanse politieke systeem en de maatschappij.

In 1967 wordt aan Siqueiros de Lenin Prijs voor de Vrede toegekend; het Sovjet equivalent van de Nobelprijs voor de Vrede. Hoewel de schilder eind zestiger jaren en de jaren zeventig zeer productief blijft, heeft hij dan al prostaatkanker. Omdat hij een sterke koppige man is weigert hij naar de dokter te gaan totdat de pijn ondraaglijk wordt. In mei 1973 wordt de diagnose gesteld en kan er vrijwel niets meer gedaan worden om hem te helpen. Op zondag 6 januari 1974 sterft Siqueiros na een lang avontuurlijk leven. Hij wordt begraven in de Rotonda de los Hombres Ilustres (de Rotunda van Beroemde Mannen) van de Panteón Civil de Dolores in Mexico City (de grootste begraafplaats van Mexico City). Honderden mensen uit alle lagen van de bevolking wonen de begrafenis bij, waaronder kunstenaars, politici, partijkameraden en bewonderaars van zijn kunst.

website: www.abcgallery.com met Biografie door Yuri Mataev


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 692.