kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-04-2008 voor het laatst bewerkt.

De Medici

Het geslacht De' Medici (of Dei Medici) was een machtige en invloedrijke familie, die in Florence als grondleggers van het internationale bankwezen gedurende de 15e eeuw op het gebied van kunst een toonaangevende rol speelden.

De macht van de' Medici was het grootst onder de leiding van Lorenzo il Magnifico. Al sinds zijn grootvader,de grondlegger van het fortuin van het Italiaanse geslacht de' Medici uit Florence, waren De' Medici verzamelaars van kunst. Brunelleschi en Donatello kregen opdracht tot de bouw en versiering van de Dom in Florence. Zonder De' Medici zou er geen Divina Commedia van Dante geweest zijn, geen Da Vinci, geen leerstoel voor Galileo Galilei, geen David van Michelangelo en geen Uffizi. Michelangelo begon zijn opleiding als beeldhouwer in de tuinen van De' Medici. Botticelli kreeg opdrachten als kunstschilder, Giovanni Boccaccio als dichter.

Rijk geworden als wolhandelaren en als bankiers, wisten De' Medici zich steeds meer politieke macht te verwerven. De Medici bracht drie pausen voort en twee koninginnen van Frankrijk. Door het financieren van veldtochten raakte de koning van Frankrijk in de schulden, en was gedwongen tot toestemming in een huwelijk. Zijn schoondochter Maria de' Medici bracht 600.000 goudgulden mee als bruidschat. Aan het einde van de 17e eeuw nam de macht van De' Medici af. Halverwege de 18e eeuw stierf het geslacht uit. Er is nog een nevenlijn, die producten op de markt brengt onder de naam Lorenzo de' Medici.

Familiegraf
De Medici liggen begraven in Cappelle Medicee van de Basilica San Lorenzo in Florence. Er vindt een onderzoek plaats naar de leefgewoonten, ziekten en doodsoorzaken van de Medici. In twee jaar tijd zullen in totaal 49 graven van Medici-telgen geopend worden in het 300 jaar oude familiegraf. Op 7 juli 2004 is een geheime crypte ontdekt met de stoffelijke resten van negen mensen, waaronder het lijk van de laatste Medici, groothertog Gian Gastone de' Medici (1671 - 1737), die verward en vervuild aan zijn einde kwam.

Giovanni di Bicci de' Medici (Florence, 1360 – aldaar, 20 februari 1429) was de grondlegger van het fortuin van het Italiaanse geslacht de' Medici uit Florence. Hij was getrouwd met de rijkeluisdochter Piccarda Bueri en de vader van Cosimo de' Medici en overgrootvader van Lorenzo de' Medici (il Magnifico). Vanwege zijn goede betrekkingen met de paus overvleugelde hij binnen enkele jaren alle andere banken in Florence.
Hij baande met zijn bankiershuizen in en buiten Italië (zelfs tot in Londen en Brugge) de weg tot politieke macht van de Medici. In 1421 was hij gonfaloniere en maakte hiervan gebruik om de vermogensbelasting aanzienlijk te verzwaren. Veel interesse in de politiek had hij echter niet, en hij gebruikte zijn functie alleen als het hem voor zaken goed uitkwam.
Diverse pausen, zoals paus Martinus V, maakten gebruik van de diensten van zijn banken, waardoor het vermogen aanzienlijk toenam en de machtsbasis voor zijn opvolgers was gevestigd.

In 1410 werd Giovanni di Bicci benoemd als de beheerder van het vermogen van de paus. Zijn zoon bouwde de bank internationaal uit, waardoor zij hun fortuin nog verder vergrootten. Naast Rome kwamen er filialen in Venetië, Pisa en Milaan, in Avignon, Brugge, Genève en Londen.

Cosimo de' Medici de Oude (Florence, 27 september 1389 - Careggi (Florence), 1 augustus 1464) was een zoon van Giovanni di Bicci en een telg uit het roemruchte geslacht de' Medici.
Hij erfde niet alleen zijn vaders fortuin, maar ook diens inzicht in zaken. In 1433 werd Cosimo uit Florence verbannen als gevolg van een conflict met Rinaldo degli Albizzi, de voorman van de rijke kooplieden. De burgerij steunde hem echter en al in 1434 kon hij terugkeren en de leiding van de republiek Florence in handen nemen. Hoewel zijn macht groot was, liet hij die zelden in het openbaar voelen. Slechts tweemaal bekleedde hij voor korte tijd het officiële ambt van gonfaloniere. Hij functioneerde vooral als raadgever en wist zijn medestanders in de regering te laten benoemen.
Hij ging zeer genereus om met zijn enorme fortuin en gaf enorme bedragen uit aan de verfraaiing van de stad, aan allerlei goede doelen en aan de bevordering van kunst en cultuur. Dit optreden bezorgde hem grote populariteit. Bekende kunstenaars die hij begunstigde waren onder andere Fra Angelico, Fra Filippo Lippi, Donatello, Ghiberti en Filippo Brunelleschi. Hij was ook de grondlegger van de beroemde Medicibibliotheek.
Cosimo streefde naar een machtsevenwicht tussen Florence, Milaan en Venetië en trachtte buitenlandse invloeden, met name die van Frankrijk, tegen te gaan.
Zijn beoogde opvolger en jongste zoon Giovanni de' Medici overleed een jaar voor hem. Na zijn dood in 1464 werd hem de titel Pater Patriae (Vader des Vaderlands) verleend. Zijn zoon Piero de' Medici, (de Jichtige) volgde hem op als hoofd van de dynastie.

Piero I de' Medici (Florence, 1416 - aldaar, 3 december 1469)ude, was alleenheerser van Florence tijdens de renaissance, van 1464 tot 1469. Hij was de zoon en opvolger van Cosimo de' Medici de Oude. Piero had een zwakke gezondheid, waaraan hij zijn bijnaam 'de Jichtige' (il Gottoso) te danken had.
Na de overname van de bankzaken eiste hij de invordering van enkele langlopende leningen, waaronder ook die van sommige trouwe aanhangers van de familie. Dit leidde tot het bankroet van een aantal handelaren en een groeiend verzet tegen de Medici. Ook werd er een coup tegen hem beraamd, die echter werd verijdeld. Hierna kwam hij in rustiger vaarwater, en hoewel hij aan de staatszaken weinig bijdroeg, wist hij deze financieel in goede banen te houden. Door zijn goedaardigheid wist hij de gunst van het volk te winnen.
Hij was evenals zijn vader een bewonderaar van de kunsten en steunde vele kunstenaars, waaronder Sandro Botticelli. Hij had een meer eclectische smaak dan zijn vader, want zijn belangstelling ging daarnaast ook uit naar de Hollandse en Vlaamse meesters. Hij bouwde de beroemde Medici Bibliotheek verder uit met zeldzame boeken.
Piero stierf in 1469 aan zijn jicht en een longziekte en werd begraven in de Basilica San Lorenzo in Florence. Hij werd opgevolgd door zijn zoons Lorenzo en Giuliano.

Lorenzo I de' Medici, bijgenaamd il Magnifico (Florence, 1 januari 1449 – Careggi, 8 april 1492) was een zoon van Piero de' Medici, de Jichtige. Hij was een van de beroemdste leden van het geslacht de’ Medici, en heerste over de republiek Florence tijdens het hoogtepunt van de Italiaanse renaissance.
Samen met zijn broer Giuliano (1453 - 26 april 1478) zette hij het beleid van zijn grootvader Cosimo voort. Hij wist de steun van de gewone bevolking te winnen door de invoering van een gunstig belastingstelsel en de bevordering van de welvaart. De adel was echter tegen hem gekant vanwege zijn tirannieke optreden tegen hen, waarbij hij spionage en liquidaties niet uit de weg ging.

Zijn optreden leidde tot een samenzwering onder leiding van de oude Florentijnse familie Pazzi. Ook de aartsbisschop van Pisa was hierbij betrokken en de samenzwering had de steun van paus Sixtus IV. Op 26 april 1478 werden de Medici aangevallen in de kerk en werd Giuliano gedood. Lorenzo raakte gewond, maar sloeg onmiddellijk en keihard terug. De aartsbisschop en verschillende andere samenzweerders werden opgehangen vanuit de ramen van het Palazzo Vecchio aan de Piazza della Signoria. Het geslacht van de Pazzi werd vrijwel volledig uitgeroeid.
De paus nam hierop maatregelen tegen Florence en Lorenzo werd in de ban gedaan. Toen dit niets bleek op te leveren, sloot de paus, gesteund door de adel, een militair bondgenootschap met koning Ferdinand I van Napels met de bedoeling Florence aan te vallen. Lorenzo kreeg weinig steun van zijn traditionele bondgenoten Milaan en Bologna en reisde zelf naar Napels om tot een vergelijk te komen. Het was een succesvolle diplomatieke actie en de vrede werd hersteld in 1480. Hierna streefde Lorenzo een machtsevenwicht na tussen de noordelijke Italiaanse staten, met de bedoeling buitenlandse (Franse) invasie te kunnen weerstaan.

Op zakelijk gebied had Lorenzo geen gelukkige hand en financieel ging het dan ook minder goed met de stad. Zijn bank leed verliezen en ook zelf raakte hij in de schulden, die hij met onoirbare praktijken trachtte op te lossen. Niettemin bereikte de Renaissance onder Lorenzo in Florence een hoogtepunt. Hij was een liefhebber van de kunsten en van de filosofie, en zelf was hij een niet onverdienstelijk dichter. Hoewel zijn financiële positie hem niet toestond zelf veel opdrachten aan kunstenaars te gunnen, zorgde hij er wel voor dat eminente kunstenaars als Leonardo da Vinci, Donatello, Sandro Botticelli, Domenico Ghirlandaio, Andrea del Verrocchio en Michelangelo Buonarroti de nodige ondersteuning kregen.

Tegen het einde van Lorenzo's leven werden de decadentie die Lorenzo’s huis en Florence bedreigde, de absolute macht van de Medici en afnemen van het belang van de christelijke cultuur scherp aan de kaak gesteld door de fanatieke dominicaan Girolamo Savonarola, die overigens door Lorenzo zelf naar Florence was gehaald.

Lorenzo en zijn broer Guiliano liggen samen begraven in de kapel van de Medici in de Basilica San Lorenzo in Florence. Hun tombe is gesierd met de ‘’Madonna met kind’’ van Michelangelo.
Na de dood van Lorenzo in 1492 beleefden de Medici en Florence een periode van verval. Zijn zoon Piero joeg zijn erfdeel er doorheen en de macht van het geslacht nam sterk af. Florence raakte verzwakt, waardoor de reeds lang gevreesde Franse invasie werkelijkheid werd. Piero's broer Giovanni zou het aanzien van Florence herstellen, maar de oude glorie keerde pas terug onder Cosimo I de' Medici.

Twee van Lorenzo's zonen werden later machtige pausen. Zijn tweede zoon Giovanni de' Medici (1475 - 1521), werd paus Leo X (1513 – 1521), uitermate kunstlievend; bestempelde de inzichten van Luther als die van een Duitse drinkebroer. De gevolgen van zijn beslissing hem in de ban te doen, maakte hij niet mee, want hij stierf het jaar daarop. Zijn aangenomen zoon Giulio de' Medici (1478 - 1534) (een onwettig kind van zijn vermoorde broer Giuliano) werd paus Clemens VII (1523 – 1534).

Giovanni de' Medici was paus van 1513 tot 1521. Hij kreeg als lid van het geslacht De' Medici een humanistische opvoeding, wat in die tijd betekende dat hij een brede opleiding in de geesteswetenschappen kreeg, en was voorbestemd voor een carrière in de kerk. Al op 14-jarige leeftijd werd hij door paus Alexander VI tot kardinaal benoemd.
Na de verbanning van zijn familie uit Florence in 1494 ondernam hij pogingen om het gezag van de De Medici te herstellen. Toen dit niet lukte leidde hij op verschillende plaatsen een redelijk rustig leven als minnaar van kunst en literatuur. Hij steunde kunstenaars en was vrijgevig, waardoor hij herhaaldelijk in geldproblemen kwam. Hoewel hij een werelds leven leidde, blonk hij in vergelijking met de meeste andere kardinalen uit in waardigheid en integriteit.

Piero de' Medici, de Onfortuinlijke (Florence, 15 februari 1471 – Gaeta, 28 december 1503) was de oudste zoon en opvolger van Lorenzo il Magnifico. Piero was arrogant en een onbekwaam heerser. Zijn vrouw was van mening dat bankieren een onwaardige bezigheid was.
Kort na zijn aantreden in 1492 trok de Franse koning Karel VIII Italië binnen om zijn rechten op het Koninkrijk Napels te doen gelden en om Ludovico Sforza bij te staan in Milaan. Op weg van Milaan naar Napels trok hij door Toscane. Piero wilde neutraal blijven, maar Karel viel Florence aan. Piero gaf zijn verzet spoedig op en ging vervolgens over tot volledige overgave en instemming met alles eisen van Karel. De inwoners van de stad waren hier hevig over verontwaardigd, Piero werd verjaagd en zijn bezittingen werden geplunderd (1494).
Florence kwam tot verval, maar slaagde er wel in zich als republiek te handhaven.
Piero verdronk tijdens een vluchtpoging na een veldslag tussen de Fransen, wier bondgenoot hij was, en de Spanjaarden.
Toen de Spanjaarden in Italië Lodewijk XII van Frankrijk versloegen, hielpen zij de Medici terug in het zadel.

Giuliano de' Medici (Florence, 12 maart 1479 - aldaar, 17 maart 1516), hertog van Nemours, was de jongste zoon van Lorenzo de' Medici en dus een broer van Piero II en paus Leo X.
Nadat de familie De' Medici in 1494 uit Florence was verjaagd, was Giuliano de eerste die namens het geslacht in 1512 weer aan de macht kwam. (Piero was in 1503 gestorven). Hij had een bastaardzoon, Ippolito (1511 - 1535), die kardinaal was.
In 1513, na de verkiezing van zijn broer tot paus, ging hij als kardinaal naar Rome. In 1515 verkreeg hij de Franse titel hertog van Nemours.
Zijn graf, in de Medici-kapel van de San Lorenzokerk in Florence, is versierd met drie beelden van Michelangelo: een van Giuliano zelf en de beelden Dag en Nacht.

Nadat De Medici in 1512 weer aan de macht kwamen in Florence, keerden ook de kansen van Giovanni. Op 9 maart 1513 werd hij tot paus gekozen en pas op 11 maart ook daadwerkelijk uitgeroepen als opvolger van Julius II.
In 1516 sloot hij met Frans I het concordaat van Bologna waarin hij de wereldlijke macht het recht schonk kerkelijke ambten toe te kennen.

Hij besteedde weinig aandacht aan het reeds lopende Vijfde Lateraans Concilie. De belangstelling die hij van huis uit had meegekregen voor kunst en literatuur speelde een grotere rol in zijn leven. Hij verstrekte opdrachten aan Rafaël en Michelangelo. Ook breidde hij de collectie van de Vaticaanse Bibliotheek aanzienlijk uit. Als liefhebber van het goede leven organiseerde hij ook grote feesten en extravagante eet- en drinkgelagen. Enkele kardinalen zagen dit gedrag met lede ogen aan en probeerden hem door vergiftiging om het leven te brengen, hetgeen mislukte.

De broodnodige hervorming van de kerkelijke instituties verwaarloosde hij. Om zijn financiële tekorten aan te vullen ging hij aflaten verkopen, naar het voorbeeld van de Duitse monnik Johann Tetzel. Dat deze praktijken de hervormingsbeweging van onder andere Maarten Luther in de kaart speelden, ontsnapte grotendeels aan zijn aandacht. Hij reageerde op Luthers protesten door hem in de ban te doen, hetgeen bijdroeg een definitieve breuk in de Kerk en het ontstaan van het Protestantisme.
Hij werd begraven in de Santa Maria sopra Minerva. Er is één uitspraak, in een anti-papistisch tractaat van John Bale aan hem toegeschreven: Hij heeft ons goed gediend, die mythe van Christus

Hij werd opgevolgd door de enige Nederlandse paus in de geschiedenis: Adrianus VI.

Clemens VII, geboren als Giulio de' Medici, de buitenechtelijke zoon van Giuliano di Piero de' Medici, was paus van november 1523 tot aan zijn dood. Hij was de opvolger van Adrianus VI.
Hij volgde Lorenzo II op als leider van de familie de' Medici, maar deed in 1523 afstand van zijn functie om tot paus te worden verkozen. Daarmee was hij na zijn neef Leo X de tweede paus uit dit beroemde geslacht. Met de verkiezing van kardinaal Giulio de' Medici leek het alsof de gouden tijd van de' Medici was teruggekeerd. Clemens VII was echter veel strenger en ook plichtsgetrouwer dan Leo X ooit was geweest.

Door aanvankelijk Frans I van Frankrijk te steunen in de Italiaanse Oorlog van 1521 - 1526, tot grote ergernis van Karel V, trachtte de nieuwe paus de Spaanse druk op Italië tegen te gaan, hetgeen echter totaal mislukte. Na de Franse nederlaag in de Slag bij Pavia en de gevangenneming van Frans I zocht hij de bescherming van de keizer om zich vervolgens weer aan te sluiten bij de Liga van Cognac (1526, een militair bondgenootschap met Frankrijk, Milaan, Venetië, en Florence) tégen de keizer. Dit leidde tot de Sacco di Roma (6 mei 1527), de inneming van Rome door de keizerlijke troepen. Paus Clemens vluchtte naar de Engelenburcht, maar moest zich uiteindelijk gewonnen geven en werd gevangen genomen. Hij kwam pas vrij na de uitdrukkelijke belofte van neutraliteit, verliet de verwoeste stad en vestigde zich eerst in Orvieto en daarna in Viterbo. De verzoening met Karel V en diens keizerkroning in 1530 was slechts een schijnvrede.

Clemens VII was grotendeels verantwoordelijk voor de sterke verspreiding van de Reformatie in de noordelijke Europese landen. Door zijn afwachtende en diplomatieke houding, en zijn categorische weigering om op verzoek van de keizer een algemeen concilie bijeen te roepen, verknoeide de paus niet alleen een mogelijkheid de verzoening tussen de Kerk en de Reformatie te realiseren, zijn onhandige optreden in de echtscheiding van Hendrik VIII van Engeland, die hij in 1533 excommuniceerde, leidde ook tot de afscheiding van de Anglicaanse Kerk. Hij toonde evenmin sympathie voor de hervormingsbewegingen die binnen de kerk al actief waren, en die later zouden leiden tot de stichting van religieuze orden als de jezuïeten, ursulinen en kapucijnen.

Trouw aan de traditie van de Medici was Clemens VII ook een beschermer van kunsten en wetenschappen, maar zijn mecenaat bleef beperkt door gebrek aan financiën. Hij gaf Michelangelo Buonarroti de opdracht voor de Medici-kapel van de San Lorenzo in Florence en voor het Laatste Oordeel in de Sixtijnse kapel.

Clemens VII is - net als Leo X - begraven in de kerk Santa Maria sopra Minerva. Deze 13de-eeuwse kerk, een van de zeldzame gotische gebouwen in Rome, staat op de ruïnes van wat oorspronkelijk een tempel voor Minerva was. Binnen is een grote verzameling schilderijen en beeldhouwwerken te zien. In de Aldobrandini-kapel bevinden zich de twee graven van de pausen.

Andere bekende leden
. Cosimo I de' Medici (de Grote, 1519 - 1574), de eerste groothertog van Toscane.
. Catharina de' Medici (1519-1589), koningin van Frankrijk; mogelijke opdrachtgeefster tot de Bartholomeüsnacht. Zou haar zwager, de troonopvolger, vergiftigd hebben. Introduceerde het parfum, de aardappel, chocola en de haute cuisine in Frankrijk.
. Alessandro Ottaviano de' Medici (1535 - 1605), was 27 dagen paus Leo XI in 1605.
. Maria de' Medici (1573 - 1642), koningin en regentes van Frankrijk, smeedde een komplot tegen haar zoon, die haar daarop het land uitzette. Haar bezoek in 1638 aan Amsterdam wordt als een internationale erkenning van de Republiek gezien.
. Cosimo III de' Medici is bekend omdat hij in 1667/1668 en in 1669 op bezoek was in de Republiek en zijn aankopen, o.a. een Rembrandt, registreerde in een dagboek.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Medici.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 15.