kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Diego Rodriguez Velazquez

Spaans schilder van de barok,

Velázquez, de hofschilder van Filips IV van Spanje, is vooral bekend geworden door zijn vele portretten en genretaferelen. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste Spaanse schilder uit de 17e eeuw.

Velázquez werkte graag voor opdrachtgevers. Zonder zijn persoonlijkheid prijs te geven schilderde hij zijn tijdgenoten zoals hij hen begreep en zoals zij het verlangden: trots en afstandelijk. Zijn werk wordt als volgt gekenmerkt: hij zocht de statische compositie, had een eenvoudige techniek en maakte gebruik van voorname kleuren. Die voornaamheid en de gelijkmatigheid van zijn schilderijen, tonen hem als een zeer gedisciplineerd en intelligent schilder. In tegenstelling tot andere grote schilders uit die tijd, schilderde Velázquez zijn grote composities geheel zelfstandig, zonder hulp van leerlingen.

Het niet al te grote oeuvre van Velázquez bestaat voornamelijk uit portretten van hovelingen, en daarnaast uit enige mythologische en religieuze werken en genreschilderijen. Zijn destijds volledig nieuwe observatie van kleur- en lichteffecten werd pas in de 19e eeuw door de impressionisten weer opgepakt, voornamelijk door Edouard Manet.

biografie
Diego Rodriquez da Silva y Velázquez werd uit een Portugees geslacht geboren als zoon van Jerónima Velázquez en Juan Rodríguez de Silva in de Spaanse havenstad Sevilla, waar hij op 6 juni 1599 werd gedoopt.

opleiding
In 1610 zou Francisco de Herrera el Viejo, Francisco Herrera(s) de Oude (ca.1576-1656), de eerste meester van Velázquez geweest zijn. Aan hem zou hij zijn caravaggistische neigingen te danken hebben. Deze gegevens staan echter niet met zekerheid vast.

Pacheco
Al op 12-jarige leeftijd kwam hij in 1611 de leer bij Francisco Pacheco (1564-1654), een middelmatige, maniëristische schilder, bij wie hij tot zijn meestersexamen in 1616/17 bleef. Het volgende jaar zou Pachego Velázquez's schoonvader worden. Francisco Pacheco hamerde er bij Velázquez de beginselen van de schilderkunst in waarbij de nadruk lag op de verfijning van de geest.

Sevilliaanse periode
Aanvankelijk, in de zgn. Sevilliaanse periode (1616-1623), schilderde Velázquez, ''El Sevillano'', in de trant van Pacheco, een hele reeks religieuze werken, met scherpe, harde contourlijnen en grote, vrij fel getinte kleurvakken. De figuren zijn massief en vaak tamelijk stijf van pose. Door zware, ondoorzichtig zwarte slagschaduwen poogde hij een plastisch effect te bereiken. Een bekend werk uit deze periode is de 'Aanbidding van de koningen' (1619; Prado, Madrid).

bodegones
Een tweede soort werk van Velázquez waren de zogenaamde genrestukken die het leven van het eenvoudige volk uitbeelden. Hij schilderde doodgewone taferelen uit het dagelijks leven, waarin de figuren bijna een ondergeschikte rol spelen. Hij schilderde ook veel bodegones. Een bodegon (Spaans voor 'gaarkeuken') is een stilleven met vnl. fruit, groente en wild, dat zich scherp aftekent tegen een neutrale achtergrond, dikwijls gecombineerd met een realistische weergave van het leven van de gewone man.

Hoewel hij thematisch door de Nederlanders beïnvloed werd, was zijn werk stilistisch verwant aan de schilderwijze van Caravaggio, die in Spanje werkzaam was. Deze vroege schilderijen, die qua schilderkunst reeds op zijn later grootste inspirator Titiaan zijn georiënteerd, vallen nog op door de sterke plastische en realistische waarden in stilleven-achtige onderwerpen. In de kleurstelling overheerst een grondtoon van zwart, bruin, wat geel en wat wit. Noemenswaard zijn hier vooral de schilderijen Een oude vrouw bakt eieren (1618, Edinburgh, National Gallery of Scotland) en de Waterdragers van Sevilla (ca 1620, Londen, verzameling Duke of Wellington).

Van de vroege portretten is alleen maar de afbeelding en face van Francesco Pacheco behouden gebleven (ca 1619, Madrid, Prado).

Al in 1620 beschikte Velazquez over een eigen atelier.

Door het afnemen van de modellering in de grondvorm van deze schilderijen is een verwijdering van Caravaggio's stijl waar te nemen, alsmede een voorliefde voor een kostelijke kleurenpracht.

christelijke taferelen
Een enkele keer vormde een religieus thema de achtergrond van een bodegon: Ongebruikelijk voor Spanje, en opnieuw thematisch door de Nederlanders beïnvloed, is de groepscompositie, waarin genre- en christelijke taferelen zijn gecombineerd (De Dienstmaagd of Het maal in Emmaüs, ca 1618, Londen, privéverzameling) en waarin laatstgenoemde alleen màar heel klein aan de rand van het werk of achtergrond zijn afgebeeld. Het is voor die tijd opmerkelijk en ongewoon dat Velázquez het sacrale als alledaags ziet en eenvoudige volksmensen in de geschiedenissen van heiligen meeschildert. (Aanbidding der Koningen, 1619, Madrid, Prado) (Christus in het huis van Martha en Maria ca 1620, National Gallery, Londen).

Filips IV
In 1622 en 1623 reisde hij naar Madrid en nadat hij in dienst van de koning Filips IV werd benoemd, vestigde Velázquez zich in 1624 in Madrid.

Aan het hof had hij de gelegenheid om in de koninklijke collectie onder meer de schilderijen van Titiaan (1490-1576) te bestuderen, waar hij sterk door beïnvloed werd: de dichte schaduwpartijen kregen meer reliëf, de kleuren werden helderder en minder hard, terwijl de contouren scherp bleven. Het licht valt van opzij in, terwijl de lichtbron niet zichtbaar is.

Velázquez sloeg met zijn werk een andere weg in. Tijdens zijn jaren in Madrid schilderde Velázquez tot 1629/30 o.a. voor de koning een eindeloze serie portretten: van de koning, zijn kinderen en de ministers. In de deze tijd raakte Velázquez goed bevriend met de schilder-diplomaat Rubens (1577-1640), die ook aan het hof werkte. Zijn invloed is te zien in 'Los borrachos' (De drinkers, ca 1628; Prado, Madrid).

De alsmaar verder teruggebrachte lichamelijkheid en luchtiger penseelvoering van geschilderde portretten geven de afgebeelden een weliswaar nonchalante, maar tegelijkertijd waardig-elegante houding. In de Triomf van Bacchus (Los Borrachos) legde Velázquez verband tussen de mythe en de alledaagse menselijkheid op het moment van feestvieren.

Italië
Op advies van Rubens reisde hij in 1629 naar Italië, waar hij Guercino en Jusepe de Ribera leerde kennen en de schilderijen van Titiaan en Tintoretto bestudeerde. Zijn stijl veranderde: de zware schaduwen verdwenen en een diffuus licht verspreidde zich over het hele doek. De felle kleuren maakten plaats voor een zilverachtig koloriet. De eerste schilderijen waarop deze stijlverandering duidelijk is waar te nemen, begon hij in 1630 te Rome: 'Het tonen van het bloedige kleed van Jozef' (Escorial, Madrid) en 'De smidse van Vulcanus' (Prado, Madrid).

De smidse van Vulcanus
Apollo in de smederij van Vulcanus (Madrid, Prado), een schilderij dat Velázquez in 1630 tijdens zijn eerste verblijf in Italië creëerde, heeft de mythologische waarden als thema en bovendien het bestaan van de kunstenaar tussen kunst en handwerk. In de schilderkundig wekere en luchtiger stijl en de krachtige kleurgeving zijn al de eerste Italiaanse invloeden te bespeuren. Later kwamen deze ook tot uiting in de schilderingen van landschappen en stemmingsbeelden.

Terug in Madrid
In 1631 was hij weer terug in Madrid en brak er een bijzonder productieve periode aan, waarin hij vrijwel uitsluitend portretten van de koninklijke familie schilderde en slechts zelden religieuze stukken. Ofschoon hierin de plechtige momenten van het poseren domineren, lukte het Velázquez toch door middel van de kleuren het individuele karakter van de geportretteerde vast te leggen.

ruiterportretten
Bekend zijn de ruiterportretten van Filips IV en prins Baltasar Carlos (ca.1635; Prado, Madrid).
In de 17e eeuw kwam het 'heroïserende' portret op. Dit was voorbehouden aan vorsten, die zich meestal te paard lieten afbeelden.

De overgave van Breda
Voor de troonzaal in het nieuwe Buen Retiropaleis maakte hij het historiestuk 'De overgave van Breda' (1634/35; Prado, Madrid), waarin hij op overtuigende wijze een grote menigte in het hem onbekende noordelijke landschap weergaf. De schilder koos hiervoor niet het toneel van een veldslag, maar de feitelijke overgave van de belegerde vestingstad aan de Spaanse legerleider Ambrosio de Spinola in 1625. Daarmee werden zowel menselijke grootmoedigheid en christelijke ridderlijkheid als eigenschappen van de overwinnaar in het thema gebruikt. De rustige compositie van het werk stoelt op de weergave van ontmoeting en verzoening.

dwergen en narren
Diego Velázquez maakte aan het Spaanse hof veel portretten, die opvallen door hun psychologisch inzicht. Daarnaast interesseerde hij zich voor abnormaliteiten en afwijkingen, zoals blijkt uit zijn schilderijen van dwergen, mismaakten en narren die hij in het begin van de jaren veertig veel schilderde.

Tweede reis Italie
In 1649 ondernam hij een tweede reis naar Italië, om kunstwerken ter verfraaiing van het koninklijk paleis aan te kopen. Buiten het hernieuwen van de contacten met Ribera, maakte hij kennis met Bernini, Poussin en Rosa.

Venus en Cupido, ca 1649-51 (National Gallery London)
Tijdens deze reis schilderde hij waarschijnlijk ook zijn enige naakt, de zgn. 'Rokeby Venus'. Het onderwerp kwam weinig voor in Spanje, omdat de Inquisitie het afkeurde.

Hij bezocht verschillende plaatsen en portretteerde in Rome paus Innocentius X (1650; Galleria Doria Pamphili, Rome). Een afgezwakt maar sprekend scala van rood, samen met een treffende en karakteriserende weergave van de paus, leidden tot een indrukwekkend portret.

Bij de schilderingen van landschappen, vooruitstrevend realistisch en opvallend weergegeven, behoren de beide afbeeldingen van De tuinen van de Villa de Medici (1651, beide Madrid, Prado) tot de beste.

hofmaarschalk
In 1651 keerde hij op verzoek van de koning weer terug in Spanje, waar hij in het laatste deel van zijn leven vanaf 1652 hofmaarschalk werd in plaats van schilder. Hij zorgde voor orde en zindelijkheid in het paleis. Later werd hij ook als Ridder van Santiago in de adelstand verheven.

zelfportret
Door al zijn sociale beslommeringen hield hij nog maar weinig tijd over om te schilderen. Hij maakte hoofdzakelijk portretten van de koninklijke familie, zoals bijv. het beroemde 'Las meninas' (De hofdames, 1656; Prado, Madrid), met de infame Margarita op de voorgrond, terwijl het koninklijk paar alleen in een spiegel te zien is. Op dit schilderij staat ook het enige met zekerheid bekende zelfportret van Velazquez.

De spinsters
Op 'Las hilanderas' (De spinsters, ca.1655; Prado, Madrid), dat ook wel bekend staat als 'De mythe van Arachne', vermengt de realiteit van de tapijtfabriek zich met de mythologische afbeelding op de achtergrond, op de wijze van zijn vroegere bodegones. In deze laatste periode werd zijn stijl gekenmerkt door een lichte, schetsmatige penseelstreek en zilverachtige pasteltinten.

Las Meninas
Hierop staat de infante Margarita afgebeeld met hofdames en dwergen in het atelier van de schilder, die zelf op de linkerkant van het werk al schilderend staat afgebeeld. Op deze manier is dus het ontstaan ván een schilderij in een schilderij vereeuwigd.

Een van zijn laatste doeken is het portret van prins Felipe Prospero (1659; Kunsthistorisches Museum, Wenen). Zijn laatste werk is een tweede portret van DE INFANTE MARGARITA (ca 1660, Madrid, Prado).

Over het algemeen wordt al het late werk van Velázquez door een zilverachtige toon gekenmerkt. Ook in Velázquez' laatste werkzame jaren bleef het schilderen van portretten het belangrijkst. De zowel lichamelijk als qua modellering volledig teruggebrachte geportretteerden worden in een elegante en waardige houding afgebeeld en getuigen daardoor van een uiterst intensieve benadering door de schilder.

Laatste Reis
Als de koning op reis ging, reisde Velázquez mee en was hij als hofmaarschalk verantwoordelijk voor het onderkomen van de hofstoet. Deze reizen waren barre tochten over slechte wegen met primitieve vervoersmiddelen. In 1660 kreeg hij de opdracht het grote huwelijksfeest voor Lodewijk XIV en de Spaanse prinses Maria Theresia in Irun te organiseren. Uitgeput kwam hij terug van zijn reis naar de Pyreneeën en stierf vervolgens op 6/7 augustus 1660 op 61-jarige leeftijd in Madrid, waar hij met grote praal werd begraven.

Sedert het impressionisme concentreerde de waardering voor Velázquez' oeuvre zich uitsluitend op de schilderkundige en stilistische kwaliteiten en werd de inhoud van zijn werk veronachtzaamd. In het bijzonder was men gebiologeerd door de verwerking van verschillende lichteffecten, afhankelijk van de zich wijzigende belichting uit de directe omgeving. Zodoende werd Velázquez lange tijd als een pure kolorist beschouwd. Langzamerhand kwam men tot de overtuiging dat ook zijn thematische vormgeving aandacht verdiende. De schilderijen van Velázquez vallen juist op omdat daarin op een zeer beheerste en uitgewogen manier mensen en ruimten hun eigen karakter krijgen. Velázquez verschilt daarin duidelijk met zijn landgenoten El Greco en Goya, wier schilderwijze tot overdrevenheid neigen. De thematiek in de schilderijen van Velázquez draagt de stempel van Spanje. een land tussen spiritualiteit en levenswil. De schilder was bijzonder aan kinderen verknocht. De portretten van de infanten en infantes behoren tot zijn beste werk, vol vreugde en kleur geschilderd.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 394.