kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-01-2016 voor het laatst bewerkt.

duurste schilderijen

Duurste schilderijen Jackson Pollock: "No. 5" (2.11.06, koper: David Martinez) 140 miljoen dollar

Gustav Klimt: "Adèle Bloch-Bauer I" (op 19.06.06, koper: Ronald Lauder) 135 miljoen (107 miljoen euro)
Ronald Lauder, zoon van Joseph en Estée Lauder, oprichters van het cosmeticahuis Estée Lauder, heeft voor het recordbedrag van ruim 106 miljoen euro (135 miljoen dollar) het beroemde portret gekocht dat de Oostenrijkse kunstenaar Gustav Klimt in 1907 schilderde van Adele Bloch-Bauer, de vrouw van een rijke joodse ondernemer in Wenen.
Aan de verkoop is een jarenlange juridische strijd voorafgegaan. Het schilderij was eigendom van de Oostenrijkse staat en hing jarenlang in de Galerie Belvedere in Wenen. Oostenrijk heeft het schilderij uiteindelijk terug moeten geven aan de familie van Bloch, het was geroofd door de nazi's.
Klimt schilderde Adele Bloch-Bauer I in opdracht van Ferdinand Bloch-Bauer. Die vluchtte in 1938 voor de nazi's en stierf eind 1945 in Zwitserland. De nazi's hadden al zijn bezittingen, ook zijn kunst, in beslag genomen. Na de oorlog weigerde Oostenrijk afstand te doen van het portret, want Adele, in 1925 overleden, had in een testament laten opnemen dat het schilderij na de dood van haar man aan de Oostenrijkse staat zou moeten vervallen. Ferdinand Bloch-Bauer echter had in Zwitserland een nieuw testament laten opmaken: al zijn bezittingen zouden naar de kinderen van zijn broer moeten gaan. Een van die kinderen, Maria Altmann (90) heeft de schilderijen, het gaat om in totaal vijf Klimts, in januari teruggekregen.
Lauder, jaren Amerikaans ambassadeur in Wenen en kunstverzamelaar, hangt het schilderij in het door hem in 2001 opgerichte museum Neue Galerie in new York. Dat kleine museum is volledig gewijd aan Duitse en Oostenrijkse kunst. Adele Bloch-Bauer I wordt het pronkstuk van de collectie.

Pablo Picasso: "Jongen met Pijp" (2004) 104,2 miljoen dollar (86,2 miljoen euro)
vrijdag 07 mei 2004 ,,Jongen met pijp'' van Picasso: goed voor 104,2 miljoen dollar.
Op een veiling van moderne kunst bij Sotheby's in New York brak een schilderij van Pablo Picasso door de magische grens van 100 miljoen dollar. Jongen met pijp, een vroeg werk van 1905, haalde 104,2 miljoen dollar of 85 miljoen euro. Met deze recordprijs wordt Picasso de duurste schilder aller tijden. Hij stoot Vincent van Gogh van de troon, wiens Portret van dokter Gachet in 1990 ,,slechts'' 82,5 miljoen dollar mocht kosten.
Het schilderij uit 1905 wordt als een van de mooiste beschouwd uit de Roze Periode van Picasso en is een van de belangrijkste vroege werken van de kunstenaar die ooit op de markt aangeboden zijn. De 24-jarige Picasso schilderde het werk kort nadat hij zich in Montmartre in Parijs had gevestigd. Op het schilderij is een Parijse jongeman in blauwe kleren afgebeeld met een pijp in zijn hand. Wat later schilderde Picasso een roze aureool van bloemen om de jongen. Het werk maakte deel uit van een kunstcollectie die door persmagnaat en diplomaat John Hay Whitney in de loop van de 20ste eeuw verzameld werd. Na zijn dood werden de schilderijen ondergebracht in een liefdadigheidsorganisatie van zijn echtgenote Betsey. De stichting verkocht nu 34 werken van onder meer Picasso, Edouard Manet, Claude Monet en Edgar Degas om het landgoed van de Whitneys te renoveren en van de residentie een congrescentrum te maken. De koper is onbekend.

Picasso: "Dora Maar met Kat" (2006) 95,2 miljoen dollar
'Dora Maar au chat' is het op een na duurst geveilde schilderij ooit. Vijfennegentig miljoen dollar of zo'n vijfenzeventig miljoen euro, dat is wat een anonieme koper woensdagavond uit zijn portefeuille toverde voor een Picasso. Het is het op een na hoogste bedrag dat ooit op een veiling geboden is voor een schilderij. Blaakt de kunstmarkt van gezondheid of is het hysterie? Het record zat er een beetje aan te komen, want de week was al schitterend begonnen voor zowel Picasso als Van Gogh.
Sotheby's New York klopte voor Dora Maar au chat (1941) woensdagavond af op 95,2 miljoen dollar, een slordige 75 miljoen euro. Dat duizelingwekkende bedrag komt zeer dicht in de buurt van de 104 miljoen die twee jaar geleden voor Garçon à la pipe (1905) geboden werd, eveneens van Picasso en eveneens bij Sotheby's New York geveild. Garçon à la pipe, een werk uit Picasso's roze periode, is het duurst geveilde schilderij ooit, het enige ook dat de magische kaap van 100 miljoen dollar gerond heeft.

Vincent Van Gogh: "Portret van Dr. Gachet" (1990, Christie's New York, koper: Ryoei Saito) 82,5 miljoen dollar
Werk van Van Gogh komt zelden op de markt, maar als het gebeurt worden er enorm hoge prijzen voor betaald. Het schilderij uit 1980, "L'Arlésienne, Madame Ginoux" werd op 2 mei 2006 New York geveild door Christie's voor 33,9 miljoen euro.
Op 30 maart 1987 werd "Irissen" verkocht voor een record bedrag van 53,9 miljoen dollar bij Sotheby's. Op 15 mei 1990 werd het portret van Dr. Gachet verkocht voor 82,5 miljoen dollar, eveneens bij Christie's. Dit bleef de hoogste prijs die ooit voor een schilderij was betaald, tot in 2004 nog meer betaald werd voor een schilderij van Picasso.

Auguste Renoir: "Au Moulin de la Galette" (1990) 78,1 miljoen dollar
Le Bal au Moulin de la Galette (1876) wordt beschreven als het mooiste schilderij van de 19e eeuw en is geliefd in de hele wereld door de levenslust die het uitstraalt. Het is geschilderd door Auguste Renoir in 1876 en stelt een vrolijke zondagmiddag voor in de Moulin de la Galette-danszaal in Montmartre. Het schilderij heeft een feestelijke uitstraling, maar in die tijd was Parijs nog aan het herstellen van een van de bloedigste en turbulentste gebeurtenissen van de 19e eeuw. Een paar jaar voordat Renoir zijn schilderij maakte was de Moulin de la Galette bezet door de Parijse Commune, een verzetsgroep die in 1871 met harde hand door regeringstroepen was verwijderd. Renoir was erg gesteld geraakt op de Moulin de la Galette, dat zich op een steenworp afstand bevond van zijn studio. Hij was altijd bij de dansmiddagen op zondag en hield ervan de plaatselijke schonen - waarvan er drie een prominente plaats innemen op het schilderij - te schilderen. Renoir heeft twee vrijwel identieke schilderijen gemaakt in 1876. Ze verschillen alleen in formaat: één schilderij heeft een diagonaal van ongeveer 1.80 meter; een tweede is ongeveer de helft zo groot. Het is niet bekend welke van de twee de 'originele' is. In 1990 haalde de kleinste van de twee alle krantenkoppen, omdat het werd verkocht voor ruim $ 78 miljoen, de op één na hoogste prijs die ooit voor een schilderij is betaald.

Peter Paul Rubens: "Kindermoord te Bethlehem" (2002, Sotheby's Londen) 76,7 miljoen dollar
De verkoop bij Sotheby’s, in 2002, van Rubens’ Kindermoord te Bethlehem voor iets minder van vijftig miljoen pond toont aan dat de Antwerpenaar nog altijd boven in de toptien van Internationale Oude Meesters staat, maar ook dat belangrijke, grote schilderijen van zijn hand nog altijd in de handel zijn. Experts oordeelden dat het schilderij, dat eerder werd toegeschreven aan Rubens' leerling Jan van den Hoecke, een echte Rubens is en noemden het een van de mooiste Oude Meesters die de afgelopen decennia zijn geveild. Het schilderij, De kindermoord te Bethlehem, dateert uit de periode 1609-1611 zou naar verwachting tussen de 4 en 6 miljoen pond (tussen de 6,6 en 9,9 miljoen euro) opbrengen. Het schilderij is sinds 1920 in bezit van dezelfde familie. Het werk was eerder in bezit van het vorstenhuis van Liechtenstein dat het rond 1700 aankocht als een vroege Rubens. Later werd het werk volgens Sotheby's per abuis toegeschreven aan een leerling van Rubens.

Van Gogh: "Zelfportret zonder baard" (1998) 71,6 miljoen dollar, Christie's New York
Een zelden vertoond zelfportret van Van Gogh wordt in New York geveild voor meer dan drie maal de geschatte waarde. Het schilderij Zelfportret zonder baard (1898), dat Vincent van Gogh tegen het eind van zijn leven schilderde in het Franse Saint Rémy, is op een veiling bij Christie's New York voor 135 miljoen gulden verkocht aan een anonieme koper. Het is daarmee het op twee na duurste kunstwerk ter wereld. Het doek was alleen in 1905 en 1906 in Nederland te zien.

Paul Cézanne: "Stilleven met gordijn, kruik en fruitschaal" (1999),Sotheby's New York, 60,5 miljoen dollar
Veilinghuis Sotheby's had het doek dat Cézanne rond 1893 schilderde, voor ongeveer de helft minder ingeschat. Op dezelfde veiling ging later ook het schilderij 'landschap, het eiland la Grande Jatte' van de Frans impressionist Georges Seurat (1859-1891) voor 72 miljoen gulden onder de hamer.

Picasso: "Vrouw met gekruiste armen" (2000), Christie's New York, 55, miljoen dollar
Picasso's schilderij "La Femme Aux Bras Croisés" is voor ruim 140 miljoen gulden van eigenaar verwisseld in het New Yorkse veilinghuis Christie's. Dit is een recordbedrag voor een Picasso. Het doek is een van Picasso's bekendste werken uit zogeheten blauwe periode. Het portret van een vrouw met gekruiste armen, dat de kunstenaar in 1902 schilderde, is gekocht door een anonieme telefonische bieder. De waarde van het stuk was geschat op 70 miljoen gulden. De uiteindelijk geboden 55,6 miljoen dollar is het op vier na hoogste bedrag dat ooit op een veiling voor een schilderij is betaald. Het vorige record voor een Picasso was voor "Les Noces Des Pierrette", dat 11 jaar terug voor bijna 52 miljoen dollar werd verkocht.

Van Gogh: "Blauwe Irissen" (1987), Sotheby's New York, 53,9 miljoen dollar
De beurskrach van oktober 1987 bracht aandelen- en optiespeculanten tot de bedelstaf, maar een maand later bracht Van Goghs schilderij Irissen 53,9 miljoen dollar op bij Sotheby's in New York. Vooral door de toetreding van de Japanners explodeerde de markt tussen 1985 en 1990: in 1987 betaalde de verzekeringsmaatschappij Yasuda rond de tachtig miljoen gulden voor zonnebloemen. Dit record werd glansrijk gebroken in het Van Goghjaar. Op 15 mei 1990 veilde Christie's in New York 58 schilderijen van voornamelijk impressionisten voor een totaalbedrag van 270 miljoen dollar. Van Goghs portret van dokter Gachet werd afgeslagen voor 151 miljoen gulden, slechts twee miljoen meer dan een caféscène van Renoir. Dat kon niet goed blijven gaan. De herfst van het topjaar 1990 is de geschiedenis ingegaan als de grote kunstkrach. De omzet van de veilinghuizen daalde van negen naar drie miljard; Alan Bond moest zijn Irissen weer bij Sotheby's inleveren omdat hij niet aan zijn financiële verplichtingen kon voldoen; het doek werd onderhands doorverkocht aan het Getty Museum voor waarschijnlijk een hele smak minder; de Japanners verdwenen van de markt.

Pablo Picasso, Bruiloft van Pierrette, 1989, Binoche, Godeau Parijs: 51 miljoen euro
Pablo Picasso, Zittende vrouw, 1999, Sotheby's New York: 49 miljoen euro
Pablo Picasso, De droom, 1997, Christie's New York: 48 miljoen euro
Pablo Picasso, ‘Zelfportret’, Sotheby’s, New York, 1989: 47,8 miljoen dollar.

Websites:
. Wat de gek ervoor geeft (www.groene.nl/1995)
. Beleggen in kunst: een samenspel van geldelijk rendement en psychisch inkomen (www.dnb.nl)
. De prijs van kunst


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1327.