kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Egyptische kunst

Onze kennis van de oud Egyptische schilderkunst danken wij in wezen aan de schilderingen in de grafkamers van de faraofamilies en van hun hooggeplaatste ambtsdragers. Haar kenmerkende stijl werd aan het begin van de historische periode geformaliseerd en bleef gedurende 3000 jaar grotendeels onveranderd.
Het merendeel van de kunst werd vervaardigd om de donkere interieurs van de tempel te versieren, buiten het zicht van het publiek, of anders om met de doden te worden begraven in hun tomben om hen in het hiernamaals te beschermen en te onderhouden.

Karakteristiek voor de egyptische kunst is enerzijds een streven naar een natuurgetrouwe afbeelding, en anderzijds een stilering waarbij de mens in zijn 'totaliteit' wordt getoond. Om zo volledig mogelijk te kunnen zien, horen, ruiken, en spreken moest het portret van de godheid of de overlevende zodanig worden afgebeeld dat elk relevant lichamelijk kenmerk zo duidelijk mogelijk zichtbaar was. In de kunst in twee- dimensies wordt het gezicht daarom en profil getekend om zo de ogen en de mond optimaal naar voren te laten komen, waarbij het oog volledig werd afgebeeld, alsof het van voren werd gezien. Voorwerpen werden ook zo duidelijk mogelijk afgebeeld: voorwerpen op een tafel werden gepresenteerd in duidelijk verschillende lagen, waarbij ze soms zelfs in de lucht lijken te zweven. Hetzelfde was het geval met de inhoud van een gesloten kist, die in werkelijkheid aan het zicht zou zijn onttrokken en daarmee eigenlijk 'verloren' zou zijn als ze realistisch werd weergegeven. Het echte eten en drinken dat in een tempel of tombe werd geplaatst om een godheid of een dode te onderhouden, werd ook op de wanden afgebeeld en beschreven, en de bijgevoegde taferelen en modellen van voedselproductie zouden een blijvende voedselvoorraad garanderen. Zelfs afbeeldingen van lichamelijke activiteiten, zoals dansen, werden met een specifiek doel geschapen. Het afbeelden van dansen en muziek maken werd geacht te helpen met het wekken van de god in zijn tempelschrijn of het opwekken van de zintuigen van de overlevende in zijn of haar tombe.

De reliëfs, voorstelling van driedimensionale lichamen binnen het tweedimensionale beeldvlak, kwamen in twee soorten voor: bas-reliëf en het 'verzonken' reliëf en werden met verf ingekleurd. Hierbij werden vaste kleuren gebruikt voor bepaalde dingen; zoals bijvoorbeeld de huid van de vrouw okergeel, voor die van de man roodbruin, de goden groen of blauw, de zon goudgeel en de kleding vaak wit. De Egyptische schilderkunst toont ons de Egyptische godenwereld en geeft ons een goede indruk van het hoofse en het alledaagse leven in het oude Egypte.

De Egyptenaren kende een geloof met veel goden (polytheïsme) en zij hadden zeer eigenaardige ideeën over het hiernamaals, het leven zelf, hoe de goden tot elkaar stonden en over de menselijke lotsbestemming. Zo weten wij dat elke god zijn eigen stad had waarin hij vereerd werd. Deze en nog meer kennis over de Egyptische religie hebben wij uit de zogenaamde Piramide-teksten, dit zijn lange stukken tekst die vaak in de piramides stonden. Deze teksten gaan meestal over de Farao die er begraven ligt en over het Egyptische geloof zelf.

Zoals bij alle geloofsvormen bleef het Egyptische geloof niet hetzelfde gedurende de hele Egyptische beschaving. We kunnen de ontwikkeling van het Egyptische geloof grofweg in drie delen indelen:
. Voor Echnaton
. Tijdens Echnaton
. Na Echnaton

===========================================================
Prehistorie en Vroegdynastische periode
Vormingsperiode van de Egyptische beschaving (ca 4000-2650 vC): vaatwerk van harde steen of gebakken aarde, vaak mooi versierd, leistenen schminkpaletten, boetseerwerk, uit ivoor vervaardigde beeldjes en sieraden.

De oude egyptische kunst is onlosmakelijk verbonden met de geschreven tekst die haar vergezelt. Deze 'beeldwoorden', die bekendstaan als hiëroglyfen, van het Griekse woord voor 'heilig, gegraveerd schrift', werd ontwikkeld in ongeveer 3100 vC en werd aanvankelijk gebruikt door een klein, geletterd ambtenarenapparaat om verslagen bij te houden. Later werd het schrift gebruikt voor de monumentale inscripties in steen die tomben, tempels, obelisken en beeldhouwwerken bedekken, evenals voor rituele teksten op papyrus en religieuze voorwerpen.

De Archaïsche Periode (1e en 2e dynastie: 2920-2650 voor Christus) De vereniging van Egypte vindt plaats, evenals de ontwikkeling van het hiërogliefenschrift. De eerste stenen koningsgraven worden gebouwd.

Oude Rijk (3e-6e dynastie: ca 2650-2150 vC): De tijd van de grote piramidebouwers. Grondstoffen worden gedolven in de Sinaï, handel in hout vindt plaats met Byblos in Libanon en er wordt handel gedreven met de Nubiërs in het zuiden. In de vijfde dynastie wordt er oorlog gevoerd met de Libiërs.

De Eerste Tussentijd (7e-11e dynastie: 2150-1986 voor Christus) Een tijd van verval in de politieke macht. Koningen hadden minder aanzien, waarschijnlijk ontstonden er verschillende dynastieën die tegelijkertijd heersten. Aziatische en Libische nomaden vestigden zich in de Nijldelta.

Het Middenrijk (11e-12e dynastie: 1986-1759 voor Christus) Egypte is weer verenigd, de Aziaten verdreven. Handel met het buitenland wordt weer voortgezet en enorme bouwprojecten worden ondernomen. De Nubiërs worden ingelijfd in het koninkrijk. Kunst en ambacht maken een bloeiperiode door. Irrigatiewerken en landwinning leveren meer landbouwgrond op.

De Tweede Tussentijd (13e-17e dynastie: 1759-1539 voor Christus) Na een periode van instabiliteit nemen de Hyksos, Semitische koningen uit de oostelijke woestijn en de Nijldelta, met succes de macht in Egypte over en vormen de vijftiende en zestiende dynastie. In de zeventiende dynastie worden de Hyksos verdreven.

Het Nieuwe Rijk (18e-20e dynastie: 1539-1069 vC), de periode waarin Egypte het summum van zijn politieke macht en culturele uitstraling bereikte. Nubië is opnieuw veroverd en ook Palestina en Syrië vallen in Egyptische handen. Er zijn diplomatieke relaties met omringende grootmachten, de welvaart groeit enorm en er is een opleving in de kunst en bouwkunst. De koning wordt vanaf deze periode Farao genoemd, voorheen betekende dit alleen 'koninklijk paleis'.

Voor Echnaton
De farao was het allerhoogste gezag in Egypte, zowel politiek als geestelijk; hij werd zodoende beschouwd als de zoon van de zonnegod Aton-Re. In de loop van de Egyptische geschiedenis verplaatste het centrum van de koninklijke macht zich van Heliopolis en Memfis in Neder-Egypte naar Theme in Opper-Egypte. De lokale godheid van Thebe, Amon, werd toen de hoofdgod van de staat. Omdat Aton-Re traditioneel de belangrijkste was, werd Amon met hem vereenzelvigd tot Amon-Re, en net zoals de priesters van Pteh hadden gedaan werd er een kosmogonie ontwikkeld waarin Amon-Re als schepper van alles werd voorgesteld, en Thebe de plaats waar de schepping begon. De Thebaanse farao's waren machtige oorlogvoerders; zij wonnen voor Egypte een keizerrijk dat zich uitstrekte noordwaarts tot in Syrië en zuidwaarts tot in Nubië. Hun overwinningen schreven ze toe aan de steun van Amon-Re en uit dankbaarheid bouwden ze in Thebe reusachtige en prachtige tempels aan hem gewijd. Het gevolg was dat de priesters van Amon-Re zeer machtig werden en mogelijk de koninklijke macht begonnen te bedreigen. Deze situatie leidde tot een godsdienstige hervorming onder Echnaton.

v.Chr. kwam een eigenaardig genie op de troon. Zijn naam was Amonhotep IV, wat 'Amon is tevreden' betekend. Hij eiste dat de naam Amon van alle monumenten verwijderd werd en schafte ook de privileges van zijn priesters af. Ook verplaatste hij de hoofdstad van Thebe naar een nieuwe, niet door Amon besmette stad. Zijn naam veranderde hij ook in Echnaton, wat 'het behaagt Aton' betekend.
De godsdienst van Echnaton schijnt een belangrijke invloed op de Egyptische kunst gehad te hebben, een nieuwe gratie en naturalisme verving het oude strenge formalisme. Er is ook reden om te geloven dat zijn godsdienst een pacifist van hem maakte, zodat heel wat van het oude Egyptische rijk verloren ging onder zijn heerschappij.
ankh-aton, later Toet-ankh-amon, weer vrede sloot met de priesters van Amon-Re. Amon-Re herwon zijn superioriteit voor de rest van de eeuwen tot aan het verval van de Egyptische samenleving.
De Ramessidische kunst
De kunst van de tijd der Ramessiden (19de-20ste dynastie, ca 1306-1070 vC).

De Derde Tussentijd (21e-24e dynastie: 1069-715 voor Christus) De priesters heersen vanuit Thebe, het huidige Luxor, terwijl koningen van Libische afkomst onafhankelijk en verdeeld heersten.

De Late Tijd (25e en 26e dynastie: 715-525 voor Christus) De Nubiërs worden overwonnen na een Assyrische inval. Een bloei in de kunst toont een terugkeer naar de stijl van Het Oude Rijk aan.

Periode van Perzische overheersing (27e-30e dynastie: 525-343 voor Christus) Tijdens de overheersing onder de Persen bloeit de handel. Diverse opstanden vonden plaats tegen de buitenlandse heersers. Uiteindelijk kon de Perzische overheerser overwonnen en weggestuurd worden en was Egypte weer onafhankelijk.

Tweede Periode van Perzische overheersing (31e dynastie: 343-332 voor Christus) De Persen keerden terug, en hun tweede inval was succesvol; de laatste Egyptische Farao, Nectanebo II, vlucht naar Boven-Egypte, het hoger gelegen zuidelijk deel van Egypte.

De Griekse Periode (332-30 voor Christus) Alexander de Grote heerst van 332 tot 323 voor Christus. Na hem volgt een onduidelijke periode vanwege de veel voorkomende mederegentschappen, twee tegelijkertijd heersende koningen. Na de Macedonische koningen, die regeren tot 305 voor Christus, regeren de Ptolemaeën. Tijdens het bewind van koningin Cleopatra valt Egypte onder de macht van Rome.

Met de komst van de Grieken begint een nieuw tijdperk. Nog blijft zich de traditioneel inheemse kunst handhaven maar van lieverlede wordt een groeiende invloed van het buitenland waarneembaar. Producten van mindere kwaliteit wisselen af met waarachtige kunstwerken die getuigen van een vrijmoedig realisme.

De Romeinse Periode (30 voor Christus-395 na Christus) Egypte is ingelijfd in het Romeinse rijk, en valt na de verdeling ervan, in 395, onder de oostelijke rijkshelft, bestuurd vanuit Constantinopel.

Dat het Romeinse Rijk een grote invloed op Egypte en andersom heeft gehad, is vanzelfsprekend. Octavianus veroverde het land aan de Nijl immers in 30 voor Christus, en maakte het tot Romeinse kolonie. In deze tijd ontstaan de op doek en hout geschilderde mummieportretten, die beter in de hellenistisch-Romeinse dan in de Egyptische traditie passen.

(Meroitische periode, 1ste-3de eeuw nC).

===========================================================
Tweehonderd jaar geleden ondernam Napoleon zijn legendarische expeditie naar Egypte. In militair opzicht was het een mislukking maar in cultureel opzicht een groot succes. De tientallen geleerden en kunstenaars die zich in Napoleons gevolg bevonden, bestudeerden Egyptische monumenten en legden hun indrukken vast in talloze tekeningen, schilderijen en publicaties. Het bleek van immense invloed op de Westeuropese kunst en kunstnijverheid. Er ontstond een ware Egyptomania: sfinxen, faraokoppen, obelisken, lotusbloemen werden geliefde motieven in interieurs en historieschilders verplaatsten zich in hun werk naar de Egyptische oudheid. Kortom, Egypte was in de mode en dat zou niet snel overgaan. Ook Nederland was, hoewel minder uitbundig dan Frankrijk, in de ban van de Egypte. De tentoonstelling Egyptomania in Nederland geeft een beeld van de invloed van de Egyptische Oudheid op de kunst en kunstnijverheid in Nederland maar beperkt zich daarbij niet tot de 19de eeuw.

Een van de oudste voorbeelden van Egyptische invloed op de kunst in Nederland is een fraaie prent van Maarten van Heemskerck uit 1572. Aan de hand van monumenten die hij in Rome had gezien, maakte hij een fantasievolle verbeelding van het oude Egypte. Ook de vele obelisken op bouwwerken uit de 16de en 17de eeuw zijn, zij het indirect, ontleend aan Egyptische voorbeelden.
De Egyptomania in Nederland is qua omvang en hevigheid niet te vergelijken met die in Frankrijk na de veldtocht van Napoleon. Dus is het niet verwonderlijk dat de eerste sporen van Egyptomanie in ons land te vinden zijn in Frans-georiënteerde kringen rond Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer die enkele jaren koning van Nederland was. Voor de herinrichting van het stadhuis in Amsterdam tot paleis, liet hij Haagse meubelfirma's stoelen maken, versierd met Egyptische motieven. Ook buiten de Franse invloedssfeer werden dit soort motieven populair. Egypte was eveneens een geliefd onderwerp bij Nederlandse schilders als Laurens Alma Tadema, Marius Bauer en de minder bekende Utrechtse kunstenaar Willem de Famars Testas.
Omstreeks 1900 was er een opleving in de belangstelling voor Egypte. De kunstenaar Jan Toorop bijvoorbeeld nam veel Egyptische motieven in zijn werk op en ontwerpers en architecten zich lieten inspireren door de principes van de egyptische kunst. De eenvoud en oorspronkelijkheid ervan was voor hen een stimulans bij het zoeken naar een nieuwe stijl. Werk van K.P.C. de Bazel, M. Lauweriks en aspecten in het werk van architect H.P. berlage getuigen daarvan. Ook vernieuwingen in de beeldhouwkunst in Nederland aan het begin van de twintigste eeuw zijn deels terug te voeren op Egyptische invloeden zoals blijkt uit werk van H.A. van den Eijnde en zelfs de schilderijen van Bart van der Leck zijn aantoonbaar door Egyptische voorbeelden be‹nvloed.

De Egypte-rage barstte opnieuw in volle hevigheid los na de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922.

toetanchamon.netfirms.com
http://users.castel.nl/~stevj01/egypt.htm
http://www.kingtut.nl/


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 336.