kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-01-2009 voor het laatst bewerkt.

El Lissitzky

Russische architect, schilder, fotograaf, typograaf en tentoonstellingsontwerper, geboren 18 november 1890 Potsjinok (Smolensk) - overleden 30 december 1941 Moskou.

El Lissitzky (Eliezer/Lazar Marcovic/MArcovich/Markovitsj Lissitzky/Lisitski) behoort met de schilders Malewitsj, Kandinsky en Popova, de fotograaf Rodschenko, de architect Tatlin, de filmer Eisenstein en de schrijver/dichter Majakovski tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Russische avant-garde.

Hij was één van de grondleggers van het Russische constructivisme in de architectuur: doel werd de naakte constructie van het gebouw zonder enige esthetische beschouwingen, wat overeenkwam met de grote verering die de prille Russische Revolutie koesterde voor machines. Hij had grote invloed in Duitsland (Hannover). (summa)

Door zijn grote veelzijdigheid en internationale contacten was hij vooral van betekenis voor de integratie van stromingen als suprematisme, constructivisme, De Stijl en het Bauhaus.

Lissitzky studeerde aan de technische hogeschool te Darmstadt en werd in 1921 docent aan de academie van Moskou. Van 1912-23 werkte hij in Duitsland, waar hij in aanraking kwam met Th. Van Doesburg en het Bauhaus. Sinds 1928 werkte hij samen met de Europese Avant-garde in West-Europa.

Biografie
(El) Eliëzer Markovitsj werd geboren in een kleine joodse gemeenschap bij Smolensk, Rusland. Hij groeide op in Vitebsk, in het tegenwoordige Wit-Rusland. In zijn tienerjaren kreeg hij les van Jehuda Pen, een plaatselijke joodse kunstenaar. Hij was een snelle leerling en begon al gauw zelf les te geven.

In 1909 werd hij door de kunstacademie van Sint-Petersburg afgewezen vanwege het feit dat onder het tsaristische regime slechts een beperkt aantal joden aan de academie mocht studeren.

Om toch te kunnen studeren vertrok Lissitzky naar Duitsland, waar hij van 1909 tot 1914 architectuur studeerde aan de Technische Hochschule in Darmstadt.

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest hij terugkeren naar Rusland. Van 1914-1918 studeerde hij aan de polytechnische school van Riga. In Moskou studeerde hij af in de architectuur en begon in dat vak te werken.

Als reactie op de val van het antisemitische tsaristische regime stortte hij zich in die tijd op de joodse kunst en bestudeerde hij de traditionele joodse architectuur en aankleding van synagoges in Mahilyow. De val van het tsaren-regime hield voor Lissitzky in dat er een nieuw tijdperk met ongekende nieuwe mogelijkheden aanbrak.

Van 1919-1921 doceerde Lissitzky grafische kunsten en architectuur aan de door Chagall opgerichte kunstschool in Vitebsk. Chagall, ook vanwege de Eerste Wereldoorlog terug in Rusland, nodigde ook andere Russisch-joodse kunstenaars uit, zoals Malevich en Jehuda Pen.

Geïnspireerd door nieuwe technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen zoeken kunstenaars in Europa en Rusland in de jaren twintig van de vorige eeuw naar een nieuwe, revolutionaire beeldtaal. Daarmee willen ze niet de bestaande, zichtbare werkelijkheid nabootsen, maar een nieuwe, utopische werkelijkheid verbeelden. Met name in Rusland zetten kunstenaars deze nieuwe beeldtaal in bij de opbouw van een nieuwe socialistische maatschappij (agitprop). Begin jaren twintig onderhouden deze kunstenaars, waaronder de Rus El Lissitzky (1890-1941), de Hongaar László Moholy-Nagy (1895-1946) en de Nederlanders Theo van Doesburg (1883-1931) en Piet Mondriaan (1872-1944), intensieve contacten. Ze nemen deel aan congressen, voeren heftige discussies en verspreiden hun ideeën in manifesten en publicaties.

Belangrijk voor de ontwikkeling van Lissitzky is zijn kennismaking in 1919 met de ideeën en de kunst van zijn landgenoot Kasimir Malevitsj (1879-1935). Beiden doceren tussen 1919 en 1921 aan de kunstacademie van Vitebsk. Malevitsj is de eerste die een volledig abstracte vormentaal gebruikt. Hij noemt deze kunstvorm ‘suprematisme’. Malevich verwierp het natekenen van natuurlijke vormen en spitste zich toe op het uitwerken van geometrische vormen. Lissitzky zat midden in het debat tussen de meer traditionele Chagall en de radicale Malevich. Lissitzky koos uiteindelijk voor de laatste, Chagall verliet snel daarna de school.

Unovis
Hierna volgde de oprichting van Unovis, de uiteindelijk kort levende maar zeer invloedrijke denktank van het suprematisme. De groep zorgde voor de verspreiding van het suprematische gedachtegoed, en maakte Lissitzky tot een van de bekendste unovisten.

PROUN
Lissitzky begon onder invloed van het suprematisme van Malevich en de kunstenaarsgroep Unovis aan zijn Proun-reeksen, waarin hij streefde naar een radicale herformulering van levensruimten. Lissitzky ontwikkelt deze beeldtaal verder in schilderijen en tekeningen van geometrische vormen die lijken te zweven in het luchtledige. Hij noemt deze schilderijen ‘Prounen’.
Het woord ‘Proun’ is afkomstig van ‘Pro Unovis’ en betekent zoiets als ‘ontwerp ter bevestiging van het nieuwe’ (Project for the Affirmation of the New). De betekenis van dit woord is nooit helemaal duidelijk geworden, mogelijkheden zijn dat het een samenvoeging is van "proekt unovsia" ("architectuur ontwerp van UNOVIS"), of "proekt utverzhdenya novoga" ("Ontwerp voor de bevestiging van het nieuwe"). Proun staat voor een 'uitwisseling' van architectuur en schilderkunst om zaken krachtiger te kunnen uitdrukken. Zelf heeft hij het omschreven als "het stadium waar iemand omzwaait van schilderkunst naar architectuur".

Een mooi voorbeeld is ‘Proun P23 no. 6’ uit 1919. Tegen een lichte ondergrond zien we twee hyperbolen die iets verschoven zijn ten opzichte van elkaar. Een balk en een vlakke vorm steken beide recht naar voren in de richting van de toeschouwer.
Met zijn Proun-projecten bewoog hij zich voortdurend heen en weer tussen de schilderkunst en architectuur, waarmee hij een band legde tussen de wereld van de kunst en de werkelijke sociale omstandigheden.

Net als Malevich draagt Lissitzky bij aan de theoretische onderbouwing van het suprematisme: Het Suprematisme voert de schilderkunst van de staat van het antieke benoemde concrete getal naar het moderne abstracte getal, dat zuiver objectief is, dat een getal is dat naar haar aard haar plaats naast alle objecten inneemt.

Het is de tijd van de burgeroorlog; een belangrijk deel van zijn meest bekende werk maakt hij dan, bijvoorbeeld de litho uit 1919 "Versla de witten met de rode wig". Deze litho wordt gezien als een suprematische interpretatie van de militaire kaarten. Rood stond voor de communisten, wit voor de monarchisten, conservatieven, liberalen en socialisten die tegen de bolsjewistische revolutie vochten. Lissitzky was een communist en zou later nog de nodige propaganda voor het Sovjet-regime maken. Lissitzky: De kunstenaar construeert een nieuw symbool met zijn kwast. Dit symbool is geen herkenbare vorm van iets dat al af is, dat al gemaakt is, of dat al aanwezig is in de wereld. Het is een symbool van een nieuwe wereld, die gebouwd is op en bestaat in de wijze van het volk.

Lissitzky past zijn abstracte beeldtaal niet alleen toe in schilderijen en tekeningen, maar ook in grafische ontwerpen, architectuur, interieurontwerpen, theaterdecors en kostuums. Uit 1920 stammen ontwerpen voor kostuums van de futuristische opera ‘Overwinning op de Zon’ (1913), waarin de overwinning van de techniek op de natuur wordt bezongen. Deze ontwerpen zijn nooit uitgevoerd.

Ook in zijn grafische vormgeving is Lissitzky zeer vernieuwend geweest. Hij gebruikt zijn abstracte vormentaal om de blik van de lezer te leiden, maar ook om een beeldverhaal te vertellen. Daarnaast onderzoekt hij de mogelijkheid typografie te combineren met fotografie.

In Vitebsk ontwikkelde hij zijn prototype van een Speakers Platform (1920) dat bestond uit ijzeren draagbalken en glas en een lift in de dynamische structuur.

In 1921 werd hij hoofd van de architectonische faculteit van het VHUTEMAS-instituut in Moskou.

In 1921 vertrok Lissitzy uit Vitebsk en werd cultureel attaché in Berlijn. Hier moest hij de contacten tussen de Russische en Duitse kunstenaars leggen. Hij werkte als schrijver en ontwerper voor internationale tijdschriften en hielp de avant-garde aan bekendheid middels tentoonstellingen in galeriën.

In 1921 ontmoet Lissitzky Mart Stam en Theo van Doesburg, een kunstenaar die even veelzijdig is als hijzelf. Van Doesburg is schilder, architect, typograaf en theoreticus en dichter. Hun samenwerking leidt tot publicaties van Lissitzky in het tijdschrift ‘De Stijl’ dat door Van Doesburg was opgericht. Evenals Lissitzky past Van Doesburg de nieuwe beeldtaal toe op de architectuur.
In Hannover ontmoette hij Kurt Schwitters. Met Schwitters en Van Doesburg werkte hij aan het idee van een internationale kunstenaarsbeweging volgens de richtlijnen van het constructivisme. Via Van Doesburg kwam de brug tot stand met stijlen als Bauhaus en De Stijl. Met Schwitters vulde hij een nummer van het tijdschrift Merz. Schwitters introduceerde Lissitzky bij de Kestner Gesellschaft-galerie in Hannover, waar hij zijn eerste solo-tentoonstelling had.
In Düsseldorf ontmoet Lissitzky de Hongaarse kunstenaar László Moholy-Nagy. Moholy-Nagy is schilder, fotograaf, filmer, schrijver en maker van bewegende beelden.

Hij nam deel aan de 'Erste Russische Kunstausstellung' van 1922 in Berlijn. Ook gaf hij het tweetalige tijdschrift Veshch-Objet-Gegenstand (Berlijn) uit.

El Lissitzky was in de jaren twintig geruime tijd in Duitsland werkzaam en was als geen ander pleitbezorger voor de uitwisseling van ideëen tussen Oost en West. In 1923 ontwerpt hij voor de ‘Grosse Berliner Kunstausstellung’ de ‘Prounenraum’, een soort driedimensionale Proun. Ook organiseerde en ontwierp hij tentoonstellingen van non-figuratieve kunst in Dresden en Hannover. De tweede Proun serie, gedrukt in Hannover in 1923 met nieuwe technieken, werd een groot succes. In Hannover ontmoette hij ook Sophie Kuppers met wie hij in 1927 zou trouwen.

Samen met Mart Stam ontwierp hij zijn radicaalste bouwkundige plan, het kantoorgebouw Wolkenbügel (Wolkenstrijker 1924-1925), een soort wolkenkrabber.

In 1924 ging Lissitzky voor behandeling van zijn tuberculose naar Zwitserland. Hij bekostigde zijn verblijf daar met het ontwerpen van reclame voor Pelikan Industries, hij vertaalde artikelen van Malevich in het Duits en hij experimenteerde met typografie en fotografie. In de fotomontages en tekeningen zien we Wolkenstrijkers staan op de grote verkeerskruisingen van Moskou. Ze zijn er nooit gekomen.

Hersteld vertrok Lissitzky in 1925 naar Moskou waar hij les ging geven aan het Vkhutemas in interieurontwerp en architectuur.

In 1926 ontwerpt Lissitzky een ruimte voor abstracte kunst, het ‘Abstract Kabinet’, voor het Provinzialmuseum in Hannover. De wanden zijn eerder optische achtergronden dan draagwanden, waarmee Lissitzky de ruimte beweging en dynamiek wil geven. Voor de grijze wand zijn lamellen geplaatst die aan de ene kant zwart en aan de andere kant wit geschilderd zijn. Wanneer je erlangs loopt, verandert de wand van zwart, via grijs, naar wit.

Hij legde zich ook toe op het ontwerpen van de bijdragen aan tentoonstellingen. Opmerkelijk was zijn bijdrage aan de Polygrafische Tentoonstelling in Moskou in 1927, wat hem een groot aantal vervolgopdrachten op zou leveren. In 1927 zette hij de afdeling abstracte kunst op voor het Staatliches Museum in Hannover. Internationaal maken zijn presentaties, zoals de ‘Internationale Presse-Ausstellung Pressa’ in 1928 in Keulen, veel indruk.

Zijn leunstoelen voor de 'Pressa Ausstellung' in Keulen (1928) en voor de 'Hygiene Ausstellung' in Dresden (1930) weerspiegelden de invloed van Bauhaus, De Stijl en Dada.

Vanaf 1930 was hij Hoofdarchitect van het Centrale park voor Cultuur en Recreatie in Moskou en creëerde talloze architectonische werken en ontwerpen voor de Russische propagandacampagnes.

Vanaf de jaren dertig drukt de politiek een steeds zwaarder stempel op de publicaties en tentoonstellingen die Lissitzky vormgeeft. Een voorbeeld daarvan is het tijdschrift ‘USSR im Bau’, waarin propaganda wordt gemaakt voor de Sovjet-Unie en de hervormingen van Stalin. Een aantal van zijn meest opmerkelijke probeersels in boek-ontwerp zijn daarin gepubliceerd.

Lissitzky ging door met het ontwerpen voor tentoonstellingen; hij ontwierp onder meer de Russische bijdrage aan de Wereldtentoonstelling in New York in 1939. Daarnaast experimenteerde hij volop met drukwerk. Hij was op dat gebied misschien wel het meest invloedrijk, hij ontwierp nieuwe technieken voor typografie en voor fotomontage.

In 1941 werd hij weer ziek, en op 30 december overleed hij aan tuberculose.

El Lissitzky en tijdgenoten Nederland twee grote verzamelingen met werken van Russische avant-garde kunstenaars uit de jaren rond 1920: de Malevitsj-collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam en de Lissitzky-collectie van het Van Abbemuseum. Op die van de Tretjakov Galerie in Moskou na, is dit de belangrijkste Lissitzky-collectie ter wereld. In samenwerking met het Getty Research Institute heeft het Van Abbemuseum een Nederlandstalige website over het leven en werk van El Lissitzky ontwikkeld: Museum in Hannover en het Peggy Guggenheim Museum in Venetië.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article Compositie, 1919, olieverf op doek, 71x58, Kiev, Museum voor Oekraïense Kunst

. Studie voor een bladzijde uit het boek "Een suprematistisch verhaal - twee vierkanten in zes contructies", 1920, waterverf en potlood op karton, 17x17, New York, Museum of Modern Art, Sidney and Hiarriet Janis Collection
Lissitzky paste zijn nieuwe ruimtelijke stijl in de jaren ‘20 vooral toe op de vormgeving van het boek, waarbij de grafische en kleurige accenten zich als architectonische ontwerpen laten bekijken. (Leinz 110)

. Proun 19D, ca. 1922, Stucgips, olieverf en collage op gelaagd hout, 98x97, New York, Museum of Modern Art

. Proun (projet pour l'établissement d'une réalité nouvelle/project tot verwerkelijking van het nieuwe), 1923, Papier, litho en collage, 61x44, Amsterdam, Stedelijk Museum
Uit de reeks van 6 lithografieën in de eerste Kestnermap.
Proun is een Russisch letterwoord voor "project tot verwerkelijking van het nieuwe". De eerste PROUNschilderingen ontstonden in 1919 o.i.v. Malevitch. In PROUN worden geometrische vormen en tekstblokken tot een diagonale compositie verwerkt. "PROUN leidt de kunstenaar van de contemplatie naar de werkelijkheid," zei Lissitzky. (Histoire; KIB 20ste 117)

. Proun-kamer voor de grote Berlijnse Kunsttentoonstelling in 1923, 1923 (reconstructie uit 1965), met kleurlak beschilder hout, 320x365x365, Eindhoven, Stedelijk Van Abbe Museum

. Proun 99, 1924, olieverf op doek, 129x99, New Haven, Yale University Art Gallery


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 757.